Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Hogepriesterlijk gebed-slot

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Hogepriesterlijk gebed-slot

9 minuten leestijd

Heerlijkheid

We lezen in Johannes 17:22 en 23a ‘En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals wij één zijn; Ik in hen en Gij in Mij.’ Christus geeft aan Gods kinderen Zijn heerlijkheid. Die heerlijkheid is een heerlijk en voortreffelijk goed en bezit. Die heerlijkheid gaat de schatten en rijkdommen van deze wereld te boven. Heerlijkheid betreft niet alleen maar een grote naam of bekendheid, maar het betreft alles wat werkelijk voortreffelijk, groot, roemvol en kostbaar is. De heerlijkheid van Salomo bestaat uit zijn schatten, rijkdommen, macht en eer. De heerlijkheid die Christus geeft is de eenheid. Het geloof is vertrouwen op de eenheid met Christus en door Hem met de Vader. Christus kan niet van de Vader gescheiden worden, zo kunnen christenen niet van Christus gescheiden worden. Hoe krijg je deel aan die heerlijkheid van het één zijn in Christus en in de Vader? Die eenheid kan niet verdiend worden, Christus geeft die eenheid door het Woord. We lezen in vers 23b ‘Opdat zij volmaakt zijn in Eén.’ Gods kinderen moeten geheel één zijn in Christus. In Christus hebben zij alles: eeuwig leven, gerechtigheid, wijsheid en alle goddelijke weldaden. Gods kinderen dienen erop toe te zien dit alles niet kwijt te raken. Zij moeten niet toelaten zich door de duivel ervan te laten beroven. Verder lezen we in vers 23 ‘En opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.’ God heeft de Zijnen lief om der wille van Christus met een overvloedige en eeuwige liefde.

Bij Christus zijn

We lezen in vers 24a ‘Vader, ik wil dat waar ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.’ Eenmaal zullen Gods kinderen bij Christus zijn. Zijn waar Christus is. De engelen zullen Gods kinderen daarheen dragen. Dit geldt degenen die aan Christus door de Vader gegeven zijn. Dat is tot grote troost. Gods kinderen geldt: “Wees getroost, heb er geen zorg over waar u straks blijven moet, of waar u heen zult gaan, laat de duivel maar tekeergaan, laat de wereld maar woeden, moorden, branden, u vervolgen en verstoten, u zult een goed onderdak hebben, en straks daar komen waar u graag vertoeven wilt, waar u veilig bent voor het woeden van de wereld en van alle duivelen, en waar u een eeuwige rust zult vinden.” Waar zal dat zijn? Dat is de plaats waar Christus is. “Dus in de schoot en de armen van de Vader, vanwaar alle engelen op ons zullen toesnellen, en waarheen zij ons dragen zullen.” Dan voor eeuwig bevrijd van alle zonde en tegenspoed, van alle macht van duivel en wereld en eeuwige rust en vrede genieten. Er staat ‘Ik wil.’ Dat is de onvoorwaardelijke wil en begeerte van Christus.

Aanschouwen

Die bij Christus zullen zijn, zullen ook Zijn heerlijkheid aanschouwen. Dat lezen we in vers 24b ‘Opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt.’ Op aarde horen we over de heerlijkheid van Christus preken: Zijn opstanding, hemelvaart en zitten aan de rechterhand van God. Hij is Koning en Heere over alle schepselen. Na dit leven zal die heerlijkheid aanschouwd worden. We lezen in vs. 24c ‘Want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.’ Christus is met de Vader één enig waarachtig God. Dat zal dan ook gezien en aanschouwd worden.

God kennen

We lezen in vs. 25a ‘Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend.’ De wereld wil Gods Woord niet horen. “Hoe meer dat Woord gepredikt wordt, des te doller wordt zij.” De wereld maakt zich daardoor schuldig aan een groot kwaad. De wereld verdient daardoor Gods toorn en de eeuwige straf. Vandaar de aanduiding ‘rechtvaardige Vader.’ De rechtvaardige God zal onderscheid maken tussen de vijandige wereld en zij die eeuwig bij Christus zullen zijn. God straft al in dit leven: “Pest, oorlog, de Turken, de duivel en allerlei andere plagen zonder ophouden.” De wereld wijst God af en treedt het Woord met de voeten. De wereld zal nooit iets van de heerlijkheid van Christus aanschouwen. Er staat in vs. 25b ‘Maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.’ De wereld heeft de prediking van Christus niet aangenomen. “Alleen de christenen die Mij door U gegeven zijn, opdat zij het zouden kennen en aannemen, die kennen U, namelijk als de God Die Mij gezonden heeft.”

Gods Naam

We lezen in vs. 26a ‘En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal hem bekendmaken.’ Hiermee wordt bedoeld dat Christus heeft bekendgemaakt en nog bekendmaakt wat Gods bedoeling, Zijn wil, Zijn Vaderhart, Zijn gedachten en Zijn welbehagen zijn. Tenslotte lezen we in vs 26b ‘Opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.’ Deze vraag moet onder ogen gezien worden: waar zal ik, waar zult u, waar zal jij zijn in de eeuwigheid?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Hogepriesterlijk gebed-slot

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken