Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De volkstelling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De volkstelling

9 minuten leestijd

De vraag die opgestuurd werd gaat over de bekende volkstelling, door David gehouden, waarover we ook lezen in 1 Kronieken 21. Daar wordt gezegd dat satan David aanporde om het volk te tellen. Maar in 2 Samuel 24:1 staat dat het de Heere was Die David aanporde. Ja, en hoe zit dat dan?

Dat satan, de grote tegenstander van God David ophitste is voor ons besef duidelijker dan dat wat we lezen in het boek Samuel, namelijk dat God Zelf het was Die David aanporde om het volk te tellen. We kunnen het ons voorstellen dat koning David door de duivel werd verleid om tot de volkstelling over te gaan. Dat David op die verleiding inging, was dan weer zijn eigen verantwoordelijkheid en schuld.

Maar in 2 Samuel wordt de naam van de duivel geeneens genoemd! Daar wordt duidelijk gezegd dat het God Zelf was Die David aanporde.

Laten we uitgaan van het gegeven dat God vertoornd was op Israel. Het was weer eens zo ver! Waarom de Heere vertoornd op het volk was, kunnen we niet met zekerheid zeggen, zelfs David wist het niet, “wat hebben deze schapen gedaan?”. Gods toorn is altijd naar recht. Laten we nooit denken dat er onrechtvaardigheid is bij God.

Maar we moeten evenmin denken dat de Heere aanzet tot zondigen! Dat doet alleen de duivel. God verzoekt niet tot het kwaad, Jak. 1:13. Niemand die verleid wordt, moet denken dat God hem verleidt. De gedachte alleen al is godslasterlijk.

De Heere, Die boven alles en iedereen staat, en alle dingen doet overeenkomstig Zijn heilige raad, heeft de duivel echter wel toegelaten om David op te porren het volk te gaan tellen. Er gebeurt zoveel onder Gods toelating. Dat wil nog niet zeggen dat God die zonde van hoogmoed, want dat was het, goedkeurde! Bovendien heeft de Heere, Die ondanks het woeden van de hel, Zijn eigen raad uitvoert, de volkstelling toegelaten om Zijn toorn uit te oefenen over een schuldig volk. Hij was ten volle besloten om Zijn toorn uit te gieten, en dat moeten we lezen in 2 Samuel 24:1.

De begeerte om het volk te tellen kwam bij David op uit trots en hoogmoed, en dergelijke dingen worden door de duivel wel aangemoedigd! Maar in de afstraffing van Davids hoogmoed heeft de Heere tevens Zijn toorn over het volk uitgericht.

Denk dus niet dat de vele duizenden die stierven niets gedaan hadden en gestraft werden vanwege de zonde van een ander, in dit geval koning David! Als David in de schuld komt, is hij voor eigen waarneming echter wel de enige schuldenaar. Dat is een typisch kenmerk van waar schuldbesef: je kijkt dan niet naar de ander maar je bent zelf de schuldige!

Toen Davids geweten ging spreken en hij zijn schuld voelde heeft hij die voor God beleden. Als de profeet Gad hem daarop bezoekt en hem voor de keuze stelt welke straf er komen moet, betekent dat niet dat de Heere David niet vergeven zou hebben. Maar God achtte de tijd gekomen om het volk te laten boeten voor hun zonde, wat dat dan ook geweest moge zijn. En dan komt de straf, die tevens een afstraffing is van Davids hoogmoed.

Het is te begrijpen dat David niet weet te kiezen. Het is mooi te lezen dat David zich in Gods armen werpt. Als David één ding weet, is het wel dit, dat zijn God beide rechtvaardig en barmhartig is. Hij geeft zich aan Hem over, al vraagt hij wel om niet in de handen der mensen te hoeven vallen. Hij heeft niet alleen God leren kennen, maar ook de mens! Vandaar zijn smeken of hij in Gods hand zal mogen vallen.

En dan komt de pest die aan vele mensen het leven kost. Een rechtvaardige straf voor het volk en een knak voor Davids trots. Als de verderfengel zijn hand over Jeruzalem uitstrekt is het echter genoeg. De Heere laat hem niet toe verder te gaan. Als David daarna op de dorsvloer van Arauna de engel ontmoet, belijdt hij nogmaals schuld en smeekt hij voor zijn volk als een echte herder. Dan brengt David een groot brandoffer.

Satan zal voor zijn verderfelijk werk zijn eeuwige straf niet ontlopen. David heeft echter het verbeurde leven mogen behouden. En dat geldt voor al Gods kinderen. Er is een Ander Die voor hen de dood is ingegaan en de rechtvaardige toorn Gods over de zonde voor hen heeft gedragen. Op de dorsvloer van Arauna zou later het altaar staan waar het bloed zou vloeien tot vergiffenis der zonden. En David heeft niet alleen de last van zijn zonde ervaren in zijn leven, maar ook het wonder van Gods vergevende zondaarsliefde om Christus’ wille. En in diepe verwondering mocht hij dan weer naar zijn harp grijpen en ontroerd zingen:

Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven,

Die van de straf voor eeuwig is ontheven.

Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,

Voor ’t heilig oog des Heeren is bedekt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De volkstelling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken