Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkdienst in Coronatijd (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkdienst in Coronatijd (3)

9 minuten leestijd

Bijeenkomen in een onderlinge en publieke samenkomst is in het Oude Testament onmisbaar voor het volk van God. Dezelfde grondhouding zien we in het Nieuwe Testament. Deze samenkomsten worden in de begintijd nog vaak gehouden in het huis van één of meer rijke gemeenteleden (Rom. 16:5; Kol. 4:15; 1 Kor. 16:9, Fil. 1:2). Zij zijn immers in staat om anderen te ontvangen. Maar men komt steeds samen.

Geroepen

De christelijke gemeente is immers een door God Zelf geroepen gemeenschap van hen die volharden in de leer van de apostelen, én in de gemeenschap, én in de breking van het brood én in de gebeden. Zo vormt zich een gemeente van jongeren en ouderen die eendrachtig bijeen komen. Daar wil God Zijn volk ontmoeten. Het verzuimen van de onderlinge bijeenkomsten neemt God hoogst ernstig. Dat dringt tot de apostolische vermaning in Hebr. 10:25: ”En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet dat de dag nadert.”

Een gemeenschap die niet samenkomt, is in strikte zin geen gemeente te noemen. Het gemeente-zijn houdt immers in het licht van Gods Woord het samenkomen en het zich voegen bij die onderlinge gemeenschap in. Op die wijze is de gemeente Gods een voorbeeld en afschaduwing van het hemelse heiligdom, waar Hebreeën 9 ons bij bepaalt. Om zo in aardse samenkomsten voor- en toebereid te worden op datgene waar Christus al om bad: ”Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt. (Joh. 17:2)” Op weg naar een eeuwigdurende samenkomst!

Gezegend

Wat een voorrecht én verantwoordelijkheid is het dan om door God Zelf te worden geroepen tot de ontmoeting met Hem in Zijn Huis. Want dáár schenkt God de zegen van de bediening der verzoening. Voor de dichter van Psalm 96 is het reden om de lof op God te bezingen en ons daartoe op te roepen: ”Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer en komt in Zijn voorhoven. Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.”

Het is gezien Gods Woord ons aanreikt niet verwonderlijk dat ook de Belijdenisgeschriften onderstrepen hoe fundamenteel het is om als gemeente samen te komen. Wat is de gemeente? We belijden in antwoord 54 van de Heidelbergse Catechismus ”dat de Zone Gods uit het ganse menselijk geslacht Zich een gemeente door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt.

En waartoe is er dan de samenkomst? We belijden het in antwoord 103: “dat ik inzonderheid op den sabbat, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God den Heere openlijk aan te roepen, en den armen Christelijke handreiking te doen.”

Guido de Brès slaat op geen ander aambeeld in zijn Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zo wijst hij er in artikel 28 op dat het volgens Gods Woord de plicht is van alle gelovigen om ”zich te voegen tot deze vergadering, het zij op wat plaats dat God ze gesteld heeft.”

Ook voor Johannes Calvijn is het in zijn Catechismus van Genève (1545) geen vraag wat Gods bedoeling is met het vierde gebod. Welke orde moet men op de rustdag bewaren? Zijn antwoord op deze 179 e vraag: ”Dat het volk bijeenkomt om onderwezen te worden in Gods waarheid, om gezamenlijk te bidden en getuigenis te geven van hun geloof en vroomheid.”

Getuigend

Als het daarover gaat, hoor je Wilh. à Brakel in zijn Redelijke Godsdienst (I-25-26) haast zingen. Want duisternis bedekt de aarde, maar in de kerk schijnt het wonderbare licht van Gods Evangelie. En wat is daarom het eerste dat degenen doen die de HEERE vrezen? “Zich naarstig te voegen tot de vergaderingen van het volk Gods, om het Woord te horen en de sacramenten te gebruiken.”

We worden dus geroepen naar Gods Huis. Om daar gezegend te worden. En dié samenkomst is tot een getuigenis dat de vergadering de kerk van Jezus Christus op aarde is, stelt à Brakel. Omdat ze allen één belang hebben en met dezelve willen leven en sterven: ”Zij geven met hun tegenwoordigheid getuigenis, dat zij Jezus belijden als de enige Zaligmaker en als het enige Hoofd van de kerk. Dus vertonen zij zich voor de wereld en voor de vergadering, met welke zij in één Geest psalmen zingen, Gods naam aanroepen, zijn Woord horen, en de zegen, die God over zulke vergaderingen beloofd heeft, met verlangen verwachten.”

Waarom komen we als gemeente samen in een onmisbare, onderlinge en publieke bijeenkomst? Omdat God ons roept naar Zijn Huis. Hij ons dáár wil zegenen. En die onderlinge bijeenkomst tot een getuigenis is. Voor God, voor elkaar en voor de wereld. Maar hoe moet dat als in deze Coronatijd in een nagenoeg lege kerk het Woord wordt verkondigd? Is dát al onze nood?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerkdienst in Coronatijd (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken