Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prof. L.H. van der Meiden over: Waarom is er zo weinig verzekering van het geloof? (vervolg)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Prof. L.H. van der Meiden over: Waarom is er zo weinig verzekering van het geloof? (vervolg)

8 minuten leestijd

Deze keer het vervolgartikel van prof. Van der Meiden over ‘oorzaken van weinig verzekering van het geloof’. Het verscheen op 23 juli 1954 in De Wekker. | ds A.J.T. Ruis

Oorzaken bij Gods kinderen

De Heere heeft dus wijze, lieflijke redenen om aan Zijn kinderen de zekerheid des geloofs te onthouden. Maar er zijn ook oorzaken bij Gods kinderen, waarom zij vaak in twijfelmoedigheid hun weg gaan. Ook daarover schrijft Petrus Immens en wij geven zijn gedachten door, waarbij wij dan onze opmerkingen en aanvullingen geven of die er doorheen vlechten.

(1) Onvoldoende omgang met de Schriften

De eerste oorzaak zoekt hij in het zich niet genoeg oefenen in de kennis van de Schriftwaarheden, waardoor zij geen rechte bevatting hebben van het geloof, van de natuur der geloofsverzekering en van andere waarheden. Daardoor raken zij in slingeringen, in vertwijfelingen. Zij zouden daarvoor bewaard blijven, indien zij vaster gefundeerd waren in de Schrift. Natuurlijk is het kennen van de waarheden der Schrift niet genoeg. Dat beweert Immens ook niet. Maar de weinige Schriftkennis is vaak oorzaak dat oprecht gelovigen op dwaalwegen komen en daardoor in het duister gaan. Zij missen het onderscheidend licht en laten zich vaak verkeerd voorlichten. De Heere werkt door Zijn Woord en Geest. Het Woord is het levende Woord. Doorzoek dat Woord dan biddend, onder aanroepen van de Geest des Heeren.

(2) Gewend raken aan klagen

Een tweede oorzaak is ergens anders te zoeken. Sommigen geven altijd aan het klagen toe; zij doen niet anders en weten nergens anders van; zij worden ook het klagen gewoon. De zegeningen des Heeren, ook voor het geestelijke leven, worden voorbijgezien. Die klagers doen alsof het klagen, dit klagen, tot het wezen van het christendom behoort. Ontneemt men, door het Schriftuurlijk onderwijs hun de éne klacht, spoedig brengen zij andere naar voren. Het klagen is voor hen een ziekte… Dit zijn kinderen van God, die moeten leren met al hun klachten en kwalen te vluchten tot de grote Geneesmeester, Die volkomen kan verlossen en helen.

(3) Geen teer leven

Een derde oorzaak is ook van grote betekenis. Velen van de kinderen des Heeren leven niet teer, niet godvruchtig genoeg. Weinig wordt ook de eenzaamheid gezocht om gemeenschap met God te zoeken en te beoefenen. Heilig vasten en mediteren wordt soms sporadisch beleefd; velen weten er haast niet van te spreken. Het bidvertrek (denk eens aan Daniël) wordt veel te weinig betreden… Door dit alles ontstaat een verwijdering tussen de Heere en de ziel. Om deze oorzaak trekt dan de Heere Zijn licht in. De ziel gaat in het duister, komt in twijfel en klaagt. Maar dat is dan ook heel goed te verklaren…

(4) Onvoldoende waken tegen de wereld

Ten vierde staat het vast - en dat moeten wij in onze tijd ook wel heel goed verstaan - dat er veel hapert bij de ware gelovigen aan het godvruchtig waken tegen de wereld. Veel te weinig wordt er gebeden om wijsheid van boven, opdat men in die wereld recht zal wandelen en in die wereld bevonden worde een lichtend licht en een zoutend zout… Niemand prate nu gemakkelijk over die „wereldgelijkvormigheid”. Wereldgelijkvormigheid is iemand of iets anders stellen in de plaats van God en van Zijn wil. Toetsen wij ons daar maar eens aan; niemand zal dan vrij uitgaan. Wanneer de gelukzaligen zich ernstig aan deze waarheden der Schrift toetsen, kennen zij zich schuldig. Door Gods genade leren zij zich bekommerd kennen over de afwijkingen van de paden der godsvrucht. Zij vragen oprecht: waarin ben ik onderscheiden van de wereld? Waaruit blijkt dat in mij iets anders woont en werkt dan wat in de wereld gevonden wordt? O, zo haastig verdenkt men zijn staat der genade en wandelt men in de duisternis. Maar hier zeggen wij met Immens: Maar kinderen Gods, schaamt u hierover en vernedert u voor de Heere, omdat gij door uw gedrag de wereld niet alleen tot aanstoot zijt, maar ook omdat gij uzelf de zoetigheid en de troost van het christendom beneemt”. De weg om tot zekerheid des geloofs te komen ligt niet buiten de heiligmaking. Vergeten wij dat toch niet…

Laten wij ons allen diep ernstig onderzoeken. Allereerst in betrekking tot de vraag: heb ik kennis aan het leven der heiligen; in de tweede plaats in betrekking tot de vraag: leef ik als een der heiligen?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Prof. L.H. van der Meiden over: Waarom is er zo weinig verzekering van het geloof? (vervolg)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken