Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niemand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niemand

9 minuten leestijd

Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten. (Ezech. 22:30)Dewijl Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem (Jes. 59:16).

Als onze catechismus de Persoon van Christus gaat verklaren, gebeurt dat in een opmerkelijke weg. Er gaat namelijk iets aan vooraf. Eerst wordt plaats gemaakt voor de openbaring van Christus. Dat plaats maken bestaat in een wegnemen van allerlei menselijke steunsels. De eerste zondagen maken de zondaar steeds armer. Het lijkt erop dat er nergens, bij niemand, enige uitkomst te vinden is.

Als dan de nood op het hoogste is, breekt als een jubel de Naam van “onze Heere Jezus Christus” door.

In het Oude Testament zien we deze volgorde in een historische context. Op allerlei plaatsen wordt de nood getekend omdat er niemand is van wie we iets kunnen verwachten. De psalmist roept uit: Er was niemand die mij kende. Niemand zorgde voor mijn ziel. Het staat heel helder in Jesaja 59:16 “Dewijl Hij zag dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich……; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan”. In Zondag 11 vinden we ook dat ontstellende woord “niemand”. Er staat een rijke uitspraak over Jezus, dat Hij Zijn volk zalig maakt van al hun zonden; daarbij echter ook dat bij “niemand” enige zaligheid te zoeken of te vinden is. Dat woord “niemand” is een ontdekkend woord. Het volk onder de oude bedeling heeft het ook telkens weer moeten erkennen. De kennis aangaande Christus was hen nog onbekend.

Zeker kende men ook in die dagen wel profetisch de naderende Heiland, maar het is alles met veel nevelen omgeven.

Onze Catechismus pakt deze verlegenheid op en geeft er uitvoerig aandacht aan. De situatie wordt des te ernstiger omdat dit woord de dreigende ondergang naderbij brengt. Als er geen redder is, is de zaak hopeloos. In onze tekst lezen we daarover: Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten!

In heel het Oude Testament klinkt de vraag door van de Catechismus: Wie is deze Middelaar? Het is de brandende vraag van hen die nergens heil en zaligheid vinden kunnen. Die beseffen dat er niemand is die hen helpen kan, ook zij zelf niet. Ook zij en u en ik vallen onder dat woord: Niemand!

Maar het antwoord is dan ook des te meer verrijkend. Toen de Heere zag dat er niemand was, geen enkele voorbidder, bracht Hem Zijn arm heil aan. Het gaat helemaal van God uit. In die ontzetting klinkt de barmhartigheid van God door. Tegelijk ook zorgt Hij voor Zijn eigen eer. Zijn arm bracht immers Hem heil aan. Hier klinken Messiaanse klanken. Heil en gerechtigheid. Zo doemt hier de Persoon van Christus voor ons op. Tegelijk is er ook sprake van wraak (vers 31). Hij komt zowel ten oordeel als tot voordeel. Wraak over de goddelozen en genade en heil voor de verbrokenen van hart.

Is deze gang ook niet de weg waarin zondaren kennis der zaligheid verkrijgen?

De vraag van de Catechismus is ook hun vraag, voor hen die het woord “niemand” hebben begrepen. Zij leren buiten zichzelf zoeken naar de naderende Borg. Hij nadert ook in hun leven. Zoals het langzaam doorbrekende morgenlicht. Zij kunnen nog zoveel afstand ervaren. Wanneer zult Gij, mijn Bondsgod tot mij komen? Maar besef dan: God Zelf stelt Zijn komst aan de orde.

Dat geeft nu de doorslag. Niet ons zoeken en roepen en begeren van de Zaligmaker, maar wel Zijn uitgaan uit de “ontzetting” van de Heere. Het is dit dat de Heere Zelf vraagt naar Zijn komst. Deze vraag komt echt bij God vandaan. Als het van uw vragen en bekommernis zou afhangen, kwam er niets van terecht. Er is immers van nature niemand die naar God vraagt. Maar als de Heere Zelf de zaligheid in Christus op de agenda zet, komt het goed.

Het dreigende oordeel, waarover Ezechiël sprak, is door Hem weggenomen en gedragen. Zo heeft Hij de eer van Zijn Vader gehandhaafd.

Het gaat er voor u en mij om dat er een weg geopend is tot Christus. Enerzijds een wonder van genade dat de Heere Zelf deze weg geopend heeft. Deze weg tot Hem echter, zoals onze Catechismus deze ook verklaart, is een weg van strijd en minder worden. U herkent dat bij uzelf? U vreest er misschien nooit te zullen komen? Zeker, als Gods gerechtigheid en oordeel dreigt, dan kan de moed ontzinken.

Maar de Heere is getrouw. Laat uw zaligheid aan Hem geheel en al over. Vertrouw alles aan deze drieenige God toe. Besef echter wel dat er buiten Christus niemand is. Dat blijft levenslang de strijd voor hen die tot Hem mogen komen; zij zoeken nog zo vaak hun redding buiten Hem. Maar er is niemand! Dus geen Mozes (de wet) of Abraham (het verbond), maar Hij Die komt in de Naam des Heeren. Ook in 2020.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Niemand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's