Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het gebed in de paardenstal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het gebed in de paardenstal

Verhaal voor kinderen

13 minuten leestijd

Geen biddend leven

Het gaat goed en het gaat niet goed. In de winkel gaat het goed. Maarten Heikoop is steeds weer verbaasd. ‘Vrouw, heb je echt goed geteld? Is er echt zoveel geld in de kassa? Heb je echt zo veel verkocht?’ Ja, het is echt waar. Veel mensen kopen hun groenten en fruit bij Heikoop. Hij is niet arm meer. Nu wordt hij rijk.

Maar… toch gaat het niet goed. Heikoop vergeet de Heere. Steeds meer. Hij leest en bidt wel. Maar niet meer zo graag. De Heere ziet het. Hij weet alle dingen. Hij waarschuwt hem, en zegt:

En wordt niet ijdel, als ’t vermogen

Gedurig aanwast; waakt en let,

Dat gij het hart er nooit op zet;

(Psalm 62: 7)

‘Nee Heere’, zegt Heikoop. Dat zal ik nooit doen. Anderen vinden geld belangrijk, maar ik niet. Maar dat is niet waar. De groenteboer denkt alleen nog maar aan: geld, geld, geld. De Heere waarschuwt hem, maar het helpt niet. Net als bij Petrus. Die zei ook: ‘Nee Heere, dat zal ik nooit doen!’

Inmiddels heeft hij een paard en wagen gekocht. De mooiste die er is. Hij wil het wel aan alle mensen laten zien. Daar gaat hij, door de straten. Klip, klap, klip, klap. De mensen kijken verbaasd. Is dat mooie paard van Heikoop? Nou, die is rijk geworden! Zo’n paard kost heel veel geld. En die wagen dan… Heikoop heeft het schitterend opgepoetst. Het blinkt in de zon. Ook het paard heeft hij goed geborsteld. Hij voelt zich trots. Ja, dit is nu allemaal van hem! Hij denkt: ‘Nu ben ik vast de rijkste groenteboer!’

Maar… in de hoge hemel woont de Heere. Hij ziet alle dingen. Ook Zijn trotse kind. Nu komt de straf. Op een dag staat Heikoop weer in de stal. Maar, wat is dat nou? Is dat nou zijn lieve, mooie paard? Het trapt en schopt met zijn benen. Hij moet oppassen. Anders wordt hij geraakt!

Het dier is helemaal woest geworden! Zelfs op de weg gaat het niet meer goed. Het dier is bang en wil steeds weglopen. Dit kan zo niet meer. Het wordt steeds erger. Zo’n wild paard kan hij niet gebruiken.

Heikoop wordt er verdrietig van. Hij kan nog maar één ding doen. Zijn paard verkopen. Aan een paardenslachter. Dat doet hij. En wat krijgt hij ervoor? Maar een klein beetje geld.

Deze straf is van de Heere. Maar het helpt niet. Heikoop koopt weer een nieuw paard. Hij heeft er goed naar gekeken. Dit paard is gezond en betrouwbaar. Deze wordt niet wild. Zo komt hij thuis. Zo trots als een pauw. Maar wat gebeurt er? Ook dit paard wordt wild. Zo wild! Na enkele weken moet hij het al naar de slager brengen. Weer koopt hij een nieuw paard. De derde. En daarna nog één. De vierde. Maar steeds worden ze wild. Heikoop zucht. Hij snapt er niets van. Dit kost veel geld. Zijn vader en broers zijn ook groente boer. Zij hebben ook paarden. Die blijven steeds rustig en gezond. Maar zijn paarden niet…

Op een dag is hij weer in de stal. Hij denkt: ‘Nu is mijn paard vast niet meer wild.’ Maar… dat heeft hij mis! Hij krijgt een trap. Een harde trap! Van zijn eigen paard. Bom…! Daar ligt hij. Enkele meters verder. In een vieze mesthoop. Hij hapt naar adem, en denkt: ‘Oh, ik had wel dood kunnen zijn…’

Op een andere dag komt een dief. Die neemt zijn mooie paardentuig mee. Net nieuw gekocht. Zijn vader en broers hadden ook een nieuwe. Maar die laat de dief liggen. Alleen die van hem steelt hij. Ook zijn knecht in de winkel wordt een dief. Hij pakt allemaal spulletjes van zijn baas.

Heikoop wordt nu heel arm. Hij heeft zijn elfde paard al verkocht. Nu loopt hij weer met de handkar. Soms roepen de mensen spottend: ‘Nou, Heikoop, jij hebt ook een rijke God. Die laat je eerst met paard en wagen rijden en dan met de handkar sjouwen!’ Maar Heikoop zegt niets terug. Hij loopt stil verder.

De Heere geeft weer een biddend leven

Het is een tijd later. Maarten leeft nu weer dicht bij de Heere. Hij heeft verdriet van zijn zondig leven.

De Heere bestrafte hem. Maar nu zegent de Heere hem. Dat heeft hij niet verdiend. Hij heeft nu weer 365 gulden.

Op een dag gaat hij met het geld naar de paardenmarkt. Maar ach, de paarden zijn veel te duur. Hoe moet het nu?

Dan zegt een man: ‘Ik heb nog wel een paard op stal staan. Die mag je voor 365 gulden hebben. Ik kan het toch niet meer gebruiken. Het heeft zieke benen…’ Maarten doet het. Hij heeft precies genoeg geld bij zich.

Met een kreupel paard komt hij thuis. Vader schudt zijn hoofd.

Nou Maarten, daar begrijp ik helemaal niets van! Je koopt toch geen ziek paard? Straks is hij dood hoor… Dan heb je geen paard meer, en ook geen geld.

Maar Maarten wordt niet boos. Vader, ik begrijp het ook niet. Hoe komt het met dit dier weer goed… Maar ik wil het toch proberen.

Een poosje later staat het paard in de stal. Je kunt wel zien dat het ziek is. Het staat te rillen van de koorts. Maarten giet emmers koud water over zijn achterlijf. Dan heeft het paard het niet meer zo warm. Maar hij weet nog wat… Zalf en verband. Voor de zieke benen.

Kijk eens, wat hij doet? Eerst kruipt Heikoop onder zijn paard. Tussen de voor- en achterbenen knielt hij neer. Dan bidt hij: ‘O Heere, wilt u het middel zegenen? Wilt u het paard beter maken?’

Er gebeurt een wonder. De Heere hoort het gebed. Hij verhoort het ook. Onverdiend. Want wat gebeurt er?

Na een week is het paard weer helemaal beter! Hij kan weer met paard en wagen rijden door de straten van Scheveningen.

Nu niet meer trots. Hij dankt de Heere. Hij heeft dit hem gegeven. Onverdiend.

De Heere Jezus bidt in de hemel

Op een morgen zit hij weer op zijn wagen. Zachtjes zegt hij: ‘O Heere, wat heb ik hier toch veel. Alles wat ik wil hebben. Ik heb een vrouw en kinderen. Ook heb ik een groentezaak naar mijn zin en nu weer dit mooie paard. Wat zal er veel voor nodig zijn om mij los te maken van deze aarde. Ik zit er zo aan vast.’ Maar dan spreekt de Heere in zijn ziel: ‘Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde en spreekt uit de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen’ (Joh. 3: 31). Hij wil zeggen: ‘Mijn kind, één woord is genoeg om je van deze aarde los te maken. Ik, de Heere Jezus, kom van boven, uit de hemel. Ik ben God en niemand meer. De Zaligmaker van zondaren. Dat is veel meer waard dan alles van deze aarde.’ O, wat heeft Maarten Hem lief. De Heere Jezus bidt ook voor hem. In de hemel. Hij vergeet even alles wat hij heeft. Hij denkt niet meer aan al zijn mooie spullen. Daar begint hij te zingen, op zijn wagen:

Wien heb ik nevens U omhoog?

Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog,

Op aarde nevens U toch lusten?

Niets is er, waar ik in kan rusten.

(Psalm 73: 13)

Dit is een gedeelte uit het boek ‘Mijn Verlosser leeft’ wat D.V. in het voorjaar zal verschijnen. Het gaat over het leven en sterven van dominee M. Heikoop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

Criterium | 32 Pagina's

Het gebed in de paardenstal

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

Criterium | 32 Pagina's

PDF Bekijken