Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De ernst van het spel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De ernst van het spel

Het nut van een nutteloze bezigheid

16 minuten leestijd

De titel van dit artikel geeft een paradox aan. Er is een schijnbare tegenstrijdigheid in het spel van kinderen. Het is nutteloos en lijkt geen doel te hebben. En dat is nu juist het doel en de eigenschap van spelen. Doelloosheid; het gaat om het proces en niet om het product. En die doelloosheid schept ruimte en vrijheid waarin het kind maximaal tot leren komt. Dat is het nut van spelen. In dit artikel een beschouwing over de ruimte en grenzen van het kinderspel.

Wat is spelen?

Laten we beginnen met een afbakening: in deze bijdrage over spel en spelen hebben we het voornamelijk over het kinderspel in de (vroege) jeugd als activiteit waardoor het kind zich ontwikkelt. Dit in onderscheid van spelen waarbij lichamelijke oefening en prestatie een doel is of waar er sprake is van competitie. In spel met competitie is er nadrukkelijk een doel, namelijk om te winnen. Bij kinderspel gaat het om de bezigheid zelf. Denk daarbij aan het gezegde: ‘het is niet om de knikkers, maar om het spel’ Orthopedagoog Sieneke Goorhuis, auteur van o.a. het boek ‘Spelenderwijs’ geeft een aantal kenmerken van spel. Spel is plezierig en vreugdevol en heeft geen intrinsieke doeleinden. Spel is spontaan, het wordt bepaald door de deelnemers. Het kan elementen van ‘doen-als-of’ bevatten en is daarmee dus niet letterlijk. Het spel heeft daarmee een eigen realiteit en is vrij van regels die van buitenaf worden opgelegd. Kinderen zijn in hun spel actief betrokken; ze kunnen er helemaal in opgaan. Die betrokkenheid geeft de ernst aan: voor kinderen is spelen een actieve leer erva ring.

Spelen en leren

Toen Hieronymus van Alphen de bekende dichtregels schreef: ‘Mijn spelen is leren, mijn leren is spelen, en waarom zou mij dan het leren vervelen?’ was dat juist bedoeld als een pleidooi voor het schoolse leren om dat als een plezierige bezigheid op te vatten. Latere pedagogen hebben meer oog gehad voor de eigenheid van het kinderspel als noodzakelijke ontwikkelingsactiviteit. Kinderen hebben een omgeving nodig die hen stimuleert in het onderzoeken en experimenteren, in het vragen stellen, in het structureren van hun denken en verbreden van hun inzichten. Hierdoor wordt een basis gelegd voor vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Deze vaardigheden bouwen voort op de spelervaringen van peuters en kleuters.

Als kinderen met blokken spelen, zijn ze aan het tellen, sorteren en op volgorde leggen. Ongemerkt zijn ze aan het voorspellen en evalueren. Dat zijn wiskundige activiteiten. In een fantasiespel waarin kinderen ‘doen alsof’ vertellen kinderen elkaar een verhaal, waardoor ze in verhalen leren denken. Dat is een levensvaardigheid. Praten, vragen stellen, rijmen, zingen en vertellen vormen de basis voor het leren lezen en schrijven. Ontdekkingen doen in de natuur vormen de basis voor natuur. Spel dient dus dat grote doel, terwijl het op het moment zelf een doelloze bezigheid lijkt. Ziedaar de paradox.

Het spel als spiegel

In het ‘doen alsof’ spelen kinderen hun ouders en belangrijke identificatiefiguren na. Kort na de intocht in Jeruzalem, roepen de kinderen op het tempelplein ‘Hosanna, de Zone Davids!’, tot ergernis van de overpriesters en schriftgeleerden. Ze doen daarin de mensenmassa na die ze dit hebben horen roepen. Thuis en op de kleuterschool zien we kinderen de rol spelen van vader en moeder en het bijbehorende gedrag nadoen. Daarin is het spel van kinderen een spiegel voor ons als ouders. Ds. Gerard Meijer schrijft in ‘Portaal des Heeren’ over het belang van de leefwijze van de ouders. Dit heeft grote invloed op de kinderen. Een goed voorbeeld geven is dan ook een eerste vereiste. Waar gaan onze gesprekken over? Welk gedrag zien kinderen van ons? De manier waarop gasten worden ontvangen, hoe bezoekers aan de deur worden te woord gestaan, de toon van het telefoongesprek; het wordt allemaal nagespeeld, zelfs door de dreumes in de box. Geef het jonge kind een oude telefoon en u ziet uw eigen gedrag terug. Hoe confronterend.

Kerkje spelen; dood en begrafenis

Daarmee komen we bij de vraag of het geoorloofd is als kinderen bijvoorbeeld ‘kerkje’ spelen of een begrafenis nadoen. Voor kinderen is dit spel ernst. Ze beleven het echte leven en zijn in hun spel volop aan het leren. Het is daarmee ook een vorm van (emotionele) verwerking. We mogen de heiligheid van God en Zijn instellingen nooit vergeten. Observeer kinderen, en ga waar nodig het gesprek aan om hen te wijzen op, en na te denken over eerbied en heiligheid. Dit gesprek heeft niet primair als doel om het spel te bekritiseren, maar om de verbinding met het echte leven te maken. Verder is het goed voor de deelnemers om hun eigen regels te laten maken en hoeven we als volwassene niet in te grijpen.

Bij jongensspel horen pistolen, pijl en boog en zelfgemaakte ‘zwaarden’ tot de attributen die het spel ‘echt’ maken. Het is beter dat jongens in een bos soldaatje spelen, dan in een online wereld avatars ‘killen’ en doorgaan naar het volgende level. Zolang het spel is, en het niet al te grof wordt, hoeven ouders dit niet te verbieden. In Prediker 11:9 staat: Verblijd u, o jongeling, in uw jeugd, en laat uw hart u vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten en in de aanschouwing uwer ogen; maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen voor het gericht. Dit is het overdenken met kinderen zeker waard.

Bij het verkleden en het aannemen van een rol, moet er onderscheid gemaakt worden tussen kinderspel en toneelspel. Bij het ouder worden, vervaagt die grens en dienen er grenzen gesteld te worden om bij toneel weg te blijven. Het valt buiten het bestek van dit artikel om in te gaan op de argumenten tegen toneel.

‘Oude schrijvers’ over spelen

Oudvaders die geschreven hebben over de opvoeding, hebben voornamelijk gewaarschuwd tegen het gevaar van dobbelspelen en kaartspelen. Dit is echter van een andere orde dan het kinderspel als ontwikkelingsactiviteit. Wittewrongel gaat bladzijden lang in op het gevaar van kansspelen en noemt terloops dat ‘alle spel een eerlijk vermaak tot doel heeft’. Ds. Koelman wijst op het gevaar van de omgang met andere kinderen op straat. Hij doet dat met name om de ouders te wijzen op hun verantwoordelijkheid dat zíj degenen zijn die het kind moeten opvoeden en het goede voorbeeld geven. Ook De Swaef noemt een aantal gevaren, behalve de al genoemde. Gevaarlijke spelen wijst hij af, zoals hoogspringen en zwemmen, want daar komen ongelukken van. In een tijd waarin kinderen geen georganiseerde zwemles kregen, is dat begrijpelijk. Ook wil hij niet dat de kinderen te lang en te veel spelen, waardoor ze hun leren of andere dingen verzuimen. Marnix van St. Aldegonde achtte de zwemkunst juist hoogst noodzakelijk om te leren, maar waarschuwt ook voor roekeloos gedrag en gevaarlijke situaties.

Het spelen op straat is erg afhankelijk van de context waar men woont. Ledeboer leert de kinderen in zijn vragenboekje nazeggen: ‘Mogen de kinderen wel spelen op de straat, of met andere ondeugende kinderen omgaan? Nee, want ofschoon ik evenzo verdorven ben, zou ik daar nog meer kwaad leren.

Wat leren de kinderen op straat? Vloeken en vuile praat spreken.’ Het is goed om deze vragen te wegen naar de intentie. Het kan voorkomen dat men in een wijk woont waar kinderen bijna uitsluitend met kinderen spelen die eenzelfde opvoeding krijgen. We hoeven ons niet beter te voelen en de kinderen op het eigen erf te houden. Het kwaad zit immers in het eigen hart. De vuile praat waar Ledeboer over spreekt, komt tegenwoordig de gezinnen binnen via de diverse schermen die beschikbaar zijn.

Waardering voor spel

De waardering voor spel is een ernstige zaak. In onze maatschappij moet alles nuttig zijn, relevantie hebben, efficiënt en effectief zijn en uiteindelijk een economisch doel dienen. Het bieden van ruimte aan kinderspel kan een gezond tegenwicht zijn in een harde wereld die alles telt maar niet weegt.

Paulus schrijft in 1 Korinthe 13 vers 11: ‘Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind’. Laten we het kinderspel op juiste waarde schatten en bovendien biddend uitzien naar de vervulling van de profetie uit Zacharia 8 ‘En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten’.


Blazen

Laat mij maar kind: het is nog niet te laat

om dingen bij hun naakte naam te noemen.

Ik moet nog luisteren naar het geblaat

van de schapen. Pluizende paardebloemen

blazen; verbazen over vliegend zaad,

en duizenden insecten horen zoemen.

Laat mij maar kind: het is nog niet te laat.

om dingen bij hun naakte naam te noemen.

Ik mag nog handen klappen zonder maat

omhoog kijkend naar de pratenden. Hoe men

verhindert mijn eigen kunnen te roemen

alsof men weet waarover dat men praat.

Laat mij maar kind: het is nog niet te laat.

Karlo Reiziger

Uit: Kristallen, Karlo Reiziger, Den Hertog 2007

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 2020

Criterium | 36 Pagina's

De ernst van het spel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 2020

Criterium | 36 Pagina's

PDF Bekijken