Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bijbelse burgers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bijbelse burgers

22 minuten leestijd

‘Wandel waardig het Evangelie van Christus’, zegt Paulus tegen de Filippenzen (Filippenzen 1 vers 27). Wie let op de grondtaal, ontdekt dat dit alles te maken heeft met burgerschap. En dat heeft weer alles te maken met de opvoeding in het gezin.

Het werkwoord ‘wandelen’ dat Paulus in Filippenzen 1 vers 27 gebruikt, betekent letterlijk: zich als burgers gedragen. Paulus zegt hier dus: Gedraag je als burger passend bij het Evangelie van Christus. In hoofdstuk 3 van zijn brief komt hij hierop terug: ‘Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten’ (Filippenzen 3 vers 20). Weer gebruikt hij hetzelfde Griekse werkwoord. De gelovigen zijn burgers van een hemels Koninkrijk. God is hun Koning en zij zijn Zijn onderdanen. Dit blijkt uit hun levenswandel. Ze leven naar de wetten van deze Koning en hebben God en hun naasten lief. Hun vaderland is de hemel en op aarde zijn ze ambassadeurs van dit Koninkrijk. Over de eerste christenen werd dan ook geschreven: ‘Ze wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen. Ze delen in alles mee als burgers, maar hebben alles te lijden als vreemdelingen. Elk land is hun vaderland en elk land is hun vreemd. Ze trouwen als ieder ander. Ze krijgen kinderen, maar ze leggen hun nageslacht niet te vondeling. Ze delen hun tafel, maar niet hun bed. Ze leven ‘in het vlees’, maar niet ‘naar het vlees’. Ze vertoeven op aarde, maar zijn thuis in de hemel. Ze hebben allen lief, maar worden door allen vervolgd’ (uit de Brief aan Diognetus, 2 e eeuw na Christus). De anonieme schrijver tekent een Bijbels beeld van christenen als burgers van twee werelden: wel in de wereld, niet van de wereld – God liefhebben boven alles en de naasten als jezelf. Met name in de brieven van het Nieuwe Testament wordt dit heel concreet uitgewerkt (zie kader voor voorbeeld).

Opvoeding

Wat betekenen deze Bijbelse uitgangspunten over burgerschap voor de opvoeding? Ouders proberen hun kinderen op te voeden tot goede burgers in deze wereld. Ze leren gedragsregels en dragen normen en waarden over. Tegelijkertijd is er een hoger doel. Ouders die hun kinderen een Bijbelse opvoeding geven, verlangen dat hun kinderen onder Gods zegen niet alleen goede wereldburgers, maar bovenal godzalige hemelburgers zullen zijn.

Dat betekent dat het in de opvoeding niet in de eerste plaats gaat om het aanleren van regels en het doorgeven van normen en waarden, maar dat de opvoeding gericht zal zijn op het hart. Waar hartvernieuwende genade door de Heilige Geest gewerkt wordt, zal er een strijden zijn tegen de zonden en een begeerte tot een godzalige levenswandel, zoals het Doopformulier zo kernachtig onder woorden brengt.

Heilige Doop

De doop ‘vermaant en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, en in een nieuw godzalig leven wandelen’. Burgerschapsvorming in het gezin heeft dus alles te maken met de christelijke en godzalige opvoeding die je bij de Heilige Doop hebt beloofd te zullen geven.

Burgerschapsvorming klinkt al door bij de opvoe dingsopdracht die gegeven wordt bij de instelling van de besnijdenis (Genesis 19): ‘Want Ik heb hem [=Abraham] gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij den weg des HEE- REN houden, om te doen gerechtigheid en gericht’. De kanttekenaren merken bij dit vers op: ‘Dat is, het voorschrift van Gods Woord, ons onderwijzende van al hetgeen dat ons geloof en onze [levens]wandel aangaat. Betekenende al wat goed en recht is, begrepen in de eerste en tweede tafel der wet, tot het private [=persoonlijke] en publieke [=maatschappelijke] leven behorende’.

In het kader van burgerschapsvorming richten de schijnwerpers zich veelal op scholen en het onderwijs, maar burgerschapsvorming is dus allereerst een zaak van ouders en de opvoeding.

Burgerschapsvorming

Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen een bewuste en een onbewuste opvoeding. Onbewust voed je je kinderen op door bijvoorbeeld het voorbeeld dat je geeft. Wie je zelf als ouder of leerkracht bent als burger, heeft dus invloed op je kind. Dat mag opvoeders in de spiegel doen kijken: ‘Ben ik een Bijbelse burger? Wandel ik waardig het Evangelie? Gedraag ik me als burger passend bij Gods Woord? Laat ik met mijn levenswandel zien dat ik God lief heb boven alles en mijn naaste als mezelf?’

Bewust voed je je kinderen op tot goede burgers als je ze bijvoorbeeld sociale vaardigheden bijbrengt of de Tien Geboden met hen leert en behandelt. Burgerschapsvorming doortrekt heel de opvoeding.

Misschien is er een ouder die zegt: ‘Weer een nieuwe taak erbij voor ouders. Ik moet doen aan mediaopvoeding, seksuele opvoeding, financiële opvoeding, godsdienstige opvoeding … en nu ook dit nog!’.

Bijbelse vorming

Laten we het niet ingewikkelder maken dan het is door - zowel in het onderwijs als in het gezin - al deze deelgebieden maar op te stapelen en daarmee in feite te fragmentariseren. Wanneer bij en uit Gods Woord wordt geleefd en een Bijbelse opvoeding wordt gegeven, komen alle thema’s aan de orde. Dan is het wel nodig dat we niet blijven hangen in het lezen van en luisteren naar Bijbelse geschiedenissen in zogenoemde kinderbijbels, maar dat Gods Woord Zelf aan het woord komt. Juist in bijvoorbeeld de Spreuken van Salomo of de brieven van Paulus gaat het over de doorwerking van de boodschap van Gods Woord op alle terreinen van het leven. Burgerschapsvorming begint bij het luisteren naar de Bijbel en het gehoorzamen van Gods Woord. Burgerschapsvorming is Bijbelse vorming.

In gesprekken met kinderen blijkt dat ze vaak wel veel Bijbelse geschiedenissen kennen, maar de lijn naar hun eigen leven maar moeilijk kunnen trekken. Ze beseffen soms nauwelijks dat Gods Woord ook voor vandaag en voor hun persoonlijke leven zeggingskracht heeft en een Richtsnoer is. Juist daarom is enkele jaren geleden de serie ‘Brieven voor jou’ geschreven: een uitleg voor kinderen bij de brieven van Paulus waarin hij steeds zo duidelijk de lijn trekt van de geloofsleer naar het persoonlijke leven. Juist daarom zijn er voor ouders gezinsmomenten om met kinderen stil te staan bij een Bijbelse levenswandel en voor scholen objectlessen (zie kader).

Conclusie

Wanneer voed je je kinderen op tot goede burgers? Als je gehoor geeft aan Gods opvoedingsopdracht die je steeds weer in andere woorden in de Bijbel terug vindt: Maak in Gods Woord hun gang en treden vast (Psalm 119). ‘En gij zult ze [=Gods Woord en wet] je kinderen inscherpen’ (Deuteronomium 6). ‘Leer den jongen de eerste beginselen’ (Spreuken 22). ‘Voed hen op in de lering en vermaning des Heeren’ (Efeze 6). Niet in eigen kracht, maar in afhankelijkheid van de Heere, biddend om Zijn zegen en onderwijs: ‘O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk’.

De Heere roept ons om door geloof en bekering te wandelen waardig het Evangelie. Om ons te gedragen als een goed burger in overeenstemming met Gods Woord. Om God lief te hebben boven alles en onze naasten als onszelf. Om ambassadeurs te zijn van het Koninkrijk der hemelen in het koninkrijk der Nederlanden.

Wat een wonder dat de Heere daarbij de opvoeding gebruiken wil: ‘Geef ons ook Uw genade, dat wij hen in Uw kennis en vreze, gelijk Gij ons bevolen hebt, onderwijzen. Opdat door hun godzaligheid het rijk des satans verstoord worde, en het rijk van Jezus Christus versterkt worde, tot eer van Uw heilige Naam en tot hun eeuwige zaligheid door Jezus Christus’ (gebed na de leer van de Catechismus).


Bijbelmomenten voor gezinnen en objectlessen voor scholen

Om kinderen te helpen de Bijbel te verbinden aan hun eigen leven, worden er op www.bijbelsopvoeden.nl Bijbelmomenten of gezinsmomenten geplaatst voor ouders en objectlessen voor leerkrachten. Deze zijn bedoeld om Gods Woord zo dicht mogelijk aan het hart van kinderen te leggen door niet alleen via de oorpoort bij kinderen binnen te komen (zoals meestal bij Bijbellezen of Bijbelvertellingen gebeurt), maar ook via andere zintuigen. Het is een uitwerking van Deuteronomium 6 vers 8-9 waar staat: ‘Ook zult gij ze [=Gods Woord en wet] tot een teken binden op uw hand; en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. En gij zult ze op de posten van uw huis en aan uw poorten schrijven’. De kanttekenaren schrijven daarbij: ‘Dat is: gij zult alle middelen gebruiken om dezelve in gestadige gedachtenis te houden en uw kinderen dezelve voor ogen te leggen om daarnaar te leven’. Je vindt bijvoorbeeld Bijbelmomenten en objectlessen rond thema’s als: naastenliefde, de geestelijke strijd en wapenrusting, de vrucht van de geest, de geur van Christus verspreiden en dergelijke. Een voorbeeld vind je hieronder.

Gezinsmoment/objectles over naastenliefde: Vriendelijke ogen

Thema: Hoe kijk je naar andere mensen?

Nodig

(Zelfgemaakte) brillen met verschillende kleuren glazen. Heb je die niet, dan kun je ook gekleurd (vlieger)papier gebruiken waar je doorheen kunt kijken.

Binnenkomer

Bespreek een aantal voorbeelden rond het thema: ‘Hoe kijk je naar andere mensen’?

Bijvoorbeeld: Je zit in de kerk. Er komt een man met kapotte kleren en een grote plastic tas naar binnen. Wat denk je als je hem ziet? Hoe kijk je naar deze man? Mag hij naast je zitten?

Een ander voorbeeld: Je bent op het schoolplein. De bezorgdienst komt spullen brengen. De mevrouw ziet er heel anders uit dan de meisjes op het schoolplein. Wat zeg je als je deze vrouw ziet? Hoe kijk je naar haar?

Bijbel erbij

Lees Jakobus 2 vers 1-9 en bespreek dit Bijbelgedeelte met behulp van de volgende vragen:

1. Wat betekent ‘aanneming des persoons’ (vers 1 en 9)? (Dat je kijkt hoe iemand eruit ziet en dat het daarvan afhangt of je aardig doet tegen zo iemand of niet)

2. Welk voorbeeld geeft Jakobus (vers 2-3)? (Stel je voor dat er in de kerk een rijke man met prachtige kleren komt en een arme man met versleten kleren. Als je dan de rijke man een mooi plekje vooraan geeft en de arme man achterin de kerk laat staan of op de grond laat zitten, dan is dat niet goed. Dan laat je wat je doet of zegt, afhangen van hoe die man is)

3. Waarom is het erg als je zo doet (vers 4 en 6a)? (Je eigen verkeerde gedachten bepalen dan hoe je met deze mens omgaat. Je doet de ander dan oneer aan. Dat betekent dat je hem niet met liefde en respect behandelt)

4. Wat is het gevolg als je zo doet (vers 7)? (Mensen tegen wie je onaardig doet omdat ze er anders uitzien, krijgen dan verkeerde gedachten van God en de kerk(mensen). Zij gaan dan lelijk over de Heere en lelijk over kerkmensen praten. Zo’n God willen ze dan niet dienen en bij zulke mensen willen ze dan niet horen. Terwijl de Heere juist wil dat mensen Hem leren kennen en Hem dienen)

5. Hoe wil de Heere dat wij doen tegen mensen die anders zijn (vers 8-9)? (Hij wil dat we onze naasten liefhebben als onszelf. Als we lelijk doen tegen andere mensen, doen we onze naaste tekort en zondigen we tegen God)

Bezig

Maak de les uit het Bijbelgedeelte voor de kinderen concreet met behulp van een aantal (zelfgemaakte) brillen met verschillende kleuren glazen of met behulp van gekleurd papier waar je doorheen kunt kijken.

- Als je lelijke gedachten over iemand hebt, kan de ander dat zien aan je ogen. De lelijke gedachten zijn te vergelijken met donkere glazen waardoor je naar de ander kijkt. Zet maar eens een bril met donkere glazen op. Je merkt dat alles om je heen veel donkerder is.

- Als je goede gedachten over iemand hebt, kan de ander dat ook zien aan je ogen. De goede gedachten zijn te vergelijken met lichte glazen waardoor je naar de ander kijkt. Zet maar eens een bril met gele glazen op. Je merkt dat alles om je heen veel lichter is.

Boodschap: zet een Bijbelse bril op als je naar anderen kijkt: ogen vol liefde (misschien heb je een bril met hartjesglazen (gemaakt) die je hiermee vergelijkt).

Besluiten

Hang de bril met lichte glazen op een duidelijk zichtbare plaats. Schrijf er bij: ‘Kijk door een Bijbelse bril – met vriendelijke ogen’.

Besluit dit Bijbelmoment door te wijzen op de Heere Jezus. Hij keek met vriendelijke ogen naar mensen die in Zijn tijd minachtend aangekeken werden. Dat viel op. Vol verbazing zeiden de mensen: ‘Deze ontvangt de zondaars en eet met hen’ (Lukas 15 vers 2). En ze noemden Hem: ‘Een Vriend van tollenaren en zondaren’ (Lukas 7 vers 34).

De Heere Jezus leert je om met vriendelijke ogen naar andere mensen te kijken. Bid of Hij het je leert, lees in Zijn Woord hoe Hij het wil en doe wat Hij zegt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 2020

Criterium | 36 Pagina's

Bijbelse burgers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 2020

Criterium | 36 Pagina's

PDF Bekijken