Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van De Redactie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van De Redactie

7 minuten leestijd

Het is de bekende opdracht uit Psalm 78 om ‘de loffelijkheden des HEEREN te vertellen, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft’ (…), opdat zij hun hoop op God zouden stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren.’ (vers 4 en 7) Het is deze blijvende opdracht die de redactie ertoe aanspoorde om een themanummer te wijden aan ‘verhalen’.

Verhalen doen ertoe; ze zijn een weergave van werkelijke gebeurtenissen waarin zich een dilemma of keuzemoment voordoet. De verteller neemt de luisteraar mee in dat keuzemoment en plaatst hem of haar denkbeeldig voor dezelfde keuze. ‘Wat zou jij doen in zo’n geval? Verhalen reiken je een spiegel aan en vragen een oefening van het geweten. Daarom is vertellen en voorlezen bij uitstek een gewetensvormende bezigheid. Bijbelse waarden zouden het richtsnoer moeten zijn op het moment van de climax, waar de hoofdpersoon van het verhaal voor een keuze geplaatst wordt. In de veilige setting van het luisteren naar een verhaal kan een gesprek plaatsvinden, terwijl de werkelijke confrontatie nog op afstand is. Dit te beseffen geeft vertellen en voorlezen een extra dimensie. Het maakt dat je als opvoeder de momenten die geschikt zijn om voor te lezen, meer gaat benutten. Dat je bewuster bent van de verhalen die je kiest; Dat je die vertellingen gaat uitbuiten door er een gesprek over te voeren. En dat die gesprekken gaan over de vraag: ‘Wat zou jij doen in zo’n geval?’

Er stond in de Jordaan een monument dat uitnodigde om een verhaal te vertellen. Als uw kinderen vragen ‘Wat zijn u deze stenen?’ (Jozua 4 vers 6) Vertel het dan maar. En vertel dan niet alleen wat die stenen zijn en waarom ze daar staan, maar vertel wat ze voor ú zijn.

For he hath commanded

that what He hath done

be passed in tradition

from father tot son

(Psalter 78)

Vier fasen in de gewetensvorming

In een eerder artikel over ‘Het touw van de tucht’ is ingegaan op gewetensvorming, van vasthouden naar loslaten. Dat artikel is gepubliceerd in juni 2019 en na te lezen via bit.ly/touwtucht. In dat artikel wordt de gewetensvorming beschreven hoe deze zich ontwikkelt in verschillende fasen. Dat zijn er vier en we laten het hier beknopt terugkomen.

Zuigeling en peuter

De eerste fase is die van zuigeling en peuter. In deze fase staan aandacht, hechting en lichamelijke aanraking centraal. Binding aan één of enkele vaste volwassenen is noodzakelijk voor de opvolgende fasen. Het gaat vooral om het ervaren van veiligheid. Niet alleen fysiek, maar in zijn totaliteit. Als het goed is, groeit het kind op in een omgeving die voorspelbaar, duidelijk en veilig is. Er zijn vaste gewoonten; er is rust, reinheid en regelmaat.

Kleuter

De tweede fase is die van kleuter. Kinderen in de leeftijd van vier tot zes jaar hebben doorgaans een scherp gevoel voor wat wel en niet mag. De morele ontwikkeling in deze jaren is bepalend voor later. Het kind krijgt bemoedigingen wanneer het dingen goed doet; het ontvangt straf als het dingen fout doet. Het geven van straf in deze fase heeft een vormend effect. De opvoeder ‘verbreekt’ dan bij wijze van spreken de relatie; althans in de beleving van het kind. En juist dat maant het kind om weer terug te keren naar de opvoeder. Straf dient uit liefde gegeven te worden en hoewel er sprake kan zijn van terechte boosheid, is de opvoeder oprecht bewogen met het kind.

Schoolkind

Als het kind in de leeftijd is van zes tot twaalf jaar, de fase van schoolkind, is er sprake van een toenemend taalbegrip. Bij de kleuter was er een radicaal begrip van goed en fout; wat mag wel en wat mag niet. Nu krijgt het kind meer inzicht in het waarom en de nuance. Waarom dingen goed zijn, is geworteld in Bijbelse waarden. Op de volgende pagina staan er een aantal genoemd. Dat zijn abstracte begrippen die als kenmerk hebben dat ze duurzaam zijn en ruimte en tijd overstijgen. Dat is de kracht van waarden, maar willen ze betekenis krijgen in het leven van een kind, dan moeten deze waarden geplaatst worden in de context van verhalen. In het vervolg van dit artikel wordt uitgelegd hoe dat werkt.

Dit artikel werd u aangeboden door: KOC Visie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

Criterium | 32 Pagina's

Van De Redactie

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

Criterium | 32 Pagina's

PDF Bekijken