Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶ Chris Dols, Joep van Gennip en Lennert Savenije (red.), Dienstbaar onder vuur. Religieuzen en de Tweede Wereldoorlog, Hilversum: Verloren, 2016, 224 p., isbn 978 90 8704 617 0, €22,00.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

¶ Chris Dols, Joep van Gennip en Lennert Savenije (red.), Dienstbaar onder vuur. Religieuzen en de Tweede Wereldoorlog, Hilversum: Verloren, 2016, 224 p., isbn 978 90 8704 617 0, €22,00.

10 minuten leestijd

Er zijn de afgelopen decennia veel geschiedenissen verschenen van religieuze orden en congregaties. Hier zij nog maar eens verwezen naar de uitputtende bibliografie door Joos van Vugt, die tegenwoordig via internet raadpleegbaar is op de website van het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven (www.erfgoedkloosterleven.nl/naslagwerken). Uiteraard besteden de meeste van deze publicaties ook aandacht aan het wel en wee van de betreffende orde of congregatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat dan vooral over de confiscatie van gebouwen, de tijdelijke verspreiding van hun bewoners over andere kloosters of particuliere gebouwen, en incidenteel de vermelding van hulp aan het verzet, aan onderduikers of aan vluchtelingen. De seculiere context – het verloop van de oorlog of de organisatie van het lokale verzet – wordt daar zelden of nooit bij betrokken.

In de hier besproken bundel zoekt Marjet Derks naar mogelijke verklaringen hiervoor (‘Oorlog in habijt. Hulp en verzet door vrouwelijke religieuzen tijdens de Tweede Wereldoorlog – een terreinverkenning’, p. 29-48). Zij signaleert een grote diversiteit aan activiteiten: voedselvoorziening, verpleging, onderdak, beschutting bij bombardementen, troost, continuïteit (in het onderwijs), verzetswerk en hulp bij onderduik. Dat deze betrokkenheid nauwelijks is opgevallen heeft volgens Derks onder meer te maken met de religieuze nederigheid van de vrouwen en het streven naar een snel herstel van het normale en strikte kloosterleven na de oorlog. Zij pleit voor een betere integratie van de oorlogsgeschiedenis van (vrouwelijke) religieuzen in de bredere oorlogsgeschiedenis.

Dit pleidooi wordt niet in alle bijdragen in deze bundel nagevolgd. Verschillende ervan beperken zich voornamelijk tot de wederwaardigheden van orde of congregatie tijdens de oorlog: zo Paul Begheyn (‘De Nederlandse Jezuïeten tijdens de Tweede Wereldoorlog’, p. 77-93), Johan Moris (‘Onze L. Heer is goed met ons geweest. De salvatorianen in België tijdens de Tweede wereldoorlog’, p. 95-113) en Jan Jacobs (‘Een gewelddadige adempauze in ons ministeriewerk. De Nederlandse kapucijnen in de Tweede Wereldoorlog’, p. 115-139). Blijft natuurlijk staan dat deze bijdragen zeer informatief zijn voor het voor de bundel gekozen thema.

Twee bijdragen vestigen de aandacht op de positie van de religieuzen onder de Japanse bezetting van Nederlands Indië: Marie-Antoinette Willemsen onderzoekt de problematische samenstelling van de Missionarissen van het Goddelijk Woord uit Duitse en Nederlandse paters. In Nederland worden Duitse novicen die zijn opgegroeid onder het nationaal-socialisme eerst voor een ‘heropvoeding’ naar het Nederlandse klooster in Teteringen gestuurd. In het Indische missiegebied van deze paters werken Duitsers en Nederlanders samen. De Japanners maken geen onderscheid, maar het levert intern de nodige spanningen op (‘Eén geloof – twee vijandige naties. Duitse en Nederlandse svd-missionarissen vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog’, p. 171-198). Maaike Derksen trekt haar onderwerp breder: zij plaatste de Japanse maatregelen tegen orden en congregaties in de context van de anti-koloniale politiek van de Japanners. Met het archief van het aartsbisdom Jakarta als bron besteedt zij bijzondere aandacht aan de rol van apostolisch vicaris P. Willekens SJ, die zich consequent beroept op zijn functie als vertegenwoordiger van een wereldkerk, en niet van een koloniale macht, en op de door de Japanners beleden vrijheid van godsdienst (‘Onder Japanse bezetting. Nederlandse religieuzen op Java, 1942-1945’, p. 141-169).

Het meest interessant zijn twee bijdragen die de voor- en nageschiedenis van de oorlog behandelen. Jan Brauer herinnert er aan dat vanwege de Duitse Kulturkampf verschillende congregaties zich van-uit Duitsland in het Nederlandse grensgebied hadden gevestigd, met name de Missionarissen van het Goddelijk Woord (zie ook het artikel van Willemsen), de Jezuïeten en enkele vrouwelijke congregaties, waarvan de leden bijna allemaal de Duitse nationaliteit hadden. Na de machtsovername door Hitler trokken bovendien vluchtelingen en Duitse spionnen over de grens. Zowel de Gestapo als de Nederlandse politie waren hier dan ook actief in het grensgebied om anti-Duitse dan wel pro-Duitse geluiden op te vangen. De grenskloosters boden vluchtelingen en illegale grensgangers in besloten bijeenkomsten niet alleen de mogelijkheid om anti-nationaal-socialistische contacten en een compleet Exil-netwerk te onderhouden, maar ook om anti-propaganda te voeren. Een uitgesproken voorbeeld daarvan is dat van de Duitse jezuïet Muckermann, die het breed verspreide anti-naziblad Der Deutsche Weg vanuit Nederland uitgaf (‘Grenskloosters en de naderende Klostersturm. Religieuzen en de eerste confrontaties met de nazi-staat langs de Nederlandse grens tussen 1930 en 1940’, p. 49-76)

Het artikel van Joep van Gennip tenslotte beschrijft hoe maar liefst zestien jezuïeten zich bezig hielden met de geestelijke begeleiding van de minstens 120.000 gevangenen die na de oorlog waren opgepakt op verdenking van pro-Duitse activiteiten. Deze paters boden niet alleen elementaire geestelijke begeleiding – door de overheid beschouwd als een ‘morele heropvoeding’ – maar ondersteunden de gevangenen ook door misstanden in de kampen openlijk aan te klagen, kampregels aan hun laars te lappen, de excommunicatie van nsb-ers te negeren en contacten met de buitenwereld te faciliteren. Vaak werden zij betrokken bij de innerlijke zoektocht van gevangenen, die immers hun hele wereld- en mensbeeld hadden zien instorten. Ook na hun vrijlating werden sommigen weer op weg geholpen met opdrachten aan ‘foute’ kunstenaars en onderwijsbanen voor intellectuelen. De auteur concludeert dat zoveel jezuïeten daar zo actief mee bezig waren, dat hun werk als officieel beleid van de jezuïetenprovincie moet worden beschouwd.

Alle bijdragen bijeengenomen moet de slotsom luiden dat deze bundel, al weer de twaalfde in deze Echo-reeks, in zijn geheel genomen wel degelijk een flinke aanzet geeft voor de door Derks bepleite verbreding van de oorlogsgeschiedenis van de orden en congregaties. –

Dit artikel werd u aangeboden door: Archief en Documentatiecentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

DNK | 85 Pagina's

¶ Chris Dols, Joep van Gennip en Lennert Savenije (red.), Dienstbaar onder vuur. Religieuzen en de Tweede Wereldoorlog, Hilversum: Verloren, 2016, 224 p., isbn 978 90 8704 617 0, €22,00.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

DNK | 85 Pagina's