Bekijk het origineel

Alles anders

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alles anders

13 minuten leestijd

De politie is druk bezig met onderzoek en Ron is bang. Gerben raadt Ron en zijn moeder aan om tijdelijk de stad uit te gaan, omdat het goed mogelijk is dat de dood van de vader van Ron het gevolg is van een afrekening van een crimineel circuit.

Ik wilde alleen zijn. Alleen met al mijn vragen

“Er is maar één adres waar je terecht kunt.” Hij wees naar de sterrenhemel”

Gerben hield zijn woord en belde na twee dagen dat hij een huis voor ons geregeld had in Den Bosch. We konden er zo intrekken. Het was een huis van een zakenrelatie van hem die vaak mensen uit het buitenland moest huisvesten en daarom een gemeubileerde woning had. En zo kwam het dat mijn moeder en ik twee dagen later in een woning in Den Bosch onze intrek namen. Ik had met De Graaf gebeld en hem van ons plan verteld. Hij was er blij mee. Ik gaf hem het adres en vroeg hem wat hij mij steeds gevraagd had. Namelijk of hij wilde bellen als er iets was. Als hij iets meer wist. Hij beloofde het. Ik was opgelucht dat we in den Bosch op een plek konden wonen waar niemand ons kende. Het was een ruim huis met een voor- en achtertuin. Dat waren we niet gewend. Ik had altijd in een appartementengebouw gewoond en als het even kon, was ik in de tuin te vinden. Eigenlijk was het daar te koud voor, maar ik wilde alleen zijn. Alleen met al mijn vragen.

Doordat mijn gedachten alsmaar ronddraaiden, vergat ik soms dat mijn moeder mij nodig had. Als ik dat besefte, voelde ik mij schuldig. Dan probeerde ik haar aandacht te geven, maar voor mijn idee hadden we alles tegen elkaar gezegd. Alles wat er rond mijn vader te zeggen was. We leefden in een voortdurende onzekerheid. Hoever zou de politie met het onderzoek zijn? Mijn moeder maakte zich zorgen over mij. Ik kon mij niet meer zo goed concentreren en besloot voorlopig met mijn studie te stoppen. Het leek me ook niet zo handig om elke dag van Den Bosch naar Utrecht te rijden.

Op een middag heb ik een lang gesprek met mijn moeder gehad. We hebben al onze twijfels met elkaar gedeeld. Ik vertelde haar ook van mijn angst. Er waren rond het overlijden van mijn vader zoveel onzekerheden die mij bang maakten. Ze zei dat ik naar de hulpverlening moest. Ik gaf aan dat wel te willen als zij zichzelf ook daarvoor op zou geven. Want ik zag dat zij ook magerder werd en de donkere kringen onder haar ogen gingen niet weg. Gerben kwam vaak bij ons op bezoek, maar kon verder ook niets doen dan alleen ons bemoedigend toespreken en er voor ons zijn. Ik merkte dat zijn aanwezigheid mijn moeder goed deed. Als ik aan Gerben dacht, was ik bang voor mijn gevoel. Ik kwam meer en meer tot de ontdekking dat ik graag zo’n vader had gehad zoals Gerben was. Een rustige man die deed wat hij zei. En er was als je hem nodig had. Het leek wel of hij daar speciale voelhoorns voor had. Maar het zorgde er ook voor dat het leek of ik mijn vader bedroog.

Ik ging in therapie en kreeg een vrouw van midden dertig aangewezen als behandelaar. Carla heet ze. Ik vertelde haar wat ik kwijt wilde. Ook tegenover haar voelde het als verraad als ik over mijn vader sprak. Was hij dan niet degene die ons een fijne tijd gegeven had? Hij was weliswaar vaak weg geweest, maar hij was er ook heel vaak wel. Ik werd heen en weer geslingerd tussen boosheid en verdriet. Soms won de boosheid en dan had ik het gevoel dat ik iets kapot moest maken. Mijn moeder moest het dan meer dan eens ontgelden. Ik wilde dat niet, maar was niet tegen het gevoel opgewassen. Woede, machteloze woede voelde ik dan. Maar later won het verdriet het weer. Dan kon ik zomaar beginnen te huilen en kon ik niet meer stoppen. Ik voelde me dan zo grenzeloos eenzaam en ongelukkig! Op een van die momenten was Gerben net binnen gekomen en zag mij in de tuin op de tuinbank zitten. Hij was naast mij komen zitten en had alleen zijn arm om mijn schouder gelegd. Hij zei niets en bleef zo zitten. Ik was er blij om dat hij niets zei. Dit gebaar was genoeg. Ik wist dat hij mij wilde helpen. Maar hij kon niets doen. Het verdriet was er nu eenmaal.

Het werd voorjaar en op een, voor de tijd van het jaar, warme avond zat ik weer op de tuinbank in de achtertuin. Toen kwam Gerben vanuit de keuken de tuin in. Ik had hem niet horen komen en dacht dat alleen mijn moeder er was. Maar ineens was hij er en ging naast me op het puntje de bank zitten. Ik zei niets want mijn keel voelde alsof hij dicht zat.

“Verdriet went niet, hè?”

Ik schudde mijn hoofd en keek van hem weg. Hij hoefde mijn tranen niet te zien. Ik weet dat ook mannen mogen huilen, maar toch leek het zwak.

“Hoe gaat het met je therapie, Ron?” Zijn stem klonk vriendelijk en hij praatte zacht.

“Langzaam,” zei ik.

“Maar wat verwacht je er van?” Hij ging tegen de rugleuning zitten. “Ze kunnen het verdriet niet wegvegen. Er is maar één adres waar je terecht kunt.”

Hij wees naar de sterrenhemel.

“Daarboven zit God, die alle mensen ziet. Ook ons hier op deze bank. Jou met je verdriet. Hij weet ook van je vragen en je boosheid.”

Hij zweeg en ging toen bedachtzaam verder.

“Wij begrijpen God niet. Maar probeer te bedenken dat de Heere het niet verkeerd doet. Dat Hij beter weet wat goed voor ons is dan wijzelf.”

Ik moest aan Jolanda denken. Had zij ook niet zoiets gezegd?

“Gerben, ik vind het zo lastig allemaal.” Ik zuchtte. “In de Bijbel staat dat we moeten bidden: ‘Uw wil geschiedde,’ maar dat vind ik zo moeilijk.”

“Dat vindt iedereen. We willen zelf de regie over ons leven hebben. Zelfbestuur, dat zit ons in het bloed. Maar God leert ons dat we de dingen uit onze handen moeten geven in Zijn handen.”

“Soms ben ik boos op God, omdat ons dit overkomt.”

“Ik begrijp het.”

“En zeker als ik naar mijn moeder kijk. Vroeger hadden we het goed samen. Ook als mijn vader er niet was, was het goed. Nu zijn we ook samen, maar het lijkt alsof er iets tussen ons kapot gegaan is. Vaak mopper ik op haar, terwijl ik dat helemaal niet wil. Dan voel ik mij zo ellendig omdat ik haar daar weer verdriet mee doe.”

“Heb je dat ook weleens tegen haar gezegd?”

“Dat kan ik niet.”

“Toch denk ik dat je het wel moet doen. Vertel haar alles. Ook je gedachten. Ook de dingen die je moeilijk vindt. Jullie zijn op elkaar aangewezen en openheid zal jullie alleen maar dichter bij elkaar brengen.”

“Hoe weet je dit allemaal, Gerben?” Hij was toch een zakenman en geen hulpverlener?

Gerben staarde voor zich uit en ik zag dat hij dit een lastige vraag vond. Hij ging verzitten en streek met zijn hand door zijn haar. Toen keek hij mij aan en zuchtte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2019

Daniel | 32 Pagina's

Alles anders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2019

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken