Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven in een INGEWIKKELDE wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leven in een INGEWIKKELDE wereld

15 minuten leestijd

“Terwijl ik op maandagmorgen mijn vertrouwde studeerkamer weer in stap, gaan mijn gedachten uit naar de jongeren. Dan denk ik aan een catechisant, die vanmorgen weer moet werken op een plek waar Skyradio gedraaid wordt. Of een andere jongere die haar plekje in de collegebanken weer inneemt. Ik heb met hen te doen.” Dominee Labee vertelt over het staan in de wereld “die ingewikkeld is geworden”. Niet zonder dat hij wijst op de Heere Jezus. “Zoek Hem te kennen, dan kun je staande blijven!”

U schreef het boekje Leven in twee werelden. Jongeren leven in twee werelden. Kunt u daar iets over zeggen?

“De wereld is ingewikkeld geworden. Ik ben daar heel bezorgd over. Ik merk dat onze jongeren een plekje hebben in een wereld die steeds meer antichristelijk is. De maandag is voor jongeren vaak zo radicaal anders dan de zondag. Dat is heel aangrijpend. Ik heb met onze jongeren te doen. Dan denk ik wel eens: hoe houden jullie het vol? Dat maakt dat ik mijn knieën buig en vraag: ‘Heere, bewaar hen als ze midden in de wereld staan’. Als ik maandagmorgen mijn studeerkamer inga, voelt dat zo veilig tussen die boeken. Dan mag ik in stilte mediteren en uitzien naar de zondag. Als dominee zien, horen en weten we veel minder dan jongeren.”

Herkent u het uit uw eigen leven hoe het is om te leven in twee werelden?

“Toen ik jong was, kwam ik bij kinderen van God, die heel eenvoudig leefden. Als mijn opa vertelde over zijn leven dicht met de Heere, kreeg ik heimwee in mijn hart om ook zo’n leven te mogen hebben. Dat verlangen naar zo’n leven heeft mij voor veel zonden bewaard. In het gezin waar ik uit kom, leefde heel sterk de gedachte: je bent op reis naar de eeuwigheid. Dat stempelt je leven. Ik ben bang dat we dat besef steeds meer kwijtraken. We hebben het veel te goed met ons allen. We zijn comfortchristenen geworden. Welvaart is per definitie een groot kwaad voor Gods Kerk. Het is nodig dat onze jongeren voelen: deze wereld met al zijn begeerlijkheden gaat voorbij en ik moet voor God verschijnen. Onze adoptiedochter ging samen met andere jongeren uit de gemeente op werkvakantie in Roemenië. Ze ontvingen een brief van de plaatselijke dominee. Hij schreef dat hij er zo naar uitkeek om echte christenen te ontmoeten. Het was heel confronterend om te horen welke verwachtingen deze dominee van onze jongeren had. We gaan wel trouw naar de kerk en we zijn ook nog actief voor anderen, maar zijn we wel echt bezig met de vraag: hoe krijg ik een genadig God? Leeft dat wel in onze gezinnen?”

Er zijn nu ook jongeren die op zoek zijn naar voorbeeldfiguren. Wat zou u tegen hen willen zeggen?

“Kom naar plaatsen waar je over deze dingen kunt horen. Denk hierbij aan preekbesprekingen. Daar mogen persoonlijke vragen gesteld worden aan kerkenraadsleden. Dan hoor je als jongere prachtige dingen. Ouders mogen ook best wat meer inspanning leveren om jongeren op die plekken te krijgen.

Ik denk dat er veel ouderen zijn die in hun gebeden met onze kinderen bezig zijn, maar waarvan je heel weinig hoort. Sommige ouderen zijn ook benauwd om iets te vertellen. Laten we de ouderen er ook maar op aanspreken: ‘Men hoort der vromen tent weergalmen…’ Als jongeren het van ons niet horen, dan zoeken ze voorbeeldfiguren in hun eigen leefwereld. Daarom vraagt het van ons allemaal wat inspanning. En laten we veel smeken om het werk van Gods Heilige Geest.”

Iedereen leeft in twee werelden. Hoe kunnen we als christenen elkaar daarin steunen?

“Ik denk wel eens: de dijken die we altijd nog een beetje opgetrokken hadden tegen de boze wereld buiten, zijn doorgebroken. Net als Daniel wordt je steeds meer een eenling. Het heeft me zelf heel erg geraakt dat er een héle groep naar Babel is weggevoerd en dat we lezen over maar vier jongens. Al die andere jongens zijn meegegaan in de verleidingen van Babel. Ook in onze tijd en in onze gezinnen zie je het oppervlakkige leven alsof er geen einde aan komt. We moeten elkaar daar op aanspreken. Daniel zei: men geve ons van het gezaaide te eten en water te drinken. Hij maakte als gijzelaar met dit plan geen schijn van kans. Maar God zorgde voor Daniel. Als je het nu durft te wagen met de Heere om andere keuzes te maken, dan heb je het beste leven dat er is.”

In het leven in twee werelden komt de oproep tot ons om te laten zien dat we christen zijn. ‘Verkondig het Evangelie, desnoods met woorden’ zo sprak Franciscus van Assisi. Wat vindt u van zo’n uitspraak?

“Dit is aan de ene kant waar. Petrus roept ook de vrouwen op, om door hun wandel hun mannen voor Christus te winnen. Maar er staat ook in de Bijbel: het geloof is uit het gehoor. Daarom mag het aanspreken vanuit de liefde van het hart, in bewogenheid met de naaste, niet ontbreken. Ik denk aan het voorbeeld van een moeder die op een doopzitting vertelde dat een van haar oudere kinderen aan haar vroeg: ‘Mama, bent u bekeerd?’ Die moeder is toen met haar kind voor de bank op haar knieën gegaan en heeft gesmeekt met haar kind om genade voor een onbekeerde moeder.”

Hoe kunnen we het gesprek aangaan met anderen die zeggen: ‘Ik vind het prima dat jij gelooft, maar val mij er niet mee lastig’?

“Dat is heel moeilijk. Het mooiste is als mensen uiteindelijk toch zelf vragen gaan stellen, als ze onze handel en wandel als christenen zien. Een gesprek kan soms anders lopen dan we denken. Ik sta zelf al jaren op Koningsdag op de markt met de evangelisatiekar. Dan proef je de weerstand. Dan denk ik wel eens: wat is de preekstoel toch een veilig plekje. Ze kunnen daar weleens lelijk naar je kijken, maar meer ook niet. Vorig jaar sprak ik een jongeman aan: ‘Bent u koningsgezind?’ ‘Ja natuurlijk’, zei hij. Ik zei: ‘Kent u ook die andere Koning?’ Hij begon spontaan te huilen. Hij zei: ‘Gisteravond laat heb ik me digitaal uitgeschreven uit de PKN. Vannacht heb ik daardoor geen rustige nacht gehad. En nu bent u de eerste die ik weer spreek en u begint over God.’ Mijn hart sprong op. De Heere heeft daar Zijn bedoeling mee gehad.”

Als ware christen weet je dat het leven hier op aarde niet altijd doorgaat en verlang je naar het eeuwige leven. Hoe is dit bij u? Zorgt dit perspectief ervoor dat u uw pinnen niet vastzet op de aarde?

“Je moet tot je schaamte vaak zeggen dat je zelfs ook als dominee altijd aan het rekenen bent en je pinnen best diep in de aarde zet. Maar gelukkig mag het ook wel eens anders zijn. Ik heb kortgeleden een zus verloren, dat was heel ingrijpend. Ik kwam een keer bij haar en toen zei ze: ‘Je was me altijd voor. Je bent negen maanden ouder en de Heere kwam eerder in je leven. Maar nu mag ik je voorgaan in de eeuwige heerlijkheid’. Dat zei ze met zoveel eenvoud en stelligheid. Dan hoor je het verlangen en dat vond weerklank in mijn hart. Niet zo lang geleden heb ik gepreekt over de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het heeft me diep ontroerd hoe je van artikel tot artikel het heimwee naar het eeuwige leven proeft. Dan komt de Heere zo dichtbij en kan het heimwee wel eens heel groot zijn.

Ik kwam na zo’n preek een keer in de consistorie en toen zei een ouderling: ‘Het bezet me zo vaak: Heere, wanneer komt die dag? Maar dan kom ik thuis en zie ik vrouw, kinderen en nageslacht: en dan zeg ik: toch nog maar niet Heere, want ik heb nog een taak’. Dat is het dubbele, hé?

Het is niet zoals sommige mensen zeggen, dat het aardse leven er niet meer toe doet. De oude dominee P. Blok kon soms zo bemoedigend zeggen: ‘Ga maar door zo, jongen’. Zelf kroop hij tot kort voor zijn dood telkens weer zijn bed uit, om verder te gaan met het schrijven van zijn boek. Zo lang een christen op aarde is, moet hij in alle gebrek en tekort de raad van God uitdienen.”

“Heere, bewaar ze als ze midden in de wereld staan”

“Wat is de preekstoel toch een veilig plekje!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2019

Daniel | 32 Pagina's

Leven in een INGEWIKKELDE wereld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2019

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken