Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Perpetua En Felicitas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Perpetua En Felicitas

4 minuten leestijd

Vastberaden kijkt Perpetua haar oude vader aan. “Ziet u daar die vaas staan?” Perpetua’s vader kijkt in de richting van de vaas. “Die zie ik staan.” “Dat is én blijft een vaas. Hij wordt niets anders. Zo ben én blijf ik een christen.” Woedend vliegt Perpetua’s vader op haar af. Hij schudt haar door elkaar. Dan verlaat hij de kamer waar zijn dochter is. Voor de deur van het huis staan bewakers. Perpetua mag er niet uit. Ze is gevangen in haar eigen huis.

Een aantal jaren hebben de christenen in het Romeinse Rijk rust gehad, maar onder regering van keizer Septinus Severus komt aan die rust een einde. Als je christen bent, mag je dat blijven. Maar een nieuwe wet verbiedt de mensen om zich tot het christendom of tot het jodendom te bekeren.

In de grote Noord-Afrikaanse stad Carthago stoort een groepje jonge mensen zich niet aan deze wet. Zij volgen in het jaar 203 lessen in de christelijke leer omdat ze gedoopt willen worden. Twee van hen zijn vrouwen: Perpetua en Felicitas.

Perpetua is nog maar tweeëntwintig jaar oud. Ze komt uit een rijke familie en is getrouwd met een man van hoge komaf. Samen hebben ze een zoontje. Het is nog zo klein dat Perpetua het zelf voedt. Ook Felicitas, de slavin van Perpetua, is nog jong. Zij is in verwachting. Een paar dagen nadat Perpetua’s vader bij haar is geweest, brengen soldaten Perpetua en Felicitas naar de gevangenis. Perpetua beschrijft de verschrikkingen die hun daar wachten: ”Pijnlijke dagen! Walgelijke hitte van een opeengepakte mensenmassa! Ruwheid der soldaten! Maar bovenal die angsten om mijn kind!”

Toch verloochent Perpetua de Heere Jezus niet. Na een paar dagen mag Perpetua haar zoontje bij zich in de gevangenis houden. In de gevangenis krijgt Perpetua een droom. Ze begrijpt daaruit dat haar en de anderen de marteldood te wachten staat.

Opnieuw komt Perpetua’s vader in de gevangenis op bezoek. Hij heeft gehoord dat zijn dochter verhoord zal worden. Hij wil nog een laatste poging doen om haar uit de gevangenis te halen. “Kind”, zegt hij. “Heb toch medelijden met mijn grijze haren! Heb ik niet altijd goed voor je gezorgd? Ben je niet altijd mijn lievelingskind geweest? Denk toch aan je broers, aan je moeder en aan je zoon. Stort je familie niet in het ongeluk.” Ondertussen kust hij Perpetua’s handen. Ook valt hij voor haar voeten neer. Perpetua vindt het heel erg om het verdriet van haar vader te zien. Ze probeert hem te troosten. “Wat er ook zal gebeuren met ons, het is de wil van God.”

De andere dag worden Perpetua, Felicitas en andere christenen uit de gevangenis gehaald. Ze moeten voor de Romeinse ambtenaar Hilarianus verschijnen. Veel mensen uit de stad komen kijken. Ook Perpetua’s vader komt. Hilarianus probeert ook Perpetua over te halen haar geloof op te geven. “Denk toch om de grijze haren van je vader en om je jonge kindje. Breng een offer tot heil van de keizer.” “Ik offer niet”, antwoordt Perpetua. “Ben je een christin?”, vraagt Hilarianus. “Ja, ik ben een christin”, antwoordt Perpetua. Dan geeft Hiliarianus het op. Hij leest de straffen voor. Alle christenen zullen door de wilde dieren worden gedood.

Drie dagen voordat de christenen in de arena zullen sterven, krijgt Felicitas een baby. Ze laat haar dochtertje naar een christelijke vrouw brengen. Die zal voor haar kindje zorgen.

Dan breekt de dag aan dat Perpetua, Felicitas en de andere veroordeelden zullen worden gedood. Zingend komt Perpetua de arena binnen. Als de christenen langs Hiliarianus lopen, wijzen ze naar hem. “U straft ons, maar God zal u straffen.”

Perpetua en Felicitas worden in netten gewikkeld. Dan laten de soldaten een dolle stier op de twee jonge vrouwen los. Het beest verwondt ze hevig. Tenslotte steekt een soldaat hen dood.

Het lijden van Perpetua en Felicitas is voorbij. Ook zij zijn trouw aan hun Zaligmaker gebleven.

Uit: De kerkgeschiedenis in 100 verhalen, deel 1. Geschreven door Gisette van Dalen. Uitgegeven door uitgeverij De Banier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 31 October 2019

Daniel | 32 Pagina's

Perpetua En Felicitas

Bekijk de hele uitgave van Thursday 31 October 2019

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken