Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven OF dood?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leven OF dood?

17 minuten leestijd

Dit interview bestaat uit twee delen: een interview met verpleeghuisarts en forensisch arts Leen Los en een interview met verpleegkundige Else van Hartingsveldt. Zij beantwoorden vragen over leven en dood, abortus en euthanasie die jullie via Instagram hebben ingestuurd. Staat jouw vraag erbij?

DEEL 1: LEEN LOS

Bloedprikken bij een jongere die onder invloed is van drugs of teveel alcohol. Het vaststellen van de doodsoorzaak bij mensen die zijn omgekomen door een niet natuurlijke dood. Lijkschouwing doen bij iemand die is omgekomen door een verkeersongeval. Het hechten van een wond bij een vrouw met dementie in het verpleeghuis. Een greep uit de werkzaamheden van verpleeghuisarts en forensisch arts Leen Los (46). Wat doet het met je als je de dood bijna wekelijks onder ogen ziet?

Hoe ervaart u uw werk, als u met zulke heftige situaties te maken heeft?

“Als ik er niet tegen kon, dan was ik al gestopt. Een roeping vind ik een groot woord, maar dit werk is wel iets dat op mijn pad is gekomen. Situaties die mij het meest bijblijven zijn de keren dat ik met jongeren te maken heb of leeftijdsgenoten. Dan ervaar ik weer: dit heeft mij echt wat te zeggen. Heftig vind ik vooral de nachtdiensten die ik eens per maand heb. Tijdens deze nachten zie ik hoe leeg het leven voor veel jongeren is. Er zijn zoveel jonge mensen die dan over de straat gaan en zwaar onder invloed zijn. Dat is heftig om te zien.”

Wat doet het met u dat u zo vaak met de dood te maken heeft?

“Ik heb wekelijks met de dood te maken. Op het moment dat ik bezig ben met mijn werk, kan ik het rustig bekijken. Als ik terugrijd uit mijn werk, denk ik erover na. Ik denk bijna elke dag aan mijn eigen sterven. Ik moet weten of ik voorbereid ben op de eeuwigheid, want die kan er zomaar zijn. Ik mag zeggen dat er in mijn leven een wonder is gebeurd. Dat is niet van mijzelf, maar van God.”

Wat drijft u om dit werk te doen? Het is toch veel mooier om mensen beter te maken en hun pijn te verzachten?

“Het was vooral de spanning in het werk die mij dreef en de afwisseling in het werk trok me aan. Daarnaast mag ik bezig zijn voor justitie om dingen op te sporen. Leuke dingen maak ik in mijn werk als forensisch arts niet mee. Daarom is de afwisseling met het werk in het verpleeghuis zo fijn.”

Welke moeilijkheden ervaart u in uw werk als forensisch arts?

“Regelmatig hoor ik mensen zeggen: ‘Dat was een mooie dood. Het is maar beter zo’. Ook heb ik te maken met mensen die overleden zijn door euthanasie. Het gaat dan over een keus waar ik niet achter kan staan. Het is zo anders om te mogen weten dat God alles heeft bepaald, dat Hij aan het begin en het einde van ons leven staat. Ik kan daar tijdens mijn werk niet altijd iets over delen. Collega’s weten wel hoe ik hierover denk en dat respecteren ze.”

Hoe heeft uw christen-zijn een plaats in uw werk?

“Iedereen moet als christen het werk doen dat op zijn of haar pad komt en dat zo goed mogelijk. Denk eens na hoeveel je uitstraalt van de liefde van Christus. Dan maakt het niet uit of je voor de klas staat, buschauffeur bent of arts. Als ik bij jongeren ben en bloed moet prikken, omdat ze teveel drugs hebben gebruikt, dan

raakt me dat. Vroeger dacht ik: ‘eigen schuld’. Nu probeer ik een praatje te maken en te vragen hoe het gaat. Soms is er dan ruimte voor een goed gesprek.”

Daarnaast heeft u te maken met oude mensen in het verpleeghuis. Wat leert u van hen?

“Er is zoveel wat er op je afkomt als je oud wordt. Als je dan nog bekeerd moet worden? De geestelijk verzorger in het verpleeghuis zegt altijd: ‘Het kan nog, maar het is beter als het al gebeurd is’. Het is zo belangrijk om God nú te zoeken. Je weet niet wanneer het moment van sterven komt in jouw leven.”

Wat is uw boodschap voor ons, jongeren?

“Stel jezelf de vraag: ben ik voorbereid als het eeuwigheid wordt? De één krijgt drie jaar voorbereidingstijd, de ander honderd jaar. Zoek naar zekerheid. Dat kan een worsteling zijn, dat weet ik uit mijn persoonlijk leven. Blijf God zoeken. Als je God zoekt, omdat je Hem niet kan missen, dan zal Hij je antwoorden. Zou je willen stoppen met zoeken? Nee? Dan zul je ook op Zijn tijd zekerheid krijgen. De zegen van God heb je nodig op Zijn Woord en op de dingen die om je heen gebeuren, anders zal het geen kracht doen. Ook in mijn werk is dat zo. De voortdurende confrontatie met de dood kan mij ook afstompen, maar God heeft Zijn zegen gegeven en dan doet het kracht. Hierdoor besef ik dagelijks de kortheid van het leven en krijg ik het besef dat ik bereid moet zijn.”


DEEL 2: ELSE VAN HARTINGSVELDT

Else van Hartingsveldt (22) werkt als verpleegkundige op de verloskunde- en kraamafdeling in het LUMC. Wekelijks wordt ze geconfronteerd met zwangerschappen die afgebroken worden. “Ik hield ooit een kindje van zestien weken vast. Alles zat erop en eraan. De reactie van een collega was: ‘Ja, echt mooi, dat dit nu gewoon een kindje kan worden, dit is nog helemaal niets’.” Open en eerlijk vertelt Else over de worstelingen die dit met zich meebrengt. Hoe kan zij als christen in zo’n omgeving werken?

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat 28.000 vrouwen per jaar een abortus ondergaan. Tot de vierentwintigste week van de zwangerschap is het legaal om abortus uit te voeren. De redenen kunnen heel verschillend zijn, zoals bijvoorbeeld financiële problemen of een tienerzwangerschap. “In het ziekenhuis zien we hele andere redenen. Het kindje heeft bijvoorbeeld een ziekte of afwijking of er is sprake van een meerling.”

Hoe ging je in je studie om met abortus en euthanasie?

“Vanaf het begin moet je eerlijk en open zijn. Dat maakt het niet minder moeilijk. Ik raakte ooit in gesprek met een pastoraal werker die me vroeg: ‘Waarom mag euthanasie van mijn God wel en van jouw God niet? We zijn allemaal christelijk en God heeft deze middelen gegeven’. Heel vaak ervaar je weerstand, ook als je open en eerlijk bent. Het enige wat je kan doen, is bidden of God je wil helpen om je grenzen te bewaren. Dat doet Hij dan ook echt!”

Hoe ga jij op je werk om met abortus?

“Tijdens mijn sollicitatiegesprek heb ik aangegeven dat ik niet mee wil werken aan zwangerschapsafbrekingen. Hier werd positief op gereageerd, terwijl ik in andere ziekenhuizen afgewezen werd. In principe verzorg ik geen patiënten die abortus laten plegen. Toch zijn er ook momenten dat ik hen moet verzorgen, als er geen ander personeel is. Wat ik doe, zijn de normale handelingen die ik ook bij een bevalling moet doen. Soms verzorg ik een patiënte die op de dag van verzorging de abortus uit heeft laten voeren. Ik vind het erg moeilijk als ik zie dat de vrouw verdrietig is of als ik het kindje zie.”

Voel je jezelf verantwoordelijk voor al die abortussen die gepleegd worden?

“Toen ik nog maar net werkte, trok ik het mezelf heel erg aan en voelde ik me schuldig en verantwoordelijk, ook al werk ik er niet aan mee. Ik moet helaas ook zeggen dat het tegenwoordig niet altijd meer zo voelt, omdat het soms wel drie keer per dag gebeurt. Enerzijds raak je eraan gewend en anderzijds ook niet. Als ik me er bewust van ben, doet het nog steeds pijn.”

Jouw keuzes zullen vast reacties oproepen bij collega’s?

“De reacties zijn wisselend. Soms vol respect, soms met verontwaardiging. Het maakt het lastig als er christelijke collega’s zijn die er wel aan meewerken, waardoor er soms verwarring ontstaat: waarom zij wel en jij niet? Ik wil niet meewerken aan abortus, omdat ik geloof dat wij niet over het leven beslissen. God schept mensen op een wonderlijke manier, zoals je leest in Psalm 139. Mogen mensen beslissen om dat leven te beëindigen? Daar kan ik niet achter staan.”

Wat betekent abortus voor de meeste collega’s van je?

“Voor collega’s is het kindje in de buik nog geen kindje, maar iets dat kan uitgroeien tot mens. Ik hield ooit een kindje van zestien weken vast. Alles zat erop en eraan. De reactie van een collega was: ‘Ja, echt mooi, dat dit nu gewoon een kindje kan worden, dit is nog helemaal niets’. Ik was zo verbaasd, dit is nog helemaal niets? Dat zijn echt moeilijke momenten. Vaak zien collega’s abortus als het helpen van de medemens. Zo kunnen en mogen wij er niet naar kijken.”

Christen zijn op deze afdeling lijkt me echt heel moeilijk. Hoe ga je daar mee om?

“Het is echt moeilijk om staande te blijven en vast te houden aan de christelijke normen en waarden. Er gebeurt zoveel op een verloskunde-kraamafdeling. De verleiding is groot om toe te geven, zodat je niet apart staat. Tegelijkertijd moet ik ooit verantwoording afleggen aan God, ook voor het christen zijn in mijn werk. Af en toe komen er collega’s of patiënten met vragen over het christelijk geloof. Vaak begrijpen ze het niet en worden ze grof of oneerbiedig, maar toch probeer ik in alle vriendelijkheid uit te leggen hoe ik als christen denk over het leven.”

“Heb jij deze week nog aan je eigen sterven gedacht?”

“Het enige wat je kan doen, is bidden of God je wil helpen om je grenzen te bewaren. Dat doet Hij dan ook echt.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2019

Daniel | 32 Pagina's

Leven OF dood?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2019

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken