Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ondergaande zon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ondergaande zon

6 minuten leestijd

Susanna heeft haar man Jack verloren in de Tweede Wereldoorlog. Na een tijd van opstand tegen God heeft ze leren accepteren wat God doet.

Dames en heren, over enkele minuten zullen wij gaan landen.” Susanna pakt de hand “Dames van haar dochter vast. Ze voelen hoe het vliegtuig scherp daalt en richting de aarde vliegt. “Nog eventjes, moeder! Dan zijn we in het land van vader.” Susanna glimlacht. De rimpels in haar oude gezicht plooien mee. “Nou, ik zou willen dat we al in het Land van vader waren.” Lynn kijkt haar moeder aan. Ze weet waar haar moeder aan denkt. Als het vliegtuig de grond raakt, gaat er even een kleine schok door de mensen heen. Passagiers applaudisseren en stewardessen haasten zich door het gangpad. Susanna kijkt naar buiten door de raampjes. Ze ziet de verkeerstoren van Schiphol en het grote vliegveld voor zich liggen. Beverig stapt ze uit haar stoel en wacht totdat ze naar buiten kan. Een galante steward helpt haar bij de afdaling uit het vliegtuig. Met haar 87 jaar zou ze niet graag komen te vallen. Lynn komt achter haar aangelopen. Zij draagt de handbagage. Na de paspoortcontrole kunnen ze hun koffers van de band halen. Dan gaan ze snel met een taxi op weg naar hun hotel. “Morgen, moeder! Morgen zijn we weer herenigd!” Susanna knikt voorzichtig, maar haar ogen stralen. De volgende middag gaan ze op weg met de taxi. Ruim twee uur later zijn ze aangekomen in Holten. Zodra Susanna uitstapt, snuift ze de heerlijke geur van het dennenbos op. Als ze richting het grote veld lopen, ruikt Susanna al dat het gras pas gemaaid is. Ze staat even stil en geniet van de heerlijke geuren. Ze voelt de jaren van zich afglijden en ze ziet zichzelf weer op de heuveltop van West Sussex zitten. De geur van gemaaid gras hangt om haar heen als ze in de verte een rood stipje ziet zitten. Haar Jack! Een traan rolt over Susanna’s gerimpelde wang. Na zestig jaar houdt ze nog steeds evenveel van hem!

Bij het gebouw naast de begraafplaats krijgen ze koffie en thee aangeboden. Een vreemde mengelmoes van mensen is aanwezig in de aula. Oude Canadese veteranen zitten op stoeltjes te kijken, terwijl Hollandse meisjes bedrijvig heen en weer rennen tussen de gasten. Susanna en Lynn zijn als Engelsen een beetje een buitenbeentje. Susanna geniet van de drukte om zich heen. Na de koffie en thee krijgen alle genodigden ook broodjes aangeboden. Susanna zit rustig in een hoekje in de aula. Ze hoort de verhalen van anderen en soest weg in het geroezemoes. Ze schrikt op als er wordt aangekondigd dat de plechtigheid zal beginnen. Terwijl de avond al wat killer begint te worden, haasten alle mensen zich naar buiten. Susanna betreedt het open veld waar duizenden witte stenen staan. Rode rozen groeien rond de voeten van de witte stenen. De stille begraafplaats heeft een gouden gloed gekregen in het zonlicht.

Na de toespraak klinkt het geluid van de Last Post. De heldere tonen glijden door de stille avond. Na het laatste fluitsignaal begint de stilte. Susanna houdt haar armen om Lynn heen geslagen. Samen steunen ze elkaar. Maar Susanna kan het niet helpen dat de tranen over haar wangen rollen. Ze probeert ze nog tegen te houden, maar de tranen komen er steeds heviger uit. Zacht snikken ze allebei om haar man en om haar vader die ze nooit heeft gekend. Als daarna de volksliederen worden gezongen, krijgt Susanna kippenvel over haar hele lichaam. Ze draait zich om en kijkt naar achteren. Daar staat de witte steen op het graf van Jack. Als de ceremonie voorbij is, pakt Lynn haar moeder onder de arm. Samen lopen ze door het pas gemaaide gras naar het graf van Jack Gibson. Ze stoppen voor de steen en lezen het opschrift: The Lord is my Light and my Salvation of whom, then, shall I be afraid? Susanna haalt diep adem en buigt zich op haar knieën voor het graf van haar man. “Lieve Jack, ik mis je. Ik mis je dagelijks! Maar ik heb geleerd dat God ook míjn Licht is! Nog even, dan zijn we echt herenigd met elkaar!” Susanna haalt uit haar tas een beduimelde brief tevoorschijn. Ze leest de woorden nog eens over: 4 mei 1945, Lieve Susanna, Gefeliciteerd! We zijn een jaar getrouwd! Ik hoop heel erg dat volgend jaar onze trouwdag fijner zal zijn voor ons samen. Ik bedoel dat ik hoop dat we dan bij elkaar zullen zijn. Een paar minuten geleden was er… Ze kent de brief inmiddels uit haar hoofd. Lynn haalt uit haar tas een kopie van dezelfde brief en legt deze met een zachte snik bij het graf van Jack. Even staren ze nog naar het eenvoudige graf en dan draaien ze zich weer om. Terwijl ze naar de uitgang van de begraafplaats lopen, heft Susanna haar hoofd omhoog. Ze wendt haar gezicht naar de zon en geniet van de gouden zonnestralen op haar gezicht. De frisgroene blaadjes wapperen in het zachte voorjaarsbriesje. In stilte bidt Susanna: “Heere, U bent goed. U heeft Jack weggenomen, maar dat heeft U niet gedaan omdat U wreed bent, maar omdat U goed bent!” Als Lynn Susanna meeneemt naar de wachtende taxi, beduidt Susanna dat ze nog even moet wachten. Susanna haalt haar oude zwarte huwelijksbijbel uit haar tas en opent deze midden op de begraafplaats. De goudsnede glimt in het licht van de ondergaande zon. Met een beverige stem begint ze voor te lezen:

“En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars (Openbaring 21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 2020

Daniel | 32 Pagina's

Ondergaande zon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 2020

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken