Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sophie Plusminus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sophie Plusminus

13 minuten leestijd

We hebben paardgereden! Zo leuk! Vandaag is het zondag en ik ben een beetje zenuwachtig, omdat we naar de kerk gaan. Zou God het goed vinden dat ik meekom? Ik vraag me nog steeds af of God min is of plus. Misschien merk ik er vandaag iets van. Aan Maaike vraag ik niet zoveel, want ze zegt er nooit iets over. Oom Bert kent God wel, dat hoor je als hij bidt: heel mooi!

Zondagmorgen is Sophie vroeg wakker en ze is daarom ook op tijd beneden. De tafel is al gedekt en als Maaike na drie keer roepen van tante Greta ook eindelijk beneden is, beginnen ze aan het ontbijt. Vanmorgen mag ze dan eindelijk naar een soort kerk, een evangelisatiepost. Vanavond gaan ze naar een echte kerk, heeft oom Bert haar uitgelegd.

Sophie is er zenuwachtig van, maar ze laat er niets van merken.

“Hier hebben jullie een Bijbeltje, een rol snoep en geld.” Sophie denkt: ‘Snoep en geld? Waar zou dat voor zijn?’ De keer dat ze zelf naar de kerk is geweest, hoefde ze niets te betalen, maar toen had ze natuurlijk dat toegangskaartje.

Ze herinnert zich wel een man met een collectebus bij de uitgang.

De bijeenkomst waar ze naar toe rijden, is niet ver. “Hier in Helvoet zijn niet veel mensen die naar een kerk gaan”, vertelt oom Bert. “Daarom evangeliseren we op straat en dan komen de mensen op zondagmorgen bij ons op bezoek.”

Als ze binnenkomen, krijgen ze van de evangelist een hand. “Dag, mijn naam is Jansen. Wat fijn dat jullie ook gekomen zijn.”

Sophie kijkt rond. Deze zaal lijkt inderdaad niet op de kerk waar ze eerder is geweest.

Voorzichtig bekijkt ze het Bijbeltje dat ze gekregen heeft. Dit is dus het boek van God. Ze doet het Bijbeltje open en slaat voorzichtig een paar flinterdunne blaadjes om. Maaike stoot haar aan: “Kijk dan Sophie, zie je die mevrouw daar aankomen? Die is dik, vind je niet? Dan ben ik toch maar dun vergeleken bij haar, of niet?”

Sophie moet erom lachen. Een heel dikke mevrouw is binnengekomen en probeert tussen de rijen door te lopen om op een stoel te kunnen gaan zitten.

“Misschien heeft ze wel een ziekte. Jij hebt toch geen ziekte?”, fluistert Sophie lachend terug.

De dienst begint. De meneer achter het keyboard stopt met spelen en iedereen wordt stil.

Maaike helpt Sophie bij het opzoeken van de psalmen. Ze leest mee en probeert de wijs mee te zingen.

“De God des heils wil mij ten herder wezen;

‘k heb geen gebrek, ‘k heb geen gevaar te vrezen.

Hij zal mij zacht in liefelijke weiden.

Aan d’ oevers van zeer stille wateren leiden.

Hij sterkt mijn ziel en richt, om Zijn naam mijn treden

In ‘t effen spoor van Zijn gerechtigheden.”

Het gaat over een herder. Is God een soort herder? Oom Bert had het daar in zijn gebed ook over. Sophie zucht diep: ze heeft hier zo naar uitgekeken. Hopelijk hoort ze iets over God. Tegelijkertijd voelt ze minnen. Zou God het goed vinden dat ze hier zit? Als Jansen met zijn lezing begint, luistert Sophie aandachtig.

Het gaat over een grote reus met een harnas die Goliath heet en over een kleine jongen die David heet. Sophie luistert aandachtig, ze ziet het verhaal helemaal voor zich. Als meneer Jansen, de evangelist, over Goliath begint, raakt het haar. Het is net of het over haarzelf gaat.

“Goliath weet niets van God af, mensen. Hij spot met God, omdat hij niet weet Wie Hij is. Kijk hem eens staan, met z’n grote mond.”

Na het zingen hoort ze Jansen vertellen dat David een herder was en dat hij Psalm 23 geschreven heeft. Jansen heeft zich waarschijnlijk verdiept in herders, want hij weet er veel van.

“God is ook de Herder”, zegt Jansen. “Hij zoekt het verlorene, het verachte, het onedele van de wereld op. Sophie vindt het erg fijn wat Jansen allemaal zegt (plus). Het klinkt zo, ja hoe moet ze dat zeggen, zo hoopvol.

Een moment later ziet ze in gedachten Goliath. Goliath kan vast niet in contact met God komen, nee natuurlijk niet. En ik?

Op de terugweg is ze heel stil. Dat geeft niet, want Maaike praat honderduit.

“We hebben Barend niet gezien vanmorgen”, zegt tante Greta.

“Jammer, we hebben het niet goed gedaan.” Oom Bert zegt het zachtjes.

“Niet goed gedaan?”, roept Maaike. “Daar kunnen wij toch niets aan doen?”

Sophie kijkt oom Bert ook vragend aan. Wat bedoelt hij? “Nou, we hebben het niet door het geloof gezegd. Als we echt door het geloof Barend uitgenodigd hadden, was hij wel gekomen.” Oom Bert zucht.

Maaike en Sophie zeggen niets. Door het geloof, wat zou dat zijn?

Ze eten tomatensoep met stokbrood en heerlijke kruidenboter. Sophie en Maaike smullen. Na het eten lezen ze uit de Bijbel. Sophie zit erop te wachten. Maaike wiebelt heen en weer op haar stoel. Ze heeft alweer zin om zich om te kleden en naar buiten te gaan. “Zullen we zo naar de hooizolder gaan?”

Oom Bert gaat voor in dankgebed. “Heere, wilt U Uw woord zegenen aan ons hart. Al zouden er mensen uit de stad zijn die denken dat ze net als Goliath zijn, dan kunt U ze toch redden? (…) Om

Jezus wil, amen.”

Sophie loopt van tafel, direct naar de badkamer en gaat op de rand van het bad zitten. Ze doet haar handen voor haar hoofd. “God, hoorde U wat oom Bert zei? Kan het? Voor Goliath? Kunt U mij ook redden?”

“Zeg, Sophie, kom je nog? Ben je doorgespoeld? Ik ben al naar de hooizolder hoor, kom je?” Maaike denkt dat Sophie nodig naar de wc moet en ze heeft geen geduld om op haar te wachten.

“Moet ik dit trappetje op?”, roept Sophie naar boven. “Ja, kom maar naar boven. Ik heb al een hele gang gemaakt”, klinkt in de verte dof Maaikes stem.

“Hier, help jij mee om deze baal er bovenop te leggen, anders stort de gang in.”

Als tante Greta roept voor de koffie, slaat ze haar handen voor haar gezicht.

“Jullie zien er niet uit, kijk dan naar je kleren? Zo kun je niet naar binnen, hup hier de douche in en omkleden. Ik zal jullie goede kleren pakken, liggen ze op de stoel? We moeten na de koffie alweer naar de kerk.”

De kerk: natuurlijk, ze gaan zo naar de kerk.

Sophie wordt er helemaal blij van. Eindelijk gaat ze nu naar een echte kerk. De vorige keer lijkt al zo lang geleden. En toen was ze alleen. Nu mag ze samen met Maaike en oom en tante.

“Hoe laat gaan we?” Sophie kan bijna niet wachten.

Na de koffie gaat oom Bert nog even de stal in.

“Als jullie je klaarmaken voor de kerk, ga ik nog even bij nummer 41 kijken. Die moet vandaag of morgen kalven, maar ik zag nog niets vanmorgen. Ik ben zo terug. Zorgen jullie maar dat ik in kan stappen.”

De dames maken zich klaar voor de kerk. “Laten we maar alvast bij de auto gaan staan. Oom Bert komt er zo wel aan.” Tante Greta loopt al naar buiten.

Ze staan rustig buiten te wachten, tot opeens de schuurdeur met een zwaai opengaat.

Oom Bert kijkt onrustig en loopt gehaast naar hen toe. “Nummer 41 gaat kalven. De pootjes hangen er al buiten. We kunnen nu niet weg. Greta, kleed je om en pak de spullen.”

Wat? Gaan we nu niet naar de kerk? Sophie kijkt teleurgesteld.

“Yes, toppie! Sophie, er gaat een koe kalven. Dat moet je meemaken. Heb je dat ooit wel eens gezien? Dat moet je echt gezien hebben. Dat vergeet je nooit meer.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2021

Daniel | 36 Pagina's

Sophie Plusminus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2021

Daniel | 36 Pagina's