Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verlangen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlangen

4 minuten leestijd

“’t Hijgend hert der jacht ontkomen…”Misschien zong je deze psalm al uit volle borst mee, toen je nog heel klein was. Psalmen zijn onderwijzingen, zo ook deze psalm . De dichter is bedroefd over zijn omstandigheden, maar mag ook van verlossing spreken.

Scripture

Lees de hele Psalm in je eigen Bijbel. Schrijf de kern op van dit gedeelte.

Waar verlangt de dichter naar?

Observation

• Waarin zie je dat het nood is in vers 2? Neem de Bijbel met uitleg erbij en lees de uitleg bij het tweede vers.

• Waarom wil de dichter voor Gods aangezicht verschijnen?

• Waarop vertrouwt de dichter in vers 9?

Application

De dichter weet in zijn verdriet dat de Heere Zijn God almachtig is. Daarom vertrouwt hij er vast op dat hij zál worden verlost. Des nachts zal Zijn lied bij mij zijn. De kanttekeningen schrijven daarbij: “Dat is: van Hem Die mij altoos (= altijd) oorzaak geeft om Hem te danken en te bidden”. Verlang jij ook zo naar de Heere?

Prayer

Onderwijs in de nacht. Dat kan alleen van God komen. Paulus zegt: Laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God (Fill.4:6).

Houd sterk aan in het gebed (Koll.4:2).

Vraag aan de Heere om onderwijs:

“Heer ai maak mij Uwe wegen door Uw woord en Geest bekend. Leer mij hoe die zijn gelegen en waarheen G’ Uw treden wendt”.


Psalm 42:1-4, 9 en 12

1 Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

2 Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God.

3 Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?

4 Mijn tranen zijn mij tot spijze dag en nacht, omdat zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?

9 Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn, het gebed tot den God mijns levens.

12 Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2021

Daniel | 36 Pagina's

Verlangen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2021

Daniel | 36 Pagina's