Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp

20 minuten leestijd

Vragen rond het geloof kunnen veel verwarring geven. Misschien herken je het wel in jouw eigen klas of op je werk. Soms proef je herkenning bij anderen, maar soms juist niet. Uiteindelijk draait het allemaal om één vraag: ken jij de Heere Jezus al persoonlijk? Hoe krijg je daar zekerheid van? Dominee J.M.D. de Heer uit Middelburg geeft antwoord op deze vragen. “Zekerheid van het geloof is altijd verbonden aan Christus. Als het geloof op Christus mag zien, dan ligt in Hem de zekerheid.”

Op de vraag of geloof en bekering hetzelfde is, geeft de predikant uit Zeeland aan dat je er op twee manieren over kan spreken: ten eerste als gave van God en vervolgens wat dat uitwerkt in het leven van de mens. God geeft bekering (Hand. 11:18). In Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus wordt gevraagd: “Vanwaar komt zulk een geloof?” “Van de Heilige Geest”, is het antwoord. Tegelijkertijd is er ook een daadwerkelijke omkeer, een breken met de zonde en een geloven wat God zegt. “Als ik aan mijn catechisanten vraag: ‘Zijn jullie zondaren?’ Dan antwoordt iedereen op deze (algemene) vraag bevestigend. Maar als ik vraag: ‘Van welke zonde heb je vandaag het meeste last gehad?’ Dan is dat veel lastiger te beantwoorden, omdat het persoonlijk wordt. Dat persoonlijke zie je bijvoorbeeld in Psalm 51 vers 6: ‘Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd’.”

Hoe gaat de bekering precies?

“Ik verwijs graag naar een bekering uit de Bijbel, bijvoorbeeld die van Saulus. De omstandigheden van hem zijn bijzonder te noemen. Op dit moment is er geen jongere in de Gereformeerde Gemeenten die zoals Saulus christenen vervolgt. De hoofdzaken in deze bekering zijn echter niet uniek. Het begin van Saulus’ bekering is dat Gods Zoon Zich aan hem bekendmaakt. Op datzelfde ogenblik werkt de Heilige Geest een omkeer in het hart. Saulus roept uit: Wie zijt Gij? En: Wat wilt Gij dat ik doen zal? Daaruit blijkt dat het bekering is. Hij vraagt of God de leiding in zijn leven wil overnemen. Bekering in 2021 heeft eenzelfde herkenbaar patroon: je komt met God in aanraking door Zijn Woord en Geest. God beoordeelt mijn leven. Dat geeft een diepe indruk van wat zonde is. In Hebreeën 4 vers 12 staat het zo treffend dat het Woord Gods levend is en krachtig. Het is niet tegen te houden.”

Hoe is dat bij u gegaan?

“Ik vind het belangrijk dat Gods Woord boven alles staat, dan volgen onze belijdenisgeschriften. Als laatste wil ik wel iets vertellen over mezelf, als illustratie. Ik wil daarbij benadrukken dat mijn bekering geen norm is voor anderen. De norm is Gods Woord.

Ik was veertien jaar en ik zat op een zondag in de kerk. Niet met de behoefte om bekeerd te worden. Die zondag werd onder de preek mijn leven opengescheurd. Ik zag hoe mijn leven was voor Gods oog. Johannes 3 vers 20 sloeg naar binnen: Wie kwaad doet, haat het licht. Die tekst vatte mijn leven samen. God zei het, dus het was waar. Ik kreeg te zien wie ik was voor de heilige God. Zo leerde ik mezelf voor het eerst kennen als een zondaar voor God. Het gaf een diep verdriet in mijn hart. Het brak me. Het is nu vijfendertig jaar geleden, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. Mijn leven lag verloren. Tegelijkertijd voelde ik ook een diep heimwee: ‘Heere, wie bent U? Mag ik U kennen? Ik mis U’!”

Was u toen bekeerd?

“Op dat moment kon ik dat niet zeggen. Er was smart in mijn hart; gewoon doorleven ging niet meer. Een voorbeeld. Als een kind met moeder mee mag naar de stad om speelgoed te kopen, dan houdt dat kind goed de hand van moeder vast. Als het bij het speelgoed staat, glipt het handje langzaam uit moeders hand. Het kind is verrukt door het prachtige speelgoed. Opeens kijkt het kind om zich heen en is het moeder kwijt. Het schrikt en roept: ‘Mama, waar bent u?’ Het kind heeft totaal geen oog meer voor het mooie speelgoed, want het is mama kwijt. De preek van die zondagavond wees me naar de Heere. Dat ik met m’n zonden en verdriet bij de Heere moest zijn. Ik werd door die preek aangespoord. Die zondag gaf in het leven een omkeer en een breken met de zonden. De muziek die ik beluisterde (geen popmuziek, maar wat lichte muziek) werd zonde voor mij. Ik spaarde tijdschriften en artikelen over auto’s. Daar stak ik uren tijd in. Ook dat werd zonde, omdat ik daar mijn genadetijd aan verspilde. Ik heb heel de verzameling bij het oud papier gegooid. Ik had er geen plezier meer in. De belangen van de eeuwigheid en mijn ziel wogen zwaarder. Er kwam iets anders voor in de plaats: vurige liefde tot Gods Woord en dienst. Ik luisterde vaak naar preken, ging doordeweeks naar de kerk, schreef Bijbelteksten over. Later in datzelfde jaar gaf de Heere door een preek voor het eerst in al m’n raadsels vanuit de Bijbel een bemoediging dat deze ommekeer het werk van de Heere was. Ik ging nog meer verlangen naar Hem. Soms zo sterk dat ik dacht: nu zal de Heere wel spoedig tot mijn ziel spreken.”

En dat gebeurde ook?

“Het tegenovergestelde gebeurde: Hij sprak krachtig door Zijn wet en wel door het derde gebod (hoewel ik nooit gevloekt had). En dat is juist een zonde die God het meest vertoornt. Ik kwam in aanraking met Zijn toorn en dat bracht me in benauwdheid. Gods Geest leerde me belijden dat Gods toorn over mij rechtvaardig was. Zo ging ik naar een doordeweekse kerkdienst. Daar hoorde ik voor het eerst een Evangelieboodschap die voor mij was. Er was voor mij ook een weg van zaligheid. Ik kende de Heere Jezus nog niet persoonlijk, maar het verlangen werd aangewakkerd om Hem te kennen. De Heere vervulde dat in een weg van afbraak en onmogelijkheid, zodat ik Hem door het geloof mocht kennen. En daarna is er nog zoveel meer te leren. Ook als dominee. De Heere heeft mij ook daarna steeds stap voor stap onderwezen. De Heere komt nooit te laat en nooit te vroeg. Hij maakt plaats voor Zichzelf en dat doet Hij grondig. Dat wordt zo’n onuitsprekelijk wonder!”

Wanneer weet je of God in je begonnen is?

“De Heere werkt door Zijn Woord en Geest. Als de Heere door Zijn Woord verklaart wat er in de ziel omgaat, dan ligt daarin een vastigheid. De Heere laat dan weten dat het van Hem is. Als er in het leven zich een daadwerkelijke bekering voltrekt, dan zijn er ook vruchten: honger naar God, haten van de zonde en liefde tot Zijn dienst. Als een dominee dan preekt wat vanbinnen beleefd wordt, geeft dat verwondering. Dat geeft moed dat het van de Heere is.”

Hoe geeft de Heere daar de zekerheid van?

“De Heere Jezus zegt in Johannes 14 vers 6: Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Zekerheid van het geloof is dus altijd verbonden aan Christus. Als het geloof op Christus mag zien, dan ligt in Hem de zekerheid.”

Er zijn jongeren die worstelen met de vraag of ze uitverkoren zijn…

“Dominee Smytegelt heeft in een van zijn preken eens gezegd dat de eerste belangrijke vraag niet is: Weet ik dat ik verkoren ben? Maar, weet ik dat ik verloren ben? Uitverkiezing is een verborgenheid. De Heere wil in het leven van Zijn kinderen wel troost geven van de uitverkiezing. Maar je moet niet bij die vraag beginnen, want dan kun je een schijnveiligheid zoeken. Als ik maar weet dat ik verkoren ben, dan zit het wel goed. Het gaat om de vraag: wie ben ik voor God?”

Welke zaken horen er altijd bij de bekering?

“Ten eerste Godskennis. God maakt zichzelf bekend aan de zondaar. Zo alleen leer je jezelf kennen. Dat is dus de zelfkennis. En ten derde Christuskennis. Je hebt Christus nodig.

Een andere variant is de drieslag: ellende, verlossing en dankbaarheid. Niet als een eenmalig iets, maar als een cirkel.

Om het nog korter te zeggen: zonde en genade, verloren en gevonden.”

Vaak wordt tijdens de preek gezegd: “Leg je leven er maar naast”. Moet je alles herkennen wat er gezegd wordt?

“Het is uitermate belangrijk om onderscheid te maken tussen zekere en mogelijke kenmerken van de bekering. Droefheid naar God is een zeker kenmerk. Zonder droefheid is er geen waarachtige bekering. Dit komt rechtstreeks uit de Bijbel, zie bijvoorbeeld zie 2 Korinthe 7 vers 10. Arm van geest zijn is ook zo’n kenmerk. De Heere Jezus zegt dit Zelf in de Bergrede. Worden zulke kenmerken gepreekt, dan is het terecht als er wordt gezegd: ‘Toets jezelf hieraan’. Dat getuigt van een eerlijke prediking. Mogelijke kenmerken zijn bijvoorbeeld dat je de hele nacht wakker ligt vanwege je zonde. Als predikant mag ik niet zeggen: ‘Als je niet de hele nacht wakker hebt gelegen vanwege de zonde, dan ben je niet waarachtig bekeerd’. Een ander voorbeeld is de wanhoop van de stokbewaarder. Hij wil zich van het leven beroven. Je mag een dergelijke wanhoopsdaad niet als zeker kenmerk van de bekering benoemen.”

Kun je de tekst Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp nazeggen als je niet bekeerd bent?

“Deze tekst staat in een verband dat de discipelen de vader van de maanzieke knaap niet hebben kunnen helpen. Die man is radeloos. Jezus komt van de berg en ziet het tafereel. De vader zegt: Zo gij iets kunt, (…) en help ons. Jezus antwoordt: Zo gij kunt geloven. En dan roept die vader het uit, met tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp. Dit is een uiting van het ware geloof dat worstelt met aanvechting van het ongeloof. Een onbekeerde kan ten diepste deze tekst niet eigenen. De tekst ontdekt dan je gemis. Vraag daarom: ‘Heere, wilt u mijn ongeloof wegnemen’?”

Hoe kun je geloven in moeilijke omstandigheden?

“In Psalm 62 vraagt de Heere om jouw hart uit te storten voor Zijn aangezicht. De Heere wil niet alleen een God voor je ziel zijn, maar ook voor je lichaam. Dat geeft vrijmoedigheid om met alles naar de Heere te gaan. We verdienen het niet, maar de Heere is ook een God Die jouw moeilijkheden op kan lossen. Hij is het niet verplicht, maar Hij is wel machtig én gewillig om dat te doen. Hij wordt ook geëerd als we Hem nodig hebben in het tijdelijke. Hij staat boven alle dingen. Vul niet zelf negentig procent van je eigen leven in en tien procent mag de Heere invullen, maar ken Hem in al jouw wegen (Spr. 3:6). Niet alleen in moeilijke omstandigheden, maar vanaf het eerste moment.”


Beste jongere,

Waarom is het ware geloof zo belangrijk? Het is de band tussen de Heere Jezus en een zondaar. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen (Hebr. 11:6). Daarom begon de Heere Zijn prediking met de oproep: Bekeert u en gelooft het Evangelie (Mark. 1:15). Hoe kom je aan dat geloof? De Heilige Geest werkt het door de prediking (Rom. 10:17). Luister daarom aandachtig en biddend naar de preek, met een verlangen en een verwachting dat de Heere dit middel gebruikt. Ook nu.

Hartelijke groet, Dominee J.M.D. de Heer


Verder praten Op JV, thuis of met je vrienden:

Voel jij je weleens aangesproken tijdens de preek?

Durf je hier ook met anderen over te praten?

Heb jij moeilijkheden en weet de Heere daar vanaf?


Leestip

Bekering, hoe gaat dat?

Auteur: J.M.D. de Heer Uitgever: Den Hertog Prijs: € 13,90 Aantal blz.: 128 ISBN: 978 90 331 3041 0

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2021

Daniel | 36 Pagina's

Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2021

Daniel | 36 Pagina's

PDF Bekijken