Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MET ‘NAOBERSCHAP’ WORDT SAMENGEWERKT AAN HET HERSTEL VAN HET OVERIJSSELSE LANDSCHAP.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MET ‘NAOBERSCHAP’ WORDT SAMENGEWERKT AAN HET HERSTEL VAN HET OVERIJSSELSE LANDSCHAP.

14 minuten leestijd

Van tevoren weet je dat het bij ‘ruimtelijke ordening’ zal gaan over de schaarse ruimte in Nederland. Er is namelijk altijd weer meer ruimte nodig voor woningen, wegen, spoorlijnen, vliegvelden, bedrijventerreinen en natuur. De overheid stelt plannen op om de ruimte te verdelen en gebieden aan te wijzen voor bepaalde bestemmingen. Hoe nijpend die schaarste werkelijk is, kom je pas te weten als de actualiteit je een verstikkende discussie aanreikt die Nederland té klein laat zijn.

Sinds juni van dit jaar is Gert Harm ten Bolscher gedeputeerde in Overijssel namens de SGP, in een coalitie die bestaat uit CDA, VVD, ChristenUnie, PvdA en SGP. In zijn portefeuille heeft hij Landbouw, Natuur, Vergunningverlening en Facilitair. De uitgelezen persoon dus om de SGP-leden bij te praten over de ordening van de ruimte. Om een landschapsnummer recht te doen, moet je toch op z’n minst langs bij de provinciale overheid. De provincie is immers de ‘gebiedsregisseur’.

Wat we allereerst willen weten, is hoe het u vergaat als gedeputeerde.

“Voor Overijssel ben ik de eerste gedeputeerde ooit en dat is wennen voor ons en de andere partijen. Maar er wordt positief gereageerd. Je merkt de erkenning voor een partij die zich constructief opstelt. Deze portefeuille wordt ons wel toevertrouwd. Het past bij onze politieke achtergrond. Dat heeft dan twee kanten in zich. Je moet laten zien dat je nuchtere balans kunt realiseren tussen economie en ecologie. Aan de andere kant geeft het ook een kans om te laten zien wat rentmeesterschap is. Om te laten zien dat er aan onze opdracht om te bouwen en te bewaren een invulling kan worden gegeven. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien en zelf te ervaren wat de natuur met de mens doet. Na een wandeling van een uurtje in een groene omgeving kan je hoofd weer helemaal leeg zijn. Laatst hoorde ik van een directeur van een basisschool die met steun van de provincie het schoolplein had vergroend, dat de leerlingen vanaf dat moment rustiger waren in de lessen en dat er minder ‘gedoe’ was in de pauzes. Een groene omgeving in en rond een verpleeghuis geeft rust voor de bewoners. Wat bijzonder dat de Schepper ons zo’n natuur heeft gegeven om er als rentmeester mee om te gaan.”

Hoe zou u het Nederlandse landschap willen schetsen?

“Ik denk dan aan de diversiteit. Die zie ik overal in Nederland terug. In Overijssel heb ik het dan over: de Wieden en Weerribben met het veenweidegebied in de Kop van Overijssel, de Twentse zandgronden, met de heuvels en het coulisselandschap, het Vechtdal dat de verwevenheid tussen water en land zo mooi laat zien en het rivierenlandschap met de melkveehouderijen… Een opsomming die wijst op een geweldige variatie waar we zuinig op moeten zijn. Het karakteriseert ons landschap en laat ook zien hoe onze voorouders het landschap hebben gevormd.”

Drie overheidslagen vinden wat van het landschap. Wat is de rol van de provincie?

“Ik maak het maar duidelijk met een voorbeeld. De rijksoverheid staat te ver af van een natuurgebied in de provincie. Daarom is er vanuit de rijksoverheid de opdracht voor de provincie gekomen om invulling te geven aan het landschapsbeheer. We verlenen vergunningen en we zijn verantwoordelijk voor de natuurontwikkeling en natuurherstel. Dat is meteen ook waarom deze taak niet op het bord van de gemeente ligt. Het houdt namelijk niet op bij de gemeentegrens.”

Wat houdt u als gedeputeerde in het provinciebestuur zoal bezig?

“In Overijssel zijn we net als in andere provincies bezig met de instandhouding en het herstel van de natuur in de zogenoemde ‘Natura 2000-gebieden’. Het draait allemaal om de vraag hoe we het gebied gaan versterken en de achteruitgang ombuigen naar het herstel van een gebied met een karakteristieke flora en fauna? Het doel daarvan is het versterken van de biodiversiteit. In Overijssel hebben we hiervoor de ‘Samen-werkt-beteraanpak’ ontwikkeld. Daarin werken bijvoorbeeld waterschappen, agrarische ondernemers, natuurorganisaties, gemeenten en particuliere grondeigenaren samen aan de realisatie van de doelen. Dit is een prachtig voorbeeld van een gebiedsgerichte aanpak, waarin de verschillende betrokkenen samen hun kennis en ervaring inbrengen en gezamenlijk werken aan een gedragen en kwalitatief hoogwaardige oplossing.”

En toen kwam de commissie Remkes met een adviesrapport…

“Ja, het is een rapport met ingrijpende conclusies en het is duidelijk dat we wat moeten gaan doen. De stikstofdepositie is in bepaalde gebieden gewoon te hoog. Dat zie je terug in de eenzijdige flora en fauna. Tegelijkertijd zie je dat de agrariërs een enorme druk ervaren. Zij hebben het gevoel dat alles op hen zal worden afgewenteld. Dat is geen stimulans voor de samenwerking aan een gezamenlijke oplossing. Toch merk ik tot nu toe dat agrarische organisaties, natuurorganisaties en particuliere grondeigenaren er in Overijssel nog steeds samen uit willen komen.

Gelukkig willen jonge agrariërs ook echt wel aan de slag met natuurinclusieve landbouw. Er worden mooie stappen gemaakt bij het verduurzamen van de landbouw. Ondernemen met het landschap is in opkomst. We hebben in Overijssel een Agro & Foodprogramma waarin we de keten helpen om te verduurzamen en te innoveren.

Waar de haper echter zit, is dat de landelijke overheid geen eenduidig signaal geeft waar de agrarische sector heen moet. Een jonge boer vertelde mij laatst: ‘Subsidie is prachtig, maar wij hebben er veel meer behoefte aan een consistent overheidsbeleid en hulp bij het zoeken naar mogelijkheden en mensen die ons op het juiste moment even kunnen helpen om deuren te openen of de juiste keuze te maken.’”

Wat vindt u van de veranderingen in het landschap?

“Ik zie onze partij veranderen in de achterliggende tien tot twintig jaar. Het natuurbeleid hebben we wel wat laten lopen en daarmee ook de aandacht voor de waarde van de natuur in het landschap. We hebben het uit handen gegeven aan partijen aan de linkerkant van het spectrum. We moeten wel beseffen dat de Nederlandse natuur en het landschap het resultaat zijn van een eeuwenlang ingrijpen van de mens. Het is een cultuurlandschap geworden. De cultuurwaarden vanuit het verleden moeten ook worden teruggebracht, want die hadden hun waarde voor mens en flora en fauna en zorgen voor diversiteit. Agrarisch ondernemers in een gebied kunnen je dat ook feilloos vertellen.”

Hoe kan er met draagvlak in de samenleving gezorgd worden voor een werkend landschapsbeleid?

“Ik ben ervan overtuigd dat je het de tijd moet geven om beleid voor elkaar te krijgen. Je begint met het delen van de noodzaak: we hebben een doel voor ogen en hoe kunnen we er met elkaar voor zorgen dat we dat realiseren? In Overijssel hebben we daar een mooi begrip voor ‘noaberschap’. Een directe Nederlandse vertaling is er niet, maar dat zou ‘nabuurschap’ kunnen zijn. We moeten er met elkaar uitkomen en als je beslissingen maakt, maak je die samen. Met elkaar draag je de lasten en deel je ook de lusten. Tegelijk wil ik wel opmerken dat ik niet graag vruchtbare landbouwgrond zal zien veranderen in een zonneweide. Gebruik daar maar daken, de braakliggende terreinen en ongebruikte hoeken bij bedrijfspanden voor. Ook zou ik niet graag een ‘verrommeling’ zien van het landschap door zomaar overal windturbines neer te zetten.”

Wat zijn de uitdagingen van 2019?

“Als ik naar het geheel van Nederland kijk, kan ik dat kort schetsen met een anekdote: onlangs was ik op bezoek bij een basisschool en we spraken over het landschap. Toen ik wat plaatjes liet zien, merkten enkele leerlingen op: ‘Hé, waar zijn de windturbines?’ Dat zegt veel. Er groeit een generatie op die niet anders weet dan dat er bepaalde landschapselementen zichtbaar zijn die in een deel van ons leven helpen voorzien in behoeften. Daarmee hebben ook wij weer invloed op de ontwikkeling van ons cultuurlandschap.”

Hoe ziet u uw taak?

“Ik wil dan herhalen wat een boer zei die ik sprak: ‘Ik wil dit landschap doorgeven. Al eeuwenlang zijn mijn voorouders daarmee bezig geweest. Dat vraagt om keuzes voor de lange termijn.’ Ik besef dat de natuur de laatste decennia te weinig onder de aandacht is geweest.

De eenzijdigheid moet weg. Het gezonde evenwicht moet terugkomen. Daaraan willen we in Overijssel werken met de drieslag benutten, beschermen en beleven. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2019

De Banier | 32 Pagina's

MET ‘NAOBERSCHAP’ WORDT SAMENGEWERKT AAN HET HERSTEL VAN HET OVERIJSSELSE LANDSCHAP.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2019

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken