Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het jaar onzes Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het jaar onzes Heeren

9 minuten leestijd

De uitdrukking hoor je niet meer zo vaak, maar af en toe kom je ‘m nog tegen. De uitdrukking ‘het jaar onzes Heeren’. Door het gebruik van de in onbruik geraakte tweede naamval (‘onzes’) is het ook wel begrijpelijk dat die niet zo vaak meer wordt gebezigd, maar toch is het jammer. Want hoe ouderwets het nu ook klinkt: die uitdrukking geeft precies datgene aan waar we in ‘onze tijd’ aan voorbij leven: de tijden, ook die van ons, liggen in Zijn hand (Psalm 31).

Ik herinner me jaren geleden dat amice en ‘baas Bas’ een toespraak moest houden ter gelegenheid van de presentatie van een boek van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis dat verbonden was en is aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Kort daarvóór had in de kranten een overzicht gestaan van wie er het langst in de Tweede Kamer zaten. Van der Vlies stond – uiteraard - bovenaan in de lijst. Bijna aan het eind van zijn toespraak zei hij dit:

DRIFTIG TELLEN

Tot m’n stomme verbazing werd ik een maand geleden (…) in het zonnetje gezet met het feit dat ik er 10.000 dagen in de Tweede Kamer op heb zitten. Er zijn mensen die denken dat ikzelf driftig heb zitten tellen of dat mijn voorlichter een publiciteitsstunt had bedacht. Ik kan u echter met de hand op mijn hart verzekeren dat dat niet zo is. Bij navraag bleek dat dit het werk was van de griffie van de Kamer. Die telt keurig mijn dagen en die van mijn medeleden.

Niet alleen van der Vlies’ dagen, maar ook de ónze zijn geteld - nee, niet door de griffie van de Tweede Kamer. Deze wetenschap kan mensen, zeker zo aan het einde van wéér een jaar, in deze donkere dagen rond Kerst en oud en nieuw, beklemmen. En als dat ons beklemt, onrustig maakt, dan moeten we daar niet bang van worden. Eerder moet het reden zijn om dankbaar te zijn, omdat het laat zien dat de Heere in Zijn genade nog werkt en je niet aan je lot heeft overgelaten. Want dat laatste, op jezelf teruggeworpen te zijn, is het ergste wat een mens kan overkomen.

ONSTUIMIG

Daarbij denk ik terug aan de onstuimige tijd dat ik nog dacht te weten hoe God zou kunnen en moeten handelen. Dat was in 1980. Ik woonde toen nog in Zeeland, ‘op Colijn’. In dat jaar werd abortus gelegaliseerd. Dat gebeurde na een jarenlange geestelijke en felle politieke strijd, waar ook veel christenen met hart en ziel bij betrokken waren met petities, demonstraties, bijeenkomsten en gebeden. De stemming was de bijzonderste in onze parlementaire geschiedenis. Zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer waren álle leden aanwezig en de Abortuswet werd aangenomen met de kleinst mogelijke meerderheid: 76-74 en 38-37. Het was een schok. Er was een wissel omgezet bij een vraagstuk van leven en dood.

In die dagen liet ik dagelijks mijn toenmalige (jacht)hond Nimrod uit in de polder. Tijdens die rondjes stapte ik regelmatig een eindje op met een godvruchtige oud-gereformeerde ouderling die ik goed kende. Mijnheer Schippers, kapper en kleermaker op het dorp.

Ook hij was aangedaan door wat er in Den Haag was gebeurd. In m’n jeugdige vuur en met de onbedachtzaamheid die me ook toen al eigen was, zei ik:

Nu de abortuswet erdoor is gekomen, zal God Nederland daar toch zeker wel voor straffen.” Nooit vergeet ik wat meneer Schippers toen zei: “Beste Menno, is het feit dat het Nederlandse volk zo’n wet wil, niet de ergste straf die Hij kan geven? Is dit niet het beste bewijs dat de Heere Zijn genadige handen van ons heeft afgetrokken en ons aan ons lot heeft overgelaten? Dát is het ergste wat een mens en volk kan overkomen...” Daar stond ik, beschaamd en sprakeloos.

PSALM 90

Zojuist schreef ik over wat onze voorman Van der Vlies in 2008 zei over de griffie die zijn dagen telde. De passage die ik hierboven citeerde was de op één na laatste alinea van zijn toespraak. De laatste woorden die hij ten overstaan van tal van professoren, journalisten, Kamerleden, historici en andere genodigden uitsprak, waren deze:

Ik vind dat eigenlijk wel een mooie gedachte: mijn dagen worden geteld. Het herinnert mij aan Psalm 90, de Psalm die gaat over de Majesteit van God. Vers 12 luidt: “Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.” Die Psalm behoedt ons mensen voor dikdoenerij en leert ons onze eigen ‘prestaties’ te relativeren. Psalm 90 herinnert mij óók aan wat mij ten diepste heeft bewogen in die 10.024 dagen op het Binnenhof. Ik kan dat niet beter verwoorden dan met het laatste vers van diezelfde Psalm. Ik citeer: “En de lieflijkheid van Heere onze Gods zij over ons; en bevestig Gij het werk van onze handen over ons, ja, het werk van onze handen, bevestig dat.”

Vanaf het Binnenhof wens ik iedereen in deze merkwaardige tijd gezegende Kerstdagen en een voorspoedig 2021. Ook dát jaar is ‘een jaar onzes Heeren’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

De Banier | 32 Pagina's

Het jaar onzes Heeren

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken