Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Positieve energie halen uit stoeiende stuiterballen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Positieve energie halen uit stoeiende stuiterballen

VAN ENGELENS MANNENBLIK GEEFT WERKBAAR PERSPECTIEF OP JONGENS IN DE KLAS

11 minuten leestijd

We hebben in het onderwijs een probleem met jongens, stelt jongensdeskundige René van Engelen. Ze zijn onrustig, bewegen veel, hebben te veel energie, zijn luidruchtig en ontwikkelen nogal eens een hekel aan school. Onderwijsprofessionals kunnen daar beter mee omgaan als ze de “jongenscode” weer leren, schrijft hij in zijn gelijknamige boek.

Juf Anneloes geeft een geschiedenisles. Leerling Silver gaat na tien minuten staan en zelfs lopen. Als de juf een klassikale vraag stelt, steekt hij direct zijn vinger op en weet het antwoord. Als dit klopt, legt Silver zijn handen op tafel, leunt erop en springt drie keer op en neer. De juf bestraft hem: ‘Ga nou eens zitten, Silver, en doe mee!’ Met een boos gezicht strijkt Silver neer. De juf concludeert dat hij niet meedoet. Ze wijst zijn beweeggedrag af. ‘Verklaar gedrag niet vanuit wat je ziet, maar vanuit de biologie’, tipt Van Engelen. De auteur legt uit dat Silvers beweeggedrag biologisch te verklaren is als een signaal dat zijn hersenen afgeven om te bewegen. Het kan ook zijn dat zijn lichaam behoefte heeft aan bewegen om alert te blijven en zich te kunnen concentreren.

De jongensdeskundige beschrijft vervolgens opnieuw de casus, waarbij de leerling hetzelfde reageert, maar de juf anders denkt en handelt. Ze ziet nu dat Silver betrokken is bij de les. Ze geeft hem een compliment voor zijn antwoord. En? Silver gaat enthousiast aan het werk met de opdrachten.

Met dit voorbeeld laat de auteur zien dat vooral de kijk op gedrag van belang is. Bij juf Anneloes is er intrinsiek iets veranderd: ze is geen negatieve energie meer kwijt aan irritatie over het gedrag van Silver. Voor hem heeft dit positieve gevolgen: zijn beweeggedrag wordt niet afgekeurd en zijn betrokkenheid wordt beloond. Dit stimuleert Silver om een volgende keer weer betrokken te zijn.

Kunst

Van Engelen pleit voor jongensvriendelijker onderwijs. Hij ontwikkelde daarvoor manieren die in de praktijk zijn uitgeprobeerd en naar eigen zeggen wetenschappelijk onderbouwd – de voetnoten en literatuurlijst ondersteunen dit. De mate waarin en de manier waarop leerkrachten die werkwijzen inzetten, is afhankelijk van de context en situatie. Dat is ook de kern van goed onderwijs: weten wanneer je wat hoe inzet. Onderwijsprofessionals beoefenen die kunst. En juist voor hen schreef Van Engelen dit boek.

De auteur bespreekt achtereenvolgens de theoretische achtergronden van jongensgedrag, de opvoeding in onze huidige maatschappij en de omgang met jongens in het onderwijs. Bij het beschreven “jongensgedrag” nuanceert de trainer dit wel: het verschilt per jongen of bepaald gedrag überhaupt voorkomt. Daarnaast zijn bepaalde gedragingen soms ook op meisjes van toepassing. Het laatste hoofdstuk bevat zestien tips om het onderwijs voor jongens aantrekkelijk te maken.

Lange preken

Jongens hebben behoefte aan begrenzingen en niet aan lange preken, is een tip. De schoolbegeleider geeft een voorbeeld waarbij twee leerlingen informatie moeten opzoeken op internet. Ondertussen zetten ze muziek op – maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. De meester loopt naar de jongens toe: ‘Geen muziek.’ Leerling Tarik reageert met: ‘Ja, maar meester, wij…’ Verder komt hij niet, want hij krijgt van de meester een blik die duidelijk maakt dat er geen ruimte is voor discussie.

Een preek houden wekt bij jongens weerstand op. Begrenzen is genoeg. Geen discussie, dat scheelt negatieve emotie. De boodschap is qua taal eenvoudig en simpel. Bovendien ondersteunt de leerkracht dit met non-verbale communicatie.

Vieze broek

Een andere tip gaat over fysiek gedrag. Stoeien is natuurlijk gedrag voor jongens, vertelt de trainer. Vrouwen hebben eerder de neiging om dit vechten te noemen. Van Engelen pleit voor een duidelijk begrensd deel op het schoolplein waar kinderen kunnen stoeien.

Vervolgens geeft hij nog een rij tips: schrik niet van het fysieke spel dat je ziet, grijp niet te snel in en wees je bewust dat dit gedrag consequenties kan hebben, zoals een vieze broek en pijn. Als er mannen binnen de school werken, laat hen dan in het begin bij het stoeien staan. Zij begrijpen het jongensgedrag beter en schatten beter in wanneer het risico te groot wordt. Fysiek ontdekken wat gevaar is en wat een risico is, is alleen te leren door het te ervaren. Ook bouwen jongens juist door fysiek contact een band met elkaar op. Wel is begrenzing en regulatie van belang: niet overal en op ieder moment kun je stoeien.

Vuurtje stoken

Van Engelen wil in zijn boek vooral inzicht geven in jongensgedrag en wat je hiermee kunt in de dagelijkse onderwijspraktijk. Eigenlijk bepleit de auteur dat we weer terug moeten naar vroeger, zonder democratische opvoedstijl en vervrouwelijking van het onderwijs. De tijd waarin hutten bouwen, vuurtje stoken en op avontuur gaan normaal was. De trainer heeft zijn doel bereikt: dankzij zijn boek snap je inderdaad beter hoe je het onderwijs kunt afstemmen op jongens. Zijn tips zijn praktisch, direct toepasbaar en geïllustreerd met herkenbare casussen. Grote aanpassingen in de klas zijn niet nodig, vaak gaat het om bewustwording of een andere wijze van beoordelen. Het boek is ook nuttig voor onderwijs aan meisjes; er staan namelijk ook algemene tips in, bijvoorbeeld dat humor een manier is om in de klas de sfeer goed te houden.

Bevreemdend

Qua identiteit komen enkele passages wat bevreemdend over, zoals de opmerking dat mannen ‘evolutionair gezien’ agressief moesten kunnen zijn, waarbij een gebrek aan inlevingsvermogen noodzakelijk was. Van Engelen beschrijft verder dat de kijk op seksualiteit door de eeuwen heen veranderd is, waarbij hij bijvoorbeeld aangeeft dat ‘zelfbevrediging een gezonde bezigheid voor het ontdekken van seksualiteit is.’ Voor wie op zoek is naar een christelijk boek over dezelfde thematiek – hoewel niet specifiek gericht op onderwijs – kan terecht bij Tjonge jongens! van Mariska Dijkstra-Wolters. Beide boeken verdienen een plaats in de schoolbibliotheek, met als doel jongensvriendelijker onderwijs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Positieve energie halen uit stoeiende stuiterballen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken