Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een beter mens door onderwijs?!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een beter mens door onderwijs?!

DE VORMENDE WAARDE VAN ONDERWIJS

15 minuten leestijd

In deze rubriek iedere maand een opiniërende bijdrage van een kritische denker die betrokken is bij het onderwijs. Het artikel is bruikbaar voor bespreking in docenten- of managementteam. Deze maand: drs. Willemieke de Jong Docent pedagogiek en onderzoeker bij Driestar educatief

Er is meer ruimte gekomen voor de vormende waarde van onderwijs. We hebben jaren gekend waarin de aandacht vooral uitging naar academische prestaties. Daarom lijkt het nadenken over persoonsvorming in het onderwijs misschien een nieuwe ontwikkeling. Toch is dat niet zo. Persoonsvorming en onderwijs horen bij elkaar.

De reformatoren hechtten bijvoorbeeld ook aan de persoonsvormende functie van het onderwijs. Ze pleitten voor onderwijs in de theologie van het kruis en verbonden het met het opvoeden van leerlingen tot goede burgers (Faber, 1998). En in de klassieke oudheid hanteerde men het paideia-concept, dat model stond voor de vorming van de goede mens (Dohmen, 2017). Augustinus kerstende dit paideia-concept tot een christelijk opvoedingsdoel: onderwijs en opvoeding moeten erop gericht zijn dat de mens meer en meer op Christus gaat lijken (Den Boeft & Sluiter, 1999; Doornenbal, 2005).

We weten vanuit Gods Woord dat kinderen op opvoeding of vorming zijn aangewezen en dat is reden genoeg om het serieus ter hand te nemen. Daarnaast is het belangrijk om te realiseren dat onderwijs altijd een vormende invloed heeft, of je dit nu wilt of niet (Smith, 2009). Je vormt altijd, ook als je er niet bewust mee bezig bent. Paul spreekt over de slag om het hart (2017). Ik denk dat we ook in dit verband daaraan kunnen denken. Het is belangrijk te expliciteren waar het je om te doen is bij de vorming van kinderen, om het vervolgens te verbinden met concreet pedagogisch-didactisch handelen.

PERSOONSVORMING

Als het om persoonsvorming gaat, worden veel concepten en ideeën door elkaar heen gebruikt. Ik sluit aan bij wat Biesta verstaat onder “subjectwording” (2012). Ik gebruik persoonsvorming en subjectwording door elkaar en versta er hetzelfde onder. Biesta onderscheidt subjectwording van kwalificatie en socialisering. Gaat het bij kwalificatie om het aanleren van kennis, vaardigheden en begrip om in staat te zijn “iets te doen” en is socialisering gericht op het deel worden van bepaalde sociale, culturele en politieke “ordes”, bij subjectwording gaat het om een unieke persoonlijke manier van “zijn”. Het je op een persoonlijke, zelfverantwoordelijke manier verhouden tot de wereld om je heen. Kwalificatie, socialisering en subjectwording grijpen in elkaar. Kwalificatie en socialisering zijn nodig om op een goede manier tot subjectwording te komen. Bij subjectwording of persoonsvorming wordt de mens aangesproken op zijn mens-zijn. Een mens die een bijdrage wil leveren aan de wereld om hem heen, daarvoor verantwoording wil nemen en afleggen. Biesta noemt dat ‘het in dialoog zijn met het andere en de ander, waarbij voortdurend de vraag naar ons toe komt of dat wat we wensen ook wenselijk is’ (2017).

Subjectivering kent dus een levensbeschouwelijke of morele dimensie. Onze taak is kinderen op te voeden tot volwassenheid, waarbij Biesta doelt op het aangesproken kunnen en willen worden. Het opvoeden of vormen van kinderen tot volwassenheid vraagt dat we een uitspraak doen over wat wenselijk is en dat we kinderen de ruimte geven om te leren de dialoog met het andere en de ander aan te gaan. Het vraagt dat we in het onderwijs ruimte bieden aan kinderen om deel te nemen aan levensechte activiteiten, keuzes te leren maken, verantwoordelijkheid te (leren) nemen en verantwoording te (leren) laten afleggen. Het gaat erom dat we naast de richting die we wijzen kinderen ruimte geven om tot persoonlijke keuzes te komen, passend bij hun leeftijd en ontwikkeling.

Het gaat dus om meer dan kinderen onze antwoorden aan te leren. Het moet tot “toe-eigening” komen. Dat kan spannend zijn, omdat je vooraf nooit zeker weet of kinderen zich ontwikkelen in een richting die we wenselijk vinden. Biesta spreekt in dat verband over het prachtige risico van onderwijs (2015). Onderwijs is een gave van buitenaf, die we niet kunnen beheersen. Maar met het oog op de volwassenheid van het kind moeten we dat prachtige risico wel aangaan. En vanuit christelijk perspectief zou ik willen zeggen dat we dat bovenal verplicht zijn aan onze Schepper.

HET WAARTOE VAN ONDERWIJS

De vraag waarop het onderwijs zich moet richten, sluit aan bij wat Biesta het ‘wenselijke’ noemt. Het laat zien dat wat je in het onderwijs doet een normatieve basis kent (Klarus & Wardekker, 2011). Onderwijs is niet neutraal. Wil je bewust met persoonsvorming aan de slag gaan, dan kan het niet anders dan dat je expliciteert waar het je om te doen is. Het is nodig om verantwoording af te leggen aan de omgeving (ouders bijvoorbeeld) en het is nodig om keuzes te kunnen maken in wat je wel of niet doet en op welke manier je iets doet.

Het waartoe van het onderwijs kun je ook de pedagogische beginvraag noemen. Het antwoord op de vraag ‘waartoe geef je onderwijs?’ overkoepelt alles wat je doet en stuurt de keuzes die je maakt. Die vraag moet als eerste worden beantwoord. Christelijke scholen kunnen denken aan wat Waterink daarover heeft gezegd: ‘De vorming van de mens tot zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid al de gaven die hij van God ontving, te besteden tot Gods eer en tot heil van al het schepsel, in alle levensverbanden waar God hem in plaatst’ (Waterink, 1958, p. 121). Reformatorische scholen kiezen wellicht liever voor de aanpassing die Golverdingen daarop maakte (Golverdingen, 1995, p. 82). Dit is het eerste wat een school helder voor ogen moet hebben om persoonsvorming concreet gestalte te kunnen geven.

EEN WERKMODEL VOOR DE PRAKTIJK

Op grond van de hierboven besproken theoretische noties kunnen we tot praktische uitgangspunten komen. Ik noem het een werkmodel en het komt er kort gezegd op neer dat je expliciteert welke richting je op wilt met je onderwijs, de levensbeschouwelijke of morele dimensie van de lesstof opzoekt en activiteiten organiseert waarbij kinderen keuzes worden voorgelegd waarover ze niet alleen praten, maar die ook uitnodigen om te handelen. Soms kan het allemaal in één les, vaker zal dit verdeeld worden over verschillende lessen:

1 Formuleer het waartoe van je onderwijs (hier moeten al je lessen bij passen. Het is een alles overkoepelende formulering, zie bijvoorbeeld Waterink).

2 Kies een onderwijsinhoud: op welke manier kun je die verbinden aan het waartoe van je onderwijs? Dit kan een thema of hoofdstuk uit een methode zijn (bijvoorbeeld andere culturen).

3 Welke levensbeschouwelijke en morele dimensies kent de onderwijsinhoud (bijvoorbeeld: Hoe ga je om met mensen die anders zijn? Wat zegt de Bijbel hierover?)?

4 Welke persoonsvormende activiteiten kun je erbij organiseren?

Levensecht of dicht bij het leven van elke dag. Kunnen kinderen iets doen (bijvoorbeeld ontmoetingen organiseren met mensen uit een andere cultuur)?

Betrek de emoties erbij, zodat kinderen geraakt kunnen worden (bijvoorbeeld samen eten met mensen uit een andere cultuur. Dat is spannend, dat doet wat met je).

Is er ruimte om een keuze te maken, verantwoording te nemen of verantwoording af te leggen (bijvoorbeeld: hoe kun je mensen uit een andere cultuur uitnodigen en hen op hun gemak laten voelen)?

Literatuur

Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Ethiek, politiek en democratie. BoomLemma.

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.

Biesta, G. (2017). The rediscovery of teaching. Routledge.

De Jong, W. (2017). Heer en Meester. Vrijheid van onderwijs 1917 – 2017). Verus.

Den Boeft, J., & Sluiter, I. (1999). Aurelius Augustinus, Wat betekent de bijbel? De doctrina christiana ingeleid, vertaald en toegelicht. Ambo.

Dohmen, J. (2017). Bildung en persoonsvorming in het onderwijs. Phronèsis tijdschrift voor toegepaste filosofie, maart 1, http://www.phronesismagazine.nl/bildung-en-persoonsvorming-in-het-onderwijs/

Doornenbal, R.J.A. (2005). Klassieke Oudheid en vroege kerk- de ‘beroving der Egyptenaren’. In A. de Muynck & B. Kalkman (Eds.), Perspectief op leren, verkenningen naar onderwijs vanuit de christelijke traditie (pp 31-56). Projectgroep Leren in perspectief.

Faber, R. (1998). Martin Luther on Reformed Education. Clarion, August 7, 376-379.

Golverdingen, M. (1995). Mens in beeld. Antropologische schets ten dienste van de bezinning op onderwijs, opvoeding en pedagogische theorievorming in reformatorische kring. Groen.

Klarus, R. &, Wardekker, W. (2011). Wat is goed onderwijs. Bijdragen uit de pedagogiek. Amsterdam: Boom hoger onderwijs.

Paul, H. (2017). De slag om het hart. Over secularisatie van verlangen. Boekencentrum.

Smith, J.K.A. (2009). Desiring the Kingdom. Worship, Worldview and Cultural Formation. Baker Publishing Group.

Waterink, J. (1958). Theorie der opvoeding. Kok.


BESPREKEN

Onderstaande vragen zijn bedoeld als handvatten om dit essay in groepsverband te bespreken.

Wat is het waartoe van je onderwijs? Denken alle teamleden er hetzelfde over? In hoeverre stuurt het de keuzes die je maakt in het selecteren van de inhoud en je pedagogisch-didactisch handelen?

Kun je een hoofdstuk of thema uit een zaakvakkenmethode verrijken door het werkmodel toe te passen? Op welke manier wordt de lessenreeks meer persoonsvormend?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Een beter mens door onderwijs?!

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken