Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hans Mijnders biedt jonge lezers een feest van herkenning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hans Mijnders biedt jonge lezers een feest van herkenning

18 minuten leestijd

In 1999 verscheen zijn eerste boek: Schuld. Binnenkort verschijnt zijn vijftigste. De teller van het aantal verkochte boeken staat op enkele honderdduizenden. Hans Mijnders, schooldirecteur en jeugdboekenauteur: ‘Op de eerste bladzijde probeer ik de lezer het verhaal in te zuigen. Er zit in mijn boeken humor én spanning.’

Sinds 1988 woont Mijnders (62) in de “bovenmeesterwoning” aan de Verlengde Kerkweg in het centrum van Ridderkerk. De klassieke woning heeft, naast haar onmiskenbare charme, ook nadelen: ‘Met die kou onlangs was het hier niet warm te krijgen.’ Over een jaar hoopt het echtpaar Mijnders naar een nieuw appartement te verhuizen. Hun drie kinderen zijn de deur uit. De monumentale Singelkerk bevindt zich in de directe omgeving. Ook zijn werkplek heeft de directeur van de Rehobothschool dichtbij, zelfs letterlijk in zijn achtertuin. ‘Op precies 47 stappen afstand’, zo laat hij zijn jeugdige lezers in een promotiefilmpje weten.

Pal achter de directeurswoning staat de in 1978 nieuwgebouwde school. Na enkele uitbreidingen biedt het ruimte aan ruim vierhonderd leerlingen. ‘Gesprekken rond de school leveren altijd nog inspiratie voor mijn boeken op. Bij het schoolhek spreek ik ouders, die soms tegelijkertijd mijn oud-leerlingen zijn. Sommigen delen hun levensverhaal en vragen: “Hans, zou je hierover niet eens een boek kunnen schrijven?”’ Maar ook van een andere kant komen er ideeën voor een nieuw boek. ‘Ik ben een boekenlezer, mijn vrouw leest meer artikelen. Geregeld liggen er krantenknipsels op mijn bureau, grotendeels van haar afkomstig.’ Vroeg of laat kan er een verhaal uit ontstaan.

Eigentijds

Mijnders is een geboren verteller. Zijn vader was onderwijzer. Tot 1988 was hij "hoofd der school", onder andere van dezelfde Rehobothschool. ‘Op mijn vierde woonde ik dus al in dit huis.’ Bijzonder is dat hij er, na enkele onderbrekingen, weer terugkwam als opvolger van zijn vader. ‘Dat is eigenlijk niet ideaal. Als je het beter doet, is dat niet leuk. En als je het minder doet natuurlijk ook niet.’

Op de voorzichtige vraag welke van die twee situaties op hem van toepassing is, houdt de directeur wijselijk zijn mond. Het tekent hem. Al te veel aandacht voor hemzelf vindt hij niet nodig. De joviale meester-schrijver houdt van “gewoon”. Zijn taal is snel, rechttoe rechtaan en eigentijds. Zijn veelal korte, krachtige boektitels onderstrepen dat: Lef, Verdacht!, Fout, Verdoofd. Versterkingen als “super” en “mega” doorspekken het gesprek. Veelal kleedt hij zich ‘gepast losjes’. Uit alles blijkt dat Mijnders al een werkzaam leven lang met jongeren omgaat.

Kleurplaat

Tegenwoordig verschijnen er twee tot drie boeken per jaar. In de periode 2003-2013 won de veelschrijver zesmaal de EigenWijsPrijs. Mijnders blijft er nuchter onder. ‘Het is een beloning als kinderen je boeken waarderen.’ In een interview gaf hij ooit aan weinig op te hebben met allerlei “zweverige” schrijversrituelen. ‘Ik houd helemaal niet van de cultus rond boeken schrijven. Doe normaal, denk ik dan.’ Gedurende het hele jaar is hij bezig met de voorbereiding en opbouw van een boek. Het resultaat daarvan is ‘een A4’tje per hoofdstuk.’ ‘Het is als een kleurplaat waar alle lijntjes op staan. Die moet echt goed zijn. Het schrijven zelf, het inkleuren, doe ik in de vakanties, iedere morgen bijvoorbeeld een hoofdstuk.’

Kreeg u uw verteltalent van uw vader mee?

‘Ik weet niet of hij in de klas een echte verteller was. Hij las wel veel voor, veelal uit In de Soete Suikerbol van W.G. van de Hulst.’ Mijnders verbaast zich er niet over dat het vooral onderwijzers zijn die zich tot jeugdboekenauteurs ontwikkelen. ‘Logisch. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat ze graag vertellen. Als onderwijzer heb je veel interactie met kinderen, soms ook “gespeelde”. Dat contact met kinderen is een van de leukste dingen in het onderwijs.’ Vertellen doet de auteur nog altijd heel graag, ook tijdens de presentaties die hij op allerlei scholen verzorgt. ‘Vijftien jaar geleden was ik na een half uur al uitgepraat. Maar nu heb ik bij zo veel boeken een verhaal.’

Leesenthousiasme

Mijnders is met boeken en verhalen opgegroeid. Als kind las hij al veel. Wat zou hij in dit verband aan huidige onderwijzers en leraren willen meegeven? ‘Probeer op alle mogelijke manieren boeken te promoten en leerlingen aan het lezen te krijgen of te houden. Alsjeblieft, investeer erin. Dat hoeft niet heel diepgravend. Lees gewoon af en toe ook één bladzijde voor uit een nieuw of wat onbekender boek. Je kunt op heel veel manieren kinderen enthousiast maken voor een boek. Laat ze in ieder geval niet een uitgebreid boekverslag maken.’ Vroeger had hij zelf een schrift in de klas waarin zijn leerlingen in één zin moesten opschrijven waarom ze vonden dat “hun” boek wel of niet gelezen moest worden. ‘Zorg ook voor een goede bibliotheek. Elk jaar moet daar wat nieuws in komen.’ Tien jaar geleden constateerde Mijnders dat het niveau van het christelijke kinderboek enorm is gestegen. Anno 2021 houdt hij daaraan vast: ‘Het aanbod is intussen ook enorm breed. Er zijn op dit moment heel wat goede kinderboekenauteurs.’

Mannen

Door zijn geregelde presentaties en gastlessen op de scholen merkt Mijnders dat het leesenthousiasme onder leerlingen afneemt. Er is echter een andere kant. ‘Ik merk dat het ook wel weer lukt: een uur lang met die gasten praten en hen over mijn boeken vertellen. Na afloop krijg ik geregeld mailtjes van de leerkrachten. “Er was ineens een hoos die Hans Mijnders ging lezen.”’ Ook al is dat mogelijk incidenteel, dan nóg beschouwt hij het als winst.

Tot enkele jaren geleden stond de directeur nog iedere vrijdag voor de klas. Helaas moest hij daar vanwege tijdgebrek mee stoppen. ‘In onze 17 groepen zijn 6 mannen en 45 vrouwen werkzaam. Ik kom geregeld op scholen waar ik geen man tegenkom. Dat is funest voor een kind. Het manpatroon is weg. Het is echt gezond als kinderen tijdens hun basisschooltijd één of twee jaar een man voor de klas hebben.’ Hij haast zich eraan toe te voegen dat zijn school óók en bewust een vrouw in de directie heeft.

Maakbaar

Stel dat Mijnders een boek gaat schrijven voor christelijk-reformatorische ouders van pakweg 35-50 jaar oud. ‘Dan zou ik absoluut iets willen met de vraag: hoe kijken de huidige ouders naar hun kind? Waar ik me namelijk in toenemende mate echt zorgen over maak, is dat ouders, ook christelijk-reformatorische, hun kind steeds meer als project zien.’ Volgens hem is de balans doorgeslagen. ‘Het is allemaal maakbaar en het lijkt erop alsof wij ons kind tot een succesvol project moeten maken. Wat drijft de ouders? Wat is nu het belangrijkste? We hebben onze kinderen toch in bruikleen gekregen? Wij moeten hen toch tot Christus brengen? Dat is wat we bij de Heilige Doop beloofd hebben.’ Mijnders is er niet gerust op. ‘In hoeverre is er nog tijd voor het kind, echt tijd om de belangrijkste noties vóór te leven?’ Hij geeft een voorbeeld: ‘Ouders kwamen op de eerste dag van een nieuw schooljaar naar een collega toe en vroegen: “U weet toch wel dat mijn kind hoogbegaafd is?” Kijk, dat bedoel ik.’

Voor christelijke kinderen

Geloofsovertuiging krijgt in Mijnders’ boeken een niet al te nadrukkelijke plaats. ‘Ik ben niet zo van de hoogdravende woorden’, zei hij ooit. ‘Wat maakt nu een boek tot een christelijk boek? Dat is niet door het bidden en het naar de kerk gaan te beschrijven.’ Met instemming citeert hij de bekende zangeres Elly Zuiderveld: ‘Ik schrijf geen liederen die per se christelijke zijn. Nee, ik schrijf voor christelijke kinderen.’ In die context past ook de beschrijving van een kinderlijk geloof, niet die van een zwaarbeladen theologische verhandeling. Zijn boeken worden overigens breed gelezen; ook van openbare scholen ontvangt hij uitnodigingen voor presentaties. Het christelijke moet zich uiten in taalgebruik en gebeurtenissen. ‘Als er iets in het verhaal voorkomt wat tegen de wil van God is, moet dat uit de samenhang blijken, zonder overigens te moraliseren. Een avonturenboek mag natuurlijk gewoon een supergezellig boek zijn. Daarin komen de woorden “Bijbel” en “geloof” niet voor. Waarom zou dat per se in een christelijk boek moeten?’ Mijnders beschouwt het christen-zijn, ook als schrijver, als een levenshouding die alles doortrekt en zijn verhalen waar nodig kleur geeft.

Leefwereld

Wat doet het hem als zijn boeken volgens recensenten of lezers in dit opzicht de maat niet halen? ‘Ooit schijn ik ergens gezegd te hebben dat ik erom lach. Maar dat vind ik nu wel erg boud uitgedrukt. Ik weet gewoon dat niet iedereen mijn type boeken zal waarderen. In het verleden was ik daar soms wel wat verdrietig over. Ik las ooit: “Hans Mijnders beschrijft een leefwereld die onze jongeren niet kennen.” Dat vond ik verbazend. Kent de recensent de eigen jongeren wel? Laten we eerlijk zijn: ook bij reformatorische gezinnen komt de wereld in huis.’ In sommige boeken wil de auteur vooral laten zien wat er buiten “ons wereldje” allemaal speelt. ‘Neem bijvoorbeeld mijn boek Fout, een paperbackuitgave, bedoeld als waarschuwing voor de wat oudere jongeren.’

‘De thema’s van mijn boeken zijn uit het leven gegrepen’, zei Mijnders ooit. Afgaande op zijn vele titels en de eraan verbonden thema’s lijkt de problematiek onder christelijk-reformatorische jongeren groot. Klopt dat? Stellig: ‘Volmondig ja. Het is gewoon zo. Laten we niet de illusie hebben dat onze kinderen op het internet geen verkeerde sites bezoeken. Dat “gij geheel anders” is heel moeilijk, net zo goed voor ouders en grootouders.’

Coosje Ayal

Met passie vertelt de schrijver over zijn vijftigste boek: Vechten of vluchten. Komende maand zal het verschijnen. De bron is een oud-leerling die hem als ouder bij het schoolhek aansprak. Hij vertelde over zijn oma, Coosje Ayal (1926-2015), een verzetsvrouw in Nieuw-Guinea. Als 17-jarige overleefde ze door haar geloof in God op een wonderlijke manier de oorlog. In dat geloof bad ze altijd voor haar kleinzoon, die meer en meer vastliep in een leven zonder God. ‘Ik heb dit boek bewust in 2021 laten spelen, via een meisje dat een werkstuk over Coosje maakt en zo ook op haar kleinzoon stuit. Die kleinzoon heeft inmiddels het manuscript gelezen. Zijn reactie: “Mijn oma heeft nooit meegemaakt dat ik totaal veranderd ben. Als ik dit boek lees, kom ik er niet goed vanaf. Maar God wel!”’


Hans Mijnders

Gehuwd, vader van drie kinderen en opa van drie kleinkinderen, woonachtig in Ridderkerk

1958 : geboren in Rhoon

1976: havodiploma, Guillaume Farel te Ridderkerk

1976-1979: Pedagogische Academie de Driestar in Gouda

1979-1980: militaire dienst

1980-1988: onderwijzer in Ridderkerk

1988-heden: directeur christelijke basisschool Rehoboth te Ridderkerk

2018-heden: ouderling in de hervormde gemeente Ridderkerk, wijkgemeente Singelkerk

1999: verschijning eerste boek Schuld

2021: verschijning vijftigste boek Vechten of vluchten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Hans Mijnders biedt jonge lezers een feest van herkenning

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken