Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambulant Begeleiders in Actie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ambulant Begeleiders in Actie

11 minuten leestijd

Ambulant begeleiders zetten hun expertise in om leerkrachten op de basisschool te ondersteunen. Ida Boogaard en Janne Fieret geven een inkijkje in hun werk.

De dag van Ida Boogaard

Dinsdag

09.15 Op de eerste school observeer ik Ruben*. Hij heeft al drie jaar gekleuterd en moet straks naar groep 3. De hulpvraag van school is: hoe moet dat? Ruben is vaak moe en ziek. Hij zit in de “medische mallemolen”, maar er is nog geen diagnose. Ruben is motorisch zwak, heeft weinig structuur en een negatief zelfbeeld. Tijdens de werkles helpt de onderwijsassistente hem. Ze helpt hem overal bij. Ik adviseer om te werken aan één doel, bijvoorbeeld dat hij in de komende lessen alleen netjes leert plakken. Op die manier doet hij succeservaringen op.

09.45 Dan volgt een gesprek met moeder, de leerkracht en de intern begeleider (ib’er). We bespreken hoe het gaat. De extra begeleiding buiten de klas helpt Ruben om even bij te tanken. Ik geef motorische tips en noem oefeningen uit Lezen zonder boek. Omdat Ruben zo snel moe is, adviseer ik om rustmomenten in te bouwen. Verder gaan we aan de slag met voorbereidende geletterdheid. Ik leg uit dat daarbij alle zintuigen ingezet moeten worden. Dan landt het beter. Tot slot plannen we een overleg in met de fysiotherapeut erbij.

11.00 Op dezelfde school observeer ik Rutger uit groep 6. Rutger heeft, toen hij klein was, hersenletsel opgelopen en een deel van zijn taalgebied werkt niet meer goed. We maken nu bruggetjes van het goede gedeelte naar het gedeelte dat niet meer goed werkt. Dit kost veel tijd en herhaling. Rutger werkt qua taal op groep 3-niveau. Rutger is mondeling wel sterk, ligt goed in de groep, zuigt de zaakvakken op en onthoudt het allemaal. We hebben een eigen lijn voor zijn taalontwikkeling en sinds kort ook voor rekenen.

12.00 In de pauze bespreek ik met de onderwijsassistente en leerkracht hoe het gaat. We kijken toekomstgericht: wat heeft Rutger nodig? Vier keer in het jaar plannen we een groot overleg met de ouders en ib’er erbij.

13.00 Ik ga op weg naar mijn tweede school. Daar begeleid ik Marit, een leerling uit groep 1 met het downsyndroom. Gemiddeld ga ik hier elf keer per schooljaar op bezoek. Vier keer hebben we een groot overleg, de andere keren overleg ik alleen met de onderwijsassistente, leerkracht en ib’er.

14.00 Eerst kijk ik mee met een taalactiviteit in de groep, daarna observeer ik bij de onderwijsassistent. Tussendoor geef ik tips en doe er dingen voor.

14.30 Na schooltijd bespreken we de observaties. We nemen de totale ontwikkeling van Marit door. Haar taalontwikkeling loopt achter. Ik adviseer daarvoor de methode Leespraat. Verder heeft ze moeite met haar motoriek. Mijn tip is om een knijpschaartje te gebruiken in plaats van een gewone schaar. Ook bespreken we hoe we haar zelfstandigheid kunnen bevorderen. Marit heeft haar begeleider nodig, maar om zelfstandiger te worden, moet de begeleider een stapje terug doen.

15.30 De bezoeken zitten erop; nu de verslagen nog. Ik vind het steeds weer mooi om te zien dat scholen verder komen wanneer je praktisch met hen meedenkt.

*De namen van de leerlingen zijn om privacyredenen gefingeerd.


De dag van Janne Fieret

Maandag

09.00 Op maandag werk ik vanuit huis. Ik open mijn mail. Een ib’er heeft interesse in een coachtraject. Een andere ib’er reageert op een gespreksverslag.

Verder mailt mijn teamleider over een studiedag voor ons eigen team. Samen met collega’s organiseer ik vijf keer per jaar zo’n studiedag om elkaar te inspireren. Ik heb nog een mail met de aanvraag voor een nieuw traject. Ook is er een aanmelding voor de training Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Tot slot lees ik een mail over de expertgroep hoogbegaafdheid. Met deze groep willen we een impuls geven aan het hoogbegaafdheidsbeleid van scholen.

Dan pak ik m’n agenda en kijk welke afspraken ik morgen heb. Ik neem dossiers door, kijk terug op afspraken en adviezen van het vorige bezoek en zet het format voor het gespreksverslag klaar.

Dinsdag

08.30 Ik observeer een jongen in groep 3. Hij heeft de basisstof snel klaar en gaat door met verrijkingsstof. Bij een opdracht weet hij niet wat hij moet doen. De juf loopt langs, maar hij vraagt niets. In het gesprek erna komt de aap uit de mouw: hij denkt dat de juf het druk heeft. Alleen als ze aan haar bureau zit, mag hij van zichzelf iets aan haar vragen.

09.45 Daarna observeer ik een meisje in groep 4. Ze heeft een goede intelligentie, maar er is ook sprake van autisme en een taalontwikkelingsstoornis. Ze heeft veel houvast aan structuur en pictogrammen. In de observatie zie ik hoe duidelijk de juf is en hoe routines ingeslepen zijn. Leerkracht en leerling passen mooi bij elkaar.

10.00 Dan heb ik een kindgesprek met een begaafd meisje uit groep 8. Er zijn vragen over haar welbevinden. Ik vraag haar om cijfers te geven aan de lessen, waarbij een 0 niet leuk en een 10 heel leuk is. We praten door over rekenen. ‘Bij hoeveel van de tien opdrachten moet je nadenken?’ vraag ik haar. ‘Bij 9 van de 10’, zegt ze. ‘Ik kan net zo goed 10 van 10 zeggen, maar zeg dit voor de zekerheid. Bij rekenen denk ik: is dit nu schrijven of rekenen? Ik moet zo veel schrijven.’ Na het kindgesprek volgt een gesprek met ouders, leerkracht en ib’er.

11.15 Tot slot heb ik op deze school het gesprek over een meisje uit groep 4. Ik sluit aan bij wat de leerkracht al doet, want dan werken de adviezen die ik geef het beste. Kinderen zijn niet allemaal hetzelfde, leerkrachten ook niet. Zodra leerkrachten de pen pakken en een advies opschrijven, weet ik: dit gaan ze morgen doen.

13.00 Ik kom op m’n tweede school van vandaag. Daar observeer ik een kleuter die voor de tweede keer in groep 1 zit. Vorig jaar is ze uit huis geplaatst. De leerkracht en ib’er zijn op de cursus Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen geweest. Ik kan in het gesprek hiernaar verwijzen. We praten met haar pleegmoeder door over het gedrag en hoe we ervoor kunnen zorgen dat het meisje zich weer veilig gaat voelen.

14.30 De bezoeken zitten erop. De verslagen maak ik morgen.


Op veel scholen wordt ambulante begeleiding regelmatig ingezet. Een drieluik.

Ambulante begeleiding op school

Ambulante begeleiding en kindgesprekken

Meekijken met een ambulant begeleider

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Ambulant Begeleiders in Actie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken