Bekijk het origineel

Als een wachter op de morgen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Als een wachter op de morgen

‘En zie, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon...’. Lukas 2:25

4 minuten leestijd

Het is een komen en gaan in de voorhoven van de tempel. En opeens zegt Lukas: ‘Zie’. In het heiligdom is kennelijk iets opmerkelijks te zien, iets dat ieders aandacht vraagt. Wat is er te zien? Een mens. Onopvallend staat hij daar, een eerrover Gods.

mens’. Daar schrijft Lukas over, niet over een heilige, niet ‘E en over een bijzonder mens, maar over een gewoon mens. Weliswaar ‘een mens te Jeruzalem’, maar toch: slechts een mens, in ongerechtigheid geboren en in zonde ontvangen, ‘een mensje uit het stof verrezen’, zegt Calvijn. Deze mens is gekomen en zal eens weer gaan, naar de grote eeuwigheid. Wat is een mens! Van een gevallen mens is niets goed te zeggen. Maar de naam van déze ‘mens’ is door de verkiezende liefde Gods geschreven in het Boek des levens. God heeft in deze mens een welbehagen. Hij heeft gedachten des vredes over hem en niet des kwaads. Dit is een gelukkig ‘mens te Jeruzalem’.

Oprecht en vroom

‘Simeon’ is de naam. Hij is ‘rechtvaardig en godvrezend’. Terwijl ook de mens Simeon geboren was als een kind des toorns, staat van hem opeens geschreven dat hij rechtvaardig is en God vreest. Dat is de juiste volgorde: Hij is rechtvaardig, niet door de werken der wet, want hij is gerechtvaardigd in en door een Ander. Pas daarna wordt een mens Godvrezend. Simeon is als Job: oprecht en vroom en wijkende van het kwaad, net als Zacharias en Elisabet,

‘En hij kwam door den Geest in den tempel’. die beiden rechtvaardig voor God waren. ‘In Simeon is het recht der wet vervuld, in hem is de liefde tot God en tot de naaste gewekt’ (Kohlbrugge).

Simeon is van staat veranderd en houdt in zijn weg het oog op God gericht. Deze eenvoudige man heeft dus van hogerhand geleerd de zonde te haten en te vlieden, in de weg van Gods inzettingen te wandelen en op de grote daden Gods acht te geven. Kennelijk is dat allemaal nodig om straks de verborgenheid der Godzaligheid te kunnen kennen: ‘De verborgenheid des HEEREN is voor degenen die Hem vrezen’ (Ps. 25:14a).

Wachten en verwachten

Wonderlijke zaken zijn het die van deze ‘mens te Jeruzalem’ worden gezegd. Simeon verwacht ‘de vertroosting Israëls’, schrijft Lukas. Hij behoort dus tot diegenen die in hun hart de komst van de Messias verwachten. Deze man heeft gelovig gewacht en uitziende verwacht. Dat is wat anders dan afwachten. Lijdelijk afwachten is geesteloos, is ongeestelijk, maar Simeon heeft in heilige werkzaamheid zijn plaats ingenomen op de wachttoren des geloofs.

Hij verwacht ‘de vertroosting Israëls’, die hem de enige troost in leven en in sterven kan schenken. Geduldig heeft hij gewacht op de komst van de Christus der Schriften, Die komen zou om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen, om te verbinden de gebrokenen van hart en gevangenen vrijheid uit te roepen. Simeons ziel wacht ongestoord en hij hoopt in al zijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord. Hij zit niet zoals zoveel anderen, te wachten op iemand die het juk van de Romeinen gaat verbreken en het koninkrijk van Israël weer gaat oprichten. Als een wachter op de morgen ziet hij uit naar Hem Die zijn ziel had lief gekregen. Hij ziet uit, hij hoopt en hij wacht op de Beloofde der vaderen, of Hij zou willen afdalen in zijn verlorenheid om hem van zonde en ongeval te ontslaan.

Heilige Geest

‘En de Heilige Geest was op hem’ (Luk. 2:25b). Dat is het volgende wat van Simeon staat geschreven: De Geest is óp hem.

Niet: in hem. Dat moet ook waar geweest zijn, want het is de Geest Gods Die de zondaar van dood levend maakt en Die de kinderlijke Godsvreze werkt, maar er staat met nadruk dat de Geest óp hem was, óp hem rust. Het gaat om de Geest der profetie. Simeon is vervuld van de Heilige Geest, Die hem profetisch gaat inspireren om over zaken te spreken die hoger zijn dan het dak van de tempel. Straks mag Simeon kennis nemen van Gods bijzondere wil. Die gunst heeft God Zijn volk bewezen. Wat hier opvalt, is dat er in drie achtereenvolgende verzen sprake is van de Heilige Geest. In vers 25 staat dat aan Simeon de Geest der profetie is gegeven. In vers 26 wordt dat nader uitgewerkt in de mededeling dat deze Geest hem een Goddelijke openbaring heeft gedaan. En in vers 27 staat dat hij door de Geest de tempel was binnengekomen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 2019

De Saambinder | 24 Pagina's

Als een wachter op de morgen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 2019

De Saambinder | 24 Pagina's

PDF Bekijken