Bekijk het origineel

De oogst is groot

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De oogst is groot

8 minuten leestijd

Wat is het kenmerk van de hemelse roeping? Hoe zal een ‘mensje uit het stof’ weten dat het Gods wil is in zijn leven om Zijn tolk te zijn? Dat is toch geen geringe zaak?

God maakt Zijn wil en weg bekend door Zijn Woord en Geest. Hier ontsluit zich de praktijk van ‘het krijgen van woorden en teksten’. Dit valt echter niet binnen het bestek van deze korte serie artikelen. Maar hier valt wel heel wat (af) te leren. Wanneer er érgens zelfonderzoek nodig is, dan is het hier, want het werk van Gods Geest wordt gekenmerkt door soberheid.

Gepast spreken

Wanneer de Heere roept en spreekt, dan is dat altijd gepast. Het Godswoord dat Hij daarbij gebruikt, heeft dan duidelijk betrekking op de roeping tot de Woordbediening. De verleiding om voorbeelden te noemen is groot. Maar om duidelijk te maken wat bedoeld wordt, slechts één voorbeeld.

Wanneer iemand onder veel emotie vertelt geroepen te zijn met de tekst: ‘De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen’, dan is dat om van te schrikken. Zeker wanneer een kerkenraad daar achter blijkt te staan. De roeping tot het ambt kan nu eenmaal niet herleid worden tot de eenmalige gebeurtenis van de maagdelijke geboorte. Dit is een tweede punt van bezinning en pastorale aandacht. De Geest der waarheid spreekt altijd overeenkomstig het geheel van de Schrift. God spreekt dus altijd eenduidig naar de zin en mening des Geestes.

Ordelijk speken

Een derde punt is dat het Gods gewone weg niet is om bij iemands roeping de ene tekst bij de andere te voegen. Men kan krampachtig gefixeerd zijn op de overtuiging dominee te moeten worden, maar als God spreekt, komt Hij daar altijd Zelf op terug. Dat heeft niets geforceerds in zich. Het gesprokene wordt bestreden en beproefd, maar de Heere komt terug op Zijn eigen Woord en werk. Daaraan is Zijn waarachtigheid en trouw verbonden.

Inwinnend spreken

In het persoonlijke zielenleven is er - als het goed is - een tijd gekomen dat we het voor de Heere mogen verliezen, dat we het met de Heere eens geworden zijn. Want ‘de Heere is recht in al Zijn weg en werk’. De zielspraktijk is terug te vinden in vraag en antwoord 12 van ons troostboek: ‘Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods, tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel...?’ Welnu, die gepaste tijd komt er ook op de weg naar het predikambt. Dan gaat het er niet om wat ik wil of niet wil, wat ik kan of niet kan, maar dan worden we leem in de handen van de Pottenbakker, Die alles met me mag doen wat strekt tot Zijn eer en de verheerlijking van Zijn Gezalfde. Dan is de kramp eruit, dan vallen de mensen - inclusief curatoren - weg, dan zijn alle bezwaren verdwenen. Later kan dat weer anders worden, maar het blijft toch: ‘Hij is de HEERE, Hij doe met mij wat goed is in Zijn ogen’.

Verootmoedigend spreken

Op de weg naar het predikambt zijn zelfverloochening en liefde noodzakelijk. Een roeping is geen opwelling, maar een onweerstaanbare, ootmoedige worsteling, die alleen door de Heere beslist kan worden. Zou het daarom ook niet het beste zijn als er zo weinig mogelijk mensen van af weten? Want mensen kunnen je niet (verder) helpen. De aantrekkelijkheid van het ambt is voor sommigen te groot. ‘O domme schepselen, om er weelde, eer, achting, gemak en rijkdom van te verwachten’, zegt Spurgeon in dit verband.

De begeerte tot het ambt dient ook volkomen belangeloos zijn. De Heere verafschuwt ieder ander motief dan Zijn eer en het welzijn van de zielen. Iedere vorm van eigenbelang, zelfs in de geringste graad, is de vlieg die in de zalfpot alles bederft. Daarom verdraagt het verlangen naar het ambt elke beproeving, ook die van een kerkenraad en van een curatorium. In het hart ligt een hunkering naar het predikambt, die als een vuur ontbrandt in het binnenste en alleen maar sterker wordt. Deze heilige gloed wordt gevoeld, want die is van hemelse oorsprong.

Christus verheerlijkend spreken

Bij de verklaring van iemands roeping kan het niet zo zijn dat de naam van de Zaligmaker niet wordt genoemd. Wie een toekomstige gezant van Christus wil zijn, geeft blijk van een hartstochtelijke liefde tot Hem. Hoe zou ik Zijn gezant kunnen zijn, als mijn hart niet vol is van Hem? Het zal duidelijk doorleefd zijn hoe Hij waarde in het leven heeft gekregen, dat Hij werkelijk álles voor mij geworden is, en dat Hij alleen mijn Leven is!

O, wat zien we uit naar uitstoting van zulke gezanten van Christus’ wege!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

De oogst is groot

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken