Bekijk het origineel

De voorlezer van de Eleonorastraat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De voorlezer van de Eleonorastraat

8 minuten leestijd

Pleun Kleijn was een eenvoudig persoon, meestal getooid met een zwarte pet en met een sigaar in de hand. Als metselaar verdiende hij een karige boterham, maar hij was er samen met zijn vrouw tevreden mee.

Van hem is ook bekend dat hij zeer afhankelijk leefde. J. Mastenbroek deelt in een ”Ten geleide” bij de vierde druk van de door Kleijn samengestelde ”Onderscheidene gangen des geestelijken levens” mee: ‘Zo was hij gewend om, als hij een kopje koffie met koek gepresenteerd kreeg, daarover eerst een zegen te vragen alvorens het te nuttigen’.

Verloren

Rond zijn twintigste jaar moet de verandering in het leven van Kleijn hebben plaatsgevonden. Samen met twee neven (met precies dezelfde vooren achternaam) werd hij vrijgeloot voor militaire dienst. Dat moest natuurlijk gevierd worden en daarbij werd behoorlijk wat gedronken. Op weg naar huis zongen ze: ‘En Pleun Kleijn gaat nooit verloren’. Maar tijdens dit zingen kreeg Pleun in de dadelijkheid zijn verloren toestand voor God in te zien. Hij ging niet verloren, maar hij wás verloren. Het ging in het leven van Pleun radicaal veranderen. Hij werd zondaar voor God en gevoelde zich als een buitenstaander, maar werd aangetrokken tot Gods volk. De Heere werkte met hem door. En dat ging gepaard met liefde tot God en Zijn dienst.

Het was voor hem echter moeilijk zich aan te sluiten bij een bestaand kerkgenootschap. De kerk was verstrooid en verdeeld door breuk op breuk. In afkeurende zin merkte hij later op dat men boven de meeste nieuwe kerken de woorden zou kunnen plaatsen: ‘Door twist ontstaan’.

In de Eleonorastraat

Het was eigenlijk niet verwonderlijk dat een man als Pleun Kleijn op de zondagen terechtkwam in een niet kerkelijk gebonden bijeenkomst. Een plaats waar de breuk beleefd en beweend werd, totdat het God behaagde verandering te brengen in de droeve staat van de kerk in ons vaderland. Die plaats werd voor Pleun Kleijn de ”Vereeniging tot verbreiding der Waarheid” in het gebouw De Driehoek aan de Eleonorastraat (een zijstraat van de Goudsesingel) te Rotterdam. Dit oude gebouwtje (zo genoemd vanwege de merkwaardige driehoekige vorm) was in feite een verbouwde paardenstal, waarin het Leger des Heils samenkomsten hield. De vereniging telde een bestuur van zeven leden, onder wie Kleijn. Aldaar was koster, voorlezer en voorzanger Jan Elshout, de grootvader van ds. A. Elshout (1923-1991) en de betovergrootvader van ds. A.T. Huijser.

Daar heeft Kleijn leesdiensten gehouden. Hij las uitsluitend preken van onze ‘oudvaders’. Twee keer per zondag. De diensten hadden een behoorlijke lengte. Dat kwam vooral door het feit dat Kleijn nogal wat toevoegde uit eigen bevinding of hij gaf wat commentaar aan het einde van de gelezen preek. Als hij geen commentaar had, gaf hij de hoorders nog een samenvatting. Die hoorders vormden een vrij stabiele groep van ruim honderd personen. Kinderen van deze samenkomst werden gedoopt door o.a. ds. L. Boone en ds. W.H. Blaak. Het Heilig Avondmaal kon er nooit gevierd worden. De vereniging was immers geen kerkelijke gemeente! Zo zien we dat we toch altijd behoren te staan naar een geordend kerkelijk leven met ambtsdragers en het bedienen van de sacramenten.

Ontmoetingen

Overigens schuwde Pleun de doordeweekse diensten van bijvoorbeeld ds. G.H. Kersten aan de Boezemsingel niet. Regelmatig was hij onder diens gehoor te vinden. Zo ook op de biden dankdagen. Het is bekend dat hij dan onder de preek weleens het woord nam om openlijk zijn hartelijke verbondenheid aan de inhoud van de preek te kennen te geven. Voor de goede orde, dat is geen navolgenswaardige daad. De zeer ordelijke ds. Kersten kon het echter van Pleun wel hebben. Hij zei na afloop: ‘Als een ander dat zou doen, zou ik het niet willen, maar als Pleun Kleijn het doet, kan ik het wel hebben’.

Niet altijd was er sprake van instemming, want toen ds. Kersten een keer met een ridderorde op zijn preekjas op de kansel stond, heeft Kleijn hem daar openlijk over bestraft. Dat viel bij ds. Kersten minder goed.

Tijdens de oorlog is Pleun eens lopend naar Nieuw-Beijerland gegaan om zijn vriend ds. W.H. Blaak te horen. Ook toen kon hij het niet laten de preek te onderbreken. Hij riep: ‘Willem!’, waarna hij wat woorden sprak naar aanleiding van de preek. Blaak zal het wel vriendschappelijk hebben opgevat. (wordt vervolgd)

Vader Pleun besteedde niet alleen veel tijd en aandacht aan zijn eigen kinderen. In het algemeen had hij een zwak voor de jeugd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

De voorlezer van de Eleonorastraat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken