Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leren op de school van Christus [33]

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leren op de school van Christus [33]

5 minuten leestijd

Deel II Zuigelingen

X HUN LIEFDE TOT DE BROEDERS

Met betrekking tot de vorderingen van de zuigelingen zal ik nog één ding opmerken en dat is hun liefde tot de broeders. In dit opzicht handelen ze zoals alle leden van het lichaam van Christus, wier ambt het is om gelijke zorg voor elkaar te hebben (1 Kor. 12:25) en niet te zijn zoals de wereld, waar het ieder voor zich is en waar men met Kaïn zegt: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ Petrus getuigt ervan dat ze de broeders vurig en oprecht liefhebben. Schrijvend aan de zuigelingen zegt hij: ‘Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart’ (1 Petr. 1:22). Hij spoort hen aan om ten volle te doen wat ze al ten dele deden (1 Thess. 5:11): ‘Vermaant elkander, en sticht de een de ander, gelijk gij ook doet’.

Het is het grote kenmerk van Christus’ discipelen dat ze elkaar liefhebben (Joh. 13:35). Dat ze uit de dood overgegaan zijn in het leven, kan men zien aan hun liefde tot de broeders (1 Joh. 3:14). Vergun mij om op te merken dat in de eerste zendbrief van Johannes de liefde tot elkaar dé grote plicht is waarvan gesproken wordt tot en over al Gods kinderen. En de zonde die daar zo sterk afgekeurd wordt, is het haten of niet liefhebben van elkaar. Als Johannes zegt (1 Joh. 3:8): ‘Die de zonde doet, is uit de duivel’, dan bedoelt hij juist die zonde, want hij zegt in vers 9: ‘Een iegelijk die uit God geboren is, die doet de zonde niet; want Zijn zaad (waaruit hij geboren is, RV) blijft in hem’.

Dat is dezelfde reden die Petrus geeft wanneer hij tot dezelfde plicht opwekt (1 Petr. 1:22-23). En in vers 10 maakt Johannes op grond hiervan onderscheid tussen de kinderen van God en de kinderen van de duivel. Hij neemt dan Kaïn als voorbeeld, die goddeloos was en dit gebod om zijn broeder lief te hebben verbrak. Mogelijk verwijst de ‘zonde tot de dood’, waarover gesproken wordt in 1 Johannes 5:16-19, naar deze zonde, want wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood (1 Joh. 3:14). Uit het verband lijkt dit duidelijk op te maken.

De liefde van de zuigelingen tot de broeders komt duidelijk tot uiting in -naast andere dingenhun bereidheid om te voorzien in hun noden, naar gelang de situatie, de gelegenheid en het vermogen dat toelaten. De apostel roemt over het bereidwillige gemoed van de Korinthische zuigelingen (2 Kor. 9:1-2). En de schrijver van de brief aan de Hebreeuwse zuigelingen vertelt hun dat God niet onrechtvaardig was om de arbeid van hun liefde te vergeten, die ze Zijn Naam hadden getoond in het dienen van de heiligen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Leren op de school van Christus [33]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken