Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leren op de school van Christus [34]

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leren op de school van Christus [34]

5 minuten leestijd

Deel II Zuigelingen

XI DE VORDERINGEN EN KENMERKEN VAN DE ZUIGELINGEN SAMENGEVAT

Opdat de zuigelingen zichzelf zullen bekijken in deze spiegel, zal ik hun vorderingen en kenmerken kort samenvatten. Ze hebben het fundament gelegd, ze zijn wedergeboren en drinken melk door het gehoorzamen van de beginselen van de leer van Christus.

Ze hebben alle noodzakelijke dingen om een heilige te zijn, die dingen die bij de zaligheid behoren of haar bevatten. Maar ze hebben er niet genoeg van om, zoals andere heiligen, hier een bloeiende christen te zijn, of er een grote beloning voor te krijgen in de hemel.

Ze hebben alle wezenlijke genadegaven zoals bekering, geloof en liefde, hoewel niet in zo’n grote mate als de andere klassen gelovigen hebben. Op hun manier volharden ze, verlangend om te groeien. Hoewel ze niet kunnen rennen op de loopbaan, wandelen ze in de weg van Gods geboden. Ze spannen zich in om de andere heiligen te volgen, maar het gaat langzaam en ze kunnen het tempo niet bijhouden.

Dit is in het kort een schets van hun vorderingen.

Ik zal nu laten zien hoe gebrekkig ze zijn in vergelijking met andere heiligen en hoe vleselijk ze zijn, opdat ik hun tot jaloezie en wedijver zal aansporen, en zo tot volmaaktheid.

XII HUN GEBREKKIGHEID EN TEKORTSCHIETEN IN VERGELIJKING MET ANDERE HEILIGEN

Het is duidelijk en gemakkelijk te erkennen dat zuigelingen tekortschieten in vergelijking met vaders en jongelingen, die sterke heiligen zijn. Maar ze schieten ook tekort ten opzichte van de jonge kinderen.

Het kenmerk van de kinderen is dat ze weten dat God hun Vader is (1 Joh. 2:13). Maar de zuigeling, het kindje zowel in vorderingen als in dagen dat het kindje alleen nog maar borstvoeding krijgt, weet niet dat het een Vader heeft Die voor hem zorgt en dat Hij zijn Vader is.

De meeste mensen in het Oude Testament waren slechts zuigelingen. Ze spraken God doorgaans aan als de God Die hemel en aarde gemaakt had, de Schepper, en soms als de God van Abraham, Izak en Jakob, de Belover. Maar als volk spraken ze God slechts zeer zelden aan als Vader, niet meer dan tweemaal. De teksten waarin we dat lezen zijn Jesaja 63:16 en 64:8.

Aan het begin van de Evangelieverkondiging waren de discipelen dus een tijdje als zuigelingen, want ze kenden de Vader niet (Joh. 14:6-11). Hoewel Christus hun geleerd had ‘Onze Vader’ te bidden, duurde het lang voordat ze leerden om de Vader in de Naam van Christus te bidden (Joh. 16:23-24) en voordat ze hun vereniging met de Vader en de Zoon kenden. Daarom vertelde de Zoon hun zo vaak dat ze meer zouden weten en genieten ‘in die dag’. Welke dag? De dag dat Hij opvoer tot de Vader, want toen gold: ‘Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God’ (Joh. 20:17).

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Leren op de school van Christus [34]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken