Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leren op de school van Christus [35]

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leren op de school van Christus [35]

5 minuten leestijd

Deel II Zuigelingen

XII HUN GEBREKKIGHEID EN TEKORTSCHIETEN IN VERGELIJ- KING MET ANDERE HEILIGEN

Hoewel de zuigelingen een aandeel in en gemeenschap met God en Christus hebben, is dat voor hen nog met veel duisterheid omgeven.

Ze hebben er nog niet de verzekering van zoals de kinderen en andere heiligen hebben. Ik kan van hen zeggen wat God van Israël zei toen het nog een zuigeling was: ‘Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad... Ik nochtans leerde Efraïm gaan... maar zij bekenden niet dat Ik hen genas’ (Hos. 11:1-3). Zuigelingen hebben een bepaalde mate van leven, licht en kracht. Er zijn invloeden van God in hun leven en er is een verborgen omgang tussen God en hen, die ze nu nog maar enigszins begrijpen en onderscheiden. Ze zijn er niet zeker van dat God het is Die tot hen afdaalt, of dat het genade is wat van hen omhoog stijgt. Van hen kan gezegd worden wat Jakob zei: ‘Gewisselijk is de HEERE aan deze plaats en ik heb het niet geweten’ (Gen. 28:16).

De zuigelingen zijn gebrekkig en schieten tekort in vergelijking met andere heiligen omdat ze onervaren zijn in het woord der gerechtigheid (Hebr. 5:13).

Het woord der gerechtigheid is het Evangelie, of Jezus Christus, Die de hoofdsom van het Evangelie is. Het Evangelie preken of Christus preken, is hetzelfde, en een dienaar van Christus en het Evangelie of van het Woord is ook hetzelfde. Christus Jezus wordt ‘het Woord’ genoemd (Joh. 1:1), ‘het woord dezer zaligheid’ (Hand. 13:26), ‘het woord Zijner genade’ (Hand. 20:36), ‘het woord des levens’ (Filip. 2:16) en in Hebreeën 5:13 ‘het woord der gerechtigheid’, waarin deze zuigelingen nog onervaren waren (apeiros).

Het woord ‘onervaren’ sluit niet alle kennis uit, maar sluit wel uit dat ze de volle ervaring en kennis ervan bezaten. Ze waren onervaren en onbekwaam in het onderscheiden en kennen van Christus (zoals ze zouden moeten) als de wortel van de gerechtigheid tot rechtvaardiging en heiliging, ‘Die ons van God geworden is tot rechtvaardigheid’, zowel door toerekening als innerlijke werking.

Zuigelingen zijn gebrekkig omdat ze weliswaar ervan houden om veel te luisteren, maar toch weinig kunnen verdragen, vooral als het zwaarder is dan melk.

Het zou hun pijn doen en hen niet helpen om ze te voeden met brood en wijn, zoals Melchizédek dat voorzette aan Abraham (Gen. 14:18). Het hart van onze Zaligmaker was vol van vele dingen om te zeggen, maar Hij kon niet alles aan Zijn discipelen vertellen, want ze waren niet in staat het te dragen (Joh. 16:12). Paulus zei tegen zijn Korinthische zuigelingen dat hij hen gevoed had met melk en niet met vast voedsel, want ze konden het ‘toen nog niet’ verdragen en ook ‘nu nog niet’ (1 Kor. 3:12).

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Leren op de school van Christus [35]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken