Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dopende en lerende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dopende en lerende

9 minuten leestijd

Er begint een nieuwe tijd, dat voelen de discipelen ook wel. In de veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart worden ze voorbereid. Op een berg in Galilea ontmoeten ze hun opgestane Meester (Matth. 28:18-20). Van Hem krijgen ze een opdracht, die de hele nieuwtestamentische kerk geldt: er moet onderwijs gegeven worden!

Dit onderwijs is het enige middel om een ware volgeling te worden. Onderwijs geven aan eigengerechtige Joden, dat valt niet mee, maar aan eigenwijze heidenen, dat is nog erger. Dit is dus geen gemakkelijke taak. De inhoud van dit onderwijs is ook omvangrijk: álles wat Ik u geboden heb (vers 19). Daar ben je zomaar niet mee klaar. Dus, de ‘leerlingen’ zijn niet gemakkelijk en de ‘leerstof’ is niet weinig.

De opdracht tot dit geven van onderwijs is verbonden aan de opdracht om te dopen. De doop is een zichtbaar symbool en een betrouwbare garantie dat God Zijn waarheid nimmer zal krenken, maar eeuwig Zijn verbond zal gedenken. ‘Zijn Woord wordt altoos trouw volbracht, tot in het duizendste geslacht’ (Ps. 105:5). Het is het blijvend getuigenis van de Vader dat Hij Zijn verkiezend welbehagen zal volvoeren, het zichtbaar getuigenis van de Zoon dat Zijn offer overvloedig genoegzaam is ’van kind tot kind’, en het hoorbaar getuigenis van de Heilige Geest dat Hij Heere is en levend maakt. Daarom blijven we dopen en blijven we onderwijzen.

Onlosmakelijke band

Tussen de doop en het voortdurend onderwijs geven, bestaat een onlosmakelijke band. Dat hoort bij elkaar! Want gedoopten kúnnen niet zonder onderwijs. Dat is het enige genademiddel om ware discipelen te maken. Zonder dit onderwijs zakken de gedoopten terug in het heidendom, want onkunde doet dwalen en verdwalen. Dan komen er gedoopte heidenen. Het is een groot gevaar als we met een gedoopt voorhoofd niet weten wat God bevolen heeft, laat staan álles wat ons geopenbaard is.

De werking van Gods Geest hebben wij niet in de hand. Over Gods soevereine genade beschikken wij niet, maar het middel waardoor de Heere genade werkt, is wel onze (ambtelijke) verantwoordelijkheid: als onderwijskrijgende catechisant, als verantwoordelijke ouder onder ede, en als onderwijsgevende ambtsdrager. Het besef van de verantwoordelijkheid van deze drie betrokkenen moge duidelijk blijken, elke keer, elke week. Omdat onze kerkjeugd een gedoopt voorhoofd heeft en omdat dit opgedragen is door de levende Zaligmaker.

Zou de alwetende Hartenkenner niet weten dat dit onderwijzen niet eenvoudig is? Dat de jongeren het druk hebben met schoolwerk en met nog veel meer dingen? Dat de betrokkenheid en de vatbaarheid van onze jongeren minder wordt? Dat de catecheet ook maar een mens is? Dat de medewerking van de ouders tanende is? Dat… weet Hij allemaal, want Hij spreekt over ‘al de dagen tot de voleinding der wereld’ (vers 20). Daar horen dus ook ónze dagen bij, de dagen van de ondergang van het Avondland, de dagen dat Gods gerichten over de aarde gaan, de laatste dagen. Het is wonderlijk en vertroostend dat de Meester bij uitnemendheid de opdracht om te blíjven dopen en te blíjven onderwijzen ingeklemd heeft tussen twee beloften. De opdracht om onderwijs te geven aan gedoopten staat tussen twee toezeggingen. We hoeven dit niet in eigen kracht en alleen met eigen wijsheid te doen, want ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde’ (vers 18). En het is ook geen eenzaam avontuur, met het slopende gevoel dat je er alleen voor staat, want: ‘Zie, Ik ben met ulieden, al de dagen tot de voleinding der wereld’ (vers 20).

In genade heersen

De almachtige Jezus verzekert Zijn bevoegdheid om in genade te heersen, wat er ook tegenop komt. Harde, aardsgezinde harten zijn in Zíjn macht. Beroerde omstandigheden zijn in Zijn hand. En naar Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest zal Hij tonen er-bij-te-zijn.

Blijf gedoopten daarom trouw onderwijs geven! ‘Ja maar..., ik ben niet een van die zeven aanwezige discipelen’. Ook dat weet Hij. Lees eens wie zij waren en bleven? ‘Doch sommigen twijfelden...’ (vers 17), terwijl Hij al zoveel trouw getoond had. En wat doet Hij? ‘Jezus bij hén komende...’ (vers 18a). Steeds maar weer komt Hij (terug). Hij nadert tot twijfelaars. En om Zijn woorden kracht bij te zetten, zegt Hij er nadrukkelijk ‘amen’ (vers 20) bij: het is eeuwig waar en zeker. Ik lieg nooit. Op Mij kun je aan, wat er ook omvalt.

Zullen we zo maar weer gaan beginnen, hopend op Hem? Op hoop van de zegen uit Hem. Zullen we in dit seizoen op tijd beginnen? Zullen we ons zorgvuldig voorbereiden, met een boek en op de knieën? Zullen we de taak van het onderwijzen als een van onze belangrijkste ambtelijke taken beschouwen? Ook in onze kerkenraadsagenda. Dan is er ruimte voor broederlijk overleg en meeleven. Want het is toch zo mooi werk: ‘lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met ulieden al de dagen...’.

Zegen, mijn broeders! Uit de Opdrachtgever.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Dopende en lerende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken