Bekijk het origineel

Wij-zij denken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wij-zij denken

Leven in een ongelovige omgeving (2)

13 minuten leestijd

Wie zich negatief uitlaat over bepaalde groepen in de samenleving, doet aan wij-zij denken. Dat is niet in de haak, vindt men. Met groepsdenken werk je mee aan onnodige polarisatie. Of is dit slechts taal van de elite, ook onder christenen?

Nathanaël zei: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ (Joh.1:47) Deze Israëliet vormt zich een mening over Jezus op grond van Zijn herkomst. Zo vindt de eerste beoordeling van iemand plaats op basis van stereotypen. Daarvan zijn in de Bijbel vele voorbeelden te vinden. ‘Joden hebben geen omgang met Samaritanen’, zegt de vrouw uit Sichar (Joh.4:9). Christus gaat echter het gesprek met haar aan. Hiermee doorbreekt Hij het wij-zij denken. Doelbewust overbrugt Hij de afstand tussen Joden en Samaritanen. Toch deinst Hij er niet voor terug ook een tegenstelling te benoemen: ‘U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden.’ (Joh.4:22)

Kretenzen

Een sterk voorbeeld is de uitspraak van Paulus: ‘Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken. Dit getuigenis is waar.’ (Tit.1:12b-13a) Mag je een hele bevolkingsgroep zo over één kam scheren? In de huidige tijd noemt men zoiets groepsbelediging. Alle aandacht richt zich in onze samenleving op het individu, als uniek mens met een strikt persoonlijke verantwoordelijkheid. Men vindt het niet juist iemand als onderdeel te zien van een groep met mogelijk een slechte reputatie.

In bijbelse tijden lag dit anders. Niet alleen het individu, maar ook een sociale gemeenschap als geheel werd verantwoordelijk gehouden voor de moraal en voor afwijkend gedrag. Niet alleen afzonderlijke personen, ook groepen dragen kenmerken die we goed of slecht kunnen noemen. Zo stonden de bewoners van Kreta blijkbaar bekend als leugenaars.

We kunnen hier niet zomaar aan voorbijgaan door vast te stellen dat we nu in een andere tijd en cultuur leven. Het is bijbels én realistisch om te erkennen dat een gemeenschap een gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt. In het menselijk, sociaal functioneren is de identiteit van de groep waartoe we behoren van groot belang. In onze moderne, westerse denkwijze ligt dit moeilijk. Het extreme individualisme verhindert een open gesprek over de eigen karaktertrekken van een gemeenschap. Zo’n uitlating over de Kretenzen in Titus 1 lijkt ons ongepast voor iemand die het goede voorbeeld moet geven. Eerbiedig luisteren naar Gods Woord houdt echter in dat we ernaar moeten zoeken de waarheid van deze tekst goed te verstaan.

Herinneren

Het onderwijs van de apostelen spreekt in algemene termen over allen die buiten Christus zijn. Er is een groot onderscheid tussen de christelijke gemeente enerzijds en de omringende wereld anderzijds. De heidense levensstijl in z’n geheel wordt beheerst door onwetendheid, hebzucht, agressie en seksuele lusten (bijv. Ef.4:17-22; Kol.3:5-9). Dit betekent niet dat iedere ongelovige individueel zich zo gedraagt. De onchristelijke collega kan een fijne, behulpzame man of vrouw zijn. Toch ontmaskeren de apostelen de wereld waartoe zo’n prettige collega behoort als een bedorven en vijandig geheel.

Christenen waren overigens vóór hun bekering niet anders. ‘Want ook wij waren voorheen onverstandig, (…) levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend.’ (Tit.3:3) Door daar telkens aan te herinneren moeten Gods kinderen leren zich niet boven ongelovigen te verheffen. Dat er onderscheid is gekomen, is louter te danken aan de genadige verkiezing van God. Er zit niets van onszelf in om ons op te beroemen.

Afzondering

De wedergeboorte brengt wel een wezenlijk verschil teweeg met allen die nog buiten de geloofsgemeenschap met Christus zijn. Dit is niet alleen een verschil in de hoop, maar ook in hoe je bent. Terwijl we vandaag binnen de kerk de neiging hebben dit verschil diepgaand te relativeren, vonden de apostelen het in hun onderwijs nodig op dit contrast veel nadruk te leggen. Deze constatering laat zien dat ons denken over de verhouding tussen kerk en wereld een correctie nodig heeft vanuit Gods Woord.

Wanneer de apostelen schrijven over het christelijke leven in een heidense omgeving, waarschuwen ze ervoor zich niet te verbinden met ongelovigen. ‘Wees hun metgezellen niet!’ (Ef.5:6-7,11)

Toewijding aan God betekent afzondering van de wereld (1 Kor.15:33; 2 Kor.6:14-18). Met deze aansporingen is niet alles gezegd, maar we mogen er niet overheen lezen. Onder gereformeerde christenen in ons land krijgt de gedachte van de antithese niet veel aandacht meer. Het pleidooi voor participatie en solidariteit met de wereld heeft de harten gewonnen.

Jeremia 29

Bij de bezinning op onze plaats in de samenleving is de tekst uit Jeremia 29:5-7 bijzonder geliefd geworden: ‘Bouw huizen en woon erin, leg tuinen aan en eet de vrucht ervan, (…) Zoek de vrede van de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd. Bid ervoor tot de Heere, want in haar vrede zult u vrede hebben.’ Achter de populariteit van deze tekst kunnen minder goede motieven schuilgaan. Voor meedoen met de wereld krijg je nu eenmaal meer waardering dan wanneer je apart blijft staan. Bovendien kan dit profetenwoord onbedoeld gaan dienen als legitimatie voor de aardsgezindheid van westerse christenen.

Wie de context bekijkt, ontdekt dat Jeremia helemaal niet bezig is de ballingen te herinneren aan hun missionaire of diaconale opdracht. Zijn punt is dat ze het oordeel niet ernstig genoeg nemen. De weggevoerden naar Babel denken dat ze hun koffers wel ingepakt kunnen laten, alsof de straf op hun zonden niet lang gaat duren. Echter, ze zullen het in hun ballingschap maar liefst zeventig jaar moeten uithouden (Jer.29:10 en 28). Daarom hebben ze veel belang bij duurzame woningen en vrede in de stad. Ze zullen moeten bidden voor hun vijanden, omdat ze ertoe zijn veroordeeld met hen langdurig samen te leven.

Toerusting

Er zijn natuurlijk goede theologische argumenten om ons solidair op te stellen met de wereld. God heeft immers ook Zijn liefde aan ons bewezen toen wij nog vijanden waren. Door goed te doen aan alle soorten mensen mogen we iets laten zien van de hemelse Vader. De Zoon van God werd de mensen gelijk en men zag Hem als Vriend van hoeren en tollenaren. Zijn voorbeeld geeft ons een bewogen en ruim hart voor alle mensen in nood.

De apostolische brieven zijn gericht aan christelijke gemeenten die zich in een minderheidspositie bevinden. Hoe werden deze kleine gemeenschappen toegerust? Het is opvallend dat de apostelen niet het volle gewicht leggen op de roeping om mee te lijden met de wereld. Ze schrijven zelfs relatief weinig over het algemene lijden van de mensen. Dit thema ontbreekt niet, maar in hun toerusting wordt vooral gewezen op het goddeloze karakter van die wereld. De apostelen sporen ertoe aan om duidelijk anders te leven. In hun brieven schenken ze veel aandacht aan de onderlinge omgang binnen de gemeente. Wanneer er menselijk lijden ter sprake komt, betreft het meestal het lijden dat christenen zelf ondervinden ten gevolge van hun geloof.

Wat betekent dit nu voor de kerk vandaag? In onze houding ten opzichte van de wereld om ons heen moeten we ons laten onderwijzen door de Schrift. Waar is de benadering die we in de apostolische brieven vinden goed voor? Op deze vraag gaat het slotartikel dieper in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wij-zij denken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken