Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 169

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 169

Hoofdstuk 25 De nieuwe schepping - 1 (5) Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. 2 Korinthe 5:17

9 minuten leestijd

Het derde. Nu moeten we vragen naar de eigenschappen en de hoedanigheden van deze nieuwe schepping, en u - als wij daartoe in staat zijn - laten zien welke die zijn. Toch mag u hier van dit grote geheimenis geen nauwkeurige verklaring verwachten. Immers, als we al vragen kunnen stellen over een onnozele vlieg, waarbij de grootste wijsgeer bij het beantwoorden ervan voor raadsels komt te staan - dan kunnen we nog veel minder dit grote en heerlijke werk Gods begrijpen, het meest verborgene en heerlijkste van al Zijn werken, dat het verstand van de meest verlichte christenen te boven gaat. O, wat weten we maar weinig van de aard, de eigenschappen en de werkingen van deze nieuwe schepping! Voor zover God het aan ons zwakke verstand heeft geopenbaard, kunnen wij erover spreken.

De Schrift spreekt erover als iets dat voor het verstand van de mens heel moeilijk te begrijpen is. Johannes 3:8: De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is een iegelijk die uit de Geest geboren is. De oorsprong van de wind is in de wijsbegeerte een heel moeilijke kwestie. We horen het geluid van de wind, we voelen zijn grote kracht en zien de opvallende uitwerkingen ervan. Toch weten we niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Vraag maar aan iemand: Hoort u de wind waaien? Ja. Voelt u hem waaien? Ja, dat kan ik duidelijk voelen. Ziet u de uitwerkingen ervan, zoals hij de bomen ontwortelt en doet omvallen? Ja, heel duidelijk. Maar kunt u zijn aard omschrijven, of verklaren waar hij vandaan komt? Nee, dat is een geheim dat ik niet begrijp. Welnu, net zo is het met degene die uit de Geest geboren is. De Heilige Geest van God, van Wiens wezen en werkingen we maar weinig verstaan, komt van de hemel, wekt het leven in onze ziel en beïnvloedt haar, slaat door Zijn almachtige kracht onze lusten neer en doodt ze. Deze werkingen van de Geest in ons voelen we bij bevinding, en we onderscheiden ze bewust. Maar hóé Gods Geest voor het eerst onze ziel binnenkwam, haar levend maakte en deze nieuwe schepping in haar heeft voortgebracht - daar begrijpen we nauwelijks meer van dan van de manier waarop de beenderen groeien in de schoot van een zwangere vrouw (Pred. 11:5). Daarom wordt het leven van het nieuwe schepsel een ’verborgen’ leven genoemd (Kol. 3:3). Het wezen van dat leven is niet alleen volkomen verborgen voor alle vleselijke mensen, maar het is ook in heel hoge mate een verborgen en onbekend leven voor de geestelijke mens, al is hijzelf er het voorwerp van.

Al is dan dit leven van de nieuwe schepping een grote verborgenheid, en in bepaalde opzichten een geheimenis, die nieuwe schepping is toch, voor zover die wordt gekend en zij zich aan ons vertoont, de schoonste en liefelijkste schepping die God ooit heeft voortgebracht, omdat de schoonheid van de Heere Zelf erover ligt. De nieuwe mens is naar God geschapen (Ef. 4:24). Zoals een schilderij wordt gemaakt naar een mens, is het een schets van God Zelf, die de Geest, die voortreffelijke Kunstenaar, tekent op de ziel van de mens. Heiligheid is de schoonheid, de heerlijkheid Gods, en in heiligheid wordt de nieuwe schepping naar Gods beeld tot stand gebracht (Kol. 3:10). Daardoor wordt de wedergeboren ziel heilig (1 Joh. 3:3), niet heilig in wezen, zoals God heilig is, en evenmin werkzaam heilig, want de wedergeboren ziel kan zichzelf noch anderen heilig maken; maar we mogen van de nieuwe schepping wel zeggen dat zij hierin op het leven Gods lijkt, dat zoals God voor Zichzelf leeft, het nieuwe schepsel geheel ’voor God’ leeft.

Zoals God de heiligheid bemint en het tegendeel haat, doet de nieuwe schepping dat ook. Zij is in deze dingen gevormd naar het beeld van God, Die het schiep. Wanneer God deze schepping volbrengt in de ziel van een mens, wordt er van ons gezegd dat wij ’der Godde lijke natuur deelachtig worden’ (2 Petr. 1:4). Dan kan er niets aan de mens worden geschonken dat zijn ziel siert en tooit, als juist deze nieuwe schepping. De mens lijkt niet dáárin op God dat hij edel is of rijk, maar dáárin dat hij heilig is. Geen gave van de natuur siert de mens zó als deze nieuwe schepping. Het voorhoofd van de nieuwe schepping draagt het teken van een waardigheid die ontzag inboezemt, en beveelt de besten en de slechtsten onder de mensen er hulde aan te bewijzen (Mark. 6:20). Ja, de schoonheid van de nieuwe schepping is van dien aard, dat Christus, die haar heeft gewrocht [tot stand gebracht], haar ook bewondert. Hooglied 4:9: Gij hebt Mij het hart genomen met één van uw ogen. (wordt vervolgd)

© 2008 Den Hertog B.V., Houten.

Geschonken genade

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 169

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken