Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De heilige oorlog (43)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De heilige oorlog (43)

11 minuten leestijd

De gewilligheid van Immanuël

Het is de kapiteins nog niet gelukt Mensziel te veroveren. Ze besluiten een smeekschrift te sturen naar Koning El-Schaddaï. Daarin verzoeken ze meer legers en een goede aanvoerder te sturen.

De aanbieding van het smeekschrift

Aan wie kan het smeekschrift beter worden overhandigd dan aan de Zoon van de Koning? Hij neemt het aan en leest het. De inhoud van het smeekschrift bevalt Hem goed. Hij verbetert het hier en daar en voegt persoonlijk nog wat zaken toe. Daarna overhandigt Hij het aan de Koning. Hij maakt gebruik van Zijn positie om nog enkele woorden van aanbeveling te spreken.

De Koning is verblijd met het smeekschrift, en ook met het feit dat Zijn Zoon het ondersteunt. Hij is tevreden als Hij hoort hoe vurig en standvastig de kapiteins Mensziel belegeren en wat ze al bereikt hebben.

De gewilligheid van Immanuël

Nadat de Koning Zijn Zoon Immanuël heeft geroepen, zegt Deze: ’Zie, hier ben Ik, Mijn Vader’. De Koning spreekt daarna: ’U weet net als Ik hoe de toestand van Mensziel is en dat we ons voorgenomen hebben de stad te verlossen. Kom aan, Mijn Zoon, en bereid Uzelf voor om te strijden. Ik beveel U naar het legerkamp te gaan. U zult voorspoedig zijn, zegevieren en de stad Mensziel veroveren’. Daarop spreekt de Zoon van de Koning: ’Uw wet is in het midden Mijns ingewands. Ik heb lust om Uw wil te doen. Dit is de dag waarnaar Ik verlangd heb, en het werk waar Ik al die tijd op gewacht heb. Geef Mij daarom de macht die Uw wijsheid nodig keurt. Ik zal gaan en de stad bevrijden van Diábolus en uit zijn macht deze vergankelijke stad verlossen. Mijn hart heeft vaak gebloed over die ellendige stad, maar nu is Mijn hart verheugd, ja, nu is het verblijd.’

Terwijl Hij van vreugde over de bergen springt, zegt Hij: ’In Mijn hart is niets te dierbaar voor Mensziel. De dag van wraak is in Mijn hart voor u, Mijn Mensziel. Ik ben verheugd dat Mijn Vader Mij heeft gemaakt tot de Kapitein van haar verlossing. Ik zal nu beginnen te plagen die een plaag zijn geweest voor Mijn stad Mensziel en zal deze uit de hand van de vijand verlossen’.

Als de Zoon van de Koning dit zegt tegen Zijn Vader, schiet een licht zo fel als een bliksemschicht door de zaal. Het voornemen van de Zoon is het enige onderwerp van gesprek in het paleis. Het is niet in te denken hoe blij de hovelingen zijn met het plan van de Prins. Iedereen erkent de rechtvaardigheid van de oorlog. De hoogste edelen en officieren verlangen allen Immanuël te mogen dienen en mee te helpen om Mensziel terug te brengen onder de macht van El-Schaddaï.

Christus’, de verdienende en gewillige Oorzaak

Nog maar een enkele keer heeft Bunyan in zijn verhaal gesproken over Immanuël, Gods Zoon. Gods knechten hebben de zondaar zijn ellendige staat aan te zeggen en te wijzen op waarachtige bekering. Maar er gaat pas werkelijk wat gebeuren als Gods Zoon als het ware de taak van Zijn knechten overneemt en Zich in de strijd mengt. Gods dienaren moeten het Woord biddend verkondigen, maar pas als dat gebed wordt overgenomen door Christus en op grond van Zijn verdienste aan de Vader wordt bekendgemaakt, gaat er kracht van uit. Dan blijft het daar niet alleen bij, maar Hij toont ook Zijn gewilligheid om het werk van verlossing uit te voeren.

Christus’ verdienste

De priesters in de tempel hadden onder andere als taak voor het volk te bidden. Aan deze gebeden ging echter wel wat vooraf. Zij moesten eerst offers brengen, waaronder het reukoffer. Op het reukaltaar werden heerlijk ruikende specerijen geofferd. Onze gebeden en de gebeden van Gods knechten zijn in zichzelf niet welriekend. Daarom is het nodig dat Christus’ offerande, Zijn bloed en gerechtigheid, het gebed de grond geeft die het nodig heeft om door de Vader aanvaard te worden. Hoe belangrijk is het onze kinderen te leren het gebed af te sluiten met de bede ’om Jezus’ wil’.

Christus’ gewilligheid

Bunyan beschrijft vervolgens de gewilligheid van Christus om het bevel van Zijn Vader te gehoorzamen. Christus weet van de strijd die eraan verbonden is. Wat in de vrederaad Gods was besloten, wordt nu werkelijkheid. Toen zeide Ik: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden Mijns ingewands (Ps. 40:8,9. Zie ook Hebr. 10:7 en 9). Wat een wonder spreekt hier uit: Hij heeft lust, en dat om te verlossen diegenen die geen lust hebben om Zijn wet te gehoorzamen; Hij komt, en dat om zondaren te redden die naar Hem niet vragen en tot Hem niet willen komen; Hij verlaat de heerlijk-heid, en dat om vijanden te zaligen die de zonde niet willen verlaten; Hij gaat de strijd aan, en dat om te bevrijden diegenen die gewillig onderworpen zijn aan de macht van satan. Het is alles Gods welbehagen: Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen (Ps. 89:8 ber.).

De overste Leidsman van de zaligheid

Als de Zoon Zijn Vader toespreekt, laat Bunyan Hem zeggen dat Hij verheugd is dat Hij aangesteld is tot Kapitein van de verlossing van Mensziel. In ’De Heilige Oorlog’ wordt verwezen naar Hebr. 2:10: (…) den oversten Leidsman hunner zaligheid (…). De betekenis daarvan is, dat Christus de Auteur of Oorzaak van de zaligheid is (kantt. 27). Zo wordt Hij ook letterlijk genoemd: Hij is allen die Hem gehoorzaam zijn, een Oorzaak der zaligheid geworden (Hebr. 5:9). Petrus verwijt de Joden dat zij de Vorst des levens hebben gedood (Hand. 3:15), ’ … Die de enige Leidsman is om de mensen door Zijn verdiensten en krachtige werkingen tot het eeuwige leven te brengen’ (kantt. 21). Niet voor niets spreekt Bunyan ook over ’de Prins’, als de hovelingen (de engelen) hun blijdschap tonen over het plan van Immanuël.

Zal het hart van Bunyan niet met zielsvreugde vervuld geweest zijn toen hij op deze wijze zijn Meester en Diens gewilligheid beschreef?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De heilige oorlog (43)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken