Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 175

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 175

Hoofdstuk 26 De nieuwe schepping - 2 (3)

10 minuten leestijd

Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. 2 Korinthe 5:17

De wegen van het vlees zijn onverenigbaar met de geest van een christen. Wie een nieuw schepsel is, kan nooit vreugde hebben in zijn zondige metgezellen, of genoegen vinden in het doen en laten van weleer.

Ach, die dingen zijn nu hoogst ongepast, weerzinwekkend en afschuwelijk - hoe plezierig ze ooit zijn geweest! Wat ze voor hun vrijheid hielden, zouden ze nu als de grootste slavernij aanmerken. Wat eens hun heerlijkheid was, is nu hun schande: Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood (Rom. 6:21). Anderen hoeven er niet bij hen op aan te dringen: ze zullen gewillig van zichzelf bekennen wat een dwazen ze ooit zijn geweest. Niemand kan over hun wandel van weleer terughoudender zijn dan zijzelf (1 Tim. 1:13, 14).

Het tweede gebruik tot overtuiging Als er niemand in Christus is dan wie een nieuw schepsel is, en dat de nieuwe schepping een verschil aanbrengt zoals het werd beschreven, dan moge dit ons ervan overtuigen dat velen van ons zichzelf bedriegen en in de belangrijkste aangelegenheid die we in deze wereld hebben, een gevaarlijke en rampzalige fout maken. Voordat ik evenwel dit gebruik naar voren breng, moet ik als mijn wens uitspreken dat niemand er een verkeerd gebruik van zal maken. Wie goddeloos is, mag er niet uit afleiden dat er helemaal geen ware godsdienst in de wereld zou zijn, of dat allen die de godsdienst belijden, alleen maar huichelaars zijn. Evenmin mogen degenen die God vrezen zichzelf kwaad doen met dat wat hun ten nutte is bedoeld. Laat niemand tot de slotsom komen dat, aangezien er zo veel fouten worden gemaakt als het over deze nieuwe schepping gaat, de verzekerdheid noodzakelijkerwijs onmogelijk moet zijn, zoals de pausgezinden stellen. Het juiste gebruik dat we van deze leer behoren te maken, is dat we de ogen zullen openen van degenen die een valse belijdenis hebben, en om allen te doen beseffen dat ze hun eigen toestand dieper en grondiger moeten onderzoeken. Dit zij uit voorzorg gezegd. Laat allen dan overtuigd worden van de waarheden die nu volgen.

De verandering die teweeggebracht wordt door het fatsoen, bij mensen die wellustig en werelds waren, verschilt in haar hele aard en natuur van de nieuwe schepping. De kracht en werking van de deugdzaamheid is iets, maar de invloed van de herscheppende Geest is iets heel anders - al hebben sommigen hun best gedaan om hen ermee te troosten. De heidenen muntten uit in zedelijke en menselijke deugden: Plato, Aristides, Seneca, en nog velen méér, streefden vele zogenaamde christenen voorbij in rechtvaardigheid, matigheid, geduld, enzovoort - en toch waren ze volkomen vreemd aan de nieuwe schepping. Een mens kan heel nauwgezet en gematigd zijn, vrij van de besmettingen van de wereld, en intussen toch volkomen vreemd zijn aan de wedergeboorte. Er kunnen veel krachtige overtuigingen en noden vanwege de zonde gevonden worden, waar nooit de nieuwe schepping gestalte kreeg. Zeker, de overtuiging gaat aan de nieuwe schepping vooraf, en is er de voorbereiding toe, zoals de bloesem van een boom voorafgaat aan de vrucht die volgt. Maar zoals de vrucht niet altijd volgt waar de bloesem en de bloemen verschijnen, volgt evenmin de nieuwe schepping op alle overtuigingen en noden vanwege de zonde. De overtuiging is een algemeen werk van de Geest, zowel bij de uitverkorenen als bij de verworpenen. De nieuwe schepping krijgt echter alleen gestalte in de uitverkorenen Gods. De overtuigingen kunnen verwelken en wegkwijnen, en de mens die bekommerd was vanwege de zonde, kan weer ’met de hond wederkeren tot zijn eigen uitbraaksel, en zich met de gewassen zeug wentelen in het slijk’ (2 Petr. 2:22). De nieuwe schepping echter vergaat nooit, en het is onbestaanbaar dat zij naar de zonde terugkeert.

Waar de nieuwe schepping niet is, kunnen wel uitnemende gaven en talenten zijn, die een mens geschikt maken tot het dienen in Gods kerk. De Geest deelt ze willekeurig uit aan mensen die wedergeboren zijn en aan mensen die niet wedergeboren zijn. Mattheüs 7:22: Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd? Gaven kunnen we verkrijgen door studie. Het bidden en het preken worden verlaagd tot een vaardigheid, maar de wedergeboorte is geheel en al bovennatuurlijk. Zonde, die heerschappij voert, kan met uitnemende gaven bestaan, maar is volstrekt onverenigbaar met de nieuwe schepping. Kortom: deze dingen verschillen naar hun aard zó van de nieuwe schepping, dat ze in de wereld vaak de grootste barrières en hindernissen voor het herscheppende werk van de Geest blijken te zijn. Laat niemand daarom op díé dingen vertrouwen waardoor menigten van mensen hun ziel bedriegen en tenietdoen. Het zal u die dit leest misschien veel hoofdbrekens kosten om gaven te verwerven, maar u zult ontdekken dat uw hart zal breken vanwege de zonde als God u ooit tot een nieuw schepsel maakt.

Wees ervan overtuigd dat mensen een veelheid van godsdienstplichten kunnen waarnemen, in wie de nieuwe schepping nooit gestalte kreeg. Hoewel elk nieuw schepsel de godsdienstplichten vervult, zijn toch niet allen die de godsdienstplichten vervullen, nieuwe schepselen. De wedergeboorte is niet de enige wortel waaruit de godsdienstplichten voortkomen. Jesaja 58:2: Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen. Dat is slechts een zwak en onbetrouwbaar fundament voor een mens, om er zijn hoop en vertrouwen op te bouwen.

(wordt vervolgd)

© 2008 Den Hertog B.V., Houten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 175

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken