Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 179

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 179

Hoofdstuk 27 De zonde gedood (2) Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Galaten 5:24

11 minuten leestijd

Eerst moet het ’één plant worden met Christus’ er zijn, eer het daadwerkelijke kruisigen van de zonde er kan zijn

Het eerste. Wat houdt het ’doden’ of het ’kruisigen’ van de zonde in? Ter wille van de duidelijkheid zal ik zeggen wat het niet is en wat het wel is, en u laten zien wat er met deze woorden niet wordt bedoeld, en wat de Geest Gods er in hoofdzaak wel mee beoogt.

Het kruisigen van het vlees houdt niet in dat de zonde in de gelovigen totaal vernietigd wordt, of dat het wezen en het bestaan ervan in het heden tenietgedaan wordt. Een geheiligde ziel legt haar verdorvenheden af bij de dood van het lichaam. Dat zal de uitwerking zijn van onze toekomstige heerlijkmaking, maar niet van onze heiligmaking in het heden. De zonde blijft in deze wereld voortbestaan in de gelovige die der zonde het meest is afgestorven (Rom. 7:17). Zij is nog altijd werkzaam, zij begeert nog altijd in de wedergeboren ziel (Gal. 5:17), ja, al is zij in de gelovigen gekruisigd, dan kan zij toch, als het over afzonderlijke daden gaat, hen overvallen en gevangennemen (Ps. 65:4; Rom. 7:23). Daarom is dit in deze woorden niet de bedoeling van Gods Geest.

Het kruisigen van de zonde bestaat evenmin daarin dat het alleen maar de uitwendige daden van de zonde onderdrukt, want de zonde kan heersen over de ziel van de mens, terwijl zij niet plotseling met grove en openlijke daden tevoorschijn komt (2 Petr. 2:20; Matth. 12:43). De deugdzaamheid bij de heidenen heeft, zoals Tertullianus terecht opmerkt, die daden verborgen, daar waar zij die niet kon doden. Menigeen toont een reine, fraaie hand, die toch een heel lelijk en onrein hart heeft.

Het kruisigen van het vlees bestaat niet daarin dat er een einde komt aan de uitwendige daden der zonde. Immers, in dat opzicht kunnen de lusten van de mens vanzelf, ja, een soort natúúrlijke dood sterven. De leden van het lichaam zijn de wapenen der ongerechtigheid, zoals de apostel ze noemt. Ziekte of ouderdom kunnen op die manier die wapens bot maken of breken, zodat de ziel ze niet meer tot zondige doeleinden en diensten kan gebruiken, zoals zij dat gewoon was te doen in die tijden van het leven toen dit nog gezond en krachtig was. Niet, dat er in het hart minder zonde is, maar omdat er minder kracht en werkzaamheid is in het lichaam. Het is ermee als met een oude soldaat: als het over militaire acties gaat, is zijn kundigheid er nog steeds, heeft hij er verstand van, en genoegen in, maar zijn oude dag en de zware dienst hebben hem zo verzwakt, dat hij het militaire leven niet langer aankan.

Het kruisigen van de zonde bestaat niet in het ernstig kastijden van het lichaam, niet daarin dat we het door het te slaan, door te vasten en aan afmattende pelgrimstochten deel te nemen voor de zonde laten boeten. Bij de pausgezinden mag dit dan voor het doden van de zonde doorgaan, maar door zo hard te zijn werd nog nooit ook maar één begeerte van het vlees gedood. Zeker, een christen is ertoe verplicht dat hij het lichaam, als het werktuig der zonde, niet zijn zin mag geven en het niet mag koesteren.

Evenmin mogen we denken dat de geestelijke verdorvenheden van de ziel de slagen zullen gevoelen die het lichaam worden toegebracht (zie Kol. 2:23). Het is niet de vruchteloosheid van het bijgeloof, maar de kracht van het ware dienen van God dat de verdorvenheid kruisigt en tenietdoet. Het is het geloof in het bloed van Christus, en niet het verspillen van ons eigen bloed, dat de zonde de dodelijke wond toebrengt.

Als u nu vraagt wat het doden of het kruisigen van de zonde wél inhoudt, en waarin het bestaat, dan antwoord ik dat het noodzakelijkerwijs inhoudt dat de ziel in Christus ingeplant en met Hem verenigd is. Zonder dit is het onmogelijk ook maar één verdorvenheid te doden: die van Christus zijn, hebben het vlees gekruisigd. De pogingen van alle anderen zijn nutteloos en blijven zonder uitwerking: toen wij in het vlees waren, zegt de apostel, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen (Rom. 7:5). De zonde was toen oppermachtig: geen soberheid, geen kracht of uitwendige onverbiddelijkheid, geen voornemens, beloften of plechtige eden konden de zonde doden of vernietigen. Eerst moet het ’één plant worden met Christus’ er zijn, eer het daadwerkelijke kruisigen van de zonde er kan zijn.

Wat heeft een gelovige al niet alle uitwendige manieren en middelen beproefd in de dagen van zijn eerste overtuigingen, en wat heeft hij bij bevinding gemerkt dat ze net zomin iets hielpen als de verse zelen of touwen waarmee Simson werd gebonden! Maar wanneer hij ooit gelovig werkzaam wordt met het sterven van Christus, is het voornemen om de zonde te doden voorspoedig geweest en heeft het veel goeds uitgewerkt.

Het doden van de zonde houdt in dat Gods Geest in dat werk Zijn kracht uitoefent. Zonder Zijn hulp en bijstand moeten onze pogingen wel vruchteloos blijven. Over dit werk kunnen we zeggen, zoals er in een ander verband werd gesproken, in Zacharia 4:6: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere. Wanneer dus de apostel wil laten zien door welke hand dit werk van het doden der zonde wordt volvoerd, zegt hij het in Romeinen 8:13 zó: Indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven. Het is ónze plicht, maar de kracht waardoor wij die volbrengen, is van Gód. De Geest is de Enige Die voorspoedig strijdt tegen de begeerlijkheden die in onze leden woeden (Gal. 5:17). Het is waar: dit sluit ons pogen niet uit, maar het brengt het wel met zich mee. Het is immers door de Geest dat wij de werkingen des lichaams doden. Maar toch: zonder de hulp en de invloed van de Geest baat heel ons pogen niets.

(wordt vervolgd)

© 2008 Den Hertog B.V., Houten.

Geschonken genade

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 mei 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 179

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 mei 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken