Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 185

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 185

Hoofdstuk 28 Het vlees gekruisigd (2)

11 minuten leestijd

Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Galaten 5:24

Als zij die van Christus zijn het vlees hebben gekruisigd, dan is het getal van de ware christenen heel klein. Het is waar: als allen die zachtmoedig, nederig en hemelsgezind lijken, voor christenen mogen doorgaan, dan is hun getal groot. Als wij evenwel slechts diegenen voor christenen moeten houden die het vlees kruisigen met zijn bewegingen en begeerlijkheden, o, wat is het getal dan klein! Want o, wat dragen velen de naam van christen, die aan hun begeerlijkheden toegeven, en al diegenen haten die hen getrouw terechtwijzen. Ze hebben alleen diegenen lief die, door hen te prijzen en te bewonderen, voedsel geven aan hun begeerten. Wat zijn er velen die wel zorgen voor het vlees om de begeerlijkheden te volbrengen, maar die het niet kunnen verdragen dat hun verdorvenheden worden gekruisigd! Wat zijn er velen die zachtmoedig en nederig schijnen te zijn - totdat zich voor hen de gelegenheid voordoet om hun hartstocht op te wekken, en dan zult u zien in hoeverre ze der zonde afgestorven zijn: vuurstenen zijn koude stenen, totdat je ze tegen elkaar slaat, en dan is er een en al vuur.

Ik weet dat de beste christenen slechts ten dele der zonde afgestorven zijn. Vaak worden er in heel uitnemende christenen krachtige verdorvenheden gevonden. Zij beminnen die echter niet zo, dat ze die zullen voeden; ze zullen ze niet beschermen, verdedigen en goedkeuren. Ze durven het evenmin aan stilletjes een hekel te hebben aan degenen die hen getrouw terechtwijzen, zoals dat bij vele duizenden die voor christenen doorgaan wél het geval is. Om die reden wordt er in Mattheüs 7:14 over het doden van de zonde gezegd: De poort is eng en de weg is nauw die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden.

Als zij die van Christus zijn het vlees hebben gekruisigd, dat wil zeggen dat het hun dagelijkse werk en streven is de zonde te doden, wat worden christenen er dan vals van beschuldigd dat ze de wereld in beroering brengen en in de tijd waarin, en op de plaats waar zij leven de burgerlijke rust en vrede verstoren.

Terecht mogen zij op die beschuldiging een weerwoord geven, net als Elia bij Achab: Ik heb Israël niet beroerd, maar gij en uws vaders huis. Het zijn niet de godvruchtige, zachtmoedige en nederige christenen die de wereld in verwarring brengen: dat doen de wereldse mensen en zij die God loochenen. Het gebeurt ook door dat wat de huichelachtige wereld beoogt, en door wat onschuldige christenen wordt aangerekend. Zo was het met alle maatschappelijke onheilen die over Rome kwamen: rechtstreeks uit Gods hand, of door buitenlandse of binnenlandse vijanden. De christenen werden er voortdurend van beschuldigd: zij werden veroordeeld en gestraft voor wat de rechtvaardige hand Gods oplegde aan hen die aan het hoofd van die staat stonden, zonder dat de christenen bij iets betrokken waren. De apostel Jakobus stelt bij deze redenering een vraag en geeft er een heel duidelijk antwoord op. Vanwaar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren? (Jak. 4:1)

O, als de mensen er maar eens meer naar stonden om de zonde te doden en zichzelf te verloochenen, als ze meer thuis zouden blijven en voortdurend met hun eigen hart bezig zouden zijn, zoals sommige mensen: wat zou er een rust en vrede zijn, wat zouden we spoedig dagen van zegen en voorspoed zien! Het is waar: christenen strijden en twisten altijd, maar dan is het met zichzelf en met hun verdorven hart en hun verdorven genegenheden. Zij haten geen andere vijand dan de zonde. Zij dorsten naar het bloed en de ondergang van alleen maar díé vijand. Zij zijn op geen andere overwinning uit dan de overwinning op de verdorvenheden van hun eigen hart. Haat koesteren zij niet, dan alleen tegen die ene vijand: de zonde. En toch worden deze mensen het meest gewantrouwd en er het meest van beschuldigd dat ze onrust stoken in de tijd waarin zij leven.

Het is net als met de wolf, die het lammetje, dat lager [meer stroomafwaarts] stond dan hij, ervan beschuldigde het water modderig en vuil te hebben gemaakt. Er komt echter een dag dat God de onschuld en de rechtschapenheid van Zijn verkeerd begrepen en beschimpte dienaren duidelijk zal doen uitkomen. Dan zal de wereld zien dat het niet het preken en bidden is geweest dat de rust en de vrede in de tijd heeft verstoord, maar het drinken en het zweren, de vijandschap tegen de ware godzaligheid. Laat in de tussentijd de onschuld zichzelf maar aan God toevertrouwen, Die haar zal beschermen en haar te gelegener tijd in het gelijk zal stellen.

Als zij die van Christus zijn, het vlees hebben gekruisigd, dan is elke godsdienst, opvatting of leer die vanuit zijn eigen wezen de zonde goedkeurt en tot de zonde aanzet, niet uit Christus.

De leer van Christus zegt overal dat de zonde gedood moet worden. De gehele stroom van het Evangelie gaat tegen de zonde in. De leer die het Evangelie brengt, is heilig, zuiver en hemels. Daarin is geen tendens aanwezig om de verdorven natuur op te hemelen en haar hoogmoed te voeden door haar vrijheid en kracht te verheerlijken of op haar werken en prestaties het stempel van de verdienste en de waardigheid van Christus’ bloed te zetten. De leer van het Evangelie maakt nooit het sterven van Christus tot een kleed dat de zonde bedekt, maar wel tot een instrument dat haar doodt. Welke leer het ook is die de hoogmoed van de natuur voedt, die geringschattend doet over de genade of aanzet tot losbandigheid en vleselijke lust - het is niet de leer van Christus. Het is een buitenechtelijk kind, door de satan bij de verdorven natuur van de mens verwekt.

(wordt vervolgd)

© 2008 Den Hertog B.V., Houten.

Geschonken genade

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 185

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken