De Blijde Inkomste (V)
En zie, daar kwam een van de oversten der Synagoge, genaamd Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten, en bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven Marcus 5 : 22, 23
Slechts op enkele plaatsen wordt in het Evangelie gesproken over de Here Jezus en de kinderen. Overbekend IS de geschiedenis van Marcus 10 vers 13 tot 16' "En ZIJ brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou .... En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij ze". De geschiedenis van het dochtertje van Jairus IS aangrijpender.
Ik herinner eraan, dat Jairus een overste der Synagoge in Kapernaum was en dat de Here Jezus veel in die Synagoge gepredikt heeft. Ook dat Zijn prediking diepe indruk had gemaakt. "En men stond versteld over Zijn leer,want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de Schriftgeleerden" (Marcus 1 22). Er was dus een band ontstaan tussen de Here Jezus en Jairus. En als er een relatie is tussen een man, een vader, èn de Here Jezus, dan is er ook een relatie tussen de Here Jezus en het gezin van die man Het meiske moet dus de Here Jezus gezien en gekend hebben, al was het alleen maar door de wijze waarop haar vader over Hem sprak.
Nu wordt dat meisje ernstig ziek, zó ernstig dat de vader zegt: "Mijn dochtertje is in haar uiterste" (Marcus 5 : 23). In Lucas staat zelfs, dat zij op sterven ligt (Lucas 8 : 42). Terwijl de moeder thuis bij haar kind waakt, spoedt de vader zich op weg om de Here Jezus te zoeken en Zijn hulp in te roepen- "Ik bid U, dat GIJ komt en de handen op haar legt, opdat zij be houden worde, en zij zal leven". Dat Jezus deze roep om hulp inwilligde, is van de
Dat Jezus deze roep om hulp inwilligde, is van de aanvang af duidelijk. Er staat immers: "En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem" (Mattheus 9 : 19) En het IS niet moeilijk om ons voor te stellen, welke verwachting Jairus in zijn hart koesterde. Als de Here Jezus spoedig komt, kan Hij het kind nog redden. En zelfs als het al in coma zou zijn, dan is Hij zeker bij machte om het met Zijn stem weer te bezielen. Maar voorwaarde was dan wel, dat Hij spoedig moest komen. Als de dood eenmaal getriomfeerd heeft, is er geen hoop meer Niemand keert immers uit het dodenrijk weer.
Op die verwachting van de vader sluit nu echter het verdere verloop van de geschiedenis met aan. Schier tergend is immers de trage gang van Jezus naar Jairus' huis. HIJ wordt omringd door een schare, die Hem het lopen bemoeilijkt. Hij schuift de schare met opzij, maar laat Zich ophouden Hij neemt nog tijd voor de bloedvloeiende vrouw (Marcus 5 : 25-34) Het is of HIJ met beseft dat Jairus' dochtertje op sterven ligt. Dan komt de onheilstijding: "En er kwam iemand uit het huis van de overste der Synagoge met de boodschap: Uw dochter is gestorven; waarom valt gij de Meester nog lastig?" (Marcus 5 35)
Voor wie zich enigszins kan verplaatsen in de gemoedsgesteldheid van die vader, is dit een vreemde geschiedenis. Kan het zo zijn, dat de Here Jezus ons soms op momenten van grote angst alleen laat, omdat HIJ andere dingen te doen heeft? Zijn er duisternissen, waarin wij niet volkomen op Hem rekenen kunnen? Sommige uitleggers hebben deze geschiedenis zó verklaard: Christus vertraagt Zijn komst om straks des te heerlijker Zijn grootheid te openbaren Ik deel die opvatting geenszins. Christus' optreden krijgt door zulk een uitleg iets berekenends, iets van een tactische opzet. Dat is toch geheel in tegenspraak met Zijn bekommernis met mensen in nood Echt medelijden IS toch nimmer zo afstandelijk Liefde stelt met uit!
WIJ zullen dus moeten pogen om dit verhaal beter en dieper te verstaan Zó te verstaan, dat de blijdschap van Zijn inkomste in het land van duisternis en schaduw des doods niet door wantrouwige en al te menselijke gedachten van haar heerlijkheid wordt beroofd. Noch wat betreft de waarachtigheid van Zijn bekommernis, noch wat betreft Zijn macht, mag onze uitleg van deze geschiedenis ertoe leiden dat wij daarover ook maar in het geringst in onzekerheid zouden gaan verkeren.
Overigens is het duidelijk, dat deze wonderlijke gang van zaken voor Jairus een oorzaak van twijfel en aanvechting omtrent de Here Jezus geweest moet zijn. Bekommert het Hem niet, dat ons dochtertje stervende IS? Laat HIJ ons alleen in deze bange uren? Alleen met de angst, de droefheid, het verdriet? Dat kan toch met waar zijn! En het is ook niet waar. Wij lezen immers, dat Christus tot de aangevochten man zegt: "Vrees met, geloof alleen!" De Here Jezus spreekt dat woord op het ogenblik, dat hem de tijding bereikt dat het meiske gestorven is De Here Jezus ziet hem 49 als het ware verstarren van schrik, wegzinken in vertwijfeling, maar dan grijpt Hij hem vast met een enkel woord, een woord als van een gezaghebbende en niet als van een Schriftgeleerde Met dat woord houdt Hij de verslagen Jairus staande Wie durft nu nog te reppen van duisternissen waarin wij alleen gelaten zouden worden? Wie zou nu nog twijfelen aan de waarachtigheid van Christus' bekommernis en macht'' Ik heb het vermoeden dat niemand van de schare dit woord gehoord heeft, maar dat Christus Zich naar Jairus toebuigende het hem in het oor gefluisterd heeft. "Jairus, vrees met, geloof alleen!"
Maar hoe is het gesteld in Jairus' huis? Wij lezen- "En Hij kwam in het huis van de overste der Synagoge, en zag de beroerte en hen die zeer weenden en huilden . " (Marcus 5 • 38) Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om ons die situatie in het sterfhuis voor te stellen De dood heerst er in zijn volle schrikwekkendheid. Vooral bij de dood van een kind kan ons dat aangrijpen. Hoe klein en nietig en hulpeloos is dan een mens! Hoe machteloos de ouderliefde! En hoe leeg en nietszeggend de geijkte woorden van troost en meeleven, die dan gesproken worden!
In deze baaierd van vertwijfeling en verdriet treedt de Here Jezus binnen. Het is de blijde inkomste van Hem, die nu Zijn goddelijke bekommernis en macht openbaren zal op een ogenblik en in een situatie, waarin mensen niets anders meer kunnen doen dan misbaar maken. Hij zegt. "Het kind is niet gestorven, maar het slaapt" (Marcus 5 . 39) Hij zegt het met hetzelfde gezag als waarmee Hij menigmaal in de Synagoge van Kapernaum geleerd heeft; met hetzelfde gezag als waarmee Hij de vertwijfelde vader het woord ingefluisterd heeft: "Vrees niet, geloof alleen'"
De situatie daar en toen verbiedt het ons om dit woord op te vatten als louter beeldspraak, als een verhulling van de dood. Hier kan alleen maar sprake zijn van een machtswoord, dat een antwoord is op het stille verwijt van alle aanwezigen: "Waarom is Hij met eerder gekomen?" Wij moeten dit woord verstaan als de proclamatie van Zijn bekommernis en macht in deze baaierd van ellende. "Het kind is met gestorven, maar het slaapt".
Wanneer wij aan die uitspraak van Christus het volle gewicht toekennen van Zijn spreken als machthebbende en niet als een Schriftgeleerde, dan is daardoor opeens de beklemming die allen in haar greep had gebroken.
Wie kan nu nog verwijtend zeggen, dat de Here Jezus, ondanks de dringende bede der ouders, het kind in haar alleenheid heeft laten sterven? Niet tevergeefs hebben Jairus en zijn vrouw een beroep op Hem gedaan. Hij is het meiske in de Geest met Zijn liefde en bekommernis nabij geweest Hij heeft het als de Goe de Herder heengeleid door de donkere dalen des doods. Zijn bekommernis en macht hebben de ziel van het kind zachtkens binnengeleid in het paradijs Het is met gestorven, maar geborgen in het paradijs, thuisgebracht in het Vaderhuis
Zijn die ouders bij machte geweest om Christus' woord zó te verstaan? Drong de rijkdom ervan tot hen door? Van de omstanders lezen wij dat "zij Hem belachten" (Marcus 5 40) Degene, tot wie het gezag, liever nog de majesteit van Christus' woord met is doorgedrongen, kan met anders dan Hem en Zijn woord belachen. Maar zo lag het toch niet bij Jairus en zijn vrouw. Zij hadden de majesteit van Zijn woord ervaren. Maar niettemin, — dit woord van de Here Christus was hun te hoog, te wonderbaar, te onbegrijpelijk ZIJ wisten immers nog met van de Opstanding, van Pasen, van Christus' overwinning van de dood. En daarom was hun dit machtswoord van Christus te machtig. Zij konden de werkelijkheid ervan niet vatten. Men kan dat geen ongeloof noemen Beter kan men spreken van onvolgroeid geloof.
En het is nu terwiUe van dat oprechte, maar niettemin onvolgroeide geloof dat de Here Christus Zich over het kind, dat in Zijn wakende nabijheid was ingeslapen, heenbukt en het toespreekt. Zou het die stem met verstaan? Langzaam openen zich haar ogen en glimlachend ziet zij de Here Jezus aan. Het is alsof ZIJ zegt "Zie, de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord" Immers als dienstmaagd des Heren keert zij terug uit het paradijs. Zij moet voor Hem een levende getuige zijn van Zijn onbegrensde bekommernis en macht. Zo is zij geworden een voortijdige opstandingsgetuige. "Hetzij dat wij leven, hetzij dat WIJ sterven, wij zijn des Heren" (Romeinen 14 . 8).
Als het met te gewaagd is, zou ik het vermoeden willen uitspreken dat dit kind na die dag van terugkeer een ander kind geweest is dan andere kinderen, een ander kind dan voorheen. Wellicht heeft het na die dag van terugkeer het werelds beloop der dingen met meer volledig kunnen meemaken. Misschien was het vaak dromerig en stil, vervuld van een diep heimwee. Maar juist daardoor was het een levende getuige van de alle grenzen van hemel en aarde, van leven en dood te boven gaande bekommernis en macht van Hem, die om onzentwil de donkere regionen van deze donkere wereld is binnengetreden. Voorwaar, een blijde inkomste! "Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus" (I Connthiers 15 . 55, 57).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1989
Ecclesia | 8 Pagina's