Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toespraak Van Ds. J. K. Vlasblom Bij De Presentatie Van De Kohlbrugge-Bundel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toespraak Van Ds. J. K. Vlasblom Bij De Presentatie Van De Kohlbrugge-Bundel

19 minuten leestijd

Geachte Ds en Mevr Van Heyst, broeders en zusters.

Het IS voor ons een reden tot dankbaarheid en vreugde dat nu het moment is aangebroken waarop de thans gereedgekomen bundel "HET WOORD is ons gegeven, Schriftuitleg van Dr. H. F. Kohlbrugge" gepresenteerd kan worden

In de tijdens het afgelopen voorjaar ruim verspreide wervingsfolder werd aan de bekendmaking van de titel toegevoegd: "Aangeboden door de Kring van Vrienden van Dr H.F Kohlbrugge en de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften aan Ds. Van Heyst en Mevr Van Heyst-van der Kooij, bij de beëindiging van het werk van Ds. D van Heyst als eindredacteur van het "Kerkblaadje"/"Ecclesia" en mevr. P. A. van Heyst-van der Kooij als administratrice".

Sinds de verschijning van het eerste nummer van het "Kerkblaadje" na de Tweede Wereldoorlog (38e Jaargang No. 1, Vrijdag 22 November 1946) is Ds. Van Heyst zonder onderbreking de hoofdredacteur of eindredacteur geweest van dit tweewekelijks verschijnende orgaan van de Kring van Vrienden van Dr. H. F. Kohlbrugge. Het is 45 jaar geleden dat Ds. Van Heyst na de Tweede Wereldoorlog op een dringend verzoek uit de Vriendenkring met de heruitgave van het Kerkblaadje is begonnen. Immers, de uitgave van dit blad moest reeds aan het begin van de Tweede Wereldoorlog gestaakt worden. Het Kerkblaadje behoorde tot één van de eerste bladen die door de Duitse bezetter verboden werden.

Wij mogen de 45-jarige uitgave van het naoorlogse Kerkblaadje, thans Ecclesia, wel beschouwen als het levenswerk van Ds. Van Heyst. Bij het doorbladeren van al deze jaargangen van het Kerkblaadje is het mij opgevallen hoe ontzaglijk veel waardevolle meditaties, preken en artikelen hierin in de loop der jaren zijn gepubliceerd. Wie alle jaargangen zou bezitten met daarbij een register van bijbelplaatsen, bijbelse en kerkhistorische namen en trefwoorden zou de beschikking hebben over een bijbelse en theologische encyclopedie die een zeer breed terrein bestrijkt.

De redactie van de bundel "HET WOORD is ons gegeven" had in het eerste ontwerp voorgesteld een interview met Ds. Van Heyst aan het begin van de bundel te plaatsen. In dit interview had Ds. Van Heyst dan een terugblik kunnen geven op zijn leven en arbeid, samen met zijn echtgenote, en daarin kunnen vertellen over hun beider jarenlange inzet voor de uitgave van het Kerkblaadje, voor de conferenties van de Vriendenkring èn voor de doelstellingen van de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften. U kunt uit mijn formulering echter opmaken dat in een latere fase van een interview werd afgezien. Wij zouden Ds. Van Heyst ongetwijfeld als eerste vraag voorgelegd hebben: "Wanneer en op welke wijze bent u toch in aanraking gekomen met en onder het beslag geraakt van de prediking en de theologie van Dr. Kohlbrugge?" Zoals reeds aangeduid was het voor de samenstelling van "HET WOORD is ons gegeven" noodzakelijk om alle naoorlogse jaargangen van het Kerkblaadje door te nemen., Reeds bij de aanvang van deze speurtocht trof ik in Kerkblaadje No. 6 (38e Jaargang-Vrijdag 31 Januari 1947) het antwoord op bovengenoemde vraag in een biografische notitie van Ds. Van Heyst zelf, die ik thans wil voorlezen: "Belangwekkend zal het voor de lezers zijn te horen, langs welke weg ik met de geschriften van Kohlbrugge in aanraking ben gekomen. Laat mij trachten het u heel in het kort te vertellen. Gedurende de tijd, dat ik aan de Utrechtse Universiteit (van oktober 1931 tot juli 1934) studeerde, heb ik naast vele andere vragen geworsteld met het probleem, hoe ik later als dienaar des Woords de Christus uit het Oude Testament zou verkondigen. Van jongsaf stond het mij klaar voor de geest, dat het mijn roeping zou zijn, aan de Gemeente de volle Christus te prediken. Met de apostel Paulus had ik niet voorgenomen iets te weten in de kring, waar de Heere mij brengen zou, dan Jezus Christus en Dien gekruisigd (I Cor. 2 : 2). Hoe echter de Christus te verkondigen bij de uitlegging van het Oude Testament? Ik wist het niet. Wat ik er over hoorde en las, bevredigde mij niet of zeer matig.

Zó kwam ik als candidaat in de godgeleerdheid te Leiden, om mij aan de Universiteit aldaar voor te bereiden voor de kerkelijke examens. Nog altijd worstelend met dit voor mij zo moeilijke probleem: Hoe straks de Christus te prediken uit het Oude Testament? Veel dacht ik er over na; wat er maar over te lezen was, onderzocht ik nauwkeurig - een afdoend antwoord kreeg ik niet. Totdat ik in kennis kwam met die eenvoudige, zeer geleerde predikant, die gij allen gekend hebt. Dr. J. C. S. Locher. Dankbaar erken ik Gods wonderlijke leiding in mijn leven, die mij met zulk een eminente godgeleerde in aanraking deed komen. Bij hem kon ik altijd terecht met al de vragen, die mijn hart vervulden, en niet zelden gaf hij een verrassend antwoord. Ook op die vraag naar de Christusprediking uit het Oude Testament. Hij wees mij op een werkje van Dr. Kohlbrugge: "Waartoe het Oude Testament?", waarin ik alles vond wat ik lange tijd gezocht en tot op dat ogenblik nooit en nergens gevonden had. Zietdaar mijn eerste kennismaking met de prediking van Kohlbrugge - een kennismaking, die door Gods goedheid van blijvende aard is geworden". Aldus Ds. Van Heyst, die deze woorden bijna 45 jaar geleden neerschreef. Gesteld eens dat onze eerste vraag in voormeld in

Gesteld eens dat onze eerste vraag in voormeld interview geluid zou hebben: "Hoe bent u ertoe gekomen om Kohlbruggiaan te worden?" Dan zou Ds. Van Heyst waarschijnlijk ontsteld gereageerd en geprotesteerd hebben. Dat gebeurde toch ook, toen Ds. Van Heyst vorig najaar bij een bepaalde gelegenheid Prof. Dr. Heiko A. Oberman uit de Verenigde Staten van Amerika ontmoette. Deze beroemde hoogleraar had, toen hij Ds. Van Heyst in het aldaar vergaderde gezelschap ontwaarde, hem begroet met de woorden: "Daar hebben we Ds. Van Heyst, de laatste Kohlbruggiaan van Nederland". Hoe aardig deze begroeting ook was, wij moeten er toch twee kritische kanttekeningen bij maken.

1. Er bestaan geen Kohlbruggianen. Ds. Van Heyst heeft dit in een artikel in het Kerkblaadje van 15 december 1967 nader toegelicht. Hij schreef: " "Kohlbruggianen" bestaan er niet en kunnen er ook niet bestaan". Kohlbrugge zelf heeft tegen deze aanduiding zeer ernstig gewaarschuwd in zijn brief van 5 mei 1834 aan Jonkvrouwe U. Ph. van Verschuer... De "vrienden van Kohlbrugge" willen tot geen prijs "Kohlbruggianen" genoemd worden, omdat niemand méér anti-"Kohlbruggiaan" was dan Kohlbrugge zelf. Zo heeft Luther zich fel verzet tegen de aanduiding "Luthers" en reeds de grote apostel Paulus tegen degenen die zich "van Paulus" noemden. Ds. Van Heyst wil alleen een "vriend of leerling van Kohlbrugge" genoemd worden.

2. Dan rijst vervolgens de vraag: is Ds. Van Heyst dan "de laatste vriend of leerling van Kohlbrugge" in onze twintigste eeuw te noemen? Zij die in de afgelopen 10 jaar de jaarlijkse conferentie van de Vriendenkring in Utrecht bezocht hebben, weten wel beter. Want vele honderden bezoekers vulden in de afgelopen jaren de Marcuskerk in Utrecht tijdens deze con-ferentiedagen. In dit kader kan er ook gewezen worden op het feit dat er bij antiquariaten een grote vraag is naar de oude geschriften van Dr. Kohlbrugge en voorts dat diverse uitgeverijen in de laatste jaren zich beijverd hebben en nog bezig zijn om ongewijzigde herdrukken van Kohlbrugge-geschriften in hun fonds op te nemen. Er is derhalve in deze tijd, die door velen wordt gekenschetst en ervaren als een tijd van Godsverduistering en kerkverlating, een blijvende en zelfs hernieuwde vraag naar de geschriften van Kohlbrugge te constateren. Men zou hierbij kritisch kunnen opmerken: "Is het wel nodig om oude preken en werken van Kohlbrugge te herdrukken, terwijl er in onze dagen zoveel nieuwe theologische werken verschijnen en nieuwe theologie zich op allerlei wijzen aandient?" Echter, worden in onze dagen niet evenzo vrijwel alle geschriften van Dr. K. H. Miskotte en Dr. O. Noordmans herdrukt? In het algemeen kan gesteld worden dat er kennelijk behoefte is aan het theologisch werk van "doctores ecclesiae" die velen als kerkvaders erkend en liefgekregen hebben.

Belangrijker nog is het volgende. Men zou immers de kritische vraag kunnen stellen: "Maar moet het ons niet allereerst gaan om de waarheid van de Heilige Schrift, van de profeten en apostelen, vervuld in het Evangehe van onze Here Jezus Christus?" Welnu, van Prof. Wichelhaus (1819 - 1858), de jongere vriend en leerling van Dr. Kohlbrugge, is bekend, dat hij reeds als jong student in de theologie gedrukte preken van Kohlbrugge las, die hij aantrof in de bibliotheek van zijn vader die predikant was. Hij kwam diep onder de indruk van deze preken, omdat hij hierin de waarheden, waarom het de reformatoren Luther, Melanchthon en Calvijn ging tot nieuw leven zag gewekt. En ging het de kerkhervormers niet om het waarheidsgetuigenis van de profeten en apostelen, om de verkondiging van het Woord van God, zoals het vervuld is in het Evangelie van de geboorte, het leven, het lijden en het sterven aan het kruis op Golgotha en de opstanding uit de doden van onze Here Jezus Christus?

Men krijgt van buiten onze kring weleens verwijten te horen in deze trant: is het niet een beetje eng om te behoren tot een kring van vrienden van Kohlbrugge, dat wil zeggen: van iemand die allang overleden is? Is er in uw kring geen sprake van de verheerlijking van een sterfelijk mens? Etcetera.

Het is dan nodig om telkens weer duidelijk te maken dat het woord "vriendenkring" stamt uit het 19e eeuwse Réveil. En voorts, dat het ons totaal niet gaat om de verheerlijking van de mens Kohlbrugge. Maar het gaat ons, althans: dient ons te gaan om het Woord van God, de Heilige Israels, de God en Vader van onze Here Jezus Christus. In een interview met het Reformatorisch Dagblad (van zaterdag 14 januari 1989) wees Ds. Van Heyst, samen met Dr. J. van Oort, er reeds op dat "Kohlbrugge ons verwijst naar de Schriften; dat er een lijn loopt van de Schrift, speciaal vanuit Paulus via kerkvaders als Augustinus, naar de reformatoren Luther en Calvijn en van daaruit naar Kohlbrugge. En ook Kohlbrugge verwijst ons naar de Heilige Schrift!"

De bundel "HET WOORD is ons gegeven" wordt ge- 198presenteerd als een representatieve en ruime keuze uit de door Ds. Van Heyst in het "Kerkblaadje"/"Ecclesia" in de loop van vele jaren gepubliceerde vertalingen van preken, fragmenten van preken. Schriftverklaringen en nog andere opvallende citaten en verhandelingen. Terzijde wil ik hier even meedelen dat zich in de jaargangen van het Kerkblaadje nog zóveel andere door Ds. Van Heyst vertaalde stukken van Dr.Kohlbrugge bevinden en daarbij nog zóveel andere door Ds. Van Heyst aangedragen en behandelde Kohlbruggiana, dat daaruit een tweede verzamelbundel van gelijke omvang en met ongeveer dezelfde indeling zou kunnen worden samengesteld. Zowel in de wervingsfolder als in het "Ten geleide"

Zowel in de wervingsfolder als in het "Ten geleide" van deze bundel hebben wij geschreven: "Ds. Van Heyst is er altijd op voortreffelijke wijze in geslaagd het eigensoortige Duits van Dr. Kohlbrugge in begrijpelijk hedendaags Nederlands te vertalen. Hij heeft daarmee veel bijgedragen aan de verbreiding van de kennis van de prediking en theologie van Dr. H. F. Kohlbrugge".

Thans wil ik nog enkele opmerkingen over het karakter van deze bundel maken. De bundel draagt zowel een wetenschappelijk als een stichtelijk karakter. Deze beide typeringen wil ik nog iets nader toelichten.

Allereerst: het wetenschappelijke k^Sirakttr. Ds. Van Heyst heeft mij menigmaal meegedeeld, dat hij de geschriften van Dr. Kohlbrugge het liefst las en leest in het Duits, de taal waarin de meeste van Kohlbrugge's preken gehouden en vervolgens gepubliceerd zijn. In het genoemde interview met het Reformatorisch Dagblad heeft Ds. Van Heyst over vroegere vertalingen in het Nederlands meegedeeld, dat "het werk van Dr. Kohlbrugge in sommige gevallen via de vertaling is "vervroomd" en "verfraaid" en zogenaamd bevindelijker passages en uitdrukkingen zijn toegevoegd en dat het oorspronkelijke werk van Kohlbrugge beslist soberder is".

Welnu, Ds. Van Heyst heeft er bij het vertalen altijd naar gestreefd de oorspronkelijke bedoeling van Dr. Kohlbrugge zo nauwkeurig en verstaanbaar mogelijk weer te geven, zonder enerzijds extra-vrome uitdrukkingen eraan toe te voegen en door anderzijds houterige vertalingen met ontzaglijk lange zinnen te vermijden. We mogen de vertalingen van Ds. Van Heyst gerust typeren als vertalingen van wetenschappelijk niveau. Bovendien is bij iedere vertaling nauwkeurig de bron vermeld, waarin de oorspronkelijke Duitse tekst terug te vinden is.

Vervolgens zouden we deze bundel stichtelijk kunnen noemen in de eigenlijke en beste betekenis van dit woord, dus: gericht op de opbouw van het leven des geloofs in de Gemeente des Heren. De bundel zou dan ook uitstekende diensten kunnen bewijzen bij de persoonlijke meditatie, bij de christelijke huisgodsdienstoefening, als dagboek bij de Bijbel. Is deze bundel ook "bevindelijk" te noemen (eveneens in de beste betekenis van dit woord)? Het antwoord moet luiden: jazeker! In dit verband wil ik gaarne aanhalen wat Ds. Van Heyst zelf acht jaar geleden geschreven heeft als voorwoord bij een andere toen verschenen bloemlezing uit het werk van Dr. H. F. Kohlbrugge: "Hoe komt het toch, dat wij de geschriften van Dr. Kohlbrugge zo dikwijls kunnen lezen zonder dat ze indruk op ons maken, en dat we er een andere keer zo machtig door aangegrepen worden? Een beroemd godgeleerde heeft eens van de Openbaring van Johannes gezegd: "Zij is onder tranen geschreven en kan slechts onder tranen verstaan worden". En dat geldt niet alleen van de Openbaring, maar van heel de Heilige Schrift. Dat geldt ook van Dr. Kohlbrugge's preken: zij zijn uit grote nood geboren. De Elberfeldse prediker heeft het zelf gezegd, dat hij ze in grote nood van God ontvangen had en er daarom ook niets van terugnam. Omdat deze preken uit zulke nood geboren zijn, kunnen ze ook slechts in soortgelijke nood verstaan worden. Daarom heeft Dr. Kohlbrugge eens enige mensen, die hem Nieuwjaar kwamen wensen, voor het nieuwe jaar veel nood toegewenst. Dat is ongetwijfeld een eigenaardige wens, maar het gaat ermee als met de zaligsprekingen in de Bergrede. Daar heet het immers ook: Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden. En: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Of zoals een bekend prediker er eens aan toegevoegd heeft: "Zalig zijn die heimwee hebben, want zij zullen thuis komen". En zo zou ik er aan toe willen voegen: "Zalig zijn die zich in nood bevinden, want zij zullen verlost worden". En daar gaat het dan hoofdzakelijk om geestelijke nood, om nood over de zonde, allereerst over onze eigen zonden, en vervolgens ook over de zonden van de onzen, van ons huisgezin, van onze kerk, van ons land en volk". Aldus Ds. Van Heyst.

Voorts nog enkele opmerkingen van redactionele aard. Op sommige plaatsen hebben we de soms gedateerde inleidingen van Ds. Van Heyst enigermate moeten aanpassen. In de oudere jaargangen van het Kerkblaadje werd de toen geldende oude spellingwijze gehanteerd. We hebben bij de aanvang en de voortgang in het oudere vertaalwerk van Ds. Van Heyst getracht zoveel mogelijk de huidige spelling door te voeren. Verder moesten allerlei andere verschillen in de oorspronkelijke lay-out en de wijze van bronvermelding zoveel mogelijk gelijk getrokken worden. We hopen van harte deze arbeid zo goed mogelijk en geheel naar de wensen van Ds. Van Heyst te hebben volvoerd.

Een slotopmerking betreft de selectie van de opgenomen vertaalde stukken. Bij de selectie is namelijk zorgvuldig nagegaan of de stukken niet reeds eerder - in een meer of minder recent verleden - zijn gepubliceerd, bijvoorbeeld in het in 1976 verschenen boek van Dr. W. Aalders en Ds. D. van Heyst: "Hermann Friedrich Kohlbrugge, Zijn leven, zijn prediking, zijn geschriften", en in het vorig jaar bij Uitgeverij Boekencentrum verschenen boekje "De bron des levens" evenals in andere uitgaven en vroegere publicaties van de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften. Op een enkel stuk na, dat we uit het oogpunt van volledigheid of representativiteit nog eens opnamen, zijn - voor zover ons bekend is - verreweg de meeste preken en preekfragmenten in de vertaling van Ds. Van Heyst niet eerder in boekvorm verschenen.

Naast alle ambtelijke arbeid in de Hervormde Gemeente te Ommen is de arbeid aan de uitgave van het Kerkblaadje, thans Ecclesia en het vertalen van de prediking van Dr. Kohlbrugge voor een groot deel het levenswerk van Ds. Van Heyst geweest gedurende de afgelopen 45 jaar. Maar Ds. Van Heyst heeft er nimmer een geheim van gemaakt dat hij al dit werk voor de uitgave van het Kerkblaadje en zijn vertaalarbeid ter publicatie in het Kerkblaadje en voor de uitgaven van de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften niet had kunnen verrichten zonder de geweldige inzet en medewerking van zijn echtgenote, mevr. P. A. van Heyst-van der Kooij. _

Ds. en mevr. Van Heyst vormden samen tevens decennia-lang de spil van de Vriendenkring bij de jaarlijkse conferenties èn van de Boekenvereniging. Mevr. Van Heyst was voor velen in onze kring in de achter ons liggende jaren "de beroemdste administratrice van heel Nederland". Tevens moet hierbij al het werk van mevr. Van Heyst voor de Boekenvereniging genoemd worden. Ontzaglijk veel pakketten met geschriften van Kohlbrugge en geestverwante theologen heeft zij gedurende een lange reeks van jaren gereedgemaakt. Vroeger moest zij daarvoor regelmatig de reis maken van Ommen naar het Oranje-Weeshuis te Huizen. Een lange reeks van predikanten en studenten in de theologie waren haar vaste en dankbare afnemers. Wat mijzelf betreft, reeds in de 60er jaren correspondeerde ik als student in de theologie met mevr. Van Heyst - nog zonder haar persoonlijk te kennen - om via een uitkering van het Margarethafonds een grote stapel geschriften van Kohlbrugge, die in de toenmalige catalogus toch al erg laag geprijsd waren, te bemachtigen. Zo voorzag mevr. Van Heyst ook mij van "geestelijk voedsel". Toen had ik er uiteraard nog geen flauw vermoeden van dat er later jaren zouden komen (1983-1986), waarin mevr. Van Heyst mij ook nog van voedsel zou voorzien in een materiële en culinaire betekenis. Jaren, waarin ik wekelijks met Ds. en mevr. Van Heyst mocht aanzitten aan de door mevr. Van Heyst smakelijk bereide maaltijden ten huize van Ds. en mevr. Van Heyst aan de Hessel Mulertstraat 7 te Ommen. Alleen al hierom heb ik mij in de afgelopen anderhalf jaar gaarne alle moeite getroost om tot de uitgave van deze bundel te komen!

Deze bundel wordt nu aan Ds. en mevr. Van Heyst aangeboden namens de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften en alle leden van de Vriendenkring. Uit grote dankbaarheid voor uw jarenlange grote inzet voor het Kerkblaadje, de Vriendenkring en de Boekenvereniging.

Volledigheidshalve zij medegedeeld dat het initiatief hiertoe is uitgegaan van de al telkens genoemde Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften. Tijdens een vergadering van het moderamen van het bestuur op 2 april 1990 ten huize van de voorzitter Dr. W. Balke te 's-Graveland werd een eerste aanzet hiertoe gegeven.

Aan het einde van mijn toespraak komend wil ik thans op deze plaats woorden van dank uitspreken aan het adres van allen die in de afgelopen tijd hun bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit boek.

Allereerst spreek ik mijn dank uit aan de redacteuren van Uitgeverij Kok-Kampen, in het bijzonder de heer Drs. Koert van der Scheer en mevr. Drs. Marga van de Belt, die van het begin af aan het wordingsproces van dit boek op zo'n positieve en contructieve wijze hebben begeleid.

We waren dankbaar toen in de loop van de laatste zomer duidelijk werd dat ongeveer 550 intekeningen op de bundel waren binnengekomen. Er werd mij nogal eens de vraag gesteld: is een intekenprijs van / 55,— niet veel te hoog? Hierop heb ik eens geantwoord: "Maar hoeveel kost u één volle tank benzine voor uw auto? Doorgaans méér! En als die weer leeg is, hebt u niets meer!"- Wie zou dan niet beschaamd moeten zwijgen? F 55,— was en is een redelijk bedrag voor zo'n alleszins prachtig boekwerk, dat nog luxer is uitgevoerd dan eerst in de bedoeling lag. Geen ± 270 pagina's (zoals was aangekondigd), maar 345 pagina's en voorts een losse bandomslag in kleurendruk. We hopen dan ook dat de nog overgebleven exemplaren vlot verkocht zullen worden.

Een dankwoord richten we tot Mr. E. W. J. H. de Liagre Bohl, advocaat te Rotterdam, de beheerder van het bekende geschilderde portret van Dr. Kohlbrugge, die zijn toestemming wilde verlenen om speciaal voor dit boek te zijnen huize een nieuwe kleurenfotoreproductie te laten vervaardigen. Voor het ontwerp en de uitvoering van de omslag van het boek spreken we onze grote waardering uit aan het adres van de ontwerper de heer Rob Lucas. De door hem gecreëerde omslag dekt niet alleen letterlijk, maar - dieper gezien- ook symbolisch volkomen de inhoud van het boek!

Wij danken voorts Ds. M. J. Aarents te Ommen voor zijn grandioos aanbevelingswoord tijdens de laatste conferentie van de Vriendenkring op zaterdag 6 april j.l. om op dit boek in te tekenen als ook voor zijn bereidheid om zijn adres en gironummer open te stellen om de grote stroom van intekeningen op deze bundel te registreren en de financiële verwerking te behartigen.

Evenzo mag met dankbaarheid vermeld worden de hulp van de heer en mevrouw Bennink-Woldendorp te Doorn bij de verzending van de intekenfolders aan alle leden van de Boekenvereniging en de hulp van de heer A. van Werkhoven te Barendrecht en mevr. P. J. Vlasblom-Bennink bij de correctie van de drukproeven.

Wij hebben gemeend door middel van deze bundel "HET WOORD is ons gegeven", waarin een representatieve selectie van Kohlbrugge-vertalingen is bijeengebracht, onze dankbaarheid en waardering voor uw jarenlange trouwe inzet en arbeid, Ds. en mevr Van Heyst, tot uitdrukking te brengen; kort samengevat: uw jarenlange trouwe inzet en arbeid zowel voor de tweewekelijkse verschijning van het "Kerkblaadje"/"Ecclesia" en de publicatie van Kohlbruggevertalingen als ook voor de organisatie van de jaarlijkse conferentie in Utrecht. Tegelijk moge deze bundel dienstbaar zijn aan de doelstelling: "de verbreiding van de kennis van de prediking en theologie van Dr. H. F. Kohlbrugge".

Wij eindigen met deze bede:

"Moge de HERE God deze bundel tot een zegen stellen!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1991

Ecclesia | 8 Pagina's

Toespraak Van Ds. J. K. Vlasblom Bij De Presentatie Van De Kohlbrugge-Bundel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1991

Ecclesia | 8 Pagina's