Hachelijke Eposoden In de Geschiedenis der Kerk
(Referaat, gehouden 11 mei 1996 op de conferentie van de Vriendenkring in de Nieuwe Kerk te Zeist)
Vanaf het moment dat Abraham geroepen wordt zijn familie en vaderland te verlaten en naar het hem nog onbekende land te trekken, is het werk Gods, belichaamd in Zijn weg met Israel, vol hachelijkheid gebleken Op zijn reis door de tijd is dit volk, dat uit menselijke onmogelijkheid door zijn Schepper in het aanzijn werd geroepen, door alle denkbare en ondenkbare gevaren heengegaan Dat het niet tenonder ging, IS niet aan enig mens te danken, maar uitsluitend aan Gods trouw In hetzelfde hoofdstuk, waarin Abraham Gods roep verneemt en gehoorzaamt (Genesis 12), lezen wij hoe hij in Egypte ontspoort Zonder de ingreep van Gods genade zou er van een volk Israel geen sprake zijn geweest, zou Gods voornemen zijn verijdeld
Was het zo met het werk van God m de wereld vóór de komst van de Christus, het is daarna met anders gegaan Wanneer het niet al te menselijk was, zouden WIJ spreken van een nskant avontuur dat God is begonnen met het planten van zijn Kerk in de wereld Het lichaam van Christus neemt gestalte aan in de geschiedenis, het wordt opgenomen in de geschiedenis van mensen en volkeren Dat is een hachelijk gebeuren, want het rechte pad is smal, links en rechts zijn dreigende gevaren Om met een ander beeld te spreken het schip van de Kerk maakt zijn vaart tussen de klippen Scylla en Charybdis, met dit verschil dat Odysseus er maar één keer tussen door behoefde te varen, terwijl de Kerk onafgebroken op deze levensgevaarlijke situaties bedacht moet zijn Met andere woorden de kerkgeschiedenis is een aaneenschakeling van hachelijke episoden Zij kent geen ander dan een gevaarlijk en bedreigd bestaan Zij wordt onophoudelijk aangevochten en belaagd, zoals ook het woord van haar Heer aan Petrus reeds aankondigde de poorten van de hel {de hades) zullen mijn ecclesia met overweldigen (Matth 16 18) Dit houdt wél in dat door deze poorten steeds weer nieuwe troepen op Christus' ecclesia aantrekken om haar tenonder te brengen
Verwant aan dit woord van Christus is hetgeen wij lezen in het evangelie naar Johannes In de wereld hebt gij verdrukking, maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen (16 33) De verdrukking is de bestaanswijze van de Kerk op haar weg door de tijd Zo nauw verbindt Christus Zijn Kerk met zich, dat haar verdrukking geldt als Zijn verdrukking, haar lijden als Zijn lijden (Kol 1 24)') Tussen Christus' hemelvaart en wederkomst heeft God de geschiedenis van de Kerk geschoven, de geschiedenis van de verkondiging van het Evangelie in heel de wereld aan heel de schepping (Markus 16 15)
Dat is het antwoord op allen die evenals S Ulfers' Wiegen de dromer in Oostloorn^) stellen "Jezus heeft een koninkrijk der hemelen gesticht en de mensen hebben er een Kerk van gemaakt" Niet mensen hebben dat gedaan, maar God zelf heeft Zijn Kerk geplant en de komst van het Koninkrijk nog opgeschort De Kerk - dat is de gemeenschap van hen die de zaligheid verwachten^) Die leven uit het heil van Christus die als de Gepredikte en de Geloofde door Woord en Geest bij ons is'*) Christenen zijn zij die het Koningschap van Christus belijden en laten gelden, dip Zijn komst en de komst van het Koninkrijk verbeiden^) De Kerk legt haar weg door de eeuwen af, haar Koning tegemoet en haar geschiedenis is "het eigenlijk bestand van de wereldgeschiedenis, zij is het spoor van Gods voetstap in deze wereld", naar een schoon woord van J Koopmans^), of, naar de titel van de laatste publicatie van dr W Aalders, het hart van de wereldgeschiedenis^)
De gehele weg die de Kerk door de tijd heeft af te leggen, haar Koning en Bruidegom tegemoet, voert door vijandelijk gebied Daarom is haar reis één geheel van bedreigingen en doodsgevaren Het tweede referaat van deze dag, aangekondigd als hachelijke episoden in de geschiedenis van de Kerk, wil uw aandacht vragen voor enkele bijzonder cruciale momenten in de geschiedenis der Kerk, opdat wij ons verwonderen over Gods trouw en iets van de hoge roeping van de Kerk verstaan Eerst richten wij daarbij onze aandacht op de vroeg-chnstelijke Kerk, daarna op Neêrlands Kerk der Hervorming En het bestek van deze dag laat niet anders toe dan dat ik slechts beknopt enkele gedachten daarover naar voren breng
Blijven WIJ eerst nog in de bijbelse tijd Na de uitstorting van de Heilige Geest, zijn aposte
Na de uitstorting van de Heilige Geest, zijn apostelen en evangelisten de wereld ingegaan met de boodschap van Jezus' kruis en opstanding Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat dit voor de brengers en de eerste ontvangers van deze boodschap heeft betekend Wonderlijk mensen die zelf de betekenis van het kruis van Golgotha niet verstonden en de opstanding van Christus aanvankelijk niet geloofden, werden uitgezonden om te prediken en op te roepen tot geloof Ieder kende immers de betekenis van de terechtstelling door kruisiging, ieder wist van de afschuwelijkheid van deze vorm van terdoodbrenging Wanneer de beroemde Romeinse redenaar en staatsman Cicero (106-43 voor Christus) in één van zijn geschriften^) zijn weerzin daartegen uitspreekt, vertolkt hij het algemeen gevoelen van zijn tijdgenoten en latere generaties Zou dan deze boodschap Evangelie zijn'' Zou deze Jezus Christus dan de Verlosser zijn'^ De Joden zochten het heil te bereiken door stipte naleving van de wet Grieken meenden in de weg van redelijk denken tot gelukzalig makende wijsheid en verlossende waarheid te kunnen komen^) Dat tóch deze boodschap voor velen blijde boodschap is geworden, is louter toe te schrijven aan het werk van de Heilige Geest die overtuigt van goddelijke waarheid en wijsheid
De eerste grote verzoeking die de jonge Kerk op haar weg ontmoet, is de dreiging een stroming binnen het Jodendom te worden Het Evangelie verbreidt zich in het begin vooral via het netwerk van synagogen lO)^ die m het hele Romeinse rijk worden aangetroffen Paulus gaat immers op grond van Gods verbond met Israel te werk volgens de regel van "eerst de Jood, dan de Griek" Vele christenen uit de Joden zijn wel bereid de gekruisigde Jezus als de Messias te erkennen, maar menen toch dat gelovigen uit de heidenen alleen in het heil kunnen delen wanneer zij door besnijdenis in Israel worden ingelijfd en de mozaïsche wet gaan naleven
Het IS Paulus die inziet welk groot gevaar hier dreigt, nl dat van judaisenng van het christelijk geloof en van de christelijke Kerk-in-wording Deze dreiging, samen met die van de Gnosis is een groter gevaar voor de christenen van de eerste eeuwen gebleken dan de bloedige vervolgingen waaraan zij waren blootgesteld") Maar niet voor Mozes, doch voor Christus moet de wereld gewonnen worden'
Niemand heeft meer dan Paulus het inzicht ontvangen dat Gods weg met de Kerk, die gebouwd wordt uit gelovigen uit Israel en de heidenwereld (Romeinen 9 tot 11), een scheiding van Israel als natie betekent Zo IS de christelijke Kerk niet als een stroming of secte binnen het Jodendom de geschiedenis ingegaan, maar met het oog gencht op heel de wereld, overeenkomstig het woord van Jezus Maakt al de volkeren tot Mijn discipelen (Mattheus 28 19)
De Joden-christenen die aan de Joodse wetten en voorschriften bleven vasthouden, omdat zij deze gang van de Geest niet konden meemaken en niet verstonden het volstrekt nieuwe, boven-nationale, wereldwijde dat in Christus was gekomen, staan bekend als de Ebionieten (Armen) en Nazareeers Na de verwoesting van Jeruzalem zijn zij in de gebieden ten Oosten van de Jordaan langzaam ten onder gegaan A von Hamack heeft de stelling verdedigd dat er van hen een directe lijn loopt naar de Islam^^) en de conclusie van H J Schoeps IS dat het van wereldhistonsche betekenis IS dat het Joden-christendom weliswaar in de Kerk IS ondergegaan, maar tot in onze tijd overleeft in de Islam'3)
Zo krijgen in de Kerk de christenen uit de heidenwereld, in het voetspoor van Paulus, de leiding De Christenheid verstaat zich al spoedig als een derde geslacht, niet joods, niet één van de vele erkende religies Een nieuwe verschijning op het toneel van de wereldgeschiedenis, zich bewust van haar bijzondere plaats en roeping, omdat zij zeker is van haar Verlosser, in Wiens handen zij alle macht weet over hemel en aarde Hoe ook weerstaan en weersproken, hoe ook vervolgd en verdreven, hoezeer ook sommigen afvallig worden, de christenen houden stand - omdat Hij, die sterker is dan alle machten ter wereld, naar Zijn belofte met hen is Wervend en winnend treden ZIJ op, zeker van de zaak waarvoor zij staan Leidt de synagoge in het Romeinse njk een ingekeerd leven, de Kerk treedt vrijmoedig naar buiten en is daardoor een gevaar voor de grondslagen van de heidense staat Een geleerde als de heidense auteur Celsus ziet met lede ogen de groei van de Kerk aan en ervaart deze als een bedreiging voor de traditionele overlevering en oud-vaderlijke zeden In het jaar 178 geeft hij zijn geschrift "Het ware betoog" in het licht Wij kennen het uitsluitend uit de weerlegging van de hand van Origenes, omstreeks 245 Celsus is in zijn afwijzing van het christelijk geloof en zijn vinnige en sarcastische critiek daarop een voorloper van lieden als Brandt Corstius (alias Piet Grijs), de hoogleraar H S Versnel en andere bestrijders van het christelijk geloof Hij houdt Jezus en de apostelen voor bednegers en de christenen voor bedrogenen Maar onweerstaanbaar dnngt in de oude en moede wereld van de antieke oudheid de christelijke Kerk op tot aan en reeds in de derde eeuw tot over de njksgrenzen Naast de boodschap van goddelijke genade en geluk en zekerheid voor het onrustig zoekende mensenhart, zijn het twee dingen die de aandacht trekken van de buitenstaanders en hen boeien de verplichting krachtens de doopgelofte tot een verzaken van de zonde en elk contact met demonische machten, magie en astrologie en in de tweede plaats de liefde tot elkaar, die zich uit in zorg voor armen, weduwen en wezen, het bezoeken van broeders die tot gevangenschap of dwangarbeid zijn veroordeeld en daadwerkelijke hulp bij catastrofen'4)
In onze tijd van kerkverlating en seculansatie zal de Kerk, dunkt me, veel kunnen leren van het geloof en de liefde van de christenen van de eerste eeuwen en van de wijze waarop zij stonden in hun cultuur
Zwaar is deze weg van de Kerk Zij heeft niet alleen van doen met mensen en machten die haar haten, zij heeft tegelijkertijd te kampen met vele stromingen en secten in haar midden, die de eenvoud van het Evangelie vertroebelen Wij lezen de namen van Montanus en Praxeas, van Sabellius, de Donatisten en vele anderen Buiten de Kerk zijn er de mysteriegodsdiensten en gnostische stromingen zoals de Manicheeen, met hun tegenstelling tussen geest en stof, licht en duister en hun spiritualisering van de heilsfeiten'^) Er zijn de vele afvalligen tijdens de grote vervolgingen, intern is er veel verdeeldheid, heerszucht en zondige praktijken zijn er van bisschoppen en gemeenteleden Met vele aanvechtingen en verleidingen, veel interne strijd en verdeeldheid heeft de Kerk te worstelen En toch, zij groeit, de "Grote Kerk" of de "katholieke Kerk", zoals Ignatius haar omstreeks 180 voor het eerst noemt, de universele Kerk die allerwegen in het Romeinse rijk gevonden wordt als een aaneensluiting van de christelijke gemeenten die in het apostolische spoor willen gaan
Door welke moeiten is zij heengegaan wanneer haar in het begin van de 4e eeuw door de overwinnende keizer Constantijn vrijheid wordt geschonken' Wat er voor de roemruchte slag bij de Milvische brug op 28 oktober 312 precies in het gemoed van deze keizer heeft plaatsgevonden, onttrekt zich aan menselijke waarneming Dit is zeker, dat hij een wereldhistorische wending teweeg brengt door de Kerk vrijheid te schenken en te bevoorrechten, hoewel zij dan nog een minderheid temidden van de heidense religies in het Romeinse rijk vormt' Het is door Constantijn dat de kerstening van het Romeinse rijk een aanvang neemt En de kerstening van het keizerschap' De zondag wordt tot algemene rustdag verheven en geeft tezamen met gedenkdagen voor de martelaren aan de loop van het jaar een geheel nieuw ritme Kerken worden gebouwd, heidense beelden verdwijnen van de munten, gladiatorengevechten en onzedelijke cultusvormen worden verboden, bisschoppen in bepaalde gevallen tot rechters aangewezen, omdat de rechterlijke macht door haar houding ten tijde van de vervolgingen haar vertrouwen had verspeeld Op eigen kosten laat hij prachtige kerken bouwen, niet alleen in Constantinopel en Antiochie, in Jeruzalem en Rome maar ook elders Voor het eerst in de geschiedenis wordt godsdienstvrijheid in praktijk gebracht' Tolerantie heerst, al laat de keizer terdege zijn voorkeur merken' Heidenen worden niet gedwongen tot de christelijke Kerk over te gaan, maar velen verwachten wel dat dit hun voordeel brengt en doen deze stap uit onzuivere motieven De bemoeienis van de keizer met de eenheid van de christenen en van de Kerk is bekend Hij ziet in een verdeelde Kerk een groot nadeel voor de hechtheid van zijn rijk Het is door hem - in 325 - dat het eerste concilie, dat van Nicea, wordt samengeroepen om de geschillen, die ontstaan zijn door de leringen van Anus, te boven te komen
Sinds de befaamde Jakob Burtkhardt zijn Die Zeit Constantin's des Grofien (1853) in het licht gaf en daarin Constantijn voor een huichelaar uitmaakte, is het niet ongebruikelijk geworden deze eerste christenkeizer met zwarte kleuren af te schilderen Zo is het feit dat hij de titel van Opperpriester aanhield hem door sommige geschiedschrijvers zwaar aangerekend en ook het feit dat hij als vorst soms zeer hardhandig kon optreden Te weinig houdt men er dan rekening mee dat Constantijn de Grote als eerste in de geschiedenis voor de vraag kwam te staan of, en zo ja hoe, christen-zijn en keizerschap zich laten verenigen Bovendien diende zich in een geheel nieuwe context het vraagstuk van de verhouding van Kerk en staat aan, een vraagstuk dat sedert dien nog nimmer geheel is opgeklaard Heeft de critiek voldoende bedacht welke ontzaglijke consequenties de wending van Constantijn niet alleen voor de Kerk betekende, maar ook voor de geestelijke grondslagen van de staat"^ Later onderzoek heeft de negatieve stelling van Burckhardt bestreden en bijv gewezen op het feit dat Constantijn, die zelf niet als christen was opgevoed, zijn kinderen een christelijke opvoeding liet geven en dat de gehandhaafde titel van Pontifex Maximus (opperpriester) voor hem geen enkele inhoud bezat'^) De bronnen wijzen veel meer in de richting van Constantijns oprechte poging de Kerk de plaats te geven die haar toekomt, omdat zij de gemeenschap is van hen die Christus als de Koning der koningen belijden, Christus aan wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde Wanneer de historieschrijver bisschop Eusebius de keizer huldigt als een knecht en gezant van God, een heilbrenger, dan gaat hij zelfs naar de maat van zijn tijd gemeten erg ver met zijn mensverheerlijking, maar het geett enerzijds toch iets weer van de bijzondere roeping waarvan deze eerste christen-keizer zich bewust is geweest en anderzijds van de stemming in de Kerk en de verwondering over Gods hand in de geschiedenis die de Kerk na drie eeuwen druk en vervolging laat triomferen - een goddelijke rechtvaardiging en een bewijs van haar goddelijke herkomst'^)
Maar wat betekende dit voor het innerlijk van de Kerk, voor haar geestelijk gehalte, haar spiritualiteit, haar gehoorzaamheid aan haar hemelse Heer'' Tien jaren vóór Burckhardt schreef de geneefse Reveilzoon Fran§ois Roget een studie over de verbastering van de Kerk sinds het optreden van Constantijn'8) Te onzent schreef G J Heering in 1928 over de wending onder Constantijn als De zondeval van het Christendom^'^) De zondeval bestond voor hem daarin, dat de Christenheid sinds Constantijn haar principiële pacifisme heeft afgelegd en gedoogde dat christenen dienden als soldaat In dezelfde geest, maar dan niet vanuit pacifistisch standpunt oordeelt G J D Aalders, die in 1979 een boekje het verschijnen onder de titel De grote vergissing Hij beroept zich o m op een uitspraak van H Berkhof uit 1946 "In 313 heeft de christelijke kerk het in diepere zin niet gewonnen maar verloren Want zij trad in de plaats van de oude staatsgodsdienst en moest tegen wil en dank het karakter van die staatsgodsdienst aannemen"20)
Ook dr H F Kohlbrugge laat zich in een brief aan zijn vriend Van Heumen in Delft uit 1835 zeer negatief uit over Eusebius en Constantijn en ook over de uitwendige, georganiseerde kerk in die dagen, die hij vergelijkt - het is een wel heel plastische beeldspraak - met "een schoone maagd, (die) een oogenblik in de stad en op alle gezelschappen (schittert), maar een weinig daarna de tering (krijgt) en het schoone vleesch wordt voorgezet den wormen" De ware Kerk zijn voor hem de "armen en ellendigen, verachten, verschopten, miskenden, verdrevenen, verstotenen" wier "onbewegelijkheid" Christus is^^)
Moeten wij hem in dit vernietigende oordeel volgen'' Ik heb daar moeite mee Wij kennen het rijmpje Toen de kerken werden van goud werden de christenen van hout Wij verstaan de spanning tussen de uiterlijke verschijning van de Kerk en haar innerlijk geestelijk leven, de spanning tussen haar staan in de wereld en haar gehalte aan waarachtige godsvrucht, WIJ hebben oog voor het gevaar van de veruitwendiging van de Kerk en van haar afhankelijkheid van de staat, voor de dreiging van vermenging van Kerk en staat, maar het gaat niet aan alle last af te wentelen op keizer Constantijn De onderworpenheid van de Kerk aan de keizer in het Byzantijnse rijk is geen onvermijdelijk gevolg geweest van de gunsten die de eerste chnsten-keizer aan de Kerk bewees Met andere woorden het had ook anders kunnen gaan De Kerk zelf en opvolgers van de eerste christen-keizer zijn méér nog dan Constantijn verantwoordelijk voor schadelijke ontwikkelingen in latere tijden Een overheid die geen interesse toonde voor de reli
Een overheid die geen interesse toonde voor de religie van het volk en het kon stellen zonder religieuze grondslag, was in de oudheid en in de middeleeuwen ondenkbaar In feite is dat nog zo Het is met name A A van Ruler geweest die in deze eeuw er voortdurend op gewezen heeft dat de overheid en de staat een geestelijke grondslag nódig hebben niet alleen, maar ook daadwerkelijk hebben De vraag is alleen welke, welke IS de geestelijke grondslag van de staat Wij beleven thans dat onze paarse overheid vanuit haar ideologie het offensief tegen Christelijke zeden en beginselen heeft aangebonden, omdat zij een onchristelijke soms zelfs antichristelijke grondslag heeft, die niet verborgen kan blijven
Door de bedding van de Kerk der eeuwen, die met het volk heel nauw verbonden is, is de prediking van het apostolisch geloof, is de stroom van het Evangelie de tijden doorgegaan, zodat harten zijn verbroken en zondaren zich hebben bekeerd, tot glorie van God Daarbij vergeten wij met dat in tijden van verval moedige leiders - een geschenk van Gods genadige trouw' - zijn opgestaan, die streden voor de vrijheid van de Kerk en haar afhankelijkheid van God alleen, voor een waarachtig christelijk leven en het gezag van Christus over zijn Kerk en over de wereld Het is immers de roeping van de Kerk haar vleugels breed uit te slaan en tegelijkertijd de schat van het Evangelie te bewaren om deze onverkort en onvermengd door te geven aan komende geslachten Ik geef u toe, dat dit een ontzaglijke opdracht is Maar de Kerk staat er wel voor, ook in de hachelijke tijden dat zij deze roeping niet verstaat
n
Nu maken wij in de geschiedenis een grote sprong Zien WIJ in de eerste eeuwen de ontwikkeling van de Kerk van minderheid naar meerderheid, in de 19e en deze eeuw nemen wij in Europa een omgekeerde ontwikkeling waar Kwam zij toen vanuit druk en vervolging in de positie van bevoorrechte maar niet altijd vnje Kerk, nu is haar plaats meer en meer aan de rand van de samenleving
WIJ beperken ons tot Nederland en Nederlands Kerk der Hervorming, hoewel Kerken in omringende landen op sommige punten een vergelijkbare ontwikkeling kennen
In dit proces is de 5e augustus 1796 een hoogst belangrijk moment Nederland is dan bezet gebied Hoewel, bezef Jubelend zijn de Franse "bevrijders" ingehaald Een Nationale Vergadering heeft de plaats van de vroegere Staten-Generaal ingenomen Op die 5e augustus 1796 decreteert deze Nationale Vergadering "Er kan en zal geen bevoorrechte noch heerschende Kerk in Nederland meer geduld worden Alle Placcaten en Resolutien der gewezene Staaten- Generaal, uit het oude Stelsel der vereeniging van Kerk en Staat gebooren, worden gehouden voor vernietigd"'^^) Er waren al zeer nadelige bepalingen voor de Kerk aan dit besluit vooraf gegaan, maar op deze dag houdt een situatie van twee eeuwen op De Kerk wordt gelijkgesteld met de dissenters en de kleine kerken die totnogtoe slechts waren getolereerd In het vervolg moet zij het zonder de steun en hulp van de overheid stellen, schaft de overheid haar "tegenover", dat de Kerk voor haar was, kortweg af
We moeten die twee eeuwen overigens niet als een te zonnige periode zien De plaatselijke en hogere overheden hebben het de Kerk dikwijls niet gemakkelijk gemaakt, haar soms zeer tegengewerkt De Gereformeerde Kerk was geen staatskerk, nog veel minder was Nederland een kerkstaat De Kerk der reformatie was de publieke, de erkende, de bevoorrechte Kerk Kerk en staat leidden samen het volk, als eertijds Aaron en Mozes Maar in 1796 schuift Mozes (maar het is wel de Mozes der revolutie') Aaron aan de kant De Kerk wordt op zichzelf teruggeworpen Dat IS een heel zware periode voor haar geworden, zoals uiteindelijk de tijd van de Franse overheersing, aanvankelijk door velen bejubeld als een "overvloeiende verversing" voor ons volk een en al ellende is gebleken23)
Nu sla ik met u even een zijpad in Nauw verwant aan de begrippen "heersende" en "bevoorrechte Kerk" is dat van de "Vaderlandse Kerk", nl de Kerk die nauw verbonden is met het ontstaan van de Nederlandse Republiek Men kan gevoeglijk verdedigen dat de grondslagen van deze Republiek liggen in de Kerk, met name in de vluchtelingen-gemeenten van de jaren 60 en 70 van de 16e eeuw, zoals bijv overtuigend is aangetoond door de overigens liberale histoncus R Fruin^^) Nu is het in de mode gekomen om te bestrijden dat er ooit zulk een "Vaderlandse Kerk" is geweest In 1995 is dat gebeurd - om het maar bij twee namen te laten - door de gereformeerde hoogleraar dr C Augustijn"), vier weken geleden in een openbare vergadering door de doopsgezinde dr W Bergsma^^), die in dit verband van een mythe sprak, een mythe ingegeven door de Romantiek Nu kan een mythe iets heel moois zijn en een werkelijkheid uitdrukken die een rationele beschrijving en bewijsvoering te boven gaat Maar de "Vaderlandse Kerk" is geen mythe, maar werkelijkheid Zo werd zij niet alleen genoemd, zo werd zij ook ervaren Dr G J Vos publiceerde in de jaren 80 van de vorige eeuw zijn Geschiedenis der Vaderlandsche Kerken zijn Tegenwoordige Inrichting der Vaderlandsche Kerk Ruim honderd jaar eerder evenwel, begonnen in 1771 (dus lang voor de geboorte van de Romantiek'), gaf de strijdvaardige dordtse predikant J Barueth een reeks publicaties in het licht "tegen de beledigende Geschriften van dezen tijd" HIJ deed dit onder een pseudoniem En welk pseudoniem gebruikte hij"* Hij noemde zich De Advocaat der Vaderlandsche Kerk Krachtig en met allerlei middelen betoonde Barueth zith een advocaat van de rechten van de "Hervormde leer" en voerde hij pleidooi na pleidooi voor de Vaderlandse Kerk, omdat "buiten allen kyf de ware zuivere Gereformeerde Godsdienst, in de zeven geünieerde Provintien, voor het tegenwoordige, de Dominante, en niet alleen de Dominante, maar ook de ENIGE publycque of openbare Religie van het Land (is)"'^^) Het IS deze Vaderlandse Kerk die na de hachelijke
Het IS deze Vaderlandse Kerk die na de hachelijke en desastreuze jaren onder de Franse dwingelandij, al spoedig na de bevrijding een ander drukkend juk te dragen krijgt
Onze eerste Koning, Willem I, regeert naar zijn eigen woorden overeenkomstig het devies "It is I alone who govern and I alone who am responsible"28) Niet ten onrechte kan hij dan ook een "verlicht despoot" genoemd worden
In de drie jaren dat hij als vorst over het duitse Fulda regeerde, had hij niet geschroomd aldaar in kerkelijke zaken in te grijpen In het derde jaar van zijn bewind over Nederland, verricht hij tegenover de Vaderlandse Kerk tot "een ongehoorde machtsdaad"29) Op zondag (') 7 januari 1816 tekent hij een Koninklijk Besluit dat een grondige herstructurering voor de Kerk bedoelt te zijn Onbedoeld en ongeweten legt hij hiermee tevens de grondslag voor de verscheuring van de Vaderlandse Kerk Door het Koninklijk Besluit, dat per 1 april 1816 zal ingaan, wordt de oude kerkelijke structuur op eenmaal opgeheven en een nieuwe ingevoerd, zonder dat de Kerk hier om heeft gevraagd en geheel buiten haar om
Enerzijds brengt deze nieuwe structuur de eenheid die in het verleden door de Kerk werd begeerd, maar door de overheid was tegengehouden, anderzijds doen de Reglementen de ambtelijke structuur van de Kerk geweld aan en brengen zij het geestelijk welzijn van de Kerk ernstige schade toe
De nadrukkelijke protesten die vanuit verscheidene classicale vergadenngen de Koning bereiken, worden terzijde gelegd, omdat deze ambtelijke vergaderingen mets meer te vertellen hebben, daar de Reglementen inmiddels in werking zijn getreden^O) Er zijn protesten, maar merendeels legt de Kerk zich stilzwijgend neer bij de feiten en wordt deze "schoonschijnende vrucht" "van de "vaderlijke" zorg van den vereerden Koning" aanvaard-^ 1) Het is niet te veel om in dit verband te spreken van een hst, waarmee de Kerk in een strik werd gevangen Evenwel mag deze list, deze gang van zaken niet geheel op rekening van de koning geschreven worden Zijn ambtenaren, onder wie J D Janssen een sleutelpositie innam, hebben een grote invloed op de koning uitgeoefend en hun voorlichting IS niet zonder kwalijke eenzijdigheid geweest
Zo wordt de scheiding van Kerk en staat uit 1796 op ongedachte wijze ongedaan gemaakt door een nieuwe, strakke verbintenis tussen beide Men kan spreken van een soort caesaropapisme, dat door middel van een Ministerie van Eeredienst wordt uitgeoefend Het is immers de Koning, die de eerste Algemeene Synode samenstelt, die ook later de president en vice-president zal benoemen en die geldt als het hoofd van de Kerk, wellicht naar analogie van de plaats van de vorst van Engeland in de Anglicaanse Kerk en van de vorsten in de duitse landskerken
In de loop van de 19e eeuw is meermalen de vraag gesteld of in 1816 eigenlijk een nieuwe kerk is gesticht Soms werd zij bevestigend beantwoord men zou niet kunnen spreken van de voortzetting van de aloude, de Gereformeerde Kerk
Toen in de Leidse gemeente na de Doleantie deze vraag zich met nieuwe actualiteit voordeed, heeft ds F Oberman een belangrijke brochure geschreven, waarin hij verdedigde dat het niet zo is, dat de vroegere Kerk met de nieuwe vorm van bestuur opgehouden heeft te bestaan de Nederlandse Hervormde Kerk IS de historische Vaderlandse Kerk uit de 17e en 18e eeuw32)
Men kan niet ontkennen dat met de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden, waarin de zeven Provinciën van weleer, met het huidige België en nog andere gebieden werden samengesmolten tot een eenheid met een nieuwe staatsvorm, ook wijziging van de gebrekkige kerkelijke structuur noodzakelijk was geworden Dat is het punt met Maar naar het oordeel van J C A van Loon, die voorbereiding en invoering van het Algemeen Reglement grondig heeft onderzocht, zou de Kerk zelf in staat zijn geweest haar kerkorde te herzien, wanneer de overheid haar dit niet onmogelijk had gemaakt^S)
Binnen 20 jaar was de Afscheiding een feit Voorbereid door de vele conventikels waaraan inzonderheid het Noorden van ons land rijk was-^"^), volgden enkele duizenden de beweging van ds H de Cock en ds H P Scholte Vanuit geheel verschillende achtergronden kwamen deze beiden ertoe zich van de Hervormde Kerk af te scheiden De Cock doordat hij in formele tuchtprocedures was geraakt, Scholte omdat hij droomde van een vrije Kerk, naar het model van de Eglise Independante van Geneve
Een zware tijd maakte de eerste generatie van Afgescheiden broeders en zusters door Rijkelijk waren verdrukking en vervolging hun deel Niet dan met grote schaamte kan een Hervormde daaraan denken, want de aanstokers waren niet zelden bestuurscolleges en leden van de Hervormde Kerk Maar ook zwaar, omdat de Afgescheidenen zelf de eenheid niet konden vinden, zodat "in de eerste dertien jaar van de geschiedenis der Afgescheiden Kerken met minder dan vijf scheuringen plaats vonden, waardoor deze kerken in zes, elkaar soms vervloekende, kerkengroepen werden uiteengereten"^^)
Maar zwaar was het ook voor hen die de gereformeerde leer én de Hervormde Kerk trouw bleven en met de weg der scheiding gingen Een halve eeuw nadien, zorgvuldig voorbereid door
Een halve eeuw nadien, zorgvuldig voorbereid door acties en publicaties zoals Tractaat van de Reformatie der Kerken^^) van de hand van dr A Kuyper, breekt de Doleantie uit Nu trekken vele tienduizenden weg uit de Vaderlandse Kerk Zij zijn zo onder de indruk van de deformatie der Vaderlandse Kerk, dat zij voor haar geen toekomst zien en van overtuiging zijn dat ZIJ, brekend met de synodale organisatie, de aloude Kerk voortzetten
Wederom een hachelijke episode voor de Kerk der Hervorming, die na het verlies van zovele rechtzinnigen nu te meer komt in de greep van het modemisme en nog verder verwijderd raakt van het moment dat zij het juk van Koning Willem I van zich af kan schudden Ook een zware tijd voor de broeders en zusters der Doleantie, die met grote offers een geheel nieuw kerkelijk leven moeten opbouwen en kerken en pastorieën stichten
De 20e eeuw breekt aan, met al haar vragen en problemen van de moderne tijd Noch naar haar structuur noch naar haar geestelijk gehalte is de Hervormde Kerk in staat daarop adequaat in te gaan Maar wel wordt het verlangen sterker een waarlijk belijdende Kerk te zijn en daartoe verlost te worden van de 19e eeuwse organisatie Hadden daarvoor met mannen als G Groen van Prinsterer, Ph J Hoedemaker en J H Gunning Jr hartstochtelijk gepleit'' Ook theologen uit de kring van de vrienden van dr H F Kohlbrugge worstelen met de vragen van het herstel van de Kerk en haar plaats temidden van ons volk Dr J C S Locher is hierbij betrokken en dr G Oorthuys-'^)
In de hachelijke tijd van de Tweede Wereldoorlog groeit onweerstaanbaar het verlangen naar het einde van de bedeling der Reglementen, opdat de Kerk weer Kerk kan zijn Wie kent niet de betekenis van dr K H E Gravemeyer bij de totstandkoming van de kerkorde van 195P
Wie toen heeft gemeend dat nu de tijd was aangebroken dat de Kerk met meer eenheid en meer gezag, meer geestelijk en waardig zou spreken en overeenkomstig de Schrift en haar belijdenis, in de lijn van haar historie zou handelen, is bitter teleurgesteld geworden Hoe ben ik persoonlijk meermalen getuige geweest van het verdriet en de ergernis van dr Gravemeyer over de weg die de Kerk ging Ontgoochelend is voor hem en voor vele anderen de koers geworden die de Kerk koos in het tweede deel van deze eeuw De tijd ontbreekt om dit te staven met velerlei voorbeelden Samenvattend kan men zeggen dat de Kerk in de grote vragen van deze tijd haar oren meer heeft laten hangen naar de geest van de tijd dan dat zij zich openstelde voor de leiding van de Heilige Geest De ambtelijke vergaderingen zijn hersteld Maar zij worden - vooral geldt dit van de Synode - overheerst door een sterke bureaucratie De Synode, steeds wisselend samengesteld en de moderamina die achtereenvolgens leiding geven, zijn daartegen niet opgewassen
Daardoor kon het gebeuren dat het SoW-proces op gang werd gebracht en inmiddels als een dommekracht doorwerkt Met listen en gemarchandeer wordt het doorgedrukt, terwijl de Synode doof blijkt voor alle stemmen die haar waarschuwen dat het zo met kan en blind is voor de gevolgen Het is immers ongehoord dat de historische volkskerk zich opheft om op te gaan in een nieuw kerkgenootschap De Kerkorde voorziet ook op geen enkele manier in zulk een streven, dat de gemoederen van de voorstanders benevelt
Toen in 1946 de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband zich verenigden met de Nederlandse Hervormde Kerk is er geen moment aan gedacht dat daarvoor een nieuw verband zou moeten worden gesticht Enkele jaren later werd de Hersteld Evangelische Lutherse Kerk opgenomen in de Evangelisch Lutherse Kerk Deze eenwording had het karakter van een terugkeer tot de Kerk die 11/2 eeuw eerder was verlaten Ik denk niet dat velen van u het met mij oneens zijn dat wij ook thans een hachelijke episode in de geschiedenis van de Kerk beleven
Maar wellicht zijn er onder u die menen dat het hun niet aangaat, omdat zij redenen hebben niet tot de Hervormde Kerk te behoren Toch ben ik van oordeel dat wat zich nu bezig is te voltrekken alle kerken van gereformeerde belijdenis aangaat Zij zijn immers door de historie met de Hervormde Kerk verbonden De leden van deze kerken hebben zich, veelal in vorige generaties, van haar losgemaakt vanwege haar verval om in andere verbanden een Bijbelse prediking te zoeken en een Bijbels verantwoord gemeentelijk en kerkelijk leven Maar wat zij niet gevonden hebben is de eenheid Er is een reeks van kerken ontstaan, die elkaar niet kunnen vinden, niet zelden elkaar bestrijden, en waarvan de leden in hun beste ogenblikken weten dat hun oorsprong ligt in de Hervormde Kerk In mijn jeugd heb ik mensen gekend, die zelden meer in de Vaderlandse Kerk een dienst bezochten en als gasten waren opgenomen in een van de "kleine" kerken, maar de "Grote Kerk" verlaten'^ Neen, dat was hun onmogelijk Zij zagen scherp de gebreken van de Hervormde Kerk, maar zagen ook te veel mensenwerk in de kerken die uit haar zijn voortgekomen^^)
Wanneer het SoW-proces in de huidige vorm zijn beslag krijgt en de Hervormde Kerk verdwijnt, zoals de A R P verdwenen is en de C H U verdwenen is, zoals de Twentsche Bank niet meer bestaat, evenmin als Organon en nog zo veel bedrijven en instellingen meer niet meer bestaan, omdat zij is opgegaan in een nieuwe kerk, zijn de uit haar voortgekomen kerken haar historisch "oriëntatiepunt" kwijt Dan is haar ook de mogelijkheid ontnomen om in gezamenlijke wederkeer tot God tezamen de historische Kerk te vormen, zoals deze sinds de Reformatie als een werk van God aan Nederland gegeven is Daarom is ook voor ons volk de huidige ontwikke
Daarom is ook voor ons volk de huidige ontwikkeling, zonder dat dit het beseft, een hachelijke zaak Het synodaal bedrijf dat een breuk met de historie niet acht en breuken m de Kerk riskeert, laat zich met dekken met de mantel van Chnstocratie, zoals onlangs is gepoogd door de secretaris-generaal'39)
Hoezeer iets nieuws wordt nagejaagd bleek me onlangs toen me in een gesprek met een lid van een SoW-gemeente werd verzekerd wij weten niet eens meer tot welke Kerk wij eigenlijk behoren' Zo radicaal is dus de breuk met het verleden
Laat er geen misverstand bestaan- het gaat nu niet over mijn bezwaren tegen de Gereformeerde Kerken, hoewel ik tegen haar vele bezwaren heb, maar die heb ik ook tegen de Hervormde Kerk Het gaat mij om de breuken die het SoW-proces teweeg brengt, daarom verzet ik mij daartegen Een breuk met de historie, breuken in de Kerk Ook die laatste zullen niet uitblijven Op volstrekt geestloze wijze worden twee, drie kerken elk met haar eigen gecompliceerde identiteit in één organisatie bijeen gebracht, zonder dat men de gevolgen daarvan kan overzien. Denkt men daarover de zegen van God te kunnen verwachten'^
En als het allemaal toch doorgaat'^ En de Hervormde Kerk zich afscheidt van haar herkomsf Niemand kan precies zeggen wat de gevolgen daarvan zullen zijn Maar dat daar veel onheil uit voortvloeien zal staat voor mij vast
In 1928 verscheen van de hand van ds R Dijkstra een gedenkboek ter gelegenheid van 31/2 eeuw Reformatie van de Kerk te Amsterdam'^O) jsj^ een inleidend hoofdstuk vangt hij aan met de woorden Een volk, dat zijn historie vergeet, is een verloren volk Met een variant daarop zeg ik Een Kerk die haar historie vergeet, IS een verloren kerk Alleen als zij haar historie bedenkt, kan zij met zegen staan in het heden, hoe hachelijk dit ook is en zich richten naar haar komende Heer en de grote Toekomst die haar is beloofd
1 ZieH SchherinG Kittel, ThWNT III, S 142-148
2 S Ulfers, Oostloorn, Rotterdam (ed 1956), blz 25 Ulfers (1852-1930) was achtereenvolgens predikant in Domburg, Tienhoven en Oldemarkt tot hij in maart 1888 in Rotterdam werd bevestigd, welke gemeente hij diende tot mei 1919 Zijn Oostloorn verscheen in 1903
3 Nederlandse Geloofsbelijdenis art 27
4 J Koopmans, De Nederlandse Geloofsbelijdenis-^, Amsterdam 1949, blz 131
5 idem, blz 131
6 idem, blz 132
7 W Aalders, De KERK het hart van de wereldgeschiedenis, Leiden 1995
8 Marcus Tullius Cicero, Pro C Rabirio Postumo, 5/16
9 Vgl Karl Holl, Die Missionsmethode der alten und die der mittelalterlichen Kirche. in Gesammelte Aufsatze zur Kirchengeschichte, Bd III, Tubingen 1928, S 117-129
10 A von Harnack, Die Mission und Ausbreitung des Chnstentums in den ersten drei Jahrhunderten , Bd I, Leipzig 1924, S 5
11 R Sohm, De Geschiedenis der KerP, Nijkerk 1917, blz 22
12 A \ox\\\a.n\&cV.,Dogmengeschichte-',BA II,Tubingen 1932, S 537
13 H J Schoeps, Theologie und Geschichte des Judenchristentums, Tubingen 1949, S 342 14 Zie bijv Henneke Gulzow, Soziale Gegebenheilen der
14 Zie bijv Henneke Gulzow, Soziale Gegebenheilen der Altchnstlichen Mission, in H Frohnes und U W Knorr, Kirchengeschichte als Missionsgeschichte, Bd I Die Alte Kirche, Munchen 1974, S 189-226 Ook Michael Green, Êvange/ie-verkondiging m de eerste eeuwen (vertaling van Evangelism in the Early Church, Londen 1970), Amsterdam 1979, met name blz 190-222
15 Over het Manicheisme (Manicheisme over oorsprong, verspreiding en betekenis van een gnostische wereldkerk) schreef recentelijk dr J van Oort in A'er<:en r/ieo/c)g;e,jg 47 no 2, apnl 1996, blz 137-154
16 Zie Joseph Vogt, Die Kaïserliche Politik und die chnstliche
Mission im 4 und 5 Jahrhundert, in H Frohnes und U W Knorr, Kirchengeschichte als Missionsgeschichte Bd I, Die Alte A'frc/ie, Munchen 1974, S 166-188
17 Tegenover veel negatieve oordelen over Constantijn en Eusebius van Caesarea staat de meer positieve waardenng van bijv H Lielzmann, Geschichte der alten Kirche''-, Bd III, Berlin 1953, S 154-163, Hans von Campenhausen, Die Cnechischen Kirchenvater^, Stuttgart 1956, S 61-71 en G Ruhbach, Euseb von Caesarea, in Martin Greschat (Hrsg ),Gestalten der Kirchengeschichte, Bd l Alte Kirche, Smtgmusw 1984, S 224-235
18 F Roget, De Constantin a Gregoire-le-Grand ou l'Esprit chretien et l'Esprit politique dans l'histoire de l'Eglise chretienne, Lausanne 1863, in het Nederlands verschenen onder de titel Van Nicea tot Bonifacius - De Kerk verbasterd in Romeinse politiek en samenleving. Kampen 1981
19 Tegen Heenng kan worden aangevoerd dat reeds onder keizer Commodus (180-192) christenen in het romeinse leger dienden In zijn pacifistisch standpunt heeft Heenng nauwelijks oog voor het vraagstuk van de staat Verg ook R H Bainton, Die fruhe Kirche und der Krieg, in R Klein (Hrsg ), Das fruhe Chnstentum im romischen Staat, Darmstadt 1971, S 187-216
20 H Berkhof, De Kerk en de Keizer, Amsterdam 1946, blz 62
21 De bnef aan H van Heumen is opgenomen in J van Lonkhuijzen, Hermann Friedrich Kohlbrugge en zijn Prediking, Wageningen 1905, Bijlage B, blz 23
22 J Th de Visser, Kerk en Slaat, UI, Leiden (1927), blz 22
23 Aan de eerste periode van deze kwade jaren wijdde dr W H den Ouden zijn dissertatie, Kerk onder patnottenbewind, Zoetermeer 1994
24 R Fruin, De voorbereiding in de ballingschap van de Gereformeerde Kerk van Holland, in Verspreide Geschriften, deel II, 's-Gravenhage 1900, blz 267
25 C Augustijn, Historisch Pleidooi, in Gereformeerd Theologisch Tijdschrift, jg 95, 1995, blz 51-59 Augustijn bekent de uitdrukking Kerk-Oranje-Vaderland niet te kennen en verwart deze met God, Nederland en Oranje'
26 Aldus een verslag van een vergadering van de Ver van Chnsten Historici in het Reformatonsch Dagblad van maandag 15 april 1996
27 De Advocaet der Vaderlandsche Kerk of Vrymoedige Verdediger tegen de beledigende Geschriften van dezen tyd. Tweede Stuk, 's-Gravenhage 1772, blz 1 Deze "advocaat" was de geharnaste dordtse predikant J Barueth (1708-1782) Zie over hem J P de Bie en J Loosjes, Biographisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden, deel I, 's-Gravenhage zj , blz 320-327
28 Frederick B Artz, Reaction and Revolution, New York/Londen 1934, p 271, geciteerd in W Volger, De leer der Nederlandsche Hervormde Kerk, dl I, Franeker 1946, blz 21
29 Volgens een typenng van J H Gunning J H zn, De Gezangenkwestie in de Ned Herv Kerk, Utrecht 1910, blz 131 30 J C A van Loon, Het algemeen Reglement van 1816, Wageningen 1942, blz 154 186
31 J C A van Loon, a w, blz 185v Vgl H B&ne\%, Tien jaren strijd om een belijdende kerk, Den Haag 1946. blz 2 Met de "vaderlijkheid, die de regenng van Willem I overal kenmerkte, werd ook de kerk "verzorgd" Een kleine in het geheim benoem de commissie uit de kerk werd over het ontwerp geraadpleegd, benevens dne leden van de Raad van State — de Raad als zodanig werd er buiten gehouden — en op zondag 7 januan 1816 tekende de koning het besluit, waarbij het ontwerp van kracht werd
32 F Oberman, Heeft de Nederlandsche Hervormde Kerk met den nieuwen vorm van bestuur (organisatie) m het jaar 1816, opgehouden de vroegere Gereformeerde Kerk te zijn', Leiden, 1895
33 J C A van Loon, a w, stelling II
34 J C RuUmann, De Afscheiding in de Nederlands Hervormde Kerk der XlXe eeuw. Kampen 1930, blz 87 Volgens Rullmann hebben (de geschriften van) W Schortinghuis en J Verschuir vooral in het Noorden diepe sporen getrokken
35 J Veenhof, Prediking en uitverkiezing. Kampen 1959, blz 7 Prof Veenhof behoorde zelf tot de kerken van de Afscheiding hij is als gereformeerd predikant meegegaan met de "vnjmaking" van 1944 Twintig jaar later ontstond in de Ger Kerken
36 Tractaal van de Reformatie der Kerken aan de zonen der reformatie hier te lande op Luther's vierde Eeuwfeest aangeboden door T>]: A Kuyper, Amsterdam, 1883
37 Dr J C S Locher (te Leiden) was een van de vijf leden van de commissie welker reorganisatie voorstel in 1930 door de Alg Synode met tien tegen negen stemmen werd verworpen Dr G Oorthuys (te Amsterdam) maakte deel uit van "Kerkherstel", dat een confessionele achtergrond had en in 1935 samenging met "Kerkopbouw", dat vanuit ethische knng was ontstaan
38 Nergens vond ik dit nadrukkelijker verwoord dan in art 4 van de gemeenschappelijke verklanng van de gemeenten die zijn ontstaan uit de prediking van de voorgangers B Sterkenburg, H Stam en J H Bogaard "Nochtans hebben zij (= deze gemeenten, LJG) nimmer de vnjheid gevonden zich tot een kerk of kerkge nootschap te verheffen, daar zij van de Nederlandse Hervormde Kerk belijden, dat deze als het in Nederland geopenbaarde lichaam van Chnstus, gekocht door Zijn dierbaar bloed, hetwelk IS bevestigd met het bloed der martelaren, de moederkerk is" Het vervolg spreekt van het "groot en jammerlijk verval" van de Hervormde Kerk, maar stelt niettemin dat "het koninklijk ambt van Christus is verloochend" dooi hen die, vanuit de Afscheiding, "naast de Kerk een eigen huis gebouwd" hebben P van de Breevaart, De breuk beleefd, St Phihpsland 1984, blz 165 Welk een zuiver histonsch besef spreekt hieruit'
39 Dit is een zinspeling op de correspondentie tussen ds H Veldhuizen en de secretans-generaal van de hervormde synode, dr K Blei, zoals deze in november/december van 1995 plaats had Laatstgenoemde dekt het belijd en de besluiten van de generale synode krachtens de synodaal-presbytenale wijze van kerkregering wel heel gemakkelijk met de term Chnstocratie Ds Veldhuizen ducht synodocratie, omdat de synode te weinig luistert naar de stemmen die klinken uit de kerk
40 R Dijkstra, Een boek van rijke herinnering, Amsterdam (1928), blz 8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1996
Ecclesia | 16 Pagina's