Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Hervormde Gemeente Te Zoutelande Beroept Dr. H.F. Kohlbrugge

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hervormde Gemeente Te Zoutelande Beroept Dr. H.F. Kohlbrugge

22 minuten leestijd

De geschiedenis van de Hervormde gemeente te Zoutelande onder scheidt zich niet van die van andere dorpsgemeenten Dit betekent dat ze vrijwel alleen belangwekkend is voor hen die interesse hebben voor plaatselijke kerkgeschiedenis Toch is er in het verleden van Hervormd Zoutelande één gebeur tenis aan te wijzen die het belang van de regionale geschiedenis duidelijk te boven gaat, namelijk dat ze als eerste Hervormde gemeente een beroep uitbracht op de omstreden theoloog dr H F Kohlbriigge Of ze als kleine gemeente zich dit bewust IS geweest, is met duidelijk Daar Kohlbriigge in latere tijd is erkend als theoloog van zeer grote betekenis - door Karl Barth is hij bijvoorbeeld aangemerkt als de enige 19de-eeuwse theoloog van het formaat van een reformator' - maakt, dat Zoutelande slechts om het simpele feit dat ze een beroep op deze man heeft uitgebracht, bekend is geworden bij landelijke kerkhistorici^ Overigens moet gezegd worden, dat het hierbij niet ging om 'zomaar' het uitbrengen van een beroep Integendeel, het ging om een uniek gebeuren

Kohlbrugge heeft zelf aan het beroep grote waarde gehecht, omdat hij er een bewijs in zag dat hem uiteindelijk toch recht werd verschaft Anderen hebben het ook zo gezien Zij beschouwden het eveneens als een teken dat Kohlbrugge, najaren van onrechtmatig buiten de Hervormde Kerk gesloten te zijn, tenslotte toch geaccepteerd werd In diverse publikaties wordt in deze zin over het door Zoutelande uitgebrachte beroep gesprokeit^ Of dit echter juist is, is de vraag Nader onderzoek wijst uit, dat het allerminst zeker is, dat door dit beroep werkelijk de deur voor Kohlbrugge werd geopend In het navolgende wordt nader op een en ander ingegaan

H F Kohlbrugge

Over Kohlbrugge, zijn leven, zijn kerkelijke positie, zijn theologie en zijn betekenis voor de gereformeerde theologie, is een stroom van publikaties verschenen die nog steeds toeneemt^ Hoewel wij zouden kunnen volstaan met naar deze geschriften te verwijzen, lijkt het in het kader van dit artikel toch zinvol enkele gegevens over hem te vermelden

Hermann Fnedrich Kohlbrugge (1803-1875) werd, na zijn studie te Utrecht, in 1826 hulpprediker bij de Hersteld Evang Lutherse Gemeente te Amsterdam Reeds een jaar later werd hij, tengevolge van een conflict met de plaatselijke predikant D R Uckermann die hij van onrechtzinnigheid beschuldigd had, ontslagen HIJ zette daarna zijn studie te Utrecht voort, waar hij in 1829 promoveerde op een dissertatie over Psalm 45 Na bestudering van de geschriften van Luther en Calvijn koos hij voor de gereformeerde belijdenis Toelating tot de Nederlandse Hervormde Kerk werd hem echter zowel te Amsterdam als te Utrecht geweigerd Alle inspanningen die Kohlbrugge daarna ondernam om toch het lidmaatschap van de Nederlandse Hervormde Kerk te verwerven, liepen op mets uit Het Provinciaal Kerkbestuur weigerde stelselmatig, zonder opgave van redenen, Kohlbrugge toe te laten Het was duidelijk dat men Kohlbrugge buiten de Hervormde Kerk wilde houden, een dergelijke 'onruststoker' was men kennelijk liever arm dan rijk Ten ein(;le raad ging Kohlbrugge ertoe over om de gevoerde correspondentie in de openbaarheid te brengen, door ze in boekvorm uit te geven'^ Aan zijn situatie veranderde dit echter niets

Mocht hij zich aanvankelijk gesteund weten door de mannen van het Reveil, hieraan kwam een einde nadat Kohlbrugge een leerrede gehouden had over Rom 7 14 Laatstgenoemde preek vormde voor hemzelf een keerpunt in zijn leven en zijn theologisch denken Sterk wordt erin naar voren gebracht dat in Christus de gelovige met alleen rechtvaardigmaking, maar ook heiligmaking ontvangt Door deze theologische zienswijze, waarop hij veel kritiek kreeg met name van Izaak da Costa^, kwam hij meer en meer in een isolement terecht

Hoewel de Hervormde Kerk Kohlbrugge bleet weigeren en het voor hem een onmogelijkheid was om met de Afscheiding mee te gaan, bleet hij evenwel met werkeloos aan de kant staan In 1846 kwam er een verzoek uit Elberteld om daar de evangeliebediening ter hand te nemen, waar hij op inging In deze plaats ontstonden echter ook problemen Gevolg was dat hij buiten de Evangelisch-Reformierte Gemeinde kwam te staan Tot predikant bevestigd was hij nog met In 1847 komt het echter wel zover Kohlbrugge wordt dan bevestigd tot predikant van een zelfstandige 'Niederlandisch-Retormierte Gemeinde' te Elberteld Omdat er geen predikant was die hem in het ambt wilde bevestigen, werd hij geordend door zijn ouderlingen Zijn positie bleef omstreden

In Nederland had Kohlbrugge, niettegenstaande het feit dat velen hem afwezen, een kring van geestverwanten behouden Mannen en vrouwen die bleven hopen dat hij naar Nederland zou terugkeren en binnen de vaderlandse kerk nog eens een wettige plaats zou mogen innemen Onder die geestverwanten waren ook predikanten die zelt binnen de Hervormde Kerk werkzaam waren Zij zorgden ervoor dat Kohlbrugge vanuit Duitsland enkele malen kon voorgaan in een Hervormde gemeente Voor het eerst gebeurde dit in 1856 te Vianen Begrijpelijk is, dat ze ook alles in het werk stelden om voor Kohlbrugge een predikantsplaats te verkrijgen

Voorziening in de predikantsvacatiire te Zoutelande

Te Zoutelande ontstond op 30 april 1865 een vacature door het vertrek van ds J T F U Lauts naar Vrouwenpolder Als consulent trad in de vacante gemeente op ds J G Ormel van Westkapelle Onder zijn leiding komt de kerkeraad van Zoutelande voor het eerst bijeen op 25 april 1865 om handopening aan het Classikaal bestuur te vragen, opdat er een beroep uitgebracht zal mogen worden Vervolgens wordt er op 11 mei weer vergaderd Besloten wordt zowel een brief te zenden aan het Provinciaal Kerkbestuur van Zeeland alsook aan het Classikaal bestuur te Middelburg, waarin de kerkeraad haar voornemen meedeelt een beroep uit te zullen brengen op dr HF Kohlbrugge te Elberfeld Op de vraag hoe de kerkeraad van Zoutelande op

Op de vraag hoe de kerkeraad van Zoutelande op dit idee gekomen was, zal in dit artikel nog nader worden ingegaan Of men zich bewust was van het feit dat het uitbrengen van een beroep op Kohlbrugge weleens een ingewikkelde procedure zou kunnen worden, is niet bekend In de notulen wordt er mets over vermeld Wel kan geconstateerd worden dat de consulent blijkbaar heil in de onderneming heeft gezien, anders had hij het kunnen ontraden Zonder zijn medewerking zou een en ander niet hebben kunnen plaatsvinden Het schrijven van de brieven wordt op genoemde vergadering meteen ter hand genomen Spoedig zullen ze ook zijn verzonden, want korte tijd later wordt een tweetal brieven ontvangen die een duidelijk antwoord bevatten" Allereerst een schrijven van de Minister van Justitie, afdeling Hervormde Eredienst

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

Ingevolge magtiging des Konings, Beschikkende op een bij marginale dispositie van 15 Mei 1865, No 31, gerenvoijeerd adres van ouderlingen en diakenen der hervormde gemeente te Zoutelande, Provinciaal Kerkbestuur van Zeeland, inhoudende het verzoek om agreatie voor een op Dr H F Kohlbrugge, predikant bij de Nederlandsch Gereformeerde gemeente te Elberfeld uit te brengen beroep als predikant bij de gemeente van Zoutelande voornoemd. Overwegende,

Overwegende, dat de hier bedoelde agreatie, na de in 1864 in werking getreden wijziging van Art 57 van het Synodaal Regalement op de vacaturen, met meer wordt vereischt,

dat volgens de Wet van 10 September 1853, Staatsblad No 102, art 2, en naar het in overeenstemming daarmede gewijzigde Art 57 van het Reglement op de vacaturen voornoemd, de toestemming des Konings door den beroepene moet worden aangevraagd vóór het aanvaarden zijner bediening, en dat deze aanvraag behoort te geschieden nadat

en dat deze aanvraag behoort te geschieden nadat het beroep door den Kerkeraad uitgebragt, door de beroepene aangenomen en door de bevoegde kerkelijke autoriteit goed gekeurd zal zijn.

Heeft goed gevonden, aan Adressanten te kennen te geven, dat geen gevolg kan worden gegeven aan hun hiervoren omschreven verzoek en het mitsdien wordt gewezen van de hand

's Gravenhage, 18 Mei 1865 De Minister voornoemd, (w g ) Olivier

Aan ouderlingen en diakenen der hervormde gemeente te Zoutelande

Een tweede brief die ontvangen werd, bevatte het antwoord van het Classikaal bestuur té Middelburg Dat luidde als volgt

Middelburg 19 Mei 1865

Eerwaarde Broeders' Op den 12e dezer ontving ik als scriba van het Klassikaal Bestuur van Middelburg uw van gene dagtekening voorzien schrijven, behelsende het berigt, dat, indien daartegen bij dit Bestuur geen wettige bezwaren mogten bestaan, uwe vergadering het voornemen heeft, om, ter vervulling der thans in uwe gemeente bestaande vacature, eenstemmig te beroepen de weleerwaarde heer H F Kohlbrugge, thans, naar uwe opgave, predikant te Elberteld

Na over de inhoud van uw schrijven met de praeses en assessor van ons Bestuur te hebben gesproken, kan ik u als ons gevoelen mee delen, dat, wanneer kan worden bewezen, dat de Heer Kohlbrugge bij een erkend Hervormd kerkgenootschap als predikant is werkzaam geweest, hier moet gehandeld worden overeenkomstig Art 57 van het Regelement op de vacatu-ren, en hij dus ter goedkeuring aan het Provinciaal kerkbestuur van Zeeland moet worden voorgedragen, vóór de beroeping op hem kan worden uitgebracht - Mogt hierdoor het uitbrengen der beroeping boven de m Art 44 van bovengenoemd gestelde termijn worden vertraagd, dan zal er thans zeker overeenkomstig Art 45 van dat Reglement moeten worden gehandeld

Na toewensing van Gods besten zegen, ook over het door UEW te verigten belangrijke werk, het is de eer mij met de meeste achting te noemen,

de Scriba van het Klassikaal

bestuur Middelburg

(w g ) J F L Abresch Aan

Aan

de Eerw kerkeraad der

Herv Gemeente te Zoutelande.

Uit beide brieven blijkt dat art 57 van het Reglement op de vacaturen het artikel vormde waar het op aankwam Dat bevatte de criteria waaraan voldaan moest worden De tekst van genoemd artikel luidt als volgt^ ART 57 Om op predikanten die buiten 's lands als

ART 57 Om op predikanten die buiten 's lands als zoodanig bij een erkend Hervormd Kerkgenootschap zijn werkzaam geweest, de beroeping uit te brengen, IS de Kerkeraad verplicht ingeval zij niet volgens het reglement op het examen als candidaten tot de Heiligen Dienst hier te lande zijn toegelaten, hen ter goedkeuring aan het Provinciaal Kerkbestuur van het ressort voor te dragen

Indien de beroepen predikant geen Nederlander is, vraagt hij, vóór het aanvaarden zijner bediening, de toestemming des Konings

BIJ de overweging van deze voordracht gaat het Provinciaal Kerkbestuur, na vooraf de consideratien van het Classicaal Bestuur gehoord te hebben, te rade niet alleen met de wenschen van bijzondere gemeenten, maar ook en bovenal met het algemeen belang der Nederlandsche Hervormde Kerk Bovendien geeft het geen goedkeuring, vóór dat het ten volle verzekerd is, dat de bedoelde predikant werkelijk bij een erkend Hervormd kerkgenootschap de Evangelie-bediening heett bekleed, alsmede dat hij, ten aanzien van leeftijd en dienst tijd beide, in termen is van artt 52 en 54 Eindelijk handelt het Provinciaal Kerkbestuur naar de

Eindelijk handelt het Provinciaal Kerkbestuur naar de bepalingen van art 12 van het reglement op het examen en voldoet de beroepene, bij gunstigen uitslag van het daar omschreven colloquium, aan de voorschriften van artt 17 en 27 van hetzelfde reglement

Uit het bovenstaande blijkt, dat wanneer een gemeente een beroep op een predikant in het buitenland wenste uit te brengen, men verplicht was deze persoon vooraf voor te dragen aan het Provinciaal Kerkbestuur Genoemd bestuur diende in overleg met de Classis na te gaan of goedkeuring in het belang der gemeente en dat van de landelijke kerk was, maar ook moest het nagaan of de betreffende persoon bij een erkend Hervormd kerkgenootschap de Evangeliebediening had bekleed Dat laatste vormde het cruciale punt

Verder blijkt, dat wanneer een beroepen predikant het op hem uitgebracht beroep wenste te aanvaarden, doch de Nederlandse nationaliteit niet bezat, hij zelf toestemming aan de koning diende te vragen In art 66 van het Reglement op de vacaturen was vervolgens bepaald, dat bij het verzoek aan het Classikaal bestuur om kerkelijke goedkeuring van een beroep (de approbatie) een bewijs moest worden gevoegd dat voldaan was aan art 57

Omdat door de wijziging van laatstgenoemd artikel de toestemming van de koning niet meer vooraf nodig was, leek het op het eeiste gezicht dat de procedure om een beroep uit te brengen eenvoudiger was gewoiden Met name als men ervan uitging, dat pas bij de eventuele aanvaarding van het beroep de benodigde toestemming verkregen moest worden, hetzi] van de koning, hetzij van de Provinciale Kerkvergadering Vermoedelijk heeft men zo ook te Zoutelande gedacht Niet gehinderd door grote kennis betreffende het beroepingswerk, meende men voortvarend te werk te kunnen gaan

Dit gebeurde dan ook, want op 29 mei komt de kerkeraad weer bijeen en wordt de beroepingsbriet, die geheel conform het voorgeschreven model was opgesteld, door consulent en kerkeraad ondertekend Naast de naam van ds J G Ormel staan de handtekeningen van de ouderlingen P Louwerse, J Wijkhuijs, A Olijslager, A Jobse, en de diakenen L Cijvat, S Adriaaanse, P Geldof en J Paulusse Aan de beroepingsbrief werd een bijlage toegevoegd

Aan de beroepingsbrief werd een bijlage toegevoegd waarop aangegeven was dat het landstractement ƒ 831,- bedroeg, met daarbij een gemeentetoelage van ƒ 16,- benevens vrije woning en tuin In de brief wordt Kohlbrugge verzocht ten spoedigste over te komen naar Zoutelande

Waaidoor of door wie viel de keuze op Kohlbrugge"^

De vraag wie de kerkeraad van Zoutelande op het idee bracht om een beroep uit te brengen op Kohlbrugge willen we thans nader bezien Hoe kwam men ertoe'' Wat wist men te Zoutelande van de man die al jarenlang in Duitsland vertoefde'^ Was de kerkeraad op de hoogte dat hij in 1857 al beroepen werd door de Christelijke afgescheiden gemeente te Middelburg"^

In de notulen van de kerkeraadsvergaderingen zoekt men tevergeefs naar een aanwijzing waaruit dui-delijk wordt wie de broeders te Zoutelande op dit punt van advies gediend heett Zonder nadere verklaring wordt dd 11 mei 1865 genotuleerd dat brieven uitgaan naar de Classis en Provinciale Kerkvergadering met de mededeling dat de kerkeraad van de Hervormde gemeente te Zoutelande voornemens is H F Kohlbrugge als predikant te beroepen Wie met het voorstel kwam, wordt met vermeld

Het antwoord op de bovengestelde vraag te vinden zou misschien een onmogelijkheid zijn geworden, als niet, zoals eerder onderzoek heeft aangetoond^, uit een briet van de echtgenote van ds G J Gobius du Sart van Arnemuiden blijkt dat hij de persoon moet zijn geweest die als initiatiefnemer kan worden beschouwd^

Gregonus Johan Gobius du Sart was een zoon van ds Joan Fredenk Gobius du Sart Geboren te Nigtevecht, was hij in 1857 predikant geworden in St Johannesga-Delfstrahuizen een Friese gemeente waar eerder zijn oudere broer Joan Jacob predikant was geweest In 1861 kwam hij naar Zeeland omdat hij een beroep naar Arnemuiden had aangenomen Walcheren was hem niet onbekend, want zijn echtgenote Jonkvrouw Maria Wilhelmina Schorer was een dochter van mr J G Schorer, laadsheer van het gerechtshof te Middelburg

Gregonus Johan Gobius du Sart was evenals zijn vader en broer een geestverwant van Kohlbrugge Het IS daarom met verwondeilijk dat hij, als er te Zoutelande een vacature ontstaat, zijn invloed aanwendt om Kohlbrugge daar te beroepen Op welke wijze hij te werk is gegaan, is met duidelijk'^ Kennelijk had hij reeds een dusdanig goede band met de kerkeraad van Zoutelande dat zij gaarne zijn advies opvolgden Opmerkelijk is echter dat hij het resultaat van zijn inspanningen zelf niet meer heeft kunnen zien Op de dag dat het beroep op Kohlbrugge werd uitgebracht, 29 mei 1865, kwam hij namelijk op de leeftijd van 33 jaar te overlijden aan de pokken In brieven die Maria Wilhelmina Gobius du Sart-Schorer na de dood van haar man zond aan een vriend, J L Bemhardi te Utrecht, schreef zij over de laatste levensdagen van haar man Zij vermeldde het volgende.

"Op de sterfdag van mijn Gorius is Kohlbrugge hier te Zoutelande, op het eiland, met agreatie van de Koning beroepen Dit heeft mijn Gorius nog met de kerkeraad veertien dagen voor zijn overlijden in orde gebracht, en ook dit hebben zijn ogen met mogen zien"

HieiTJit wordt duidelijk dat ds G J Gobius du Sart de hand in het beroepingswerk te Zoutelande heeft gehad Dat mevr Gobius du Sart er melding van maakt dat het beroep is uitgebracht met agreatie van de koning, heeft ertoe geleid dat in diverse publikaties gesteld wordt dat Gobius du Sart over het beroep contact heeft gehad met koning Willem III" Of dit werkelijk het geval is geweest, blijkt met uit de stukken Om een beroep uit te brengen was ook de toestemming van de koning niet meer nodig, zoals eerder werd gesteld Mocht de koning inderdaad zijn medewerking hebben toegezegd, dan zou dit pas later van belang zijn, en in het geval van Kohlbrugge zelfs overbodig

Voor het beroep bedankt

Kohlbrugge is de gemeente van Zoutelande heel dankbaar geweest dat ze een beroep op hem heeft willen uitbrengen Desalniettemin meende hij toch te moeten bedanken Hij schreef het volgende'^

Eerwaarde broeders'

Uw brief waarmee u mij onder goedkeuring van uw ambachtsheer, in de vreze Gods tot herder en leraar beroept van de u toevertiouwde gemeente, heb ik in goede orde ontvangen Weest verzekerd, dat ik die met een gevoel van dankbaarheid tot de Heere gelezen en met heilig vrezen en beven voor Zijn aangezicht beweegd heb

Toen in 1845 de heer Van Zuylen van Nijevelt minister van eredienst, mij vroeg wat ik voor vergoeding hebben wilde, was het antwoord "Al is het slechts een dorp aan zee, als ik maar mijn recht krijg" Op 29 mei 1832 ontving ik een schrijven van de Utrechtse kerkeraad, dat mij elke toegang tot een vaderlandse kansel menselijk voor altijd afsloot Op 29 mei 1865 ontvang ik te Zoutelande, de eerste wettige beroeping tot de heilige dienst m de vaderlandse kerk' Die God, die trouw houdt tot in eeuwigheid, heeft

Die God, die trouw houdt tot in eeuwigheid, heeft u, heeft uw dorp en gemeente dan geroepen en verkozen, dat weer een deel van zijn beloften, die ik in het heetst van de strijd, opdat de Waarheid bij u bestaan mocht, ontving, na zoveel jaren vervuld werden

Dat moge en moet u voor uzelf sterken en troosten dat deze beroeping ook voor u een bijdrage is van bewijs, dat nooit iemand beschaamd of te schande geworden is die op de levende God vertrouwd heeft

Niet om mij individueel, maar in verband met alles, waarvoor ik jarenlang zoveel miskenning onderging, terwijl ik er alles voor opofferde, bid ik uit de volheid van mijn hart u en uw gemeente en uw ambachtsheer voor uw beroeping een blijvende zegen toe van de Heere, die Zijn hand tot de kleinen wendt

GIJ hebt u eens eenmaal verdrukten op rechtmatige, op goddelijke wijze aangenomen Bij mijn met uit te doven liefde voor mijn geboorteland en voor de vader landse kerk, zou ik zonder te vragen naar groot of klein, naar leeftijd van mij en mijn echtgenote, of gezondheidstoestand berekend voor een Zeeuws dorp blij gehoorzamen aan uw beroeping Tegen mijn wil en onder veel tranen, dat ik mijn geboorteland verlaten had kwam ik in 1846 naar Elberfeld Ik heb daar sedert een bloeiende gemeente, verenigd nog onlangs met de sinds 1000 jaren vervolgde en toch door de Heere staande gehouden gereformeerde gemeenten van Bohemen en Moravie, en vertakt zelfs tot in Azie en Ameiika Als broeder, als kind en als vader ben ik dusdanig met de gemeenten verbonden, dat er van 's Heeren kant iets bijzonders in de weg zou moeten komen, dat mij vrijheid zou geven om mij uitsluitend te verbinden tot de aanneming van een bepaalde dienst in de Kerk van mijn dierbaar vaderland Het is op die grond, dat ik bij deze, hoewel met zonder weemoed van de kant van mijn vlees renuncieer (afstand doe) van een roeping, aan welke ik onder andere omstandigheden mij bereidvaardig zou onderwerpen Eerwaarde broeders' Ik ben in de gelegenheid geweest om Zeeland lief te krijgen, neemt mijn antwoord op als rond Zeeuws

De grote Herder der schapen lone u uw keus, die op iemand viel, die niet kon, met een keus, waarvan de vrucht met minder zij uwer zielen zaligheid, de geestelijke en tijdelijke welvaart van de gemeente Zoutelande

Elberfeld, 5 juni 1865

wg HF Kohlbrugge

predikant bij de gereformeerde

gemeente te Elberfeld

Of dit bericht voor de gemeente Zoutelande een grote tegenvaller is geweest, is niet opgetekend In de notulen van de kerkeraadsvergadering d d 21 juni wordt alleen vermeld dat Kohlbrugge bericht had gezonden het beroep niet te kunnen aannemen De vergadering gaat vervolgens over tot het aanvullen van het eerder gestelde drietal De naam van ds J J Gobius du Sart uit Raamsdonk, de oudere broer van de inmiddels overleden ds Gobius du Sart uit Amemuiden, wordt eraan toegevoegd Een man die stond in de theologische lijn van Kohlbrugge Ds J J Gobius du Sart wordt vervolgens beroepen Ook hij meende echter te moeten bedanken

De betekenis van het beroep

Met name uit het schriftelijke antwoord van Kohlbrugge blijkt, dat het ontvangen van het beroep naar Zoutelande voor hemzelf van grote betekenis is geweest Dat het juist op 29 mei werd uitgebracht, terwijl men hem op dezelfde datum 33 jaar eerder de toegang tot de kansel van de Hervormde Kerk ontzegd had, vond hij zo opmerkelijk dat hij met kon nalaten het in zijn brief te vermelden Ook ervoer hij het als vervulling van Gods beloften

Duidelijk IS, dat hij er vanuit ging, dat door dit beroep de weg tot de predikdienst in de Hervormde Kerk voor hem werd geopend Toch was dit waarschijnlijk meer schijn dan zijn

Het ontvangen van een beroep betekende namelijk nog niet dat het in alle gevallen aanvaard kon worden Voor dat laatste diende men immers approbatie te verkrijgen die slechts verleend werd als men kon aantonen dat voldaan was aan de voorwaarden gesteld in art 57 van het Reglement op de vacaturen In het geval van Kohlbrugge was dit onmogelijk Een bewijs dat hij bij een erkend Hervormd kerkgenootschap werkzaam was geweest, kon Kohlbrugge met overleggen Ook is het twijfelachtig of het Provinciaal Kerkbestuur en de Classis een gunstig advies zouden hebben gegeven Gelet op de inhoud van het schrijven van de Classis (d d 19 mei 1865) is dit allerminst zeker In het meest ernstige geval is het zelfs met ondenkbaar, dat de Provinciale Kerkvergadering duidelijk zou maken dat het beroep zonder haar toestemming met had mogen worden uitgebracht en derhalve ongeldig was'

De medewerking van de koning was slechts van belang wanneer een beroepene niet de Nederlandse nationaliteit bezat In een dergelijk geval was het de koning die toestemming moest verlenen Op Kohlbrugge was dit niet van toepassing De rol van koning Willem III met betrekking tot het beroep op Kohlbrugge is derhalve niet groter geweest dan dat hij (misschien) zijn medewerking heeft toegezegd Formeel was deze echter niet nodig Wanneer Kohlbrugge het beroep naar Zoutelande zou hebben aangenomen, zou het niet zozeer afhangen van de toe stemming van de koning, als wel van het oordeel van het Provinciaal Kerkbestuur en de Classis Hielden zij onverkort vast aan het Regelement op de vacaturen, waartoe zij verplicht waren, dan was kerkelijke goedkeuring verlenen een onmogelijkheid'

Ere vvie ei e toekomt

De Hervormde gemeente te Zoutelande komt de eer toe, dat ZIJ als eerste gemeente binnen de Hervormde Kerk de moed heeft gehad een beroep uit te brengen op dr HF Kohlbrugge Zij heeft hem daarmee, hoe gebrekkig ook, toch de erkenning gegeven die hij verdiende Dat haar keus niet louter door anderen was ingegeven, blijkt uit het feit dat zij later wederom een predikant beriep die dezelfde theologische lijn vertegenwoordigde

De problemen die zich zouden hebben voorgedaan als Kohlbrugge het beroep had aangenomen, zijn haar bespaard gebleven

Het IS maar een kort moment geweest dat Zoutelande en Kohlbrugge met elkaar in aanraking kwamen, maar voldoende belangrijk om niet vergeten te worden

Erkentelijkheid

Mijn bijzondere dank gaat uit naar mevrouw mr drs H Oostenbrink-Evers te Zwolle voor haar advies betreffende de interpretatie van de officiële stukken en de artikelen van het Kerkelijk Wetboek, tevens naar de heer I W Wierstra, kerkelijk archivaris te Zoutelande, die mij zeer van dienst wilde zijn, voorts naar alle anderen die eveneens hun medewerking verleenden

Literatuur

(BLGNP) Biografische lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme, dl 2, Kampen 1983 Douwes en Feith, Kerkelijk Wetboek, de reglementen

Douwes en Feith, Kerkelijk Wetboek, de reglementen en verordeningen der Nederlandsche Hervormde Kerk (met aantekeningen, zesde uitgave door J Knottenbelt), Groningen 1909

Groot, K , 'Kohlbrugge's moeilijke weg naar de kansel van de Nederlandse Hervormde Kerk', Nederlands Archief voor kerkgeschiedenis, XLI (1956) 143-161 Groot, K , 'Kohlbrugge eindelijk op de kansel van de Ned Hervormde Kerk', Kerk en theologie, Vil, 1 (1956) 16-33

Kerkhlaadje, XLII, 12 (1951) Uitgave van de Kring van Vrienden van Kohlbrugge

Kohlbrugge, H F, Het lidmaatschap bij de Hervormde Gemeente hier te lande mij willekeurig belet, Amsterdam 1833

Kohlbrugge, H F en I da Costa, Hoogst belangrijke briefwisseling, ArcyiiexOLdim 1933

Otten, W, Uit het levensboek van Dr HF Kohlbrugge, Houten 1992

Rasker, AJ,De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 7795, Kampen 1986

Reuver, A de. Bedelen bij de Bron, Zoetermeer 1992


Noten

1) Vgl Rasker, De Nedeilandse Heivoimde Kerk vanaf 1795, p 108

2) Vgl K Groot, 'Kohlbrugge s moeilijke weg naar de kansel', en 'Kohlbrugge eindelijk op de kansel

3) Men zie de lijst van literatuur over Kohlbrugge in BLGNP, dl 2, 288, en De Reuver, Bedelen btj de Bion p 637 640

4) H F Kohlbrugge, Het lidmaatschap bij de Hei vormde Gemeente hier te lande mij Hillekeiiiig belet

5) Vgl H F Kohlbrugge en 1 da Costa, Hoogst belangrijke biiefii'isseling

6) Beide brieven zijn aanwezig in het archiet van de Hervormde Gemeente te Zoutelande

7) Douwes en Feith Kerkelijk Wetboek, p 178

8) Vgl 'Kerkblaadje' XLII nr 1 en 2 9) Hoewel er meerdere afschriften van de bedoelde brief van

9) Hoewel er meerdere afschriften van de bedoelde brief van Maria Wilhelmina Schorer de weduwe van ds G J Gobius du Sart in omloop zijn, is met bekend waar het origineel zich bevindt

10) Of ds Gobius du Sart met bepaalde leden van de kerkeraad ot met de consulent ds J G Orme! al eerder contact had onderhouden, is niet bekend Otten Uit het le\ensboek van dr H F Kohlbiugge (p 115), zegt dat het zeer wel mogelijk is dat de uit Zoutelande vertrokken predikant Lauts er ook een rol in heett gespeeld Hij baseert dit vermoeden op grond van de gemeenten die ds Lauts later nog heeft gediend deze zouden wijzen op affiniteit met de theologie van Kohlbrugge Uitgesloten is het niet, maar het blijft speculatief

11) Vgl K Groot, 'Kohlbrugge s moeilijke weg naar de kansel' 161, en Kohlbrugge eindelijk op de kansel' 33

12) In het archief van de Hervormde Gemeente te Zoutelande berust de officiële beroepingsbrief in het Kohlbrugge archief te Utrecht een versie in het klad Uit vergelijking van beide exemplaren blijkt, dat ze slechts kleine verschillen, enkele tekstuele veranderingen c q schrijffouten vertonen

(Eerder gepubliceerd in 'Zeeland', tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen )

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1996

Ecclesia | 8 Pagina's

De Hervormde Gemeente Te Zoutelande Beroept Dr. H.F. Kohlbrugge

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1996

Ecclesia | 8 Pagina's