Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

"Adam, waar zijt gij?"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Adam, waar zijt gij?"

De plaats van de kerk in de tegenwoordige samenleving

26 minuten leestijd

HHet is wel een pretentieuze titel: “Adam, waar zijt gij” en het is wel pretentieus om vervolgens te spreken over de plaats van de kerk in de tegenwoordige samenleving. Nadat dr. Huib Klink mij een poos geleden vroeg om dit te doen, zei ik toe dit te doen. Maar een toezegging is gemakkelijk gedaan. Moeilijker is het om een belofte in te lossen. Het onderwerp behelst desalniettemin een aansporing om na te denken en te kijken naar hoe je met deze onderwerpen een aantal belangrijke en minder belangrijke waarnemingen kunt doen om die vervolgens met u vanmorgen te delen. Maar in welke hoedanigheid doe ik dat? Ik ben geen theoloog! Ik ben een boer, alhoewel mijn zoons daar tegenwoordig anders over denken. Ik ben een geëngageerd burger en een gemotiveerd waarnemer en ook en vooral: ik ben een belijdend christen!

Ik wil u vanmorgen met mijn bijdrage proberen een beeld van de tijd te schetsen, maar ook een perspectief mee te geven en een opdracht. Toen ik ging nadenken over de hoedanigheid van mijn lezing kwam ik op het woord tijdrede. Al zoekend kwam ik daarbij de naam van professor Wisse 1 tegen, die ooit een reeks van tijdredes hield onder de titel “De levensmoeheid onzer eeuw”. Ik vond dat eigenlijk een mooiere titel dan die ik zelf had verzonnen. Maar ik pleeg geen plagiaat. Een beetje dekt het wel wat ik met u wil delen.

Ik wil met u vier dingen bespreken: Eerst wil Ik met u kijken naar de crisistijden die er zijn en waarin wij leven. Ik ga daarbij in op de crises, die ons nu overkomen en de achtergronden daarvan. Vervolgens wil ik de gemeenschappelijke achtergrond ervan proberen te duiden. Dit mondt dan, in de derde plaats, uit in diagnose van de tijd. Daarbij kunt u opnieuw denken aan de titel van de lezingen van professor Wisse over de levensmoeheid van onze eeuw. Tot slot wil ik iets zeggen over de plaats van de kerk in dit alles en u een paar tastende overwegingen meegeven.

Allereerst gaat het dus over de vraag wat er bijzonder is aan deze crisistijden. Er is sprake van een grote hoeveelheid crises op vele terreinen. Deze trekken diepe sporen en ze brengen veel mensen in verwarring. Natuurlijk ligt de financiële crisis ons het dichtstbij. Wie zich daarin verdiept en de oorzaken op het spoor wil komen, komt al snel uit bij de volgende factoren: de overcreditering, verkeerde risico-inschattingen, misschien zelfs wel bewust verkeerde risicoinschattingen! Als u daar kennis van neemt dan ziet u dat sommige Amerikaanse banken aan beleggers producten aanprezen om daar hun geld in te steken, terwijl ze zelf met de bedragen die dat opbracht speculeerden. Er was sprake van zelfversterkende effecten, van mensen die elkaar na-aapten, allemaal gedreven om te komen tot nog hogere bonussen. Er was sprake van verlies aan overzicht (waar gaat het risico uiteindelijk gedragen worden en door wie?). Wat ook opvalt is de slappe controle en de bewust versoepelde wetgeving. Men ging uit van het gegeven dat markten niet liegen. Markten werken altijd en markten ruimen altijd op wat niet deugt! Markten zijn de beste oriëntatie. Zo werd gedacht. Het is typerend voor het gedrag van landen en van mensen, dat nu bijna dagelijks in de pers is. “Ja, ja daar in het Zuiden hebben ze in de zon gezeten en wij maar werken!”, wordt wel gezegd. Maar ook in de Verenigde Staten: onverantwoord gedrag. En het lijkt erop alsof niemand wat geleerd heeft en het weer doorgaat, zoals het gegaan is! Wat zal de gewone burger daarvan denken?

En dan: het klimaat. Er worden onheilspellende perspectieven geschetst. We maken de droogste zomer mee sinds de waarnemingen gedaan worden, misschien wel sinds mensenheugenis. Is dat toevallig? Duidt dat op grote veranderingen in het klimaatsysteem? De temperatuur stijgt. Bijgevolg stijgt de zeespiegel en de rivierafvoeren worden grilliger: méér in de winter en minder in de zomer. Teelten verschuiven, we hebben nu al meer dan 100 wijngaardeniers in Nederland! En binnen tien jaar verwacht men zelfs in het zuiden van Zweden wijn te kunnen aanplanten, terwijl in gebieden in Zuid-Frankrijk en Italië een chronisch gebrek aan water zal ontstaan, doordat de laatste 50 jaar de gemiddelde temperatuur één tot anderhalve graad per jaar stijgt. Er zijn ook ziekten die migreren, veeziekten, maar ook ziekten die mensen aangaan. We maken ons weer zorgen over malaria! Wat zijn daar de oorzaken van? Zowel menselijk gedrag als natuurlijke processen. Maar hoe verhouden wij ons daartoe?

Een voedselcrisis doet zich voor, evenals een explosieve bevolkingsgroei. De wereldbevolking zal naar verwachting nog met 50% groeien tot het midden van deze eeuw! Dit hangt samen met de buitengewone welvaartsgroei in landen als India en China waar de bovenlaag van profiteert, maar waar ook de middenstand in opkomst is. We zien dat die welvaartsgroei tot meer producten leidt, die op hun beurt vragen om meer productie van plantaardige teelten. En dat terwijl wij productieverlies hebben, omdat we te weinig hebben geïnvesteerd in de productiviteit van de landbouw. We dachten: “Ach, het komt wel terecht…”

Toen ik als hoogleraar aantrad in Tilburg hield ik een rede waarbij ik terloops opmerkte dat men van de boterberg – die toen nog bestond – het Empire Statebuilding kon nabouwen. Zo groot waren de voorraden. Wie bekommerde zich om dit probleem? We hebben het jarenlang niet willen zien en nu worden we ermee geconfronteerd. De prijzen van grondstoffen zijn zeer sterk in beweging. Ze zijn structureel veel hoger.

Wat te denken van de problematiek van het water? Minder dan vijf procent van het water op deze aarde is zoet. De productie van 1 kilo rundvlees kost 15.000 liter water! In ons land hebben we nooit een probleem met water gehad. Maar nu zijn er gebieden waarin we, tijdens de droogte die toeslaat, niet meer mogen beregenen! En in grote delen van Frankrijk evenmin. Water is één van de grootste mondiale vraagstukken van de toekomst.

En dan de behoefte aan energie. Ach, dachten we, kernenergie is zuinig en schoon. Er is wel een probleem voor de verwerking van het afval! Veel aandacht werd er niet aan besteed. Maar na de ramp in Japan maakt een land als Duitsland na één nacht overleg bij wijze van spreken de verandering mee dat men kernenergie in de toekomst uitsluit. “Der Ausstieg aus der nucleaire Energie.” 2 Dat is in Duitsland. In Nederland wachten we er nog even mee, maar een feit is dat onze energievoorziening – die iedereen vast wil houden – zich langs heel andere banen zal moeten bewegen. Dan: de demografische ontwikkelingen. Het bevol kingsaantal in Europa wordt kleiner. Dat in Afrika zal verdubbelen in. Migratiestromen zullen komen en met migratiestromen andere culturen, andere godsdiensten.

Tenslotte wijs ik op onze politieke crisis. De strijd om de autocratie, waarvan we nu een Arabische lente zeggen te beleven, doet zich voor. We zijn blij dat autocraten die jarenlang geregeerd hebben, plaatsmaken voor ..., ja voor wat ... ? Voor de regie en de regering van het volk, dat geen enkele democratische traditie kent. Wie zal zeggen wat daar de uitkomst van is? We leven daarbij in de veronderstelling dat het superieur geachte Westerse systeem van de democratie, waarbij welvaart en democratie hand in hand gingen, een unieke verschijning, universeel zou moeten gelden. Voor president Bush was het de reden om in Irak een verandering van regime te bewerken.

Toch zien we dat in China een ongekende welvaart mogelijk is onder een buitengewoon strak autocratisch regime. Daarbij ontvalt ons de zekerheid die wij als Westen jarenlang gekoesterd hebben en die neerkomt op de gedachte dat democratie, kapitalisme en welvaart hand in hand gaan. Zonder democratie geen welvaart, zo dacht men. De bewijzen stapelen zich in het Oosten van de wereld op, dat men dit wellicht te makkelijk dacht. Het duurt niet lang meer, zo vrezen sommige Amerikaanse denkers, dat de Chinese economie de Amerikaanse economie gepasseerd zal zijn. Over vijftien à twintig jaar kan het een feit zijn, zowel in inkomen als ook in inventiviteit! Dat is het beeld, dat op ons af komt.

Kunnen we van dit alles de gemeenschappelijke achtergronden bevroeden? Ik zie twee hoofdoorzaken. Allereerst denk ik aan de samenhang tussen de diverse crises die ik noemde. De voedselcrisis hangt samen met de energievraagstukken, met het watervraagstuk én het klimaatvraagstuk. En dus uiteindelijk ook met het politieke vraagstuk! De financiële crisis heeft zijn repercussies in de politiek. Denkt u maar aan de discussies die er nu zijn over de bankenbonussen. Maar laten we niet denken dat daar de oplossing zou liggen! Dat is wel erg vlot gedacht, alhoewel het natuurlijk kan helpen als deze discussie gevoerd wordt. De samenhang is deels technisch van karakter.

Ik wees er al op dat er vijftienduizend liter water nodig is voor de productie van één kilo vlees. Dat is een technische relatie, die wellicht te verbeteren is door andersoortige fokkerij, door te proberen minder vlees te eten, door andere manieren van productie. Er is dus een spanning tussen de productie van voedsel en tech-niek. Zeker, maar die samenhang is ook ethisch van aard. Waar voedselgewassen groeien, kan geen biobrandstof groeien. En aangezien er een weliswaar grote, maar toch beperkte hoeveelheid grond is en een beperkte hoeveelheid zoet water, is er sprake van een ethisch vraagstuk. Wie neemt daar beslissingen over?

Wat met betrekking tot de geschetste samenhang opvalt, is dat de intensiteit van die samenhang ook toeneemt. Die effecten van bijvoorbeeld de klimaatverandering op productie maken dat de problemen zich sneller en heviger voordoen. De financiële crisis vertaalde zich in een ommezien in een politiek vraagstuk. Aanvankelijk werd ook door onze regering gezegd dat deze crisis zich zou beperken tot Amerika. Wat zouden de Amerikaanse huizenprijzen te maken hebben met de Nederlandse economie? Deze laatste was goed op stoom. We hadden veiliggestelde voorzieningen! De crisis kwam de oceaan niet over. Deze matigende woorden waren nog niet in de mond bestorven of de eerste problemen werden al door onze internationale bedrijven gevoeld.

Die crises zijn in hun intensiteit toegenomen, mede door de globalisering. Niet in de laatste plaats is dat het geval door de informatietechnologie. Het kost niets meer om berichten over de wereld te sturen. Ze zijn onmiddellijk en ze zijn vrijwel kosteloos.

Ze namen ook toe door de geopolitieke verschuivingen! De opkomst van China en India leidde ertoe dat de samenhang tussen die verschillende kritische punten in de samenleving toenemen. Naast die samenhang moet er ook aandacht zijn voor de onderlinge drijfkrachten. Wat ligt nu als eigenlijke oorzaak onder het ontstaan van de genoemde crises? “Niets”, zegt iemand, “het zijn natuurlijke processen en die zijn van alle tijden. We hebben ook vroeger tijden van droogte gekend. Er waren ijstijden. Economisch gezien zijn er altijd crises geweest. Er waren ups en downs, ‘businesscycles’, zoals we dat als economen noemen.” Dat is waar. Toch wordt dan over het hoofd gezien dat er menselijke factoren meespelen in wat wij nu meemaken. Het menselijk handelen of juist het niet-handelen ligt naar mijn overtuiging als belangrijkste onderliggende drijfkracht achter de huidige crises.

Wanneer we het menselijk handelen onder ogen zien en ons afvragen welke relatie er is tussen dit handelen en de geschetste crises, dan rijst automatisch de vraag naar de oriëntaties van mensen en van het menselijk handelen. In dit verband wil ik wijzen op twee factoren. Aan de ene kant de vrijheid. De burger wil vrijheid en niets anders. Geen geclausuleerde maar verabsoluteerde vrijheid. Aan de andere kant wijs ik op wat ik noem vergroting van het comfort van het leven, van de welvaart. Ik hecht aan de uitdrukking ‘vergroting van het comfort van het leven’ omdat deze typering duidelijk laat uitkomen dat het vooral gaat om de materiële sfeer. We willen vakantie, we willen comfort, tot in het uiterste.

Een Indiase ontwikkelingseconoom heeft ons eens de spiegel voorgehouden en gezegd: Als ik nu die 200 jaar westerse beschaving eens bekijk, de moderniteit zoals we die noemen, waar heeft deze uiteindelijk in geresulteerd? Deze heeft haar hoogtepunt gevonden in de materiële sfeer of als men het plastischer wil zeggen: in de levensinstelling van ‘pluk de dag’. “Geluk is: materie.” Het menselijk handelen is door zelfzucht en zelfbestuur gedomineerd. Dat is wat de moderniteit heeft opgeleverd.

De Duitse filosoof Hegel, die het begin van de moderniteit meemaakte, zei het zo (ik citeer in het Duits): “Der Standpunkt auf dem der moderne Geist gerückt ist, ist der das man alles von Menschen aus zu verstehen hat und es ist eine dogmatische bornierte Vernunft denn es ist eine durch Sinnlichkeit afficierte, endliche Vernunft.” Let u op: “Bornierte Vemunft, durch Sinnlichkeit afficierte, endliche Vernunft.” 3 Hij voorspelde als het ware de verschraling die de moderniteit voor het geestelijk leven zou betekenen.

“Maar”, zult u zeggen: “Er is toch ook veel winst behaald? Het comfort van het leven is vergroot, de medische wetenschap heeft vooruitgang gemaakt, we hebben geen honger, we hebben goede verzorging van iedereen!” Dat is allemaal waar en het is winst. Zo bezien heeft de moderniteit veel opgeleverd. Maar vanmorgen wil ik eens kijken waar we verlies hebben geleden. Om de balans zuiver te houden en om niet automatisch uit te gaan van het principe “materie Is geluk”. Er is winst gemaakt, maar ook verlies geleden. Want die zelfzuchtige en zelfbesturende mens, de mens als maat van de dingen, de beheersende mens, de mens die het naar zijn hand zet met technologie, kennis en wetenschap, mag niet losgemaakt worden van de vraag: waar is uw verantwoordelijkheid gebleven? Deze vraag hangt samen met het opschrift boven de lezing, de vraag naar de mens. Als we het hebben over de zelfstandige, de vrije mens, de beheersende mens, dan impliceert dat verantwoordelijkheid. Als dat niet mag, is het leven gratuit, niet meer dan een va banque-spel 4 . Welke oriëntaties zijn er voor die verantwoordelijkheid? Waar richt je je op om die verantwoordelijkheid vorm te geven? Met andere woorden: welke bronnen zijn er dan van de ethiek en van de moraal? “Adam, waar ben je?” Mens, waar ben je? Wat is je houding ten opzichte van de grote vragen van deze tijd, ten opzichte van de crises die ik heb opgesomd. Vatten we dat louter technisch op, dan luidt het antwoord: “We moeten zorgen dat we beter inzicht krijgen en daarom beter onderzoek doen. We moeten we betere toepassingen verzinnen en proberen de weg die we gaan te verbeteren. Als het voedselprobleem zich aandient, moeten we kijken of we gewassen kunnen veredelen die minder water verbruiken. We kunnen zien of die (gedeeltelijk) zout water kunnen verdragen. We kunnen onderzoek doen in de medische wetenschap en in tal van wetenschappen.”

Toch ligt het eigenlijke vraagstuk niet daar! Natuurlijk kan meer inzicht ons helpen, maar er moet eerst een ándere vraag worden gesteld. En deze luidt: wat hebben we verloren?

Ik wil een poging wagen op die vraag een antwoord te formuleren in de vorm van vier waarnemingen. Ze hebben alle op de een of andere manier te maken met lijden.

In de eerste plaats met lijden aan de werkelijkheid, lijden aan de tijd. Eigenlijk sprak professor Wisse daar al over toen hij het had over levensmoeheid. Dat lijden wordt teweeg gebracht door de prestatiedruk, door de snelheid van het bestaan, door de om zich heen grijpende onoverzichtelijkheid, door de vraag of wij nog wel greep hebben op ons eigen bestaan. Zijn wij nog in de gelegenheid om daar zelf stuur aan te geven? De onzekerheid hangt mede samen met de dreiging die uitgaat van economieën die ons dreigen te overvleugelen, of van culturen die in ons midden zijn en waarvan wij de positie niet kunnen bepalen. Ze hangt samen met de donkerte, de levensavond, de dood. Wat zal er in de dood zijn? Lijden aan de werkelijkheid. Men vlucht ervoor weg in ideologieën, in de gedachte dat wij de werkelijkheid gaan veranderen. We gaan de wereld duurzaam maken! Dat is prima, maar de vraag is of het tot oplossingen leidt. Dit vluchtgedrag zien we ook waar men het zoekt in de buitenkant, bijvoorbeeld in de schijnwereld van het entertainment. De entertainmentindustrie is één van de grootste industrieën aan het worden. De omzet in spelletjes is enorm! Men wil beziggehouden worden en minder bezig zijn. Dan constateer ik verlies aan diepte van het leven.

Het tweede: het lijden aan het bestaan, aan het eigen bestaan. Wie durft de vraag naar de reden van zijn of haar bestaan eerlijk te stellen? Als ik me niet vergis, groeit uit deze vraag die diepweg leeft een krachtige zucht om opgemerkt te worden. Om iemand te zijn, om iets te betekenen, moet je opgemerkt worden. Dat verklaart naar mijn gevoel ook de bijna exhibitionistische openhartigheid via de media van tal van mensen. Het grenst aan het ongelooflijke wat mensen via het internet over zichzelf durven te zeggen of van zichzelf laten zien! Daarachter ligt de zucht om opgemerkt te worden. Pas als je opgemerkt wordt, besta je en ben je er! ln plaats van erkenning te verwerven door te presteren of een taak te vervullen en die naar beste weten en kunnen te vervullen, is er dit affect. Opgemerkt worden is belangrijker dan erkenning verwerven. Een Duitse schrijver noemde dat de‘casting society’, de casting samenleving. Als je maar in de ‘set’ voorkomt of als je maar op t.v. komt. Als je maar gezien bent! Dan ben je iemand! ln mijn ministerstijd verbaasde men zich erover dat ik nooit bij Pauw & Witteman ben geweest of bij een ander praatprogramma ging, laat op de avond. Mijn vaste uitvlucht was: “Ik vind het te laat. Een boer gaat op tijd naar bed!” Ze begrepen dat niet. “Maar dan bent u niet gezien.” Ze bedoelden daarmee: dan bestaat u niet. Sommigen van mijn collega’s zeiden: “Jij bent de enige die nog niet…” “Ik ga op tijd naar bed!” Het lijden aan het eigen bestaan hangt direct samen met het feit dat er verlies is aan inhoud van het bestaan. Als we alleen maar bestaan, betekent dat dat we ook alleen maar verliezen aan de inhoud van het bestaan.

Het leidt tot gebrek aan vertrouwen in anderen, in overheden, in de wetenschap (denk maar aan het klimaatdebat). Het klimaatdebat is er een voorbeeld van. Sommigen zeggen dat er met het klimaat helemaal niets aan de hand is. “Die wetenschappers maken u alleen maar bang. Als u bang bent, geeft u geld voor nader onderzoek en dan hebben ze weer wat te doen”, wordt wel gezegd. Zelfs in het parlement is dit geluid af en toe te horen. Vertrouwen is een groot goed in de samenleving. Vertrouwen wordt geschonken en ook verworven. Het gebrek daaraan leidt tot drie dingen:

1. tot overmatige voorzichtigheid, tot angstig handelen (we hoeven maar te kijken naar het bankwezen of de overheid) en tot een angstvallig optreden in tal van organisaties. Er mag niets meer misgaan. Laten we oppassen en dus procedures ontwikkelen, regels en wetten opstellen. De hoogste wijsheid lijkt te worden: geen fouten maken. Presteren is iets, maar geen fouten maken is belangrijker. Een dergelijke instelling doodt natuurlijk het initiatief en de creativiteit. Erger is dat de verantwoordelijkheid verdampt.

2. Daarbij doet zich het merkwaardige voor dat het gebrek aan vertrouwen leidt tot het omgekeerde: een onverschillige houding (“Nou, het zal wel zijn zoals het is.”) en vervolgens tot het sublimeren van datzelfde wantrouwen door extreme risico’s op te zoeken. We gaan met motorfietsen ontzettend hard over smalle dijkjes rijden om te kijken hoe hard het kan. We gaan bungy jumpen en allerlei andere dingen doen waar grote risico’s aan kleven. Vervolgens stellen we anderen verantwoordelijk voor als het mis gaat. Johan Remkes, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, zei eens: “Het is maar mooi, ze gaan bungy jumpen en als het touw breekt, heeft de overheid het gedaan.” Dat bedoel ik aan te geven. Extreme risico’s aanvaarden en de verantwoordelijkheid bij iemand anders leggen.

3. Waar het over gebrek aan vertrouwen gaat, moet ik er ook op wijzen dat we leven in een tijd van feitenvrije meningen. We hebben een mening. Of die gefundeerd of beredeneerd is of steunt op feiten, is van minder belang. Kritiek en debat, met behulp waarvan natuurlijk feiten en meningen worden uitgewisseld en uitgezaaid om zoveel mogelijk tot een gemeenschappelijke opvatting te komen, vinden we min of meer “Spielerei”. Veel belangrijker is onze opvatting. Die staat als een huis. Houdt u zich daar nou maar aan! Het feit dat wetenschappers, geleerden, wijzen of mensen met gezag iets naar voren brengen, doet er niet toe, en zeker niet als er zijn die gezag van elders aannemen(zoals wij het gezag van Boven). “Het is ook maar een mening”, zo wordt dan gezegd en daarmee is de discussie ten einde. Deze instelling leidt tot een enorm verlies aan gemeenschappelijk belang. Want samenhang in de samenleving hangt af van gedeelde waarden en van opvattingen die je met elkaar wilt delen, van de wil om opvattingen met elkaar te confronteren, om zo te zoeken naar wat in bepaalde omstandigheden het beste is.

4. Ik wijs in dit verband tot slot op het gebrek aan zinvolheid. Vragen die mensen bezig houden, als: is mijn bestaan willekeurig? Is het zinloos? Het is misschien wel absurd! Ik dien eigenlijk helemaal niet te bestaan, want waarom ben ik aanwezig? – stelt de mens zich onwillekeurig. Allerlei atheïstische literatuur doet ons geloven en wil aannemelijk maken, dat wij als christenen toch maar een beetje achterlopen! Het leven is absurd en had helemaal niet gehoeven. Het is achterhaald om iets te geloven en te denken dat het leven enige zin heeft en dat het een opdracht is. Het leven bestaat ook niet op Mars en ook niet op… Als het op aarde wel bestaat, wat wil dat dan zeggen? Waarom zou dat niet anders dan ‘toevallig’ zijn?

Daarmee hangt natuurlijk direct de vraag samen naar de waarde en het waardevolle van het leven. Wat is zinnig? Wat mag je aannemen en hoe mag je leven? Het is de oude vraag naar hoe je moet leven en de vraag naar hoe je moet opvoeden. Hoe moet je onderwijzen? Belangrijke vragen, zeker als je denkt aan het verlies aan perspectief dat je vaak bij jonge mensen tegenkomt, die verwend en tegelijkertijd verwaarloosd zijn. Ze zijn dat omdat ze zijn ‘afgekocht’. De aandacht die ze willen hebben, is afgekocht met materie! Verwend en verwaarloosd! Twee ogenschijnlijk volstrekt verschillende en tegenstrijdige begrippen, die in één opvoedingskanaal of opvoedingsperspectief toch samen voorkomen.

Dames en heren, mijn laatste punt! De kerk in de tegenwoordige samenleving. U zult misschien zeggen: “U hebt wel een hele lange aanloop nodig om dit te bespreken.” Maar de vraag is – en ik wil deze op tastende wijze stellen –: “Wat kan de kerk nu eigenlijk bieden ten opzichte van deze geschetste verliezen?” Ik vat dat samen in twee beelden die de kerk zou moeten zijn Wees een ‘stad op een berg’ en wees een ‘zoutend zout’! Korter kan ik het niet samenvatten. Laat me dit mogen toelichten.

Een stad op een berg is een oriëntatiepunt. Ze geeft richting, ze is een ankerpunt. Laten we daarom onze geloofswaarheden helder houden. We hadden vroeger, toen ik nog een kleine jongen was, bij ons op het dorp een jonge kandidaat, die een vraag stelde aan een oude bakker. Dit hing samen met het feit dat ons dorp, Nieuw-Beijerland, rijk geschakeerd is door modaliteiten. Een andere dominee zei daar eens van: “’s Zondags rollen de kerkgangers als biljartballen door elkaar.” Die jonge kandidaat ging dus te rade bij een oude bakker en vroeg: “Wilt u me nou eens helpen, want ik weet niet hoe het verder moet. De één zegt dit en de ander zegt dat.” De oude bakker keek hem indringend aan en zei: “Preek!” Zo kon hij gaan. Hij bedoelde: houd je geloofswaarheden helder! Het Goddelijke gezag, de menselijke natuur en de genade als geschenk! Het geloof als kracht! Wat in het geding is, is die prachtige zevende zondag van de Heidelbergse Catechismus en het mooie woord van Kohlbrugge op de vraag: “Wat is geloven?” Zijn antwoord luidde: “God voor een eerlijk Man houden!” Korter kunnen we het niet zeggen. Het is ook leven en ootmoedig wandelen en de hoop als drijvende kracht in het mensenleven. Die geloofswaarden vasthouden en helder houden!

Preken dus. Is dat nu orthodoxie? Ja, dat is het in zekere zin wel. Maar het is géén dogmatisme. Het is een erkenning en een bevestiging van onze grondankers! Onduidelijkheid daarin leidt tot stuurloosheid. Men doet maar wat. Het leidt tot een krampachtigheid of afzondering, tot een houding van: dit houden we voor onszelf en we sluiten ons op in onze eigen wereld. Want ... de boze wereld moeten we buiten sluiten. Wij hebben dan toch de waarheid. Dit is een verkeerde houding.

Chesterton 5 , die zulke mooie detectives schreef met als hoofdpersoon Father Brown, heeft eens gezegd: “Het is gemakkelijker zwaar op de hand te zijn en moeilijker om luchthartig te blijven.” Daar moeten we eens over nadenken. Ik kwam dit citaat wat laat op het spoor, maar het zette me wel aan het denken. Die luchthartigheid is géén zorgeloosheid. Zij steunt op de geloofswaarheden die ik zojuist schetste. Hij zei ook: “Zolang de kijk op de hemel telkens verandert, zal de kijk op de aarde precies hetzelfde blijven!” Hij bedoelde dat het precies andersom moest zijn. De Duitse katholieke filosoof en kerkhistoricus Hans Küng, die deze week in het weekblad Die Zeit een uitvoerig interview gaf rond de vraag: “Blijven de kerken nog wel bestaan?”, zei het zo: “Das bleibende ist natürlich die Wahrheit. Um nichts geringeres geht es. Aber Tradition ist kein Wahrheitskriterium. Und Christentum erweist sich nicht an äusseren Formen. Christentum ist gelebte Erbschaft des Glaubens, des Hoffens und der Liebe Christi nachfolgen.” 6 Dit is een zuivere definitie van waar het om gaat. De stad op de berg dus het zuiver houden van onze geloofswaarheden en die preken.

En dan het zoutende zout. Dat is toch ons dagelijks leven, waarbij we preken tot de harten van onzekere en wispelturige en angstige mensen, die de vraag stellen: “Tot wie zullen we gaan?” Ook al spreken ze dat misschien niet zo uit, zorgen concentreren zich toch op die vraag. Het gaat erom om een voorbeeld te zijn. Want het beeld van deze tijd is toch dat die ideeën van vooruitgang, natie, rationaliteit ter discussie staan en wij op allerlei fronten lijken te worden aangevallen door irrationaliteit, door internationalisme en door een betwijfeld vooruitgangsgeloof. Ik haal daarbij nog maar eens een prominente katholiek aan. Paus Benedictus zegt in een vraaggesprek in het boekje dat onlangs is uitgekomen, Licht der wereld, en dat me door dr. Klink werd aangereikt: “De vooruitgang heeft onze techniek en technisch kunnen vergroot, maar ons morele en humanitaire potentiëel – hoe staat het daarmee? De grote problemen van deze tijd erkennen we steeds meer. We moeten een nieuwe balans vinden om ons innerlijk geestelijk te kunnen ontwikkelen.”

Ook daar vindt u weergegeven waar het om draait. Maar het zoutende zout grijpt om zich heen! Het is klein, maar belangrijk! Het grijpt om zich heen in alle werelddelen. In een boek van twee redacteuren van The Economist, getiteld: God is back, schetsen ze de enorme groei van het christendom in de vorm van de Evangelicals in de Verenigde Staten, maar ook in andere delen van de wereld. In China is het de bovenlaag – the well-to-do – die in toenemende mate belangstelling heeft via huiskerken voor het christendom en de orthodoxie waar ik zojuist iets van schetste. In de Verenigde Staten is er een bekritisering van het materiële leven. “Why is there so much enthousiasm for talking about Jesus”, vragen de schrijvers zich af. Ze geven als antwoord: “De onderliggende reden is dat Amerika’s zoeken naar betekenis zowel het leven in als buiten het kantoor raakt. Deze algemene zoektocht naar betekenis is voorop komen te staan.”

Ik zei u al, die financiële crisis heeft diepe sporen getrokken, met name in de Verenigde Staten. Dit leidt daar zondermeer tot een herbezinning op het kapitalisme, zoals we dat beleefd hebben. De samenleving zoekt naar geborgenheid en naar een nieuwe balans tussen het innerlijk en het uiterlijk. En daarmee ontstaan nieuwe interesses voor ‘faith-based organisations’ 7 . In Engeland komt men tot de conclusie dat deze effectiever zijn in het bestrijden van verpaupering dan bureaucratie.

De verantwoordelijke mens, waar staat die dan? Dat gebrek aan eigen verantwoordelijkheid, wat is daaraan te doen? We moeten komen tot een hernieuwde invulling van zorg voor de schepping. Rentmeesterschap – creation of care – zoals de Engelsen dat noemen, inspiratie, levert de bouwstenen voor een leven in verantwoordelijkheid. Ja, dat zoutende zout, waarbij het niet gaat om de hoeveelheid maar om de zuiverheid. Het gaat niet om de macht, maar om de dienstbaarheid! Het grote gevaar (zeker in ons land) is dat geloof wordt uitgeoefend als macht en dat geloof zich verbindt met de macht. De geschiedenis door is deze verbintenis fataal gebleken!

En de resultaten dan van het zoutende zout? Die twee genoemde auteurs kijken nog eens terug en zeggen (één van beiden is overtuigd atheïst, maar kan toch tot geen andere conclusie komen): “De twee belangrijkste sociale bewegingen in de laatste eeuwen, de beweging tegen slavernij van de 19e eeuw en de civil rights movement 8 van de 20e eeuw zijn beide in de kern religieus, geleid door godsdienstige mensen en door kerken, die hun boodschap vervatten in godsdienstige taal.” Dat heeft het zoutende zout opgeleverd als je terugkijkt.

Tenslotte, dames en heren, als we naar onszelf kijken. waarom zijn we dan zo terughoudend? Waarom voelen we ons niet zeker, voelen we ons gemarginaliseerd? Laten we toch laten zien wie we proberen te zijn! Laten we de rijkdom van het christelijk geloof toch als inspiratiebron voor ogen houden. Ik heb het iemand zó horen zeggen: “Het christelijk geloof is géén ‘breng-schuld’, het is een geschenk! We moeten toch getuigen van het grote geschenk van gene zijde? Van Gods genade in Christus om ons te troosten, te bemoedigen, te vermanen en aan te sporen. Een christen legt niet op, maar straalt uit! Hij schrijft niet vóór, maar hij vertelt. Hij schrijft niet af, maar hij tracht te behouden. Hij twijfelt wél aan zichzelf, maar niet aan zijn Heer! En daarom ... de ware kerk des Heren is alleen in Hem gegrond!


Noten

1 Prof. G. Wisse (1873-1957), Chr. Geref. Predikant en hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Apeldoorn. In zijn tijd een bekend redenaar.


2 “We zetten een punt achter nucleaire energie.”

3 “Het standpunt waar op het moderne denken terecht is gekomen is, dat men alles van de mens uit moet zien te begrijpen en het is een dogmatische, geborneerde (bekrompen) rede, want het is een rede die door zinnelijkheid gekenmerkt wordt en beperkt is.”. De invloedrijke filosoof G.W.F. Hegel leefde van 1770 tot 1831.

4 Roekeloos spel.

5. Gilbert Keith Chesterton (1874-1936), bekend engels schrijver.

6. “Het blijvende is natuurlijk de waarheid. Om niets minder dan dit gaat het. Maar traditie is geen waarheidscriterium. En christendom bewijst zich niet uit uitwendige vormen. Christendom is een erfenis die beleefd wordt, de erfenis van het geloof, van de hoop en van de liefde van Christus volgen.”

7. Organisaties die haar basis hebben in het (christelijk) geloof.

8. Bewegingen voor de burgerrechten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 2011

Ecclesia | 16 Pagina's

"Adam, waar zijt gij?"

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 2011

Ecclesia | 16 Pagina's