Elisabeth von Thadden (II, slot)
Een barmhartige Samaritaan
Arrestatie
Op 13 januari 1944 werd Von Thadden in het militaire tehuis te Meaux (Parijs), waar ze als Rode Kruiszuster leiding gaf, door de SS gearresteerd. Dit geschiedde voor ze de haar toegewezen plaats in Cherbourg kon innemen.
De volgende maanden bracht ze door in beruchte gevangenissen, zoals Barninstrasse, concentratiekampen Oraniënburg en Ravensbrück, tuchthuis Branden burg … Aan haar gevangenispredikant, ds. Ohm, die haar tot het laatste levensuur begeleidde, heeft Von Thadden nauwkeurig over de laatste periode van ellende verteld. Hij heeft daarvan het volgende verslag gemaakt.
Ik citeer: ‘Op 1 juli 1944 werd ze door de bloedrechter Freisler van het Volksgerichtshof te Berlijn tot de dood veroordeeld vanwege: voorbereiding tot hoogverraad, ondermijning van de gevechtskracht van het leger en defaitisme. Von Thadden probeerde haar innerlijke overtuiging duidelijk te maken. Maar haar woorden ketsten af op het hoongelach van Freisler.
Ze trachtte haar adellijke afkomst en idealen te stellen tegenover de nieuwe, hoogmoedige en harde ‘adel’ van de SS. Deze laatste rechtszitting begon ’s morgens om acht uur en eindigde ’s avonds om kwart voor tien. Het oordeel luidde: doodstraf. Ook diplomaat Kiep kreeg die. En van 2 juli tot 8 september 1944, haar executie-dag, ben ik twee-tot driemaal per week bij haar geweest in de vrouwengevangenis in de Barninstrasse te Berlijn. Daar heb ik geprobeerd om het leven van haar te verlichten. Aan de ter dood veroordeelden was het verboden om ’s zondags bij de godsdienstoefeningen te zijn. Maar verschillende keren mocht het gelukken dat haar gevangenisdeur open was en zij ‘per abuis’ toch aan die Woord- en gebedsdiensten kon deelnemen. Dit gebeurde ook op zondag 3 september, de zondag voor haar executie op vrijdag.
Toen preekte ik over Jes. 40:31: ‘Die op de Heere wachten, krijgen nieuwe kracht, zodat ze opvliegen met vleugels, ja, zij lopen en worden niet krachteloos, ook wandelen zij en worden niet moe’ (Lutherv.). Een paar dagen voor vrijdag kreeg ds. Ohm een lijst met namen van hen die voor Berlijn-Plötzensee, gevangenis en executieplaats, bestemd waren. En zo kon ik aan het grootste deel van de slachtoffers de zo noodzakelijke pastorale hulp bieden.’
Nu volgt wat Von Thadden aan haar predikant heeft verteld:’ In januari 1944 ben ik ’s morgens om acht uur in Meaux gearresteerd. Men bracht mij naar Parijs, dat dichtbij was. Men verhoorde mij van ’s morgens negen uur tot ’s avonds zes uur. Dan was er een uur pauze om brood te eten. Om zeven uur ging het verhoor verder tot de andere morgen. In de loop van die dag werd mijn gevangenisstraf vastgesteld. Er waren toen voor mij nog mogelijkheden om te ontsnappen. Daarvan heb ik bewust geen gebruik gemaakt om mijn broer Reinhold niet in gevaar te brengen.
Hierna bracht men mij met de auto naar Berlijn en opnieuw werd ik een gehele nacht verhoord. De kwelling van de verhoren was afschuwelijk. Maar de ter dood veroordeling noch Ravensbrück hebben de sterkte van mijn geloof aan het wankelen gebracht. Wel was soms de strijd zwaar.
In het bijzonder vroeg men mij naar de Bekennende Kirche en mijn contacten met de vredesbeweging Una Sancta. Geen woord is mij ontglipt om mijn naaste te beschadigen.
Het concentratiekamp Ravensbrück was heel erg, want daar werd ik in de strafbunker opgesloten. Met de aanslag van 20 juli heb ik niets te maken. Niemand van die mensen ken ik. Waarom ben ik gearresteerd? Ik had teveel invloed en mijn netwerk was te belangrijk geworden. Wij wilden enkel en alleen sociale zorg en hulp bieden, waar dat het hardst nodig was. Wij wilden barmhartige Samaritanen zijn, niets politieks.’
Tot zover Ohms verslag over Von Thadden. Hoe kenmerkte Ohm deze christin?
Daarover schreef hij: ‘ In de gevangenis werd het voor haar steeds duidelijker en zekerder dat zonder Christus en zonder Zijn bergpreken er geen gezegend leven mogelijk is. Om die reden heeft zij de Zaligsprekingen uit het hoofd geleerd, net als gedeelten uit het Evangelie van Johannes. In hoofdstuk tien lezen we: ‘Wie Mij gelooft, die heeft het eeuwige leven’; met nadruk op ‘heeft’(=bezit). Ze memoriseerde ook teksten uit Rom. 8: ’Is God voor mij, wie zal tegen mij zijn?’ Ik herinner me ook dat ze een aantal Psalmen kon citeren onder andere Psalm 126: ‘Als de Heere de gevangen Sions zal verlossen, dan zullen wij zijn als die dromen.’
Ook getuigde ze: ‘Steeds spreekt Christus over leven en Hij zegt: ‘Ik ben het Brood des levens. Ik geef hen het eeuwige leven.’ Ze ontving ook troost uit Fil. 1:21: ‘Christus is mijn leven, en sterven is voor mij winst.’
Executie
Op 8 september hebben we om kwart voor twee het Heilig Avondmaal gevierd. Haar laatste woorden waren: ‘Ik betreur het ten diepste wat ik door liefdeloosheid beschadigd heb. Dankbaar ben ik voor het goede dat ik heb gekregen. En hoe kostbaar is dit woord uit Psalm 103: ’Loof de Heere, mijn ziel, Die mij al mijn zonden vergeeft. In dat geloof kan ik sterven.’ Ook kreeg ze deze middag van haar zuster Marie-Agnes een brief, die ze nog mocht lezen. Hierna werden haar haren opgestoken en de handen geboeid op de rug. Rechtop en zonder beven liep deze christin verder naar de deur van de executieruimte. Ze werd begeleid door twee bewakers.
Ondertussen citeerde zie dichtregels van ds. P. Gerhardt:’ Maak een eind, o Heer’, maak een eind aan onze nood, sterk onze voeten en handen, en laat tot in de dood, Uw zorg en trouw bij ons zijn, dan gaan we zeker de hemel in.’ Zie gezang 180 in de Herv. bundel van 1938: ‘Beveel gerust uw wegen…!’
In de Duitse pers stond het volgende overlijdensbericht:’ De evangelische Rode Kruiszuster Elisabeth von Thadden, wonend in Berlijn-Charlottenburg, Königsdamm 7, is gestorven op 8 september 1944 om 16 uur 47. Doodsoorzaak: onthoofding.’
Tot slot
De verrader van Von Thadden werd inwoner van de DDR en kreeg na de oorlog 15 jaar gevangenisstraf. Hij werd ontslagen na de helft van zijn straftijd. Nooit heeft hij berouw getoond over zijn gruweldaad. En opnieuw werd hij spion en wel voor de Stasi. Hij schrok er niet voor terug om zijn eigen dochter aan te geven. In maart 1996 overleed hij te Hamburg.
Voor het huis in Berlijn waar Von Thadden heeft gewoond is een Stolperstein gelegd. Straatnamen in verschillende Duitse steden dragen haar naam. In het Vaticaan is van haar een mozaïek te zien in de kapel ‘Redemptoris Mater’.
En in Heidelberg bestaat nog steeds de Elisabethvon-Thadden-Schule. Het is een christelijk-oecumenisch, particulier gymnasium dat door de staat wordt erkend en heeft een nauwe relatie met de Evangelische Landskerk van Baden. De christelijke en ethische principes van de naamgeefster van de school behoren door te werken in gedrag van docenten en studenten bij het maken van keuzes.
In leven en sterven was voor deze Duitse verzetsvrouw het christelijk geloof alles beslissend. I. da Costa getuigde eens van zijn vriend Groen van Prin sterer: ‘Tot een voorbeeld zult gij blijven.’ Is Elisabeth von Thadden als een barmhartige Samaritaan ook voorbeeld ter navolging, juist in een sterk geseculariseerde samenleving?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2023
Ecclesia | 8 Pagina's