Ouderavond Groen van Prinsterer School te Middelharnis
Onder Voorzitterschap van dhr. J. Vroeg« indeweij werd Vrijdagavond de jaarlijksche Ouderavond gehouden in het gemeentelijk gymnastieklokaal. Deze opende met te zin« gen Ps. 68 : 10 en gebed. In een kort woord heette hij de talrijk opgekomenen welkom, inzonderheid de verschillende sprekers. D'aar na gaf hij het woord aan ZEerw.
Ds. Koolhaas, van Roiierdjam
welke voorlas 2 Kon. 4 vers 18—37. (de geschiedenis van de Sunamietische.) Spr. schetst dan hoe hij laatst in' een auitobut. zat, waarin een moeder met een kind van 10 maanden, die een gesprek voerde met een andere vrouw. Zij verlustigde zich in de moederweelde en bij het gadeslaan van dit lieflijk tafereel, dacht sp^., wat is moeder« liefde toch een groot, wonder. Spr. is op de laatst te Rotterdam gehouden tent^onf« stelling „De Mensch" gewtest, waar bij' de opening de Dir. van het Gem. Ziekenh. sprak over de volmaaktheid van den mensch, (wat het lichaam betreft) Als spr. over die tentoonstelling liep, moest hij uitroepen, „wat is God toch groot." De bloedvaten en naarvaten van den mensch, die hij daar vergroot zag, zijn zoo dun, dat 6 er van de dikte van een haar uitmaken, en alle haarnetten van één mensch te zamen gebon« den en uitgespannen zouden één lijn vormen van Amsterdam naar Creta. De mensch is inderdaad schoon en wijs geschapen!
Spr. voert zijn gehoor weer terug naar het kind :r. die bus, kern gezond, kraak« schoon, en zeide zich de vraag> te hebben gesteld of die moeder wel wist of haar kind een ziel had? Die wetenschap hebben velen niet. Zien wij onze kinderen zóó? Onze kinderen, zijn, in zonde ontvangen en ge« boren, onze kinderen zijn voor een eeuwig« beid geschapen. Daarom moeten wij niet tevreden z^ als het goed gevoöd en ge« kleed is, — ieder kind heeft leen verkeerd hart, en als we dat voor ons zel^ voelen^ weten we ook, dat ons kind méér noodig heeft, dan dat. Ziel, lichaam en verstand moet ontwikkeld, in. het huisgezin en op school. De school is het verlengstuk! van het huisgezin, dezelfde sfeer dient er over« gedragen' te worden.
Spreekwoordelijk gezegd, moet de muur worden gezet, en een muur zet men niet naast het fundament. Dat doet men' op de openbare school wel. Daar houdt men geen rcKening met de ziel van het kind. Voedt de openbare school dan niet op? Ja zeker, maar waar gaat ze vapuit? Er wordt op die school niet gesproken van den eenigen Naam onder den hemel tot zalig« heid gegeven. Als Uw doopbelofte geen leugen is, zult ge Uw kind däär brengen, waar het naar Gods Woord wordt opgevoedt, gepaard 'gaande met het gebeld. Spr. is dankbaar, dat er in MiddeUiarn^ijs zulk een school is, waar de kinderen in de voorzeide leer worden onderwezen.
School en huisgezin moeten samengaan. De school mag niet overheerschen, zooals Plato e.a. leerden, dat de kinderen moeten opgevoed tot staatsburgers. In die lijn werkt men nu met schoolartsen, — baden, — pantoffels, — eten. Die weg moet het niet op.
Dan schetst spr. de geschiedenis van de Sunamietische, hoe zij de profeet Eliza een opperkamer bereidt waar hij veel vertoeft; die haar een zoon beloofd, dien zij ook verkrijgt. Hoe die zoon toen bijl bij zijne Vader op het land was, congelstie in het hoofd krijgt, naar zijn moeder wordt ge« brach' en op haar knieën sterft. Op aanschou welijke wijze stelt spr. voor, hoe de Sun. het kind op de opperkamer, op het bed van den profeet legt en naar hem afreist. Het vruchtelooze pogen van Gehazi, die op bevel van zijn heêl gezonden wordt ^den doode op te wekken, ^maar omdat' hij eigen eer zoekt, daarin faalt. Totdat tenslot()e de profeet zelf komt en zich met het doode kind vercenigt, leggende tot 2«maal toe zijn mond op deszelfs mond en zijne oogen op zijne oogen, en zijne handen op zijbie ban« den. Waardoor het iüiid, door de kracht Gods, warm wordt, zeven maal niest en op« staat.
Spr. brengt dit in schoon verband met het Chr. onderwijs. Er mag een pleiten zijn op de belofte — inzichzelf zijn de kinderen dood. En nu heeft de onderwijzer tot taak, totdat kind af te dalen, niet ver van| dat kind te gaan af staan, maar er contaict mee te zoeken en ze te brengen onder de bteade« ming van Gcuds dierbaar woord. Ze .te spreken van hun doiodsstaat, maar ook van genade en verlossing die in Christen Jezus is. Soms worden ze er koud van, zooals Elia koud werd van dat doode kind,. Voor elk chr. onderwijzer of onderwijzeres, die dat waarlijk uit beginsel is, heeft spr. res« speet. Eén ding zeg ik Ü, zei spr. doe wat Eliza deed, bidt voor die stoel, die op dfö Opperkamer staat. En denkt ge dat de Suna« mietische intusschen zal stilgezeten hebben? Dat ze de vaten heeft gewasschen of buur« praatjes gemaakt? Neen, ook zij was onge« twijfeld in gebed tot God, er was een samen« gaande smeekstem voor den genadetroon. Staan wij zoo ook t.o. de school. Laait tusschen school en huisgezin samenwerking zijn. Het is Uw school. Uw' kind! De Heere werke het tot Zijne eere.
De V o o r z . dankt den geachten spr. die inmiddels vertrekt. Gezongen werd Ps. 81 vers 11.
Daarna kwam ZEerw.
Ds. Laman
aan het woord, met het onderwerp:
Het Docpsformulier en daarom Onderwijs. Christelijk
Onze ouderavonden zijn weleens gedis« qualificeerd als "ipraatavonden voor do« niinees." Blij ben ik dat het bestuur van de Groen v. Prinsterer«school zich daar niets van aantrekt. En niettegenstaande dit, de moed heeft een programma saam te stel« len waaroip niet minder dan 3 predikanten voorkomen. ' Of fpredikanten de wSjsheid in pacht heb»
Of fpredikanten de wSjsheid in pacht heb» ben? Gelukkig niet! Gaarne willen 2äijl luis« teren naar (paedagogen en psychologen van professie, die misschien vele Gordiaansche knoo'pen op zielkundig gebied kunnen door« hakken, of bij het steeds dieper doordrin« gen in ^e gehemeinissen der ziel het klas« sieke „ignorabimus" (w'ij zullen het nooit weten) moeten uitspreken.
Wanneer de predikant op den ouderavond mag zijn, wordt daarin een kostelijk ver« .Jband gelegd tusschen Kerk en School. Als dit verband er niet is of niet ''zijn kan Wat haalt het dan uit een „bijzondere" schooi te hebben. Bijzonder, omdat op deze school de Bijbel een bijzondere plaats inneemt, waarom we niet Spreken van „school e n Bijbel" maar „school met den Bijbel," d.w.z. in alles wordt rekeningi gehouden met Gods bijzondere openbaring. Alles is aan dat Woord gesubordineerd, moet i n dat Woord de levensvezelen uit« slaan, moet door dat Woord gevoed Worden. Geen evolutionisme, geen natuur«filosofie!
Geen evolutionisme, geen natuur«filosofie! Ook de wetenschap heeft hier 't eerste Woord maar God door Zijb Woord.
En waar het gaat om den Theos en den Logos, is het logisch dat de theoloog een Warm hart heeft voor de Chr. School.
Doch daar is nog een andere reden, dat de aanwezigheid van den 'predikant op den ouderavond billijkt. De predikant pre« dikt niet alleen, maar is ook herder, d.i. ziel« verzorger. En wanneer hijt dit aijn mag, gaan de zielen van grooten, maar ook van kleinen hem ter harte.
Dan wil hij 't allerbeste zoeken voor 't geestehjk welzijn z'ijner medereizigers naar de eeuwigheid. Want wat is kostbaarder, dieA'aarder, onschatbaarder dan des men« sehen ziel die eeuwig leeft? Alles moet opgeèischt om hiermee rekening te houden. Nooit te vroeg kan het kind op deze diep« ernstige zaak gewezen worden.
En de zielverzorger, die zulks maar langs zïjii koude kleeren laat glijden, en niet in vlam slaat om het bijzonder onderwijs zoo zuiver mogelijk naar het Woord Gods ge« bracht te zien is deze naam, nog minder dit ambt waard.
Verdient het ook geen opmerking dat men blji 't neutrale onderwijs zich al meer beijvert om predikanten tot hun woord« voerders te krijgen. Op de 52 Zondagen des jaars hebben vele (of moet ik zeggen de Ineeste) neutrale onderwijzers geen be« hoefte om naar de prediking des Evange« lies te luisteren. Maar ééns in een jaar op den ouderavond van het volksonderwlijs, heel graag! '
Al was het alleen maar voor de kerke« Jijke inenschen, wier kinderen de Openb. School bezcelken. Deie ouders kunnen nu zien dat ze (ès. Qndefw|ijteers(essen) heele« maal niet Vijandig zijn. Wanneer een domi« né of zelfs een proifessor voor het yojks« onderwijs oiptereedt, dan kunnen zij' im« mers gerust daarheen hun kinderen zenden?
Dit is onwaarachtigheid t.o.v. het heilige!
Dit kan niet anders dan misleidend wer« ken! Helaas, wordt er verbazend misbruik gemaakt van de onkunde van ons Christe« lijk volksdeel.
En wanneer ik deze avond mag mee« werken om deze onkunde afbreuk te doen, noem ik zulks een onderscheiding.
„Leer de natie haar Doolp verstaan .... " zoo schreef iemand ongeveer 3/i eeuw' ge« leden, doch dit woord is nog van kracht voor 't heden. Met het oog op de groote onkunde en
Met het oog op de groote onkunde en onbeüjndheid t.o.v. den Doop, maar tevens met "Ret oog op de verantwoordelijkheid, die elke ouder draagt, die bijj het doop,« vont mocht staan om z'ijii kind den Ver« bbnds«God op te dragen, ga ik heden tot U spreken over: „Het Doopsformulier en daarom Ghristelïjt oniderwïjb."
Wanneer ik heden gereed sta tot U te gaan spreken over „Het Doopsform. enz." dan heeft dit een geschiedenis voor zich.
'kWil eerlijk zeggen dat ik in de keuze van mijn onderwerp niet oorspronkelijk ben. 't Is afgeleid van het onderwerp dat Prof. Dr. B. D. Eerdmans Donderdag 16 Januari 1936 te Sommelsdijk heeft gehouden voor de Vereeniging van Volksonderw'ijs. Zijta onderwerp luidde: „De Doopsformule en ons Openbaar Onderwijs."
Wanneer ik op het thema critiek maakte. Was dit otrfSat de Hooggel. spreker niet s'prak over de doopformule, die is: „ik doolp U in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes," maar over het formulier, nog juister over de dooipsvragen, bijzonderlijk vraag 3. Gehjk U bekend zal zijn, heb ik toen
Gehjk U bekend zal zijn, heb ik toen met den spreker van gedachten gewisseld en we bleven tegenover elkaar staan, hij als vrij'zinnige, ik als rechtzinnige.
Alles Wat dien avond gezegd is, is nu rustig bezonken en 'ik ben blïj dat ik thans in 't openbaar de gelegenheid krijg uit te s'preken dat er diepe smart in m'ijta hart is achtergebleven. Niet dat ik met Prof. E. van gedachten gewisseld heb, maar dat, wat vooi ons heilig is, als waardelooze munt werd afgekeurd.
Prof. E. liet eerst historisch iets zien van de Wording van ons Doopsform. en zei dat dit voor toen Waarde had, maar voor nu heeft afgedaan. En hij juichte daarom toe dat in 't Algem. Reglement der Herv. Kerk was opgenomen dat iedere predikant wordt vrijgelaten 't formulier te gebtuiken of af te schaffen, wat volgens Pro.f E. dan ook door honderden predikanten in de H. Kerk wordt gedaan.
'kHeb' toen Prof. E. gezegd, dat hij op Flakkeesche grond stond, waar djt ge« lukkig in de Herv. Kerken als contrabande wordt beschouwd en ik voeg er nu aan toe: die bewuste predikanten zïjb dan ze« ker: Ähischen — vrijzinnigen — remon« stranten en soortgefijke!
Het formulier heeft dus voor Prof. E. geen Waarde. En nu zult ge denken, dan laat hij! dit ook liggen. Neen, dat niet!
Aan de doopsvragen ontleent Prof. E. dat de zaak van de leer een zaak voor de ouders is en dit niets met het onderwijs te maken heeft.
Op de vraag wat we onder „leer" te verstaan hebben, was zijii antwoord: wat te vinden is in den Heidelb. Catechismus en de 37 artikelen. (Hijl vergat de 'S W>t. tegen de Remo,nstranten). Maar vervolgt Prof. E. wie kent ze nog! Ze zïjn ook uit de oude doos. Neen geen „leer", maar de Bijbelverhalen moeten "wSj hebben.
Om te illustreeren wat de bellij denissdhrif* ten eigenlijk zïjn, ging hij een verhaal ver« tellen uit Dickens' werken met name van Samuel Pickwick.
VaK S.^ P., in conflict gekomen met zijn hospita, "bèschuldiga väh' 5neerTri:Säf J?M'*^«' de rechtbank niet anders dan een briefje, waarolp stond wat hij begeerde te eten, bte« stemd voor zïjn kostjuffrouw.
De redhters verklaarden dit luttele briefje zeer veelzijdig, want daar zat iets achter! Zoo is het met al die geschriften!
Hiermee oogstte de Hooggel. Spieker de hilariteit van de vergadering. Dit verhaal was helaas het glanspunt van zijn betoog, maar voor den ernstigen hoorder tevens zlijn nederlaag. Want we kwamen om een ge« documenteerd betoog hoe het Dooipsfor« muiier in verband te brengen is met het Openb. onderwijs.
Benevens het doopsformuher zijn ook de be« llijdenisschiiften antiquarisch, ze hebben af* gedaan!
Best, even aangenomen, maar blijf er dan af, ga dan ook niet art. 5, 7 en 32 noemen om den schijn op zich te laden, dat men nog confessioneel is.
Eerst worden dodpsformulier en beliji« denisschriften de voordeur uitgeworpen, en om eigen gedachten z.g.n. te begronden de achterdeur weer ingehaald.
't Is van tweeen één: óf deze geschriften moeten afgeschaft, maar dan mag de afschafr fer er ook niets meer van gebruiken; óf ze blijven ongerept, maar dan moet men onze lithurgisdhe geschriften ook volle recht la« (en Wedervaren.
Prof. E. zegt op z'n college's; de tekst „e mente auctoris" (uit den geest van den schrijver) te verklaren. Uitstekend! Maar doe dit dan ook! Ga dan niet eerst een „Aufklärung«bad" nemen, d.w.z. we kijken door de eigen bril der „rede," wat met die rede in strijd is verwerpen we, en dan zoo ingesteld onze Gereformeerde vaderen be« critiseeren.
'kHeb' onwillekeurig verband trachten te leggen tusschen 't doel van de oprichting der Leidsche Academie, n.1. dat ze zou z'ijn „een pilaar en vastigheid der waar« heid" en de docenten van heden ,^aan deze Hnridhting van hooger onderwijls.^
Maar ik vrees als de schenker, Prins Wil« Hem van Oranje, zag wat er van geworden is, lijj met"" den profeet zou klagen: O, Land, land, land, hoort des Heeren Woord!
Hebben wij u de antthese met onze im« manente critiek gegeven, laat ik thans to't het thetisch gedeelte mogen komen.
Hoc komen w'ij aan ons Doopformiilier?
Direct na de Reformatie las men bïj den Doojj een formulier, waarin de Doop uit« eengezet werd. Luther had in 1523 een Tauibuchlein" samengesteld en Zwingli had in 1525 te Zurich een liturgie waarin de re« geling van den Doop voorkwam. Calvijn voerde in 1542 een Dooipsformulier in, naar het model, dat te Straatsburg aanwezig was ä Lasco volgde in 1550 dit Straats« burg model voor de Ned. Vluchtelingen« gemeente te Londen. Lang meende men, dat Petius Dathenus de opsteller van ons for« muiier was, maar door een 'briet', gedateeid 17 Juni 1581 is duidehjk geworden, dat Cas par "v. d. Heydcn de samensteller is, al is het dan niet diens geheel eigen werk. Het typeert dat direct na de Reforma,tie de behoefte is gevoeld tot éénheid in dezen. Bekort, zooals wij het nu nog hebben is het in 1574 op de Synode te Dordrecht aangenomen. Wie zich er dus tegen ver« klaart tast in beginsel de reformatie aan, is contra«anti«reformatorisch.
Waar ging het nu hier om? Z. Hooggel. maakte verschil tusschen de Drie Form, van '"Eenigheid en — de Bijbel. Is 'het waar, dat „leer" en ,,Schrift" met elkaar in tegensipraa"k is? Dan wijs ik op de 2de vraag in het Doopsformulier. Daar wordt een onlosmakelijk verband gelegd tusschen de inhoud van het Oude en Nieuwe Ver« bond. De leer, wat is dat? Dat is maar niet willekeurig uitgedacht, als vrucht van een denkend Theoloog, maar heel de Waar« heid gesystematiseerd in de 3 Form., uit den Bijbel opgedolven. De verschillende dogmata, uitverkiezing, volkomene verlos« sing enz. enz. als leer des Bijbels saamgevat. Op djn zachtst gezegd is het misleiding, daarin onderscheid te doceeren; dat is niet „uit de geest van den schrijver" maar „uit de vrijldenkersgeest." De „leer" is dus: „de leer des Bijbels." Als we dïe ,,leer" niet met het verstand, maar met het hart zien, dan zien we de realiteit, dat de kinderen met ons de verdoemenis deelachtig zijn. Als we de lijntjes ei afvijlen, raken we in de Wateren der vervlakking.
Op de 3e vraag: „in de voorzelde leer te doen en te helpen onderwijzen" werd het accent gelegd, daarin zovi een objectie liggen voor de ouders. Maar zullen de ouders die den Dichter nazeggen, „maak in Uw Woord mijn gang en treden vast," dat ook voor hun kinderen niet willen? Zij zouden mem« eed iplegen voor God.
God werkt middeHjk. Hij gebruikt nietige menschen om Zijn Woord ook aan het ont« vankelijke kinderhart te brengen.
Onze kinderen moeten wederge'boren wor« den. Ouders, oriderwijzers, brengt ge dat den kinderen bij ? Laat het niet in dishar« moniefejfïjm,met hetgeen ge bij den Doop beloofdet. Op de Dagschool moet het on« derwtijis in dezelfde toonaard zijn als thuis. Thuis moet het kind uit het Woord ge« '"INicuwiaflu ^Sbool %''??WJ. gtkgèn« heden, om het kind het bijzondere van de Bfjiz. school te laten zien in het teeken van dat Woord. Zooals de Voorzeide Leer in de Bijtel samenvloeit, moet ook school en gezin ineenvloeien.
De schoolstrijd is nog niet ten einde. Er is een nieuwe vinding: men haalt op de OpenWre school óók de Bijbel. Pas op! Hei is niet eender, wie die Bijhel opent. Ais de onderwijzers van dat „antieke" Boek zelf niets gelooven, levert daar dan Uw kinderen aan over. Die Bij'bel zeggen ze, is toch een mooi boek. Het is in 700 talen gedrukt; 't staat voi verhalen. We zullen er eens een verhaal uit vertellen! En zoo vetk'wanseien ze de ideeën Gods! Hoe aan menschen die anti^'b'ij'bels en anti« godsdienstig zij'n, uw kind toe te vertrou« Wen? Van mij krijgen ze ze niet!!
De school is geen bekeeiings«instituut, ma^r toch heeft het onderwjj'zend perso« neel een hooge taak in de opvoeding naar de voorzeide leer. God verwaardige hun het met getrouwheid te doen. En ouders die de eed hebt gedaan, en ja hebt gezegd? Misschien 3, 6, 12 maal? Hoe staat ge er onder? Zijt ge met het personeel werkzaam aan den troon der genade voor Uw* kind? Het begint 'bSj ons persoonlijk. Geve God uit vrije genade, dat het Chr. onderwijs aan bnze kinderen worde gezegend en wij van ganscher harte mogen onderschrijven het antwoord èn op de vragen èn het geheele Dooipsformulier, en daarom Christelijk On« derwijs voor onze kinderen Wijven voor« staan.
Na de Pauze kondigde het programma aan, dat
de heer Koppelaar
zou spreken over: „De Wacht bij het Be= gjnsel."
Wij hebben, aldus spr., de kostelijke woor« den gehoord, door Ds. Koolhaas, en Ds. Laman in Uw midden neergelegd, waarbij wij wel zeer tot waakzaamheid werden op« gewekt. En dat is inderdaad noodig, want dife belagiers van ons beginsel zijn vele — al is het niet eender door wie wei worden aani« gevallen. Want het is met smart in ons hart, dat we vanavond voor dit onderwerp Uw aandacht vragen. Wie zou ooit gedacht heb* ben dat er over de godsdienstige mentaliteit van U en van de oprichting en stichting van Uw school, een boek zou ''worden! geschreven?
Een persoon, die een jaar oi 10—12 in Flakkee heeft gewoond en zich Rudolf van Reest noemt, heeft in het boek „Gebonde« nen," (spr. tilt het omhoog) U vergadering en onze school ten voeten uitgeteekend.
Rudolf van Reest geeft daarin de feiten en personen onder andere benaming; de gods« dienstige bevolking van „Middeldijk," het dorp da' hier beschreven wordt, is wel zeer te beklagen en men moet wel diep medelijden mei die menschen hebben. Ze zijn zeer godsdienstig en kerksch, maar he« laas ze kragen in hun kerk „S t e e n e n voor brood!"
Zondag aan Zoadag hooren se in de kerk nergens anders over preeken, dan over dood, eeuwigheid en verdoem«« nis!! En gij, bevolking van Middeldijk, zijt aan die steenen zóó gewoon geworden, gij wilt het brood niet eens meer hebben!
Denkt nu niet vergadering, dat het in de eene kerk beter is dan in de andere, o néén! de kerk van Rudolf van Reest uitgezonderd is het overal hetzelfde In de groote kerk, in de kleine kerken, overal is het een pot nat.
R. v. R. mag er van zeggen wat hij wil, maar dat ze één zijn heeft hij goed gezien. Eén in belijdenis, één in de leer die, naar de godzaligheid is én óók één, in de be« geerte dat onze kinderen in die leer worde,o| onderwezen. Het bewijs wordt dezen avond geleverd in de sprekers en hetgeen zij u voorhouden, in de samenstelling van Uw be« stuur en de kinderen, die de school be:» zoeken.
R. V. R. klaagt. Kreeg Middeldijk nu maar domino's die vertrouwen hadden en zelf te vertrouwen waren! Maar de predi» kanten die hiei gestaan hebben én nóg staan, alsmede die m de vacante kerken pre« diken, ze voldoen, ze deugen niet. Daardoor blijven de bewoners van Middeldijk g e« b on d e n in hun vreeselijken godsdienst.
R. V. R. klaagt. Klaagt over de eene groep van de bevolking, waarmee hij zielsmeelij heeft. Het zijn de oprechte zuchtende zielen, die meencn wat ze zeggen, maar die eerij zwaar en moeilijk leven hebben. Ze leven in een donkere naclit.
Doch het andere gedeelte, waarvan verre« weg de meestèn zij'n, hooren niets Uever dan zware preeken, maar meenen er niets van. Ze zuchten al maar over dood en verdoemenis doch zorgen onderwijl, dat ze niets te kort komen.
De hoofdpersoon in hef boek is vrouw van Dijk. Een bekrompen ziel, g e b o n^ den in dien vreeselijken godsdienst, waar« door haar ziel gefolterd wordt en haar lichaam zoo gesloopt, dat het ten laatsft;e bezwijkt. Haar ziel wordt echter behouden, maar als door vuur. Kees de oudste zoon krijgt er een walg van en wordt .socialist. Harm, die voor schoolmeester leert, zoog aanvankelijk het ,,zog" gretig in, doch op rijperen leeftijd, op de kweelt, komt hij in aanrpRing met een schoolvriend, een „neo" die het middel werd dat hij dfc kluisters waarmee hij gebonden was afwierp en tot een gezonde, blijmoedig geloofsleven kwam. En om deze figuren weeft Rudolf v. Reest het dorps« kerk en schoolleven.
R. V. R. geeft in zijn boek een weergave van drie preeken. De eerste preek is van Ds. Dekkers, de Herv. Predikant. Op een Zater« dagmorgen zal hij moedeloos in de studeer« kamer. Hij kon het thuis niet houden en liep de Zeedijk op. Het scheen of God hem had verlaten — hij zou Zondag niet kun« nen preeken.
Zijn oog viel op een jong geitje, dat a,a'.T: een touw gebonden stond te grazen. Maar in den cirkel waar htl beestje liep, was alles kaal, en vl;,t jr buiten stond nog maisch gi:-is. Het beestje rekte het halsje, gïïïg op z'n knietjes liggen, om!' die gras« sprietjes te bemachtigen De oogen bSj den dominé gingen open, hij had pijni preek klaar. Zondags vertelde hij, van den kansel zijn wedervaren..,. de gemeente zat verslagen zooals Ds. weer in (Je waar heid wer d in ge Ie i d. Maar ze verston« den niet — aldus R. v. R. — dat Ds. hen niet sprak van het brood dat uit den he« mei is neergedaald, n,.l. de Heere Jezujs Christus, het Manna dat verborgen is Wre^ elig liep Harm, die er bij tegenwoordig wa,,, de Kerk uit. Het was hem te benauwd.... De tweede preek is van Ds. van 't Hof,
De tweede preek is van Ds. van 't Hof, een oude predikant in de gemeente hier alom bekend en bemind. Hij handelde uit de Ca' techismus: „Waaruit kent gij Uwe ellende." Het antwoord „Uit de Wet Gods" zag hij over het hoofd, maar preekte: "Uit de bevinding." Uit een lange reeks van kenteep kentjes leerde men zijn ellende en verlossing kennen. Omdat echter kenteekenen kunnen bedriegen, kwam de inhoud van de preek daarop neer, dat de mensch eigentlijk geen zekerheid kan hebben van den staat zijner zaligheid. Met loeiende stem galmde hij oveji) de diepgezonken hoofden zijner hoorders en voerde zoo zijn gemeente op, tot het hoog« tepunt der wanhoop. Het gevolg?
Het gevolg?
's Maandagsmorgen ging de mare door het dorp, dat een vrouw die voor een diep« doorgeleid kind des Heeren werd gehouden, zich dien nacht van het leven had beroofd... De derde pi eek was in de kleine Kerk. Daar prceste Krientje Boone, de lappen» koopman, die door de bijzondere mate der bediening des H. Geestes was toegelaten tot het predikambt. Hij sprak over Ps. 46 vers 9. „Komt, aanschouwt de daden des Heeren." Hij had dien tekst gekozen, omdat de regeering zooveel tarwe liet vernietigen. Hij wandelde eerst de geheele wereld door en vergeleek de daden der regeering bij die; van den jjitóloozen in Rusland. Daarna kwam hij op de verdorven staat des men« sehen en wees op de verschrikkelijke daden des Heeren, Judas, Saul, Farao, de rijke man enz. Juist nam hij een teug water mij een glas, toen een man de stilte verbrak, en met de armen zwaaiend uitriep: voor eeuw^ verloren! voor eeuwig verloren! De stak« kert werd weggebracht en heeft eenige jaren in een gesticht doorgebracht
Dat is nu het geestelijke voedsel, ver« gadering, dat ons Zondag aan Zonda'g* wordt opgedischt. Is het wonder dat wij zc^er te beklagen zijn? En die vreeselijke godsdienst strekt zich ook uit tot onze Gr. v. Pr. School. Dan komt Krientje Boone weer in het geding.
Dan komt Krientje Boone weer in het geding. Die figuur heeft heel wat op z'n geweten. Als lapjeskoopman wist hij met vrome praat« jes z'n lappen te verkoopen Hij schold| daarby op het vereen, leven, op de Chr. School .Beter naar de Openbare, dan' naar een school, waar ze met een ingebeelden. hemel naar de hel gaan. Maar wat gebeurd? Krientje komt in den gemeenteraad. Doordat een groot overschot verloren ging was dit oorzaak, dat er 2 Socialisten gekozien Werden, waarvan als eerste Kees van vr. v. Dgk, Eenmaal raadslid zijndtj werkt Krientje ook met een lijst voor hand« teekeningen tot oprichting van een Chr. School, en als vrouw van Dijk dan vraagt, waarom hij daar vroeger zoo tegen was, antwoordt Krientje, omdat er nu een paar mai nen in de Kamer zijn, die kennis heb« ben aan het genadeleven, daarom krijgen wij nu weer scholen, w'anT de zuiver oude beproefde waarheid, weer wordt ge« leerd. De ."^chool komt er. Op het mooiste plaatsje van het dorp, een modern gebouw met piachtige luifel en rechthoekige ramen. En voor Krientje en z'n makkers een mooie bestuurskamer met makkelijke fauteuils en een zwaar gi'oen kleed op tafel. Er waren nogj ryet genoeg 'kin/deren'.
Er waren nogj ryet genoeg 'kin/deren'. Krientje gaat er zelf op uit, en gebruikt dan motieven als: „Kuijper heeft geleerd, dat alle kinders, die maar een paar druppeltje,s doopwater aan d'r voorhoofd gehad hebben, voor eeuwig uutverkore benne." Het is een leer die rechtstreeks in de helle uitgedacht is."
Zoo gaat R. v. R. door, niet ontziende achtb. colleges en personen op de meest kwetsende wijze te krenken en de godsdiens« tige richtingen op geheel verkeerde wijze voor te stellen.
Tegen deze wijze van voorstelling gaat in de eerste plaats ons protest. Zijn de feiten onwaar? Gedeeltelijk niet. Maar de vraag is, heefi iemand het recht met de feiten die in het dagelijksche leven voorkomen, een geheel volk ie smaden, predikanten te bla« meeren, en de waarheid door het slijk te sleuren?
In de kringen van R. v. R. komenl de« zelfde dingen voor. Niet uit verwijt, maar om het onbetamelijke van den schrijver, wil ik enkele feiten meedelen. In mijn jeugd ging ik ter catechisatie bij een zeer bekend Ger. Pred. te Rotterdam (van wie nu nog cat. boekjes zijn) die een dochter had, die terwijl hij stond te preeken op het tennis« veld was. En een ander zeer bekend pre« dikani uit de kringen van R. v. R. maakte zich schuldig aan het 7e gebod. Weer een vooraanstaande persoonlijkheid, was houder van een berucht bordeel en een eigen nivhtje var. i,pr., etn gouvÄnante, weer uit den« zelfden kring, eindigde na een zeer gespan]« nen leven, haar leven in een krankzinnigen gesticht.
Gaat het nu aan, om met die feiten voor oogen een boek te schrijven? Foei, even« min betaamt het R. v. R. Toch hebben wij' tegen de Wijze van voorstelling niet het ergste bezwaar. Erger is dat R. v. R. in zijm boek de Spiot drijft met de werking des H. Geestes, gev/erkt in de harten van Gods uitverkoren volk. Van dat wondere werk der wedergeboorte geeft R. v. R. een voorstelling, die met de H. Schrift in strijd is. Dat is ons hoofdbezwaar. Als de Heere dat Werk in het hart verheerlijkt, maakt hij de ziel van dood levend. Die in Christus is, is een nieuw schepsel. Door ontdekkende genade waarin de ziel leert, hoe t groot haar zonde en ellende dj, bfehaagt "het den Heere te leiden tot de vrijheid en verlos« sing, die er in Christus is. De Heere be« schrijft dit zelf. Ik ial ze voeren met smee« ken en geween. Gij bedrukte, door onwe« der voortgedrcvenen etc. En in Zach. 9 vs. 12. Keert gijüeden weder tot de sterkte gij gebondenen die daar hoopt, ook heden verkondig ik U, dat Ik U dubbel zal we« dergeven. (Jes. 42; 49; 61.) De gebondenen opening der gevangenis! Dit geschiedt door de werkingen des H. Geestes, waardoor de ziel door het geloof Christus en alle wel« daden leeit aannemen en deelachtig wordt. Geheel anders als R. v. R. beschrijft. Blijd: sdhap is er dan in de ziele: Roemt nu met nieuwe lofzangen, de nieuwe blijken van Zijn gunst. Zij verlustigen zich in God: Wien heb ik nevens U in den hemel — en — Maar 't blij vooruitzicht, dat mij streelt enz Deze leer, die naar de Godzaligheid is, moeten wij onze kinderen voorhouden. Geen veronderstelde wedergeboorte, geen leer, dat de genade erfgoed is, enz. maar getrouw de wacht houden bij het beginsel, want zegt de Schrift: tenz'ij dat iemand we« dergeboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Er ligt in dit boek een waarschuwing
Er ligt in dit boek een waarschuwing voor ons. Laat ons schriftuurlijk zoeken te wandelen, buigende voor het Woord Gods, ge'bonden zïjn aan dat Woord.'Onze kinderen afmanen van de zonde en met hen spreken over het Woord. Laat ons niet zijn als die niet willen mgaan en ook zoeken anderen te verhinderen, maar laat ons zelf en voor ons zaad zoeken in te gaan door de deui in den stal der schaipen. Worden wij dan gespot, gehoond, gelasterd, laat de troost zijn, dat eeuwen voor ons onze god« zalige vaderen dit pad bewandelden en heb» ben gezongen;
„Gedenk den smaad, die elk van Uwe knechten lijdt
„Waarmee elk machtig volk mijn bang gemoed doorsnijdt.
„Den smaad o Heer, waarmee Uw haters ons beladen,
„Waarmede zij den gang van Uw Gezalfden smaden. „Gij immers wilt of zult
„Gij immers wilt of zult nooit onze hoop beschouwen.
„De Heer zij eeuwig lof, en elk zegg" Amen, Amen.
(Slot io volftttd juuiiiMifr)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1936
Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1936
Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's