Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De schrik van Nieuwe Tonge voor het Tribunaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schrik van Nieuwe Tonge voor het Tribunaal

Jan Keijzer "^veroordeeld tot 6 jaar; Jan Riedijk tot 5 jaar.

21 minuten leestijd

Gerritse was een Führer in 't klein. Verolme mag naar huis.

Woensdag 21 Mei hield het Tribunaal zitting onder presidium van Mr. C. Jonker, adj. Secrt. Mr. J. M. Hovenkamp en leden Notaris Ris en D. Leijdens. Uitspraak wordt gedaan in de zaak van

J. C. Lugthart te Dirksland.

Het Tribunaal is overtuigd dat bekl. gedurende de bezetting aan de goede kant heeft gestaan, doch een onvergeeflijke foutieve daad heeft gedaan. Op 6 Aug. 1947 zal hij uit internering ontslagen worden, terwijl geen verdere maatregelen tegen hem zullen worden genomen.

Volgt uitspraak in de zaak van J. L. Keijzer

te Sommelsdijk. Voor zijn dienstname als soidaat bij het vijandelijke' leger kan het Tribunaal geen enkele verontschuldiging aa/'"emt-n.

Hij wordt geïnterneerd voor den tijd van 6 jaar. eindigende 11 Mei 1951.Verder ontzetting uit de kiesrechten en verbod openbare ambten te bekleden voor zover oplegging van deze maatregelen nog mogelijk is, terwijl hem dienstnemen bij de gewapende macht wordt verboden. Bij de uitspraak in de zaak van

Jan^Riedijk te Herkingen neemt het Tribunaal in aanmerking, dat hij zich een vijand van het Nederlandse volk heeft betoond.

Hij wordt geïnterneerd voor den duur van 5 jaar, eindigende 5 Nov. 1950. Verder wordt hij ontzet uit het recht openbare ambten te bekleden en het kiesrecht uit te oefenen voor zover oplegging van deze straf nog mogelijk is, terwijl hij geen dienst meer mag nemen bij de gewapende macht. Vervolgens wordt - behandeld de zaak

Vervolgens wordt - behandeld de zaak tegefi Abraham Johannes Gerritse

25 jaar, ambtenaar Distributiedienst te Nieuwe Tonge, die terecht staat, dat hij hulp of steun verleend of getracht heeft te verlenen aan de vijand, door: in Mei 1944 te Zevenbergen vrijwillig in dienst te gaan bij Weermachtsaannemer Krijnen; te Roosendaal vrijwillig in dienst te gaan bij een Weermachtsaannemer in de functie van Bauführer; in Sept. '44 te Oude Tonge, vervolgens in Nieuwe Ton-' ge de functie te vervullen van Bauführer, poulier, hoofdpoulier en Bauunternehmer bij de weermacht en als zodanig werkkrachten, paarden, wagens en melk te vorderen voor de Weermacht, daartoe zelfs mensen op straat aan te houden en de afbraak van twee schuren te leiden; door vrijwillig de Duitsers behulpzaam te zijn bij de evacuatie van Nieuwe Tonge; door bij de Duitsers aan te geven dat J. A. Peperstraten op zijn wagen levensmiddelen vervoerde voor evacué's, waarna deze een zak tarwe van C. Bakker en een zak meel van van Nieuwenhuijzen in beslag namen; door samen met 'L. Verolme en anderen leegstaande woningen van geëvacueerden open te breken en goederen weg te halen, althans de Duitsers daartoe in staat te stellen, o.a. de woningen van 'Verhoek, Breesnee, van Prooyen, Damsma, de Wit, G. C. en J. van Schouwen, T. B. van Vught en de Vin, de winkel van L. v. d. Tol en de werkplaatsen van Robèr en v. d. Berg; door de Duitsers behulpzaam te zijn bij de rijwielvordering, o.a. in de woningen van Noordermeer, Drooger en Buscop en met hun meerdere woningen daartoe open te breken.

Verder heeft hij blijken van ingenomenheid met de vijand gegeven door geregeld te drinken en te roken met de Duitsers; door met L. Verolme bij de Ortskomm. Kiefer aan te geven dat wachtmeester Verhoek een rapport opmaakte van het vervoeren voor de Weermacht van een geroofde windcharter, waarvoor Verhoek bij Kiefer werd ontboden en enkele dagen later geëvacueerd; door de Ortskommandant te steunen in de aan zich getrokken bevoegdheid tot het uitschrijven van vergunningen om het spergebied te betreden en mensen aan te houden; o.a. A. Smits te gelasten zich zo'n vergunning te laten uitschrijven, en door het N.S.B, gezin van Doorn uit Roosendaal bij zich in huis te nemen. Verder heeft hij voordeel getrokken van de vijand door van luit. Langharig vergurming te krijgen om zich op Flakkee te vestigen: door goederen uit woningen van geëvacueerden te halen en deze ten eigen bate aan te wenden, w.o. boeken, een rookfauteuil, tafel, textielgoederen, bureaustoel, kastranden, wijnglazen, timmergereedschap, 7 paar damesschoenen en twee platen zooileer; door het gemeentehuis te Nieuwe Tonge en de daar tegenover gelegen woning in beslag te nemen en te stofferen met van geëvacueerden geroofde goede):;pn. Tenslotte heeft hij op grond van zijn landverraderlijke functies zijn rijwiel mogen behouden.

Bekl. verklaart, dat wegens fraude bij het distributiekantoor te Zwolle, waarbij werkzaam was, als represaille 200 ambtenaren naar Duitsland gezonden werden. Hij is toen ondergedoken en via een arbeidsbureau bij een Weermachtsaannemer terecht gekomen, waar hij als opzichter tewerk werd gesteld. Wel is bekl vrijwillig naar een andere aannemer te Roosendaal gegaan.

Bekl. was daar bij fam. van Doom, waarvan hij met een dochter verloofd was. Toen de Engelsen kwamen is hij met de fam. v. Doorn naar Flakkee gekomen. Tot driemaal toe heeft wachtmeester Verhoek hem in opdracht van de Weermacht gevorderd. Hij werd als poulier aangesteld over een groep van 10 personen. Die mensen kregen maar ƒ 20.— loon uitbetaald, terwijl er ƒ 60.— voor hen verantwoord was bij Osseweijer. Toen heeft bekl. daarover gereclameerd en is Osseweijer ontslagen, waarna hij als Bauführer aangesteld werd. Bekl. ontkent zelf wagens enz. gevorderd te hebben.

,,Daar kunt U me geen enkel bewijs van overleggen!" zegt hij brutaal. De Pres. legt hem echter een door hem getekend vorderingsbevrijs voor, waardoor bekl. schaakmat werd gezet. „Het was je in de kop geschoten," bijt de pres. bekl. toe. „De grote meneer spelen, dat wou U! Je had geen enkel vorderingsrecht! De melk die je vorderde ging er op door, dat het voor kinderen was, maar de Duitsers moesten melk drinken!" Bekl. ontkent schuren gevorderd te hebben; wel is onder zijn leiding en met zijn arbeiders de afbraak geschied. Bij de evacuatie heeft bekl. niet geholpen, zegt hij, alleen maar enkele mensen aangewezen waar ze woonden. Wachtmeester Verhoek is wegens weigering om. de evacuatie te leiden geëvacueerd geworden; niet om de kwestie met de windcharter, zoals wordt beweerd.

,,Dan was dat een goede vaderlandse daad van Verhoek" zei de Pres. „Dat is het ook" geeft bekl toe.

Bekl. ontkent pertinent dat hij tarwe en meel op de wagen van Peperstraten In beslag zou hebben genomen, hoewel deze dit onder ede heeft verklaard. Bekl. zou volgens Peperstraten zijn wagen hebben aangehouden, het zeil opgelicht en daarna de Duitsers gewaarschuwd hebben, die de zakken in de weermachtskeuken lieten brengen, doch bekl. ontkent dat het zo gebeurd is. Dat bekl. in verschillende woningen is geweest, geeft hij toe, doch alleen om enkele dingen te vorderen, o.a. de schrijfmachine van Verhoek, enz. In de woning van v. d. Tol is hij geweest met medeweten van een familielid van hem en de smid van der Velde. Het leer van v. d. Tol heeft hij opgeborgen om dit voor hem te bewaren.

„Dat is mooi" roept de pres. „En dan richt je je woning daar van in en stop je wat in een geheime bergplaats!" Bekl. zei voornemens geweest te zijn om de uit de huizen gehaalde goederen aan de rechtmatige eigenaars terug te geven, indien hij niet opgepakt was. Hij heeft tegen Verhoek gezegd, dat er verschillende dingen bij hem stonden, waarvan hij de eigenaars niet wist. Wat de kwestie v. d. Tol betreft, be

Wat de kwestie v. d. Tol betreft, beweert bekl. dat hij de platen zoolleer en een zak met 16 paar schoenen over de schutting heeft gegooid om deze nog te redden, vandaal- dat ze in zijn woning zijn aangetroffen. Hij kon niet verhinderen dat ze zijn naaimachine e.d. meenamen.

„Dus je hebt allemaal goede daden gedaan?" vraagt de pres. Bekl. wil dit niet beweren, want hij is overtuigd, dat hij zich beter van de hele zaak afzijdig had kunnen houden. De kwestie van de windcharter komt dan ter sprake. Daar is bekl. niet debet aan. Hij kwam toevallig Verolme tegen met een monteur, die dat ding in opdracht van de Weermacht moesten halen.

,,Een minderwaardige, misselijke, on­ Nederlandse houding hebt U aangenomen!" zegt de pres. verontwaardigd. „Dat is juist", geeft bekl. toe. Het geval van de vergunning Smits legt bekl. uit als zou hij Smits gewaarschuwd hebben, dat hij niet in de cel gestopt zou worden.

Verschillende andere dingen beweert bekl. gedaan te hebben in opdracht van de Duitsers. ,,Je was een slaafse knecht van de moffen!" zegt de pres. „Dat is fout van me geweest!" geeft

„Dat is fout van me geweest!" geeft verd~. toe. De Pres.: „Wat bezat U in 1940?" Bekl.: ,,Niks, meneer de president," ,,De Pres.: Dan heb je dat alles in en

,,De Pres.: Dan heb je dat alles in en door de oorlog verdiend, want nu heb je 14.000 gulden!

Bekl. zegt dat het" totaal 17.000 gulden was, doch hij heeft nog een schuld aan zijn vader van 3.500 gulden, zodat dit vrijwel uitkomt. Het geld heeft hij grotendeels verdiend met gokken om francs te Amiens.

Dhr. Leijdens: „Waarom ben je geen N.S.B.-ër geworden?" Bekl. vond dit een landverraderlijke

Bekl. vond dit een landverraderlijke beweging en door de omstandigheden, dat hij bij de Duitsers is gekomen, is hij te ver gegaan. Nu heeft hij er spijt van .

„Maar wel was je verloofd met een N.S.B.-meisje en nam je een N.S.B.-familie in huis, interrumpeert de Pres. Dhr^ Lerjdens: „De mensen waren bang van U in Nieuwe Tonge, je was de schrik van het dorp!

Bekl. geeft dit toe, hoewel hij deze bangheid wel wat misplaatst vond. Dhr. Leijdens: Je had een bevlieging van machtswellust en was een führer in 't klein!

Bekl. zegt dat hij te ver gegaan is, maar heeft nooit iemand verraden. Hij wist radio-toestellen te staan; wist van de zender op den Bommel, doch heeft er nooit iets van tegen de Duitsers verteld.

De verdediger.

Mr. J. Brenkman zegt, dat de dagvaarding de indruk geeft, dat er een grote schurk terecht staat. Als ambtenaar van de distributie heeft hij nooit pro-Duitse neigingen gehad. Mensen heeft hij nooit gevorderd, en werd in N. Tonge beschouwd als de enige civiele autoriteit, die met de Duitrers praten kon. Dat bekl. op eigen houtje huizen opengebroken had, acht pi. niet vaststaand. Robèr heeft bekl. schriftelijk verzocht goederen uit zijn woning weg te halen. De brief kan bekl. niet meer tonen, maar hij kan dit met bewijs staven. PI. gelooft niet dat bekl. een kwaad opzet heeft gehad. De omstandigheden hebben meegewerkt om een deliquent te maken. Rekening dient in de strafmaat gehouden te worden met het feit dat hij enige zoon was, die door zijn ouders verafgood werd en zeer eigenwijs was, waardoor hij tot deze dingen gekomen is.

PI. dringt aan op een zo kort mogelijke straf. Over 14 dagen zal het Tribunaal uitspraak doen.

Willem Boom 24 jaar, Machine-bankwerker te Middelharnis, wordt ten laste gelegd, dat hij hulp of steun verleend heeft aan den vijand door in 1942 vrijwillig aan een Duitse Ausbildungswerkstatt te R'dam een opleiding te volgen voor machine-bankwerker, waaraan de voorwaarde was, dat hij daarna vrijwillig in Duitsland ging werken: door in 1942 vrijwillig in Stuttgart te gaan werken; door in 1944 vrijwillig dienst te nemen bij de Waffen S.S. en daarbij dienst te doen als artillerist, dragende het bloedgroepteken dei S.S.

Bekl. geeft toe de opleiding te hebben ontvangen, doch zeide niet te v/eten dat hij daarop naar Duitsland zou moeten. In Stuttgart heeft hij in de Bosch fabrieken gewerkt, doch wist niet wat er vervaardigd werd. Bekl. zegt, dat Bolkenbaas bij hem is geweest om hem tot de opleiding te bewegen. Hij heeft er wel 3 Vj uur over zitten praten en gezegd dat iiij niet naar Duitsland moest. Na zijn opleiding kreeg hij 14 dagen veilof en wi'rd toen via het arbeidsbureau te Vlaardingen gedwongen naar Duitsland te gaan.

Dooor een gesprek in een café te Stuttgart met een Hollander die aan de luchtbescherming in den Haag zei te zijn is hij met deze weer naar Holland gegaan en in Hoogeveen terecht gekomen. Daar werd hem in een school gezegd: licht je arm op en kreeg hij het bloedgroepteken. ,,Denk je nou, dat we zo'n verhaal geloven?" zegt de president. ,,Heb je dan nooit aan die man gevraagd wie hij was en dacht je dat je je ann moest oplichten om je te kietelen?

Bekl. vervolgt zijn verhaal en vertelt van Hoogeveen naar Tsjecho-Slowakije te zijn gegaan. „Maar je hebt getekend voor de S.S."

„Maar je hebt getekend voor de S.S." zei de pres. „en je kreeg een legeruniform aan. Je dacht zeker dat je zo maar een mooi pakje kreeg?"

Bekl. ontkent eerst opleiding in Tsjecho-Slowakije gehad te hebben, doch in een eerste verklaring die hij afgelegd heeft, heeft hij beweerd, dat hij opleiding bij de artillerie gekregen had. Schoorvostend geeft bekl. dit tenslotte toe. Bekl. is later gedeserteerd en in Aug. '45 door de Amerikanen aan de Hollandse instanties overgeleverd. De Pres. brengt bekl. onder het oog,

De Pres. brengt bekl. onder het oog, dat hij een dergenen was, die de bevrijding van ons land hebben tegengewerkt, omdat hij de wapens tegen eigen land heeft opgenomen.

,,Ik wist het niet; ik was nog jong',, verdedigt bekl. zich. Mr. Feijkes de verdediger van beklaagde, meent dat hij niet vrijwillig bij de iS.S. in dienst is gegaan, omdat hij te Stuttgart zich slechts opgegeven had bij de luchtbeschermingsdienst en toen onvrijwillig als lid der S.S. is ingeschreven. Verder heeft bekl. een blanco strafregister, waarom pi. eerbiedig verzoekt zijn internering te doen eindigen met de tijd, die hij reeds gezeten, heeft.

Het Tribunaal zal op Dinsdag 3 Juni uitspraak doen.

Dan komt voor Bastiana Verweij

42 jaar. Echtgenote van L. Roetman te Middelharnis, die zich te verantwoorden heeft voor het feit, dat zij in 1941 zich heeft aangesloten als lid der N.S.B, en dit gebleven is tot het einde der bezetting, althans tot eind Aug, 1943.

Bekl. beweert nog nooit geen contributie betaald te hebben. Uit gevoerde correspondentie van de administrateur Vroegmdeweij blijkt dat bekl. toch lid was met haar man, doordat deze schreef aan een hogere instantie dat Roetman en z'n vrouw geen contributie betaalden omdat ze die te hoog vonden. Bekl. weet nergens van; nooit hebben ze bij haar om contributie gevraagd. Als ze lid geweest is, is het buiten haar weten geweest. Ze heeft er al veel over gedacht maar kan niet tot een oplossing komen. Dat Koert contributie voor haar betaald zou hebben is haar onbekend.

Haar echtgenoot L. Roetman weet er ook niets van. Met Vroegindeweij heeft hij een keer conflict gehad over Winterhulp, verder had hij nooit iets met de N.S.B, te maken.

Over 14 dagen zal uitspraak gedaan. worden

Vervolgens staat terecht Anthonis Kiedijk 27 jaar, landarbeider te Herkingen die beschuldigd wordt, dat hij hulp of steun aan de vijand verleend heeft door abonnement Nationale Dagblad; in 1942 vrijwillig in dienst te treden bij de O.T. te Ouddorp en dienst te doen als wachtsman bij de fa. Hoek; in 1943 vrijwillig in dienst te treden bij de S.S., daarvan een bloedgroepteken te ontvangen en dienst te doen o.a. te St. Michielsgestel en op de Velu we; zich als sympathiserend lid aan te sluiten bij de N.S.B.; aan te sluiten bij de W.A., in het uniform waarvan hij wachtdiensten deed te Ouddorp. Verder gaf hij blijk van N.S.B, gezindheid door met andere W.A. mannen ge-uniformeerd door Herkingen te marcheren, onder het luidkeels zingen van N.S.B.- en W.A.-liederen en in een aan zijn vader en zuster gerichte brief naar aanleiding van door de Duitsers gedane arrestatie onder goede Vaderlanders te schrijven: ,,Nu, het werd dan toch eens tijd ook, hé vader, er zouden er nog een paar bij moeten, daar zitten er nog wel een paar kwaden onder, hé!"

Bekl. herinnert zich niet meer dat hij lid der N.S.B, is geworden, doch de pres. leest hem voor, dat bij hem door Hester Bakelaar contributie was geïnd. Bekl. meent dat deze juffrouw met een bus voor frontzorg kwam; een lidmaatschaps kaart heeft hij niet gehad. „Dan moet je niet betalen!" zei de president. Maar bekl. heeft het slechts 6 keer gedaan en is er toen mee gestopt. Een uniform van de W.A. heeft bekl. niet gehad; ,,het was maar een burgerjasje met van die opgenaaide rommel er op," zegt hij. Eén Zaterdagmiddag heeft hij over Herkingen gemarcheerd. Hij is uit Ouddorp weggegaan omdat hij moest worden ingeënt en daar had hij bezwaar tegen. ,,Maar wel liet je een bloedgroepteken aanbrengen", zegt de Pres. Bekl. is van Ouddorp i

naar den Haag gegaan, waar hij getekend heeft voor Waffen S."S. In Amersfoort is hij in een Duitse uniform gestoken en vandaar naar St. Michielsgestel getransporteerd, waar hij drie maanden wachtdiensten gedaan heeft. „Je hoeft me niets te vertellen, zei de pres. „ik zat er zelf!"

Later wilde men bekl. africhten, doch hi] is toen toch weer bij de paardenafdeling gekomen en in Millingen op de Veluwe geweest. Op 6 Mei '45 zou hij wegens desertie doodgeschoten worden. Door de B.S. is bekl. toen opgepakt op 17 Mei '45.

Dat bekl. de aangehaalde zinsnede in de brief geschreven heeft herinnert hij zich niet meer. De Pres. toont hem de brief, doch bekl. weet niet of hij hem geschreven heeft. „Als ik het gedaan heb, ben ik een idioot geweest om dat te schrijven, zegt bekl. „De Pres.; „Het is nog idioter om te

„De Pres.; „Het is nog idioter om tegen je eigen land te vechten!" De Pres.: Van welke godsdienst was U?

Bekl.: ,,Van de Geref. Gemeente." De Pres.: „Wel had je bezwaar tegen inenten, dat voor je gezondheid werd gedaan, maar een bloedgroepsteken onder je arm en vechten tegen je landgenoten vond je niet erg!" De verdediger, Mr. Feljkes acht het tenlastegelegde bewezen, zodat bekl. zijn straf niet kan ontgaan.

PI. heeft nog een paar verklaringen uit St. Michielsgestel, dat bekl. paardenvordering voorkomen heeft. Met de tijd die bekl. geïnterneerd is geweest vindt PI. dat hij voldoende gestraft is, waarom hij verzoekt geen langere internering op te leggen.

Bekl. vraagt tenslotte of hem nog gelegenheid zal worden gegeven voor zijn vrouw en kinderen te mogen werken. Hij is er Ingelopen, door mooie voorspiegelingen om uit zijn armoe te geraken. Het hardste en zwartste heeft hij gedaan, maar kon zijn brood niet verdienen, dus werd hij door Koole beïnvloed.

Op 3 Juni zal het Tribunaal uitspraak doen. Tenslotte dient de zaak tegen Leendert Verolrae 43 jaar, tuinder te Oude Tonge.

Hem wordt ten laste gelegd dat hij hulp en steun verleend of getracht heeft te verlenen door: in Mei 1942 vrijwillig in dienst te gaan bij de O.T. te Ouddorp en daar stellingbouw te verrichten; het vrijwillig in diensttreden bij de Lagerbewaking der fa. Hoek te Ouddorp en daar voor wachtdiensten te vernichten in W. A.­ verband; in Maart 1943 vrijwillig een opleiding te volgen voor onderlagerführer te St. Cloud bij Parijs; door vrijwillig in Marseille dienst te doen als zodanig bij de bewaking van O.T.­kampen, gekleed in Duits O.T.­uniform en gewapend met een geweer; in den tijd dat hij geëvacueerd was te Nieuwe Tonge vrijwillig werkzaamheden te verrichten voor de Duitse Weermacht, de Ortskommandant Kiefer en de Bauführer A. J. Gerritse, o.m. vrijwillig medewerking verlenen aan de evacuatie van deze plaats; zelfstandig, althans in vereniging met Gerritse, S. v. d. Velde en Kiefer meerdere woningen van geëvacueerden open te breken en daaruit goederen te halen en leden van de Weermacht in staat te stellen dit te doen; samen met Gerritse uit zo'n woning een windcharger met sehakelbord te halen en spijkers enz. uit de werkplaatsen van A. Robèr en van den Berg, mee te nemen en te verbande­ len of te schenken aan M. Osseweijer en T. Visser, die voor de Weermacht werkten; in Februari 1944 zich te melden bij de Landwacht; te colporteren met Vova.

Verder heeft hij blijk gegeven van ingenomenheid met de vijand door tegen Wachtmeester Verhoek, die een rapport wilde opmaken van een geroofde windmolen door Verolme en Gerritse, te zeggen: „daar heb jij geen d mee te maken en ik zal jou vanavond op het matje laten komen," wat dienzelfden avond is gebeurd en Verhoek van Ortskomm. Kiefer in tegenwoordigheid van Verolme en Gerritse een uitbrander kreeg.

In Sept. '43 heeft hrj zich als symph. lid aangesloten bij de NJS.B. en tenslotte heeft hij voordeel getrokken van door den vijand genomen maatregelen wegens door bemiddeling van Bia de betrekking te krijgen als gemeentebode van Oude Tonge; door als hulp­landwachter 2 rijwielbanden toegewezen te krijgen en op grond van zijn landsverraderlijke functies zijn rijwiel te mogen behouden en door goederen uit geëvacueerde woningen zich toe te eigenen. _

Bekl. geeft gedeeltelijk de tenlastelegging toe. Via de arbeidsbeurs is hij bij de firma Hoek terecht gekomen. Door mooie beloften is hij naar Frankrijk geronseld en kon hij er niet meer van onder. De pres. toont bekl. enkele foto's waar bekl. in uniform op stond. Wat hij in N. Tonge heeft uitgevoerd ging onder dwang van de Duitsers en omdaï hij gemeentebode was. Bekl. geeft toe dat hij het niet had moeten doen. Spijkers enz. heeft bekl. meegenomen om ze voor de eigenaars te bewaren. Deze stonden op 't gemeentehuis. Op aandringen van Bia is bekl. aan de Landwacht gegaan. Een keer moest hij met Burg. Brinkerink mee om met Vova te colporteren.

De wincharter moest bekl. met een monteur in opdracht van de Duitsers halfflft.

„Het is doodeenvoudig diefstal',, zei de pres. „Er waren geen vorderingsbriefjes afgegeven. En dan ga je daar de Duitsers bij halen, toen Verhoek aanmerking maakte om je op je gapperij te wijzen.

Bekl. zegt dat de ortScommandant al gezegd had: Als Verhoek er aanmerking op maakt, moet je hem maar eens naar me toesturen. Dat heeft feekl. gedaan, doch er later zijn excuses voor aangeboden aan Verhoek. Notaris Ris informeert bij bekl. wie

Notaris Ris informeert bij bekl. wie de lijst heeft samengesteld voor de evacuatie naar Krimpen a.d. IJssel. Bekl. weet dit niet te zeggen. Hij heeft alleen maar de evacuatie­biljetten samen met Gerritse weg moeten brengen bij de betrokkenen.

, De verdediger Mr. Stenfort­Kroesse meent dat bekl. kennelijk onder de indruk is en alle tenlasteleggingen toegeeft. PI. acht bekl. absoluut te goeder trouw. Om niet naar Duitsland te moeten is bekl. bij de O.T. terecht gekomen. Van vrijwillige lagerbewakiug is geen sprake en er is geen bewijs dat hij aan de W.A. was. Door het zwakke karakter van bekl. is hij meegetroond naar Frankrijk onder schone beloften. Toen men hem een opleiding wou geven, is hij na zijn protest civiel tewerk gesteld. Hij heeft geen dienst gedaan met een geweer, doch dit slechts geleend om op de foto te gaan. Later is hij weer met verlof gekomen en heeft een scherpe brief aan Max Blokzijl geschreven over de manier van ronselen, die op hem was toegepast. Toen hij in Frankrijk was is hij automatisch sympathiserend lid geworden van de N.S.B, buiten zijn wil. Oni onder te duiken is hij aan de Land­ , wacht gegaan en heeft daarvoor nimmer diensten verricht. Nadat hij gemeentebode geworden is, moest hij meerdere karweitjes in opdracht van wnd. burgemeester de Wit uitvoeren. Hij moest de smid en timmerman opdracht geven om huizen open te breken, wat pi. met een brief van Osseweijer aantoont. Deze geeft een zeer gunstige verklaring over verd. en ook legt pi. een brief te zijnen gunste over van oud­weth. van Alphen W.A.z. PI. schetst vervolgens de oorzaak van de minder goede verstandhouding tussen bekl. en wachtm. Verhoek, welke laatste zijn paadje iri het procesverbaal schooH wil vegen. Het stelen van de windmolen gaat spr. ook na. Deze is echter door een monteur gedemonteerd. Om te voorkomen dat de spijkers van Robèr in Duitse handen zouden komen, heeft bekl. ze bij hem thuis neergelegd. Diefstal is nimmer zijn bedoeling geweest. PI. geeft toe, dat de gespannen verhouding tussen bekl. en Verhoek aanleiding is geweest, dat bekl. deze bij de Ortskommandant heeft aangeklaagd. Zijn gemaakte excuses zijn echter door Verhoek aanvaard. PI. wijst er op dat bekl. zeer veel goede dingen gedaan heeft, waarover hij enkele rapporten overlegt. PI. vraagt onmiddellijke invrijheidsstelling, temeer daar zijn vader hem dringend nodig heeft voor landarbeid.

• Bekl. voert tot slot nog aan uit armoede gedwongen te zijn tot dienstname bij de O.T., terwijl naderhand het ene uit het andere voortgekomen is.

Na in raadkamer te zijn geweest deelt de president mede dat op 3 Juni uitspraak zal worden gedaan en dat tot zijn onmiddellijke invrijheidsstelling werd besloten.

De volgende zitting van het tribunaal zal plaats hebben op Dinsdag 3 Juni.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

De schrik van Nieuwe Tonge voor het Tribunaal

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's