Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Folklore

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Folklore

EN TAAL

6 minuten leestijd

De kèrreke IL

In een mensenleeftijd is er aan de Goereese kerk heel wat veranderd en verbeterd. Ik wees er al op, dat de houten vloer nu is doorgetrokken tot de tochtdeuren, dat de hele kerk van binnen is geverfd en dat er nu een mooi orgel is, dank zij wijlen David Lodder. Vroeger moest het orgel getrapt worden nu gaat het electrisch. Men kent nog de uitdrukking: het urgel trappen, d.w.z. de baas spelen, de lakens uitdelen.

Toen ik een kind was, hingen er in de kerk grote 6-armige kandelabres, waarop kaarsen brandden in de avonddienst, ook op de zijkanten van de kerk aangebrachte armen. Later werden de kaarsen vervangen door witte petroleumlampen, die ook maar een matige verlichting gaven en nog later verdwenen de armen der kandelabres en hing men grote petroleumlampen aan de stangen. Ook deze verlichting is uit de tijd; dank zij de electriciteit is nu de kerk 's a- vonds behoorlijk verlicht.

Vroeger was er geen verwarming in de kerk en zaten de mensen in hun jassen en mantels nog met witte en blauwe gezichten van de kou, als het vroor. Dan zag men voor kerktijd de meisjes de stoven in de kerk brengen of zorgde de koster ervoor. Er zullen nog wel enkele mooi-uitgesneden kerkstoven met koperen hengsels zijn voor het Streekmu.seum. Later werd er een grote kachel achter in de kerk geplaatst, maar afdoende is de verwarming pas geworden na de invoering der centrale verwarming.

Een grote verbetering is verkregen, door het aanbouwen van een nieuwe consistoriekamer aan de westzijde van de kerk. Nu kunnen de predikant en de kerkeraad rechtstreeks de kerk binnenkomen en behoeven ze niet, als ganzen achter elkaar, eerst de hele kerk door te lopen.

Den domenee, zegt men in Gloeree, maar in de laatste jaren hebben ze weer geen eigen predikant. „Het domeneeshuus" (de pastorie) staat leeg, of liever: wordt voor andere doeleinden gebruikt. De predikant van Ouddorp, ds Steur, is de konselent (consulent) en verder preken de andere riengdomenees of een godsdienstonderwijzer. Over 't algemeen hoort men in Goeree graag 'n zwaeren domenee (een rechtzinnig predikant) of, zoals men ook zegt 'n ortdoksen; een vrijzinnig predikant noemt men 'n luchten domenee De predikant houdt ook ,,vraogkèrre

De predikant houdt ook ,,vraogkèrreke" of kattekesaosje (catechisatie). Vroeger hadden de kinderen een klein vraogboekje; vragen met korte antwoorden, en moesten ze de „vraogen opzègge. 'k Zal 'n de vraogen wel es opzegge", betekent: ik zal hem wel eens goed de les lezen. Oudere leerlingen gebruikten: „Kort Begrip". Vragen zonder het gegeven antwoord, meestal kleiner gedrukt, heten „blinde vraogen." Soms is er een tekst bij gegeven, waar men het antwoord kan vinden. Er is 'n aparte catechisatie voor de annemeliengen, maar over 't algemeen is de animo om lidraaete van de kerk te worden, of zaals men ook zegt beliejenis te doewen, niet groot in het dorp.

't Voornaamste werk van de predikant is natuurlijk het leiden der godsdienstoefeningen, inzonderheid het preken. Vroeger las de ,,voorzienger" of voorlezer na het zingen van de eerste psalm (salm is het oude woord dat mijn grootmoeder en andere oude mensen altijd gebruikten) de Tien Geboden of de Artikelen des Geloofs en een hoofdstuk uit de bijbel. Men sprak van „voorzienger", omdat hij, toen er nog geen orgel in de kerk gebruikt werd, het zingen moest inzetten. Tegenwoordig is er geen voorzienger of voorlezer meer. Een der kerkmeesters leest de voorzang, onder het zingen waarvan de predikant en de kerkeraad de kerk binnenkomen en de dominee leest zelf de Tien Geboden of de Geloofsartikelen en het bijbelhoofdstuk, waaraan hij meestal zijn tekst ontleent.

De Bijbel noemt men den Biebel of den Boek en in sommige kringen ook het Woord of de Waerheid Ouderwetse mensen spreken over 't Ouwe en Nieu- we Verbond inplaats van het Oude en Nieuwe Testament en noemen 'n hoofdstuk 'n kepittel (capittel). Een tekst wordt ook 'n Waerheid genoemd. Die waerheid viel in m'n harte betekent: die tekst gaf God mij als een openbaring aan mijn ziel.

Bijzondere preken zijn b.v. de Biddag voor 't gewas en de Oestpreek (Oogstpreek). Volgens de bepalingen van he .legaat der Capellerijlanden moet de predikant ook nog viermaal een aparte preek houden. Vroeger werd in de Zondagavonddienst gepreekt uit de Kattekissemus (catechismus).

Het is geen gewoonte, dat men in Goeree het huwelijk in de kerk laat inzegenen; het komt sporadisch voor, dat iemand in de kerk „overtrouwt". Wel laat men vrij algemeen de jonge kinderen dopen. De „doapeliengetjes" worden door oudere zusjes of familie en kennissen in de kerk gebracht, waar de ,,doapmoewders" ze voor den doap houwe. De namen, geboorte en doopdata en de namen der ouders worden in de doopboeken en contra - doopboeken ingeschreven. Ouderwetse mensen vragen nog wel: hoe bei je edaopt? inplaats van hoe heet je? Vroeger heb Ik meermalen kinderen het dopen zien spelen, door bv. een pop met water te besprenkelen onder de woorden:

Antje, ik doap je, Waeter beloap je, Waeter begiet je, Antje zoo hiejt je.

Vóór in de Napoleontische tijd de Burgerlijke Stand was ingevoerd, werden de huwelijken in de kerken geslo ten en ingeschreven in de trouwboeken, de geboorten in de doapboeken

Daarom zijn de oude trouw- en doopboeken van het allergrootste belang en kerkelijke archieven, waarvoor de kerkeraad verantwoording draagt. In oude erfeniskwesties en voor het opmaken van stambomen zijn die boeken onmis­ baar. In de archieven berusten ook d oude kerkelijke en diaconale rekeningen, die voor het historisch onderzoek van groot belang zijn; volgens de kerkelijke archivaris in Den Haag zijn de oudste dier rekeningen in het archief te Goedereede. Daarom is het zeer te betreuren, dat door de watersnood van 1 Februari 1953 het kerkelijk archief zo geleden heeft en niemand daar aandacht aan geschonken heeft. De diaconie heet in Goeree: den èrre

De diaconie heet in Goeree: den èrremen. De landerijen van de diaconie he­ ten 't land van den èrremen of 't èrremeland. Van iemand, die kerkelijk ondersteund wordt zegt men: hie heit van den èrremen. Vroeger moesten de mensen daarvoor in de oude consistorie-kamer komen (de konsjestorie), die me binnenkwam door een groene deur. Daarom zei men ook van de bedeelden liie mot oak achter de groene deure komme. Er werd vroeger nauwlettend op toegezien, dat de bedeelden in de kerk kwamen — de twee achterste banken in de kerk waren de èrremebanken — en dat de mensen zich niets bijzonders permitteerden. Als men in Goeree paimekoeken bakt, wordt er door ouderen nog wel eens gezegd: koeken bakke — da' van de weke geen centen; dat is een zinspeling op het feit, dat een diaken (èrrememeester) van een bedeelde zijn wekelijkse steun inhield, omdat hij ontdekt had, dat er in het arme gezin koeken gegeten waren. Het geld van d diaconie is in de èrremekasse, dat va de kerk in de kèrrekekasse. De kerkvoogden heten in Goeree de

De kerkvoogden heten in Goeree de kèrrekemeêsters; het beheer der kerk berust bij kèrrekemeêsters en netaobels (notabelen).

F. DEN EERZAMEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1954

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Folklore

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1954

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's