Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schrammetje schrijft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schrammetje schrijft

6 minuten leestijd

Van iemand, die al twee-en-dertig' jaar lang zijn krachten aan onze dijken heeft gegeven, kreeg ik na de laatste stonn. die we jongstleden December weer moemaakten een brief. Deze briefschrijver heeft in die dagen zich met vele anderen bij nacht en ontij ingezet om het water dat onze dijken belaagde, te keren. Hij schrijft daar een en ander over en komt dan tot enkele opmerkingen, die waard zijn ovei-wogen te worden.

In de eerste plaats heeft hij het over de verlichting-, die volgens hem, wanneer er des nachts gewerkt moet worden, beslist onvoldoende geacht kan worden. De schrijver is van mening, dat het Waterschap hiervoor dient te zorgen, waarover ik echter niet kan oordelen. Hoe het zij, aan het punt ,,verlichting" dient wel aandacht te worden besteed. Wanneer men in 't duister werken moet zal dat nooit zo vlot verlopen, ook al is het maar ruw werk, dan wanneer men bij een be­ Over het dijkleger ^^^^___^,^^____ hoorlijke verlichting deze spannende arbeid kan verrichten. Een goede oplossing zou zijn om langs de hele dijkring een electrische kabel aan te leggen met een groot aantal lichtpunten, die in geval van nood ontstoken konden worden. Dat zou echter handen vol gelds kosten en een groot bezwaar is nog, dat bij een eventueel uitvallen van de stroom de hele zaak in 't donker zit. Beter ware het misschien om tot aanschaffingvan enige licht-aggrcgaten over te gaan waarmee men ter plaatse stroom kan opwekken. Op bedreigde punten of dijkgedeelten waar in 't donker gewerkt of toezicht gehouden moet worden beschikte men dan over voldoende licht, terwijl deze mobiele lichtbron later weer naar elders gedirigeerd kan worden. Schrammetje zou de autoriteiten die

Schrammetje zou de autoriteiten die hierover zeggenschap hebben, willen aanbevelen deze kwestie eens te bekij- kon. Het kan de paraatheid van het dijkleger slechts ten goede komen. Een ander punt, dat mijn briefschrijver aansnijdt is dit, dat de dijkwerkers somtijds belemmerd worden in hun werk door de vele wienserL, die uit nieuwsgierigheid met hun auto's naar de dijken komen om eens te kijken, hoe het er bij staat. Deze nieuwsgierigheid is begrijpelijk, want overal en bij elke gelegenheid waar wat bijzonders aan de hand is, komen de belangstellenden opdagen. Dat deze kijkers de mensen die om zo te zeggen de kastanjes uit het vuur halen, hindci'en in hun bezigheden mag zeker met voorkomen. Dit is louter een kwestie van organisatie en optreden. Men behoeft de nieuwsgierigen niet af te snauwen doch men kan hen op een fatsoelijke manier de weg versperren en op een behoorlijke afstand houden, zodat alleen de werkers worden doorgelaten. Ondertussen ook een tip om bij volgende gelegenheden aan te denken.

De briefschrijver had ook gehoord dat vrijwilligers, die aan de dijken hielpen, toen ze moe en vuil thuis kwamen gezegd hebben: ,,Ziezo, een volgende keer gaan wij ook eens kijken en uan moeten anderen het maar eens doen, want zij die de meest eigendommen in de bedreigde polders hebben, steken geen hand uit!" Schi'ara kan vanzelf niet beoordelen in hoever dit juist is.

De vraag doet zich voor of het werkelijk onwil van deze mensen is. Ik geloof toch wel dat een groot deel het toch niet benecien zijn stand zou achten om ingeval van nood de handen uit de i-nouwen te steken en er een vuile broek aan te wagen. Schram herinnert in dit geval aan de inundatie door de Duitsers in 1944. Toen moest er op korte termijn een wal om Middelharnis en Soi-nmelsdijk gelegd worden, wilde men deze dorpen droog- houden. Dominee's, leraars, ja iedereen greep nar de spade en allen hielpen naar ze konden mee om een waterkering te maken. Er zullen destijds ook wellicht mensen geweest- zijn, die zich schuil hielden en zelfs het allernoodzakelijkste werk schuwden. Een verschijnsel, dat er steeds geweest is en wel blijven zal ook. Zo zal het ook we met het dijkwerk gegaan zijn. Men moet dan echter niet gaan generaliseren, of anders gezegd: allen over één kam scheren, want dan liggen de vei'houdingen scheef. Ook ben ik er van overtuigd dat de mensen, die mijn briefschrijver heeft horen praten zoals hierboven aan g-ehaald, wanneer er plotseling soms hulp nodig zou zijn aan de dijken het eerste weer in de voorste gelederen der vrijwilligers zouden staan. Hun plichtsgevoel zou er hun heendrijven en andere gedachten verdrijven. Tenslotte hebben zij de overtuiging als ze moe en vuil thuis komen, gedaan te hebben wat ze konden. Schoten anderen dan in hun plicht tekort, dat is voor hun eigen verantwoording!

Als laatste punt in zijn brief roert de schrijver de kwestie aan van het onlangs afgekondigde verbod oi-n de nieuwe dijk tussen Herking'en en Sluishaven te betreden op straffe van een bekeuring. Dit is een kwestie, die ik reeds in poi-tcfeuilie had om eens over te schrijven. Ook Schram kan dit verbod evenals de briefschrijver niet erg appreciëren. Neem nu eens de dorpen Herking-en, Nieuwe en Oude Tonge. Die vinden 's zomers hun zwemgelegenheid in het buitenwater. Dan moeten ze nu de nieuwe dijk over en is daar het verbod dat het niet mag. Naar ik hoor komen er zelfs vanuit Dirksland jongelui naar Herkingen om een bad te nemen, omdat ze het Haringvliet te gevaarlijk vinden. Ook is de nieuwe dijk een prachtige ge

Ook is de nieuwe dijk een prachtige gelegenheid om bij mooi weer een wandeling over te maken. Maar de dijk is geen „openbare weg", dus je blijft er af. Dat men de dijk afsluit voor auto's is nog tot-daar-aan-toe, maar voor wandelaars en zwemmers had men toch wel een uitzondering kunnen maken. Juist nu de nieuwe dijk een brede bovenkant heeft en er onder aan het talud als 't ware een prachtige we^ ligt kan men er 's zomers onder een wandeling genieten van het prachtige uitzicht op de rivier.

Daarom is het te betreuren dat Waterstaat deze wel wat drastische maatregel genomen heeft. Men mag zeggen dat de pap nooit zo heet gegeten wordt als ze wordt opgeschept, dus dat men in dit opzicht wel wat soepel zal optreden, doch daarmee is het verbod niet opgeheven en blijft er het recht om ieder die een stap op de nieuwe dijk zet, een bon te geven. Zouden de bevoegde autoriteiten niet eens met de hand over het hart kunnen strijken en deze bepaling laten vervallen of in elk geval wijzigen, zodat men uiteindelijk van Flakkee geen gevangenis maakt, waar men nog niet eens over de muur naar de buitenwereld mag kijken ? SCHRAMMETJE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 januari 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

Schrammetje schrijft

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 januari 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's