Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mensen met geld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mensen met geld

Een verliaal uit liet toerenleven dooi Annie SanJers

7 minuten leestijd

(15.) Els geeft zich gewonnen. Gi-etig neemt ze het tweede glas water, ze kan het nu zelf wel vasthouden. Vrouw Vermaal praat nog wat door over Tieske, die vast niet helemaal bij haar verstand is en die 't maar niet kan verkroppen dat haar dochter hier niet meer werkt. Els luistert maar, knikt zo af en toe en voelt zich spoedig weer geheel de oude. Na een goed kwartier stemt de boerin er dan ook in toe dat ze weer verder gaat met de was.

Als Vermaal een poos later thuiskomt, vertelt zijn vrouw hem in geuren en kleuren wat er zo pas is gebeurd. De boer lacht er smakelijk om en verklaart dat hij 't niet van Els verwacht had, dat ze zich door zo'n oude half onnozele vrouw van haar stuk zou laten brengen.

,,Is dat nou een boerendeern? ? Ze had dat ouwe mirakel doodgewoon het erf af moeten gooien, dat was andere praat geweest! Een dochter van Goof, en dan zo schrikachtig Nee hoor. dat had ik niet gedacht!"

„Nou ja, maar 't is ook een rare, die Tieske!" vergoelijkt de boerin

„En 't' is net zoals de jongens al zo vaak gezegd hebben, dat mens wordt veel te brutaal. Daar moet nodig een stokje voor gestoken worden!" Nu, daar is de boer het dan toch ook

Nu, daar is de boer het dan toch ook wel mee eens. En hoewel hij er de hele verdere dag geen woord meer over zegt, gaat hij nog diezelfde avond naar één van de veldwachters, met 't verzoek om aan Tieskes herhaalde bezoeken op de boerderij eens en voorgoed een eind te maken.

Natuurlijk heeft de politieman daar niet het minste bezwaar tegen. De volgende morgen reeds stapt hij in 't volle besef van zijn waardigheid naar ,.gekke Tieske' en verbiedt haar ooit weer een voet op het erf van de Kepershoeve te zetten. Ze zegt er niets op terug, maar als hij weg is en zij haar deur in sloft, prevelt ze met een kwaadaardige flikkering in haar ogen:

„Wacht maar, wacht maar! Ze zullen d'r nog wel eens voor gestraft worden!"

ZEVENDE HOOFDSTUK

LIEFDE.

„Allo, hoe zit dat? Is Toon nog niet klaar?"

,,'k Weet niet, hij was daarnet nog binnen!" „Binnen? En hij zou mee naar de

„Binnen? En hij zou mee naar de markt! Waar zit die ezel dan ergens met z'n gedachten?"

Vermaal staat breed en fors in de wijd-open deur van de koestal. Driekus, zijn jongste zoon, leunt met de handen in de zakken tegen de buitenmuur. Hij is klein en spichtig als de boerin. Ook wat zijn karakter betreft lijkt hij het meest op zijn moeder, terwijl Toon in uiterlijk, houding en optreden meer van vader heeft.

Driekus haalt op vaders laatste vraag de schouders op, als om te kennen te geven dat hij met de gang van zijn broers gedachten niet op de hoogte is. Hij vindt dat vader weer een erg barse stemming heeft vanmorgen.

De boer, die haast heeft, omdat hij zo meteen naar de veemarkt in een naburig dorp moet, loopt in zichzelf mopperend de stal verder in, duwt aan 't eind een zijdeur open en komt zo in de paardenstal, waar hij op het drempeltje haast teg'en ouwe Krinus aan botst.

„Is Toon hier niet geweest?" roept hij luid en onvriendelijk.

„Ja, 't is een mooi beest!" antwoordt Krinus, die meent dat de baas het nieuwe veulen bedoelt, waaraan de bruine merrie eergistemacht het leven heeft geschonken.

„Dove kwartel," schreeuwt Vermaal hem nu in 't oor, „ik vraag of Toon hier niet geweest is!"

,,Toon, wat weet ik van Toon! 'k Heb hem na 't brood-eten niet meer gezien". bromt de oude knecht.

De boer wil hem juist toebulderen dat hij dat wel een beetje beleefder kan zeggen, als het onderwerp van 't gesprek met een opgeruimd gezicht uit één van de bijstallen opdaagt, kant en klaar voor de marktrit.

„Span de zwarte maar voor de wagen!" roept hij naar Krinus, en dan een beetje spottend tegen zijn vader:

„Als je klaar bent kunnen we gaan. Moeder heeft de stukken al gesneden!"

„'k Sta al zowat een kwartier op jou te wachten!" bromt Vermaal, toch milder gestemd nu. Hij heeft een zwak voor zijn oudste zoon, die naar zijn vader is vernoemd en in ieder opzicht diens evenbeeld is.

,,Vooruit," spoort hij dan weer aan, „laten we nou vlug opschieten. De markt wacht niet. Haal jij de stukken!"

Een minuut of wat later rijdt de schokkende boerenwagen, met de zwarte hengst ervoor, het erf al af. Krinus, die nu in de deeldeur staat, oogt het gerij nog even na. Dan gaat hij zwijgend aan zijn werk. De paarden, die staan te wachten om geroskamd te worden, die maken zijn vreugde en trots uit. Daar geeft hij zich aan als een vader aan zijn kinderen. Voor de mensen heeft hij geen vriendelijk woord, zoals hij zelf in zijn lange leven weinig of geen liefde van mensen heeft ondervonden.

Hij heeft kind noch kraai in de wereld, ouwe Krinus. Hartelijkheid van familie of vrienden is hem daardoor vreemd. Als kleine jongen al heeft hij zijn moeder verloren; zijn vader was een dronkaard en stroper, hijzelf dronk eveneens, en het duurde jaren eer het hem gelukte vast werk te krijgen bij Vermaal, evenwel onder uitdrukkelijk verbod ooit weer een voet in de kroeg te zetten. Nu is hij een knorrige oude man, die genoeg van 't leven heeft en wiens enig genot bestaat in de zorg voor de paarden èn in de drank, die hij toch niet geheel aan kant heeft kunnen zetten. Soms, een heel enkele keer, ging hij vroeger naar een bijeenkomst van het Leger des Heils, en dan bracht hetgeen hij daar hoorde hem wel eens een ogenbhk aan het denken. Toen zijn gehoor met de dag minder werd, heeft hij ook dit opgegeven, en thans leidt hij op de hoeve een eenzaam bestaan.

Krinus is niet de enige die de wegrijdende wagen nakijkt. In de zijdeur, die op het erf en de pompplaats uitkomt, staat Els. Ze heeft een theedoek met een nog natte kom in de ene hand en houdt de andere boven haar ogen, om maar zo lang en zo ver mogelijk te kunnen zien. Daar gaan ze, de boer stuurt en Toon zit naast hem. Kijk, hij ziet haar nog staan, hij wenkt naar haar met zijn ogen. Heel vlug en haast onmerkbaar doet hij dat — zijn vader mag het natuurlijk niet zien. Maar zij ziet het wel, en er komt een blijde lach over haar gezicht. Toon ! De eerste maanden dat ze hier was, heeft hij evenmin als de andere mannelijke huisgenoten veel aandacht aan haar geschonken. Zij was immers de meid, de ondergeschikte, die hem als rijke boerenzoon gehoorzaamheid schuldig was. Als hij dan ook eens wat tegen haar zei, dan deed hij dat op de onverschillige min of meer hooghartige toon, waarop hij ook de knechts pleegt aan te spreken.

Maar sedert 't gebeurde met Tieske Bruggema, nu alweer bijna een maand geleden, is er in zijn houding tegenover haar een totale ommekeer gekomen. Helemaal uit zichzelf is hij sindsdien belangstelling gaan tonen in haar doen en laten. Hij hielp haar 's middags de wasketel van 't vuur tillen, wat zijn moeder niet al te best kan, zodat ze 't gewoonMjk maar aan één van de knechts vraagt. Ondertussen informeerde hij of ze al van de schrik bekomen was, of ze hier zo'n beetje wennen kon, en hoe 't er thuis mee stond nu de boerderij verkocht was.

Eerst grenzeloos verbaasd, daarna een beetje wantrouwend, omdat ze zoveel vriendelijkheid bij hem niet vermoed had, gaf ze slechts korte, wat stugge antwoorden, 't Kon wel geveinsde belangstelling wezen, om haar eens uit te horen over haar huiselijke omstandigheden dacht ze bij zichzelf.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

Mensen met geld

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's