Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mensen met geld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mensen met geld

7 minuten leestijd

(46).

Pas wanneer Goof in een jongensachtige bui voorstelt om haar ook een beurt te g:even, komt er een eind aan haar goedig gemopper, en met een „loop rond malie jongen, ik ben je moeder niet" loopt ze weg om haar man te roepen.

Fieke denkt niet meer aan de beloofde wandeling naar het dorp. Ze zit als een ruiter te paard op haar vaders rug en doet dapper mee met de broertjes, die het uitsohateren van pleizier, omdat hun grote sterke vader door buurvrouw Zo-maar met „jongens" wordt aangesproken.

Het spektakel bedaart wat als ook buurman zich bij hen gevoegd heeft, en het hele gezelschap goed en vol in de keuken is aangeland. De blijde stemming duurt echter nog voort tot na de avondboterham, als Matje de jongens en Fieke naar bed brengt.

..Hoeven we morgen niet naar school?" vraagt Wolter, die, nu zijn vader weer ''ij hem is, het niet langer nodig oordeelt om buurmans gezag zonder meer t« erkexmsn. Het valt hem echter tegen, want het antwoord komt niet van Goof, maar van Matje.

,,Natuurlijk gaan jullie morgen naar school, je kunt overal maar niet voor thuisblijven. Nee, nee, niet pruttelen. Vader zal je zelf weer brengen en halen, net als vroeger. En kom nou maar vlug mee, want 't is hoogtijd!"

Als moeder Kram even later terugkomt en buurvrouw Teunisse koffie heeft gezet, komt er gelegenheid voor wat kalmer en ernstiger praten. Matje en Els willen nu precies weten hoe Goof het bij de familie gehad heeft en hoe ze in de stad en in Waldorp wel keken, toen ze hem daar zo onverwacht zagen binnenvallen. Op haar beurt vertelt Mat je daajrna uitvoerig van 't bezoek van die middag en ook wat van Dijk, de veldwachter, over de brand bij Vermaal heeft gezegd.

„Je ziet nou wel dat het helemaal niet nodig geweest was ovn. weg te gaan!" plaagt ze aan 't eind half lachend, half ernstig. „Gelukkig maar dat Jochem je zo toevallig tegenkwam, wie weet waar je anders nog verzeild was geraakt!" ,,Zo gebeuren er wel meer dingen die wij toevallig noemen!" zegt Goof langzaam, alsof hij in zichzelf praat.

Verrast kijken ze aUe vier op bij die woorden, maar Goof laat hun de tijd niet om aan die verrassing uiting te geven. Hij wendt zich tot de boer van de Beukenkamp, en vraagt of die zieh nog herinnert wat hij gezegd heeft op die avond kort na hun vertrek van Korenlust, toen hij met hem en Matje over steun van de diaconie kwam praten. Als hij het niet meer weet, dan zal Goof het nog eens zeggen.

„Dat je je voor een rijke boer of een ander mens niet buigen wilt, dat is tot daar aan toe!" heeft hij gezegd. „Maar jij wilt je voor God ook niet buigen. Aan de mensen heb je je nog niet zoveel te storen, maar van God kun je niet los komen!' ' Matje en Els knikken. Zij herinneren

Matje en Els knikken. Zij herinneren het zich nog heel goed, aJ is 't ruim twee jaar geleden. Maar Goof is nog niet klaar.

„Buurman, toen wou ik het niet toegeven, al wist ik eigenlijk best dat je gelijk had. Maar nou wil ik 't wel weten, ook voor m'n vrouw en Els, want het is precies uitgekomen zoals je me toen hebt gezegd. Ik kon niet loskomen, al wou ik nog zo graag. Ik heb het geprobeerd, twee jaar aan één stuk. Maar 't was me niet mogelijk En nou geef ik het op!" „Goof!"

Er zijn tranen in Matjes stem, maar het zijn tranen van blijdschap. Want in die woorden „nou geef ik het op" proeft ze iets van de strijd die haar man heeft gevoerd en waarin hij de overwinning niet heeft kunnen behalen,: de strijd tegen God!

Hij staat op, legt een arm om haar schouders en houdt haar een kort moment tegen zich aan. Dan, alsof hij plotseling bedenkt dat ze niet alleen zijn, laat hij haar los en gaat weer zitten. Matje denkt er ook wel aan dat ze niet alleen zijn, maar dat weerhoudt haar niet om te vragen: „Goof, zal je nou in 't vervolg ook lezen 's middags?" 't Is iets waartoe ze hem in de der

't Is iets waartoe ze hem in de dertien jaar van hun huwelijk nooit heeft kunnen krijgen, al heeft ze er in 't begin ook nog zo vaak op aangedrongen. En hoewel ze nu reden heeft om er het beste van te hopen, verbaast het haar toch even, dat hij zo onverwijld toestemt:

„Nou, vooruit dan maar. Eerder zijn jullie vrouwen niet tevree. Maar denken jullie nou asjeblieft niet dat ik van vandaag af een heilige word!" Nu glimlacht zijn vrouw. O nee, dat denkt ze helemaal niet. Daarvoor kent ze hem veel te goed. Daarom praat ze er nog niet dadelijk over om ook 's morgens en 's avonds te lezen, en daarom vraagt ze ook niet of hij Zondag met haar meegaat naar de kerk. Ze weet dat alles niet ineens terechtkomen zal. Maar ze kan geduld hebben, ze heeft al zo lang geduld gehad.

Goof slaapt die nacht in zijn eigen huis, want voor een zesde logee hebben ze op de Beukenkamp geen plaats. Matje en Els hadden mee willen gaan, maar daar wou hij nietg van weten. „Blijven jullie maar kalmpjes waar je bent, jullie zitten hier goed. Ik zal me voor één nachtje best redden!" heeft hij gezegd. Als Wolter en Krelis de volgende

Als Wolter en Krelis de volgende morgen uit bed komen, is Goof al lang weer present. Hij spreekt, voordat hij de jongens naar school brengt, met Matje af, dat hij gelijk door zal gaan naar 't andere dorp om met mevrouw Kortland te praten, want hij wil er graag zekerheid over hebben aan wie hij zijn dochter gaat toevertrouwen.

Matje houdt de opmerking dat zoiets toch eigenlflk vrouwenwerk is, maar voor zich, en Els zegt niet dat ze mans genoeg is om dat zelf In orde te maken. Ze weten immers hoe goed hij het meent, en 't is meteen weer een tijdpassering voor hem.

Hij is zichtbaar voldaan bij zijn terugkomst. Mevrouw is een heel geschikt mens, maar je kunt wel goed zien dat ze niet één van de sterksten is. Afijn, Els is een flinke deern, die haar aardig wat uit de handen kan nemen, 't Is natuurlijk heel wat anders dan een boeren- of arbeidershuishouding maar dat went gauw genoeg. Bovendien heeft mevrouw hem verteld dat ze, als er geen visite is, alles maar heel eenvoudig doen. Als je 't anders niet zeker wist, dan zou je nooit geloven dat die domineesvrouw een eigen zuster van Vermaal was. Toch schijnt ze wel aan d'r familie gehecht te wezen, al het ze er tegen hem niet veel over los. Hij is met haar overeengekomen dat ze over veertien dagen op Els kan rekenen, want dan gaat het andere dienstmeisje weg.

Eén dag wordt er nu nog bij 't verblijf op de Beukenkamp aangeknoopt. Morgen zal het gezin naar de eigen woning teruggaan. Buurman en buurvrouw hebben best voor Matje en de kinderen gezorgd en dat zullen ze ook zeker niet vergeten, maar één keer moeten ze al die logees toch weer kwijt, meent Goof. 't Zou anders veel te druk worden op de duur.

Zo trekken ze een dag later weer in het schamele arbeidershuisje, door de buren van weerskanten met open mond aangegaapt.

„Wat zal dat weer praat geven!" lacht Els tegen Matje. ,,Daar heeft het dorp weer voor een dag of drie genoeg aan!"

Ze krijgt gelijk. D© belangstelling voor het huishouden van Goof Kram, die de laatste paar weken wat verflauwd was, is thans opnieuw gewekt. Er is nu niemand meer die hem voor een brandstichter houdt. Immers, dan zou hij er zich wel voor gewacht hebben om gauw alweer terug te komen. zo

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juni 1955

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Mensen met geld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juni 1955

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's