Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

En Taal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

En Taal

7 minuten leestijd

We geven hieronder nog een stukje geschiedenis van het eiland, ontleend aan: Beschrijving van de stad Brielle en den Lande van Voorn door Kornelis van Alkemade en vermeerderd en aangevuld door Mr. P. van der Schelling.

Uitgeg. te Rotterdam bij Philippus Losel 1729. Daarin zijn opgenomen een aantal privilegiën, handvesten en keuren van de hand van Waddo, Priester, zoon van Willem, koopman, van 1445 (in de oude spelling)

Allereerst over Dirksland een officieel stuk va 1278. „Ploris, Graaf van Holland, allen, die

„Ploris, Graaf van Holland, allen, die dezen tegenwoordigen zullen zien, Heil. Wij maken allen bekend, dat wij aan Hr. Aalbert, Hr. van Voorn, onze geliefden en getrouwen, verkogt hebben het land, genaamd Dideriksland, tussen de wateren, die genaamd worden Sonnemaar en Greveningen, 't welk eertijds toebehoort heeft aan de zonen van Diderik van Zerikzee, aan Heer Hugo, eertyds genaamd van Zierikzee en Johannes zynen broeder, en Wolferd en Dankaerd, zonen van Paulina, en aan de broederen Colyn en Hellinx, de zonen van de broederen van Johannes, voor zekere somme gelds, welke dezelve Heer van Voorn ons geheel en al betaald heeft, en dat wy het voorn, land, van nu af aan in het toekomende met titel van eigendom, aan hem, vry en gerustelyk te bezitten overgeven, willende dat hy over het voorn, land, als over zijn eige goed, ordmere en disponere naar zyn goeddunken en wille. De getuigen die over de tegenwoordige koop gestaan hebben, zyn Aarnout van Breda en Heer Niklaas van Katse. Te oorkonde dezes hebben we het tegenwoordige schrift met ons zegel doen bevestigen. Geschreven te Middelburg, de tweede Ferie of vierdag na die van de Besnydenisse des Heeren, in 't jaar Heeren MCCLXXVIII." des Daarop volgt later de „Vrijwaring

van de koop van Dirksland ten behoeve van Hr. Aabert van Voorn en protectie van de ingezetenen in 1284".

Wy Florens, Grave van Holland, doen kond allen luiden, die desen brief sullen sien of horen lesen, dat wij den Heere van Voorne, Heer Aelbregte, Borggrave van Zeelant, geregte gewarende syn van Dideriks lande van Grisoorde, want hy 's wettelyke jegens ons gekoft heeft en betaelt, ende alle degeene, die op deze voorzeide Lande wonende syn, of dykende, ofte koopluyden die daer an varende syn, of keerende, die dat doen by den Heere van Voorne, die nemen wy op onse geleyde, en op onse beschermenisse, ende diese lettede, souden wy houden op heur lyf en op heur goed.

In oirkonde, dese letteren, die waren gegeven in 't jaar ons Heeren MCCLXXXIV, des Zondags na St. Jans Misse in de zomer.

In dit laatste stuk wordt al gesproken over de ingezetenen van Dirksland, zodat we gevoeglijk mogen aannemen, dat dit dorp 700 jaar oud is. Verder kreeg de stad Goedereede het

Verder kreeg de stad Goedereede het recht een gezworen klerk en bode aan te stellen, indien men dit nodig acht. Het was verboden binnen de stad pek

Het was verboden binnen de stad pek of teer te heten of de schepen daar mee te bewerken. Dit mocht alleen op de werf of buiten de havenhoofden.

Niemand mocht uit de stad wegtrekken of buiten de stad trouwen, of hij moest ,,den twintichsten pennink", dat IS vijf procent van zijn goed aan de stad betalen en wel dadelijk, voordat er iets van weggevoerd was. Zo hij dit laatste probeerde te doen, moest hij gegijzeld worden, tot aan de verplichtingen was voldaan. „Ende wairt dat yemant in dese parchelen (bedoelde zaken) wederhorich (ongehoorzaam) viele, ende hier van de contrarie dede, dat is op die boete van sechtich ponden zwarten (naam van een munt) tegen ons. Op 7 July 1486 confirmeert (bevestigt)

Op 7 July 1486 confirmeert (bevestigt) Maximiliaan en Filips van Oostenryk de Privilegiën, Handvesten en Keuren by de steden Brielle en Goederee, en den Lande van Voorn, reets verkregen en gebruikelijk. Dat Goedereede niet verplicht was bij

Dat Goedereede niet verplicht was bij te dragen in de beden (verzoeken om geld) van de vorst, blijkt uit het schrijven van Maximiliaan (in naam van Filips van Oostenrijk) in Februari 1494. Maar er werd opgerekend, dat ze niettemin zouden bijdragen. ,,Ende daer of zal genvaect worden ommeslach, 't sy up 't gemet of up die hoofden by den Bailliu, Rentmeester, Mannen van Leene, mitsgaders oic van de Steden van den Briele ende Goedereede Scouten, Scepenen ende breetste (rijkste) geërfden van den Lande, ende sullen de pennigen daer ontf angen werden by zulken onsen Gecommit­teerden, als wy ordonneren zullen hier inne te voorsien. Waert dat wy hier namaels gonden ende verleenden enige onsen onder saten van den voirs. Steden ende Lande van Voorne vryheyt van niet te contribuëerne in des voorseydes, of dat enige Prochien of Polderen van den zelven Landde inne vloyden (invloeden) , dat alsdan wy ofte onse Gecommitteerde afslaen, ende corten, den Steden, Ingesetenen ende Geërfden van de Lande, alsdan contribuale wesende in 't ontfangen van den voirs bevrydden excempten (vrijgestelden) ondersaten, ende den voirs ingevloiden Prochien of Polderen" (m.a.w. dus, als sommigen niet betalen konden, werd de omslag der anderen zoveel groter — de vorst moest zijn gelden hebben).

In Dec. 1'494 gaf Graaf Filips de Schone aan de inwoners van Brielle en Goedereede en het Land van Voorne weer verschillende voorrechten o.a. dat zij wegens misdrijven niet meer zullen verbeuren dan hun leven en 100 pond Vlaams, enige misdaden als moord, brandstichting, zeeroof en kerkroof, vrouwenverkrachting, opstand tegen 't gezag. Voor dit voorrecht moesten ze echter voor één keer de som van duizend pond betalen i(van XL groeten 't pont der Vlaamscher Munte) te voldoen in 3 termijnen, te weten „drie hondert pont Sint Jansdage (24 Juni)', in 't jaer sessennegentich, die andere drie hondert te kerstavont, daer na volgende in 't selve jaer ende 't surplus, bedragende vier hondert ponden te Paesschen. oock daer nae volgende, als men schrijven sal duisent vierhondert seven en tnegentich." In het zelfde schrijven wordt bepaald,

In het zelfde schrijven wordt bepaald, dat zij, die zich schuldig maken aan het beschadigen van andermans eigendommen en 't binnendringen van woningen met geweld, hun rechterhand zullen verbeuren. Ook mochten de burgers om civiele

Ook mochten de burgers om civiele schulden of boeten niet meer gevangen g'enomen worden mits ze voldoende borgtocht of cautie stellen of zullen stellen.

Dat de overheid zich ook met de kerkelijke zaken bemoeide, blijkt uit het volgende:

,,Wij consenteren (vergninnen) en machtigen onser Stad van der Goedereede, dat allen jairen, als die Rekeninge van den Stede gesloten ende die nieuwe wet geset is (de overheidspersonen zijn aangewezen), die twee Burgmeesters met seven Scepenen sullen elc eenen bequamen man kiesen, die alsdan m den Gerechte niet gecoren en sijn, (dus gerechtelijke personen waren uitgesloten) tot Kerck-meesters ende Heilich-Geestmeesters te sijne, ende die dan bij namen den Bailliu in geschrifte overleveren, daer die onse voirseyde Bailliu van der Goedereede uut kiesen sal, viere tot Kerckmeesters ende voirt uten andere vive Insgelyx viere tot Heilich-Geestmeisters, ende die voirs acht persoonen als dan den Pastoor, of synen Capalaen, elc in 't huere presenteren ende laten se van den stoele (preekstoel) af lesen: welke Kerckmeister ende Heilich-Geestmelsters aldus gecoren (gekozen) wesende op Sinte Ponciaens-avont of op synen dach, in presencien (tegenwoordigheid) van den voirs Bailliu ende den gemeynen Gerechte huere rekenscap van hueren bediende jaire (hun jaar in functie) doen de, ende slutende wesen sullen als dat behoirlic is." Hier wordt dan verder nog aan toege

Hier wordt dan verder nog aan toegevoegd, dat de kerkmeesters, die hun plicht niet doen, een boete krijgen van tien ponden zwarte.

De Kerck- en HeiUge Geestmeesters moeten ieder jaar rekening doen van de ontvangsten en uitgaven voor Schout en Schepenen en het geld op tafel leggen. Zo de zaak niet in orde is, wordt het tekort verhaald op hun eigen goed en kan menl ze daarvoor gijzelen. Weigeren ze hun rekening te doen, dan krijgen ze een boete van tien pond.

F. den Eerzamen.

— Geweldige overstromingen. In Voor Indië zijn geweldige overstromingenvoorgekomen. In de Indische staten Pensjaab en Potiala zijn volgens officiële berichten 450 mensen vedronken. In Pakistan zou het aantal slachtoffers reeds meer dan 5000 bedragen.

Tengevolge van de zwaarste overstromingen, die ooit in West-Pakistan zijn voorgekomen, zijn honderdduizenden mensen dakloos geworden. Lahore een stad van een millioen inwoners staat voor de helft onder water.

Berichten uit Karatsji spreken van vier millioen mensen, die dakloos zijn geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

En Taal

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1955

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's